WIN TICKETS voor AB, DE ROMA, HET DEPOT, DE BOSUIL, TRIX, HNITA,

 

RAMBLIN' DOG (NL)
dond.17 sept. '26 @ BED 'n BLUES - HALEN
Vrije Gift voor de artiest
Uw plaats reserveren is dus noodzakelijk !
Mail :
concerts@rootstime.be

REAL BLUE – F*CKING FROG FANTASY

REAL BLUE is een band uit de SaarLorLux-Euregio, een grensoverschrijdend samenwerkingsverband tussen 5 bestuurlijke regio's in 4 Europese landen. Bij ons maakt de Waalse regio er een deel van uit en in Duitsland de deelstaten Saarland met Saarbrücken en Rijnland-Palts. Deze regio is het “werkgebied” van Real Blue, of te wel Christian BAUER (harp, piano), Jörg METZINGER (gitaar) & Heike STARK (zang). Het is daar waar ze hun muziek, een mix van jazzy blues en swing, brengen en promoten. Christian Bauer, afkomstig uit Köln, is naast muzikant ook een protestantse predikant, tv-redacteur en film- en muziekadviseur. Heidi Stark is pedagoge en daarnaast ook opgeleid als steenhouwer. “Reverend” Jörg Metzinger is een blues predikant, medeoprichter van het Saar Blues festival, lid van de Saar Rock History en is als “Berufs-Christ” bij de Saarlandse radio verantwoordelijk voor de evangelische uitzendingen. ‘Silly Slush Swing’ (2024), met op de voorkant een foto van een vintage postkaart uit 1925, was de opvolger van hun debuut album ‘Pink Plush Pig’ uit 2022. Hun #3 kreeg de titel ‘F*CKING FROG FANTASY’ (2026). Buiten de prinses in het sprookje en de mysterieuze dame op de hoes, die de (albino) kikker wil kussen, ken ik voorlopig géén andere fantasieën met een kikker als onderwerp. ‘F*CKING FROG FANTASY’ van REAL BLUE is een album met niet minder dan 14 nummers op de tracklist (48:42). Ook nu weer ligt de focus op de stem van Heike Stark. Zij wordt ook nu weer begeleid door Christian Bauer op keyboards en blues harp en gitarist Rev. Jörg Metzinger. Op de tracklist, naast 2 nieuwe originele composities, een resem blues klassiekers (van o.a. Victoria Spivey en Mississippi John Hurt), gospelsongs en unieke interpretaties van nummers van Tom Waits en Melody Gardot.

JO CARLEY & THE OLD DRY SKULLS – 13 (COMPILATION 2014-2026)

Jo en ene Tim maakten in de nineties beiden deel uit van de Britse metal en punk scene, die -zoals muzikanten dat vaker doen- bij problemen elkaar uit de nood hielpen. Jo leende haar drumkit uit aan Tim en vroeg aan hem om haar te helpen, bij het schrijven van eigen nummers. Jaren later ontdekte Jo de muziek van de Amerikaanse bluegrass muzikanten Bill Monroe (Blue Grass Boys) en violiste Alison Krauss en leerde ze mandoline en viool spelen. Jo Carley -ze is ondertussen getrouwd met Tim, die Carley heet- stelde aan Tim voor om samen met haar een bluegrass/country/roots band te beginnen. Uiteindelijk werd het een roots band, die zijn ska en punk roots niet kon verbergen. Beiden treden momenteel op als JO CARLEY and The OLD DRY SKULLS en sinds 2017 als een trio met James Le Huray als vaste bassist. Hun muziek omschrijven ze zelf als “voodoo vaudeville blues”. In 2014 debuteerden ze met de ep ‘Rags and Bones’ en in 2017 brachten ze hun debuut full length studio album ‘Them Old Bones’ uit. Ze namen het album op met co-producer Alex McGowan (Urban Voodoo Machine, Wilko Johnson…) in de Space Eka East studio in Londen. Naast Jo, Tim, Hawkeye en James stonden ook Paul-Ronney Angel (harmonica) & Alex McGowan (slide gitaar, gitaar & percussie) in de studio. Anno 2026, een ep, enkele singles en vier studio albums verder, verscheen er recent ’13 -COMPILATION’. Deze compilatie bevat 13 zorgvuldig uitgekozen nummers van opnames uit de periode 2014-2026 én recente singles van zowel de band als het duo ‘CARLEY’S WRECK and RUIN’, nummers van alle vier de albums van ‘Jo Carley & The Old Dry Skulls’. Het sluit af met het titelnummer van de lang niet meer verkrijgbare debuut-EP uit 2014, ‘Rags and Bones’.

DAVID MASSEY – EARLY CUTS (SWINGS & MISSES)

Folk- en countryliedjes componeren, zingen en op plaat opnemen vormen de belangrijkste muzikale bezigheid van de sinds 2017 gepensioneerde advocaat en singer-songwriter David Massey uit Washington D.C. In de lente van vorig jaar schreef ik op deze pagina’s een lovende recensie over zijn acht liedjes tellende album “Man In The Mirror” en in de jaren daarvoor passeerden hier ook al zijn EP “Darkness At Dawn” uit 2022 en de albums “Until The Day Is Done” (2015), “Late Winter Light” (2018) en “Island Creek” (2021) de revue. De muzikale carrière van deze stadsgenoot van de Amerikaanse president startte echter al in 2004 met de release van zijn debuutplaat “Blissful State Of Blue” en diens opvolger “So Many Roads” uit 2009. Nu verschijnt er met het album “Early Cuts (Swings & Misses)” alweer een nieuwe plaat van deze bezige troubadour, deze keer echter niet met nieuwe liedjes maar wel met 15 heropgenomen songs uit die twee eerste albums van David Massey. Dat waren indertijd songs die in folk, rock, blues of countrystijl werden gebracht en swingende liedjes en mooie ballads die aan de basis lagen van zijn latere werk. We kunnen na de beluistering van deze plaat ook concluderen dat zijn kwaliteiten als zanger en songschrijver er sindsdien alleen nog maar op vooruit zijn gegaan.

WENDY GREGSON & RENEE McLACHLAN – MOTHER TREE

Als je zeven liedjes hebt die in totaal een half uurtje duren, spreken we dan over een volwaardige plaat of eerder over een EP? We verkiezen om die beslissing aan u over te laten maar het is onze taak om u te informeren over de zeven tracks tellende nieuwe plaat “Mother Tree” van het Canadese ‘moeder en dochter’-duo Wendy Gregson & Renee McLachlan, beiden gehuisvest in Edmonton. Hun songs kunnen het best omschreven worden als een mix van soul en folk die door beide dames in harmonie wordt gezongen. Daarbij speelt de mama-songschrijfster en leadzangeres Wendy Gregson op akoestische gitaar en guitalele, een instrument dat een combinatie is van gitaar en ukelele. Haar dochter Renee McLachlan tokkelt eveneens op dat laatste instrument en zorgt bovendien voor de harmony vocals. Additionele instrumentatie bij de liedjes komt van multi-instrumentalist Steve Kirkwood op basgitaar, piano, mandoline en dobro, Jeremiah McDade op viool en Ian Woodman op cello. Isabella en Ruby McLachlan, twee andere dochters van Wendy Gregson zingen met hun moeder en hun zus mee op het nummer “A Voice Not Withstood” waarmee dit minialbum klassevol wordt afgesloten. Interessant om te vermelden is dat de tekst van dit liedje al in 1945 werd geschreven door de grootmoeder van Wendy Gregson.

PHIL HOOLEY – EVERYTHING WE’LL NEVER NEE

Phil Hooley is een Britse singer-songwriter uit Scarborough in het Engelse graafschap North Yorkshire. Sinds vele jaren bleef zijn muzikale carrière beperkt tot optredens in lokale cafés en clubs maar sinds 2022 heeft hij ook zelfgeschreven folk- en countrynummers opgenomen op soloalbums met debuutplaat “Songs From The Back Room” in 2022 en “Provenance” in 2023. Naast zijn solowerk is hij eveneens frontman en oprichter van de Britse alt.countryformatie ‘The Woolgatherers’ die sinds 2009 vier albums heeft afgeleverd. Wij kregen onlangs het derde soloalbum “Everything We’ll Never Need” van Phil Hooley in onze postbus voor het schrijven van een recensie die u hieronder kunt lezen. De plaat bestaat uit tien eigen composities die werden opgenomen in een studio in Scarborough, UK en diverse studios in Nashville, Tennessee. Dat verklaart meteen ook waarom er een scala aan instrumentalisten wordt vermeld voor de opname van de verschillende songs. In de Engelse vakpers wordt Phil Hooley’s stem vergeleken met die van ‘Dire Straits’-frontman Mark Knopfler en zijn muzikale werk doorstaat de vergelijking met dat van countryartiest Guy Clark of folk- en Americana-muzikanten als Bob Dylan en Nick Lowe. Dat kunnen we eigenlijk ook wel onderschrijven bij het horen van de albumopeningstrack “Cowboy Dreaming” die u op de eerste audiovideo hieronder kunt beluisteren. De andere video is een akoestische live-versie van het nummer “Time On My Hands” dat op dit album wel in een volle orkestratie met pedal steel, akoestische en elektrische gitaar en mandoline wordt gepresenteerd, ondersteund door obligate bas en drums.

SOPHIE MOORE – TROUBLE IN MIND

Het gebeurt ook dezer dagen nog steeds dat we aangenaam verrast worden door een plots opduikende debuutplaat van een nieuwe artiest(e). Het is dan ook altijd interessant om informatie over deze artiest te verzamelen en u daarover te berichten in een recensie over dat eerste album. We zullen dat nu weer eens mogen doen met betrekking tot de plaat “Trouble In Mind” van de Britse zangeres en songschrijfster Sophie Moore uit het Engelse graafschap Sussex. Ze heeft al een muzikaal verleden als lid van de Londense indieformatie ‘Foggy Cry’ van haar broer Julian Moore in de jaren ’80. Dat deze dame talent heeft wordt bewezen door het feit dat de beroemde producer Mark Nevers zijn schouders onder haar muzikale soloproject heeft gezet. De vanuit Nashville opererende Mark Nevers heeft een indrukwekkend referentielijstje als producer van platen van o.a. ‘Lambchop’, Bonnie ‘Prince’ Billy, Andrew Bird, Bill Callahan en ‘Calexico’ maar ook countrygrootheden passeerden bij hem de revue met o.a. George Jones, Johnny Cash, Randy Travis en Hank Williams Jr. Sophie Moore schrijft folk- en alt.countryliedjes waarvan ze er nu tien heeft gebundeld op het album “Trouble In Mind” dat werd opgenomen in Sussex en South Carolina met de hulp van enkele gerenommeerde sessiemuzikanten zoals pedal steelvirtuoos Paul Niehaus (‘Lambchop’, ‘Calexico’), gitarist William Tyler (‘Lambchop’, ‘Silver Jews’), pianist Tony Crow (‘Lambchop’), bassist Mark Riddell en drummer Joe Westerlund (‘Bon Iver’).

GALVEZTON – OCEAN CABARET

De debuutplaat van de in Galveston, Texas woonachtige Amerikaanse zanger en songschrijver Robert Kuhn dateert uit 2014 en had “Everybody Knows” als titel. Daarna volgde in 2017 het album “Maria The Gun” van deze onder het pseudoniem ‘Galvezton’ optredende artiest. Zijn derde plaat verscheen in 2022 onder de titel “Persevere” en eind 2024 bracht ‘Galvezton’ zijn vierde soloplaat op de markt met het negen liedjes tellende album “Some Kind Of Love”. Gedurende twaalf jaar had Robert Kuhn de wereld rondgereisd via diverse Amerikaanse staten en een aantal verblijfstops in Australië, Chili, Colombia, Costa Rica en Nicaragua vooraleer terug te keren naar zijn geboortestad in Galveston, Texas waar hij samenwoont met zijn vrouw en kinderen. Zijn eigen liedjesteksten zijn vaak persoonlijk en confronterend als ze gaan over gebroken harten, misgelopen huwelijken, geweld, drugs of armoede, maar zijn liefde voor poëzie en dichtkunst komen gelukkig ook al eens aan bod. Zijn album “Some Kind Of Love” was een muzikaal eerbetoon aan zijn grote idool Lou Reed die de meeste van de negen gecoverde tracks op die plaat had gecomponeerd en die samen met John Cale en zangeres Nico de kern vormde van de legendarische formatie ‘The Velvet Underground’. Ook op zijn splinternieuwe album ”Ocean Cabaret” kunnen we niet om de vergelijkingen met Lou Reed heen, zowel wat betreft de stijl van de elf nummers als de gelijkenis tussen de stemmen van Robert Kuhn en Lou Reed. Dat is ongetwijfeld zo in de schitterende openingstrack “Origami’ die ook wel wat op het werk van Matt Berninger en zijn band ‘The National’ lijkt. Maar ook het op de klassieker “Walk On The Wild Side” lijkende nummer “Tonight” en albumafsluiter “One Way Ticket” zijn ‘vintage’ Lou Reed.

BOBBO BYRNES – TOO MANY MILES

Bobbo Byrnes is een folk-, alt.country- en rockende liedjes zingende songschrijver die vanuit Boston verhuisde naar Anaheim in het zuiden van Californië waar hij in Orange County de Americana-formatie ‘The Fallen Stars’ oprichtte, een band waarin ook zijn echtgenote Tracy Byrnes op basgitaar meespeelt. Samen met haar ging hij ook nog in de groep “Riddle And The Stars” spelen met de Australische singer-songwriter Ben Riddle als frontman. Sinds 2017 treedt Bobbo echter voornamelijk op als soloartiest waarmee hij al kan terugvallen op een uitgebreide discografie, bestaande uit de albums “Motel Americana” uit 2017, “Two Sides To This Town” uit 2018, “The Red Wheelbarrow” uit 2019, “SeaGreenNumber5” uit 2020, “So Many Bars, So Many Saturday Nights” uit 2021, het akoestische “October” uit 2023 en de naar zichzelf vernoemde plaat “Bobbo Byrnes” die in de herfst van 2024 op de markt kwam. Bobbo is naast een goede zanger en songschrijver ook een getalenteerde multi-instrumentalist en dat toont hij nog maar eens op zijn nieuwste album “Too Many Miles” dat dit jaar begin februari op de platenmarkt is verschenen en niet minder dan 17 songs van deze hardwerkende artiest met een heel eigen authentieke sound bevat. De liedjes op deze plaat vormen echter een compilatie van oudere nummers uit zijn vorige albums, aangevuld met maar twee nieuwe liedjes die niet eerder zijn verschenen. Het verzamelalbum van wat hijzelf zijn ‘Greatest Non-Hits’ noemt als een introductie van zijn werk bij nieuwe muziekliefhebbers over de hele wereld wordt parallel met een door hem geschreven boek “Too Many Miles: On The Road With An Unofficial Rock & Roll Goodwill Ambassador” de wereld in gestuurd.

THORBJØRN RISAGER & THE BLACK TORNADO – LIVE @ HOTEL CECIL

Vanaf zijn éérste verschijning in de muziek scene van København, kreeg THORBJØRN RISAGER (°1971) nog maar zelden de tijd om over zijn schouder terug te kijken. Deze veelgeprezen songwriter, zanger, gitarist en bandleider van THE BLACK TORNADO richtte vanaf de start zijn ogen op de horizon: naar de volgende stad, de volgende show, het volgende nummer, het volgende album. Al hun nominaties en Deense Blues Awards kregen -details vind je op hun website- kregen ze niet zomaar in de schoot geworpen. Die moet je verdienen! Thorbjørn Risager -hij noemt Ray Charles, Tom Waits en B.B. King als zijn rolmodellen- groeide op in het kleine stadje Jyllinge, op ongeveer 30 km van de Deense hoofdstad. Hij studeerde in Kopenhagen af aan het gerenommeerde Rytmisk Musikkonservatorium. Risager startte zijn muzikale reis in 2002 als Thorbjørn Risager BLUE7. De zevenkoppige band bestond toen verder uit: Andreas Biilmann, Emil Balsgaard, Kasper Wagner, Martin Seidelin, Søren Bøjgaard & Svein Erik Martinsen. Met hen nam hij ‘Live 2004’ op. Vanaf 2005 treedt Risager op onder zijn eigen naam. Na zijn solo debuut ‘From the Heart’ (2006) was ‘NAVIGATION BLUES’ zijn 9de release en zijn debuut bij Provogue / Mascot Label Group! In het voorbije jaar bracht Risager & Co. (met nog altijd vijf* van het éérste uur): Balsgaard*, Joachim Svensmark, Wagner*, Nybo*, Peter W Kehl, Bøjgaard* & Seidelin* al (bij het Provogue / Mascot Label Group) hun 9de studio album uit, ‘House of Sticks’ (2025). Als “opvolger” verscheen er recent het éérste LIVE album, ‘LIVE @ HOTEL CECIL’ (2026) van THORBJØRN RISAGER & THE BLACK TORNADO.

PATRIK JANSSON BAND – DIFFERENT SHADES OF BLUE

Gitarist, zanger, drummer, componist en producer PATRIK JANSSON, zijn naam verraadt het een beetje, is afkomstig uit het kleine stadje Gävle, in centraal Zweden. Hij begon op jonge leeftijd met drummen en trok als jonge twintiger naar Stockholm, om muziek te studeren en om aan zijn carrière te bouwen. Hij leerde ook piano, bas en gitaar spelen en raakte meer en meer in de ban van de blues. Eind 2007 richtte Patrik in Stockholm -na getoerd te hebben met de Zweedse norhtern rock band Hellsingland Underground, bekroonde producer en gitarist/zanger Chris Laney, jazz saxofonist Viasheslav Preobrazhenski en glam punk band Maryslim- de Patrik Jansson Band op, een moderne blues/rock-band, waarmee hij vier albums uitbracht en waarmee hij meerdere keren door Europa toerde. De sound van de band kan het best omschreven worden als een mix van SRV, Johnny Winter en Buddy Guy, om maar een paar vroege invloeden te noemen. Patrik Jansson leverde recent (met nieuwe line up!), als opvolger van ‘IV’ (2020), zijn nieuwe studio album af, ‘DIFFERENT SHADES OF BLUE’ (2026). Het album dat hij zelf producet nam hij op met Carl-Henrik Landegren. Patrik debuteerde in 2022 solo met ‘Game Changer’. In 2011 debuteerde hij met zijn band met een titelloos album. Patrik begon jong als drummer, werd later pianist en nog later bassist en gitarist. In 2007 was het tijd voor een nieuwe uitdaging, een eigen bluesrock band. 

INTERVIEW - HOOK HERRERA

Net als zijn vriend Tommy Castro komt Hook Herrera uit East San Jose, Californië. Begin jaren zestig werd zijn oudere broer Dennis gegrepen door de blueskoorts. Hook sleepte een accordeon, die groter was dan hemzelf, naar zijn thuis en had zelfs een karretje nodig, want de accordeon was enorm. Zijn broer begon hem heel simpele Jimmy Reed-ritmes te leren, maar wat later begon hij ook de gitaar leuk te vinden. De mondharmonica kwam na de gitaar. Hij maaide gras om 2,50 dollar te verdienen voor een Marine Band 'C'-mondharmonica, zo kreeg hij zijn eerste. Herrera ontwikkelde een eigen, kenmerkende stijl en brak door in Europa, waar hij op de grootste festivals speelde. Zijn leven is getekend door zowat alles wat iemand in de States en in het muziekmilieu kan overkomen. Het heeft zijn muziek alleen nog maar meer doorleefd gemaakt. En dit was dan ook hetgeen wat we te horen kregen op zaterdag tijdens het Hookrock fest., een avond vol pure blues en meeslepende solo's. Een paar uurtjes voor dit geweldige optreden hadden we met deze blues icoon een hartelijk gesprek.

INTERVIEW - JOHN NÉMETH

Als tiener in de vroege jaren '90, opgroeiend tussen de modderige aardappelvelden van Idaho, voelde John Németh zich aangetrokken tot de rauwe hiphop en rockbands van die tijd, totdat een vriend, Tom Moore, hem liet kennismaken met de klassieker "Hoodoo Man Blues" van Junior Wells en Buddy Guy. Samen vormden ze Fat John & the 3 Slims, een band die nog steeds als legendarisch wordt beschouwd in de regio Boise. John speelde mondharmonica en zong in lokale bands, waar hij vaak het voorprogramma verzorgde voor nationaal tourerende bluesartiesten. Hij trok al snel de aandacht van gevestigde bluesmuzikanten. Het duurde niet lang voordat hij zijn eigen albums uitbracht, "The Jack Of Harps" (2002) en "Come And Get It" (2004), met Junior Watson, en optrad in Junior Watsons band. Vijftien jaar later in 2019 keerde Németh terug naar Electraphonic met zijn ervaren tourband van jonge, talentvolle muzikanten, The Blue Dreamers, met de 19-jarige gitaarvirtuoos Jon Hay uit Philadelphia, drummer Danny Banks en bassist Matt Wilson. Het resultaat was een energieke, zuidelijke swamp roots-sessie, en was te horen op zijn tiende album "Stronger Than Strong" (2020), zijn eerste album voor Nola Blue Records. Een album waarmee hij wederom zijn ongeëvenaarde vermogen demonstreerde om retro en moderne blues en soul vakkundig te combineren tot meeslepende muziek die tegelijkertijd oud en nieuw is. Vóór zijn kaak amputatie operatie a.g.v. een kwaadaardige tumor, nam John Németh met enkele bevriende muzikanten in 2022 voor Nola Blue nog het veelzeggende "May Be the Last Time" op. Gitarist Kid Andersen organiseerde live opnames in zijn thuisstudio Greaseland in Californië. De levende legendes Elvin Bishop (gitaar), Bob Welsh (gitaar) en Willy Jordan (drums, cajun) en Alabama Mike (bvs) vervoegden hen. De laatste show van Németh’s Spring 2022 Tour, waarmee hij zijn 20-jarig jubileum vierde, vond plaats in de (Extended Play Sessions) Fallout Shelter, een non-profit video-opnamestudio vermomd als een nachtclub met 80 zitplaatsen uit de jaren 1940, in de kelder van een 18e-eeuws molengebouw in Norwood (MA). Deze show werd live opgenomen en ingeblikt met 13 songs op de tracklist en verscheen in 2023 op CD: "Live From the Fallout Shelter" (Nola Blue). Wij van Rootstime spraken af om kort bij te praten en keken (en genoten) van zijn optreden tijdens het Duvel Blues festival in Puurs.

INTERVIEW - VICTOR WAINWRIGHT

Allman, een naam die tot in de eeuwigheid verbonden zal blijven aan de betere southern rock. Devon Allman is de zoon van de in 2017 overleden Gregg Allman, toetsenist, zanger en songwriter van de legendarische Allman Brothers Band die hij vormde met zijn broer Duane (in 1971 verongelukt op 24 jarige leeftijd). Het leven van Devon Allman leest als dat van de typische Amerikaanse troubadour. Geboren in Corpus Christi, Texas, bracht de singer-songwriter, gitarist, toetsenist en producer zijn vroege jaren door in de Lone Star State, Tennessee, en St. Louis, Missouri. Opgroeiend bij zijn moeder, startte de jonge Devon al snel muziek te spelen. Hij was 16 toen hij zijn vader, Gregg, voor het eerst ontmoette. Gregg vroeg zijn zoon om mee te gaan met The Allman Brothers Band, tijdens de Dreamstour van de groep in de zomer van 1989, waar hij voor het eerst ABB-nakomelingen, Berry Duane Oakley en Duane Betts, ontmoette. Het Devon Allman Project was de begeleidingsband voor de Allman Family Revivals in 2017 en 2022 en speelde meer dan 125 headline shows over de hele wereld in 2018. Ze hebben in bijna 20 landen getoerd en speelden op festivals in Europa en van kust tot kust in de VS. Vorig jaar verscheen van The Devon Allman Project via Ruf Records het album "Blues Summit". Op deze plaat schitteren niet alleen de vaste bandleden, maar ook een aantal iconische gastartiesten. Maar ondertussen en vooral om dit album te promoten is Devon Allman met een uitgebreide tournee gestart, een tour die hij verdeelt tussen de 'Devon Allman's Blues Summit' en de '20 Years Strong Tour'. Deze tournee omvat belangrijke optredens in de VS en Europa, en voor zijn aankomende Europese tour in de Benelux wordt hij voor deze Blues Summit vergezeld door een aantal speciale gasten zoals Jimmy Hall, Bernard Allison en Claudette King. Een paar uurtjes voor dit geweldige optreden hadden we met deze Allman icoon een hartelijk gesprek..

INTERVIEW - DEVON ALLMAN

Allman, een naam die tot in de eeuwigheid verbonden zal blijven aan de betere southern rock. Devon Allman is de zoon van de in 2017 overleden Gregg Allman, toetsenist, zanger en songwriter van de legendarische Allman Brothers Band die hij vormde met zijn broer Duane (in 1971 verongelukt op 24 jarige leeftijd). Het leven van Devon Allman leest als dat van de typische Amerikaanse troubadour. Geboren in Corpus Christi, Texas, bracht de singer-songwriter, gitarist, toetsenist en producer zijn vroege jaren door in de Lone Star State, Tennessee, en St. Louis, Missouri. Opgroeiend bij zijn moeder, startte de jonge Devon al snel muziek te spelen. Hij was 16 toen hij zijn vader, Gregg, voor het eerst ontmoette. Gregg vroeg zijn zoon om mee te gaan met The Allman Brothers Band, tijdens de Dreamstour van de groep in de zomer van 1989, waar hij voor het eerst ABB-nakomelingen, Berry Duane Oakley en Duane Betts, ontmoette. Het Devon Allman Project was de begeleidingsband voor de Allman Family Revivals in 2017 en 2022 en speelde meer dan 125 headline shows over de hele wereld in 2018. Ze hebben in bijna 20 landen getoerd en speelden op festivals in Europa en van kust tot kust in de VS. Vorig jaar verscheen van The Devon Allman Project via Ruf Records het album "Blues Summit". Op deze plaat schitteren niet alleen de vaste bandleden, maar ook een aantal iconische gastartiesten. Maar ondertussen en vooral om dit album te promoten is Devon Allman met een uitgebreide tournee gestart, een tour die hij verdeelt tussen de 'Devon Allman's Blues Summit' en de '20 Years Strong Tour'. Deze tournee omvat belangrijke optredens in de VS en Europa, en voor zijn aankomende Europese tour in de Benelux wordt hij voor deze Blues Summit vergezeld door een aantal speciale gasten zoals Jimmy Hall, Bernard Allison en Claudette King. Een paar uurtjes voor dit geweldige optreden hadden we met deze Allman icoon een hartelijk gesprek..

INTERVIEW - TEE

Zanger, gitarist en multi-instrumentalist Mark “TEE” Thijs is al sinds 1986 een prominent figuur in de Belgische blues scene. Hij kreeg zijn bijnaam van Paladins-gitarist Dave Gonzales. Door de jaren heen werkte TEE met verschillende bands samen als o.a. The Finsbury Park Empire, The Slime Hunters (w/Cel Spiessens, Luc Huygen & Rudolph Nevi), The Healers en meer recent, The Electric Kings. Inmiddels toert TEE intensief en speelt hij in heel Europa met blues grootheden als Johnny Dyer, James Harman, Lynwood Slim, RJ Micho, Johnny Sansone en Mark Hummel. Daarnaast is TEE ook een veelgevraagd producer (El Fish, Hoodoo Club, Soulwax, The Scabs...). Dit leven onder hoge druk zou ertoe leiden dat TEE een tijdje afstand nam van de muziek. Mark Thijs begon zijn carrière als mondharmonicaspeler en stapte later over op gitaar om de The ELECTRIC KINGS -met Dave Reniers: zang/harmonica, Luke Alexander: gitaar, René Stock: bas & Wilfried Maes: drums- op te richten. De band groeide uit één van de beste blues bands van Europa. TEE was in 2000 één van de headliners van het BRBF in Peer en zal er dit jaar tijdens de editie van 2026 van BLUES PEER een gloednieuw album voorstellen. Om zijn comeback en de 26ste verjaardag van TEE als soloartiest te vieren, verscheen één dubbel-cd op het label 'Natural Records', een 'remastered deluxe' heruitgave van "This is TEE / Lights On", met als titel "Double Fool". We keken alvast uit naar Blues Peer om van TEE's eigen stijl van blues te genieten en even voor dit top optreden hadden we een hartig gesprek.

INTERVIEW - C.W. STONEKING

Christopher William Stoneking is een Australische blueszanger die ook gitaar en banjo speelt. Hij wordt in maart 1974 geboren in Australië uit Amerikaanse ouders. Tot zijn negende jaar wordt hij door zijn vader opgevoed in een aborigonalgemeenschap. Op zijn elfde begint Stoneking gitaar te spelen en twee jaar later speelt hij voor het eerst in een bandje. In 1995 start hij met optredens als solo-artiest waarbij hij zingt en zichzelf begeleidt op gitaar. Ondertussen heeft hij in Australië, het Verenigd Koninkrijk, Europa en de Verenigde Staten gewoond en getoerd. Stoneking heeft in eigen beheer drie veelgeprezen originele albums uitgebracht: "King Hokum" (2006), "Jungle Blues" (2008) en "Gon’ Boogaloo" (2014). Hij heeft internationaal veel opgetreden met verschillende begeleidingsbands en als soloartiest. Zijn muziek put uit een rijk arsenaal aan stijlen: pre-war blues, New Orleans-jazz, jugband, hokum, country, calypso, jump jive, vroege rock-’n-roll en gospel. Het klinkt tegelijk archaïsch en vernieuwend, alsof hij rechtstreeks uit een andere tijd het podium opstapt. De muziek en teksten van C.W. Stoneking zijn dan ook geïnspireerd door een breed spectrum aan muziekstijlen en tradities, die hij combineert tot zijn eigen unieke geluid. Met zijn liveperformances die barsten van karakter, brass, banjo’s, ruwe percussie en vintage flair, is Stoneking een artiest die je minstens één keer in je leven gezien móét hebben. Tijdens zijn Europese tour is hij in mei voor talrijke concerten in Nederland en België, wij spraken hem in Peer

INTERVIEW - SEAN ‘MACK’ MCDONALD i

Met een muzikale erfenis die James Brown, Sharon Jones en JB Hutto heeft voortgebracht, heeft de stad Augusta, Georgia, alle reden om trots te zijn. Maar de muziekwereld kan maar beter plaatsmaken voor nog een krachtige stem… Sean McDonald . Drums op zijn tweede, piano op zijn derde en in de loop der jaren probeert hij meer en meer andere instrumenten uit. Zoals vele anderen, liggen de kiemen van zijn carrière in een muzikale familie en in de kerk. Hij kreeg zijn eerste gitaar rond zijn zevende, Robert Johnson werd zijn nieuwe idool en de blues veroverden zijn hart. Hij beheerst moeiteloos een breed scala aan stijlen, van Robert Johnson tot T-Bone Walker, van country tot Chuck Berry. Hij werd opgemerkt toen hij een gitaar uittestte in een muziekwinkel in Augusta op zijn vijftiende. Hij speelde er een adembenemende versie van Robert Johnson’s "Dust my Broom" en dat ging niet onopgemerkt voorbij. Ondertussen creëerde hij zijn eigen stijl en sound, duidelijk beïnvloed door legendarische muzikanten zoals Muddy Waters, Louis Jordan en Albert King. Met een heerlijke groove en een onfeilbaar gevoel voor timing schakelt hij moeiteloos van vintage R&B naar vlammende Texas swing en van gospel naar ongepolijste jump blues. Zijn vorig jaar verschenen debuutalbum "Have Mercy!" (2025) eindige logischerwijs dan ook bij vele liefhebbers op het eindejaarslijstje. Ook dit jaar staat hij weer op verschillende podia in Europa. Reden genoeg voor Rootstime om wat meer te weten te komen over deze toekomstige legende die met zijn nieuwe 'Blues Wave' massaal het publiek in Peer wist aan te trekken.

INTERVIEW - BETTE SMITH

De alom geprezen Bette, gezegend met een stem die omschreven wordt als schor, brutaal, ondeugend en soulvol, combineert op meeslepende wijze de soul, rock-'n-roll, funk, blues en gospelmuziek die ze in haar jeugd in het ruige Bedford-Stuyvesant in Brooklyn hoorde tot iets geheel eigens. Ze verbindt gewoon die soulmuziek die ze op straathoeken hoorde met de gospelmuziek die ze elk weekend in de kerk en thuis hoorde. Ze reisde naar het Verenigd Koninkrijk om haar album "Goodthing" (2024) op te nemen met Grammy Award-winnende producer Jimmy Hogarth (Amy Winehouse, James Blunt, Tina Turner), en laat Bette Smith's voorliefde voor pakkende, feelgood soulrock horen, gedragen door haar kenmerkende rauwe, soulvolle stem, geïnspireerd door legendes als Aretha Franklin en Etta James. Met dit album tilt ze haar geluid naar een nieuw niveau en bouwt ze voort op de lof die ze ontving voor haar debuutalbum "Jetlagger" uit 2017 en "The Good, The Bad, and The Bette" uit 2020. Haar enorme bereik en kracht, gecombineerd met de aanstekelijke energie van "Goodthing", bevestigen haar positie als een authentieke en dynamische, opkomende soulartiest en een iconische kracht in de muziekwereld. De jonge Bette Smith had nooit kunnen vermoeden dat haar muziek haar de hele wereld over zou brengen, van optredens in Amerika als headliner en supportact voor artiesten als Kenny Wayne Shepherd en de Drive-By Truckers tot festivals in Noord-Amerika en Europa, van samenwerkingen met artiesten als Jimbo Mathus, Kirk Fletcher, Patterson Hood en Matt Patton tot aandacht in vele media, en was het nu aan Rootstime om deze opvallende verschijning op vrijdagavond in haar hotel voor de camera te halen.