THE ODD CASES
aka STEVEN TROCH & BART JULT

vrijdag 28 juni 2024 @ BED 'n BLUES - HALEN
Vrije Gift voor de artiest
Uw plaats reserveren is dus noodzakelijk !
Mail :
concerts@rootstime.be

WIN TICKETS voor AB, DE ROMA, HET DEPOT, DE BOSUIL, HNITA...

CASS CLAYTON BAND – MIDNIGHT IN A BOTTLE

Cass Clayton is een muzikante uit de muziekscene van Colorado. Ze serveert ons met haar band rock, soul, blues, funk en R&B in een soepel en samenhangend pakket. Haar titellose release uit 2018, werd in Colorado tijdens het uitreiken van de Blues Society Awards genomineerd als “Album of the Year”. ‘Play Nice’ (219) werd ook genomineerd voor Grammy Award Consideration. Na ‘City Noice’ (2021) verscheen recent als opvolger, ‘Midnight in a Bottle’. Voor de opnames kon Kaz rekenen op gitarist/producer Taylor Scott, toetsenist Jon Wirtz, bassist Jiho Han & drummer Eric Imbrosiciano. “Rear View Mirror” laat al meteen horen dat het bij Cass vooral om de dromerige zang, het soulvolle en de groove draait. De sfeer is ook primair in de titelsong en “Take Me Home” is een nummer dat rustig start, maar wordt mede door Jon Wirtz al snel naar een hoger niveau getilt. Op “Don’t Sleep Through the Revolution” kan je best de ogen sluiten en je opnieuw laten meedrijven met de groove, op “Slow Fade” is er Lyle Divinsky die mee de zang verzorgt en het funky “Somebody’s On Your Case” drijft je, zoals “First Thing Smoking”, naar de dansvloer. Hoewel Cass' roots misschien in de blues liggen lijkt ze, door de manier waarop ze soul, jazz, funk en Americana op “City Noice” naar haar hand zet, van alle genres thuis. Bill Whiters kwam ondertussen misschien al bij je op, zijn “Grandma’s Hands” (‘Just As I Am’, 1971) krijgt hier een prima update. Met het meest uitgelaten “We’re All Going Home” sluit de tracklist af.

RB STONE – HAVE SONG - HAVE TRAVELLED

Roland Bennett “RB” STONE Jr. verhuisde als kind met zijn muzikale ouders van Huntingburg (IN) naar Ohio. Zijn vader was een blues/boogie rocker en zijn moeder luisterde naar Tennessee Ernie Ford, Janis Joplin, Johnny Cash en Elvis. Toen hij twaalf was, leerde zijn moeder hem enkele akkoorden op de piano. De jaren er na schreef hij blues en boogie nummers en na zijn middelbare school ging hij twee jaren voor de Spoorwegen werken. Als assistent manager in een loodgietersbedrijf in Ohio had hij na enkele jaren 1 huis, 2 auto’s, 2 moto’s en een eigen bedrijf. Op zijn drieëntwintigste verkocht RB alles en vertrok hij met zijn truck, harmonica en gitaar naar Colorado om cowboy te worden en te musiceren. Als hij voldoende gitaar kon spelen, bracht hij de bagage van reizigers de bergen in en speelde hij in een reservaat voor wat extra zakgeld ’s avonds gitaar bij het kampvuur. Na veel vallen en opstaan en allerlei vaak onvoorzien wendingen, heeft JR ondertussen al 20 albums opgenomen, tourde hij in méér dan 30 landen, schreef hij méér dan 300 nummers en werkte hij zich in de voorbij 40 jaar op in de muziek business. Hij werkte ook samen met The Marshall Tucker Band, Billy Joe Shaver en Tab Benoit, om er enkele te noemen. RB Stone’s zeventiende album ‘Some Call It Freedom (Some Call It The Blues)’ dat ik hier recenseerde was een album met meerdere stijlen blues. Zijn nieuwe (20ste) album kreeg de veelzeggende, alles omvattende naam ‘HAVE SONG - HAVE TRAVELLED’. Het is een akoestisch solo album met 11 songs, een compilatie van songs die hij doorheen de jaren schreef. Ze kregen een grondige update en werden solo, met gitaar en mondharmonica akoetisch opgenomen.

ROGUE JOHNSEN PROJECT - HOME

ROGUE JOHNSEN (keyboards, zang, lap steel, percussie) nam zijn vierde studio album ‘HOME’ op met gitaristen Mark Saurs & Mike Dutton, drummers Lance Foster, Joe Wells & Jeff Newmarck, een onbekende bassist en violist Daniel Willson. De bedwelmende titelsong, waarmee het album traag opent, “Here in This World” en “New Highway Song” zijn trage sfeervolle nummers, die op RJ’s lijf geschreven lijken te zijn. Het slepende ritme, de intrigerende piano en kwijnende gitaar proberen je telkens te hypnotiseren. Met “My Blue Soul” wijkt Johnsen van de ingeslagen weg af door een Latino ritme met funk te mengen. De nummers op Johnsen’s nieuwe album zijn vaak autobiografisch. Zo vertelt hij in de bonkende bluesy rocker “Nothing to Do with the Blues” dat zijn koppigheid hem verplichte om muzikant te worden. Op de relaxte country rocker “Wake Up Late” slaat het tempo weer om en geeft hij zich bloot als hij zingt: “I’ll take it easy, I’ll wake up late by the river...”. Op “Trouble Blues”, “Walkin’ Home” en de afsluiter, “Midnight Prayer” kiest hij voor de blues en… nothing but the blues. Het zijn de rustige nummers die RJ aan zijn mentor Charles Brown linken, terwijl traditie en het eigentijdse zich langzaam mêleren.

GUITARBO’ – OLD BOXER

GUITARBO’ is de alias van de Italiaanse muzikant, ALBERTO TOFFOLI. Hij is geboren aan de Piave, in de provincie Venetië. Al jong geraakt Alberto geïnteresseerd in blues muziek. Gitarist / sessie muzikant wijlen Roberto Ortolan (1959-2020) leerde hem Stevie Ray Vaughan en BB King kennen. In Florence studeerde Toffoli enkele jaren muziek. Toffoli zoekt zijn inspiratie bij Muddy Waters, Stevie Wonder, Ray Charles, Etta James, Otis Redding, Wilson Pickett en Jimi Hendrix, maar ook bij jazz gitaristen als Kenny Burrell, Wes Montgomery en Grant Green. Al méér dan 20 jaar treedt Alberto zowel solo, als trio en met band op. Alberto's Blues is de schreeuw van de rivier en om deze schreeuw, deze passie, deze relatie tussen mens en omgeving volledig te begrijpen en om deze in muziek te kunnen transformeren, heeft Alberto de wereld rondgereisd, elke stad heeft hem iets geleerd. In 2000 was GuitarBo’ in Austin (TX) en ontmoette hij er Jimmy Vaughan en Alan Hayens en in 2001 bracht hij, met een power trio en in eigen beheer, zijn debuut album ‘Live in Darshan’ uit. Enkele jaren later verscheen zijn studio debuut, ‘Movin’ Up’. GuitarBo’ werkte even samen met de Amerikaanse singer-songwriter Yowan Nagwetch en nu nog regelmatig met blues gitarist Enrico Crivellaro en harmonicaspeler Marco Pandolfi. Er gaat geen dag voorbij zonder dat GuitarBo’ songs speelt en/of bezig is met songwriting. De zeven nieuwe nummers op zijn nieuwe EP zijn hiervan het bewijs.

THOMAS BLOMGREN – DRÖMMEN OM LIVET

Het is nooit te laat om aan een muzikale carrière te beginnen. Dat moet de Zweedse muzikant Thomas Blomgren wellicht gedacht hebben toen hij besloot om de folk- en countryliedjes die hij in de voorbije veertig jaar had geschreven eindelijk op een plaat uit te brengen. Dat zijn in totaal tien songs die hij in de Zweedse taal zingt op zijn debuutalbum “Drömmen Om Livet”. Wat ons meteen opviel toen we deze plaat in handen kregen waren de namen van enkele muzikanten die er hadden op meegespeeld. Naast de Zweedse backing vocaliste Josefin Peters en de Zweedse instrumentalisten Åke Jonsson op akoestische gitaar en basgitaar, Kettil Medelius op piano, Svante Törngren op elektrische gitaar en Jon Skäre op drums en enkele strijkers viel ons oog toch vooral op de naam van Olivier Durand. Die Franse muzikant kennen we al sinds vele jaren vooral als vaste begeleider bij optredens en op platen van de Amerikaanse singer-songwriter Elliott Murphy. Hij nam voor de plaatopname van “Drömmen Om Livet” van Thomas Blomgren samen met de Zweedse artiest de rol van albumproducer voor zijn rekening en hij speelde mee op deze nummers op akoestische en elektrische gitaar, dobro, mandoline, keyboards en melodica.

ANA EGGE – SHARING IN THE SPIRIT

Ana Egge is een 47-jarige Amerikaans-Canadese zangeres en songschrijfster uit Brooklyn, New York maar in 1976 geboren in Estevan in de Canadese provincie Saskatchewan. Zij gaat er prat op dat ze zich vele jaren geleden geout heeft als lid van de momenteel zeer in de media aanwezige ‘queer’-gemeenschap. “River Under The Road” was haar debuutplaat als soloartieste in 1997. Ze is ook nog altijd heel fier dat ze kan zeggen dat de legendarische Steve Earle zich als producer heeft ontfermd over haar zevende album “Bad Blood” en ook over het feit dat heel wat andere artiesten een door haar geschreven song hebben opgenomen. Haar optredens naast grote namen als Ron Sexsmith, Iris DeMent, Shawn Colvin, John Prine, George Jones, Sinéad O’Connor, Joan Armatrading en Lucinda Williams blijven eveneens voor altijd in haar herinneringen. Begin 2022 mochten we hier een positieve recensie neerschrijven over haar twaalfde soloplaat “Between Us” en nu kregen we haar nieuwste album “Sharing In The Spirit” toegestuurd voor het schrijven van een muzikale evaluatie. In de tien songs op de plaat zingt ze over verslaving, liefde, seks en politiek. Net als bij de plaat “Between Us” nam Lorenzo Wolff (van o.a. Taylor Swift en Teddy Thompson) ook nu weer de rol van producer op zich, naast het werk op basgitaar bij alle nummers. De andere instrumentalisten die aan deze opname hebben meegewerkt zijn Michael Robinson op pedal steel, Alex Hargreaves op viool, Devon Yesberger op orgel en Wurlitzer-piano en Rob Heath op drums..

ROME 56 – PARADISE IS HERE

Arthur (Artie) en Kathleen Lamonica zijn een musicerend echtpaar uit New York City die hun pop- en rockliedjes op de markt brengen onder de toch wat speciale groepsnaam ‘Rome 56’. Misschien zegt de naam van Arthur Lamonica u nog wel iets want hij is de componist van de hitklassieker “Tell Me Your Plans” die in 1978 door zijn toenmalige groep ‘The Shirts’ en hun geweldige zangeres Annie Golden werd gebracht. In de lente van 2022 kon u op deze pagina’s een recensie lezen over hun toenmalige album “Days Of Carefree Living” en nu werd daar een opvolger voor gecrëerd in de vorm van de twaalf nieuwe nummers tellende plaat “Paradise Is Free”. Arthur Lamonica is de songschrijver, zingt en speelt op gitaren en nam ook de rol van albumproducer waar, terwijl zijn vrouwtje Kathleen meezingt en op piano, accordeon en keyboards speelt. De andere instrumentalisten die aan deze plaatopname hebben meegewerkt zijn Loek Nooter op leadgitaar, Kaspar Stern op basgitaar en Nino Channa op drums, terwijl de backing vocals verzorgd werden door Anna Roosje De Blecourt en Tseroeja van den Bos op altviool meespeelde bij het nummer “Fire In The Sky”. Ook Derek Cheever speelt op drie songs mee op elektrische gitaar en basgitaar en Edgar Goss zat daarbij achter het drumstel.

JUDY SINGS THE BLUES – BACKSTAGE PASS LIVE!!

Zangeres en songwriter Judy Mangini, aka JUDY SINGS THE BLUES is de frontdame van een blues band uit Lewes, een plaats in de staat Delaware aan de Oostkust. Hoewel ze haar eigen stijl en geluid heeft, wordt Judy vergeleken met Ann Wilson (Heart), Janis Joplin, Stevie Nicks en meer. Ze debuteerde in 2017 met ‘Born a Sinner’. Twee jaar geleden verscheen ‘Come Over Here’, een studio album met 10 originele songs. De songs werkten -zoals je op de hoes kon lezen- “zalvend”. Want Judy schreef: “dat ze veel pijn en misbruik had geleden in haar 62 jaar, maar ook dat ze geliefd en verzorgd werd…”. Dit laatste bleek uit de tekening op de hoes die werd gemaakt door drie van Judy's kleinkinderen. De bij de opnames betrokken muzikanten waren Lin Doughten op gitaar, Chuck Hearne op bas en Keith “KB” Brooks op drums. Joey Fulkerson speelde leadgitaar op vier nummers, Dan Long toetsen op drie en Brian Cunningham sax op één. Speciale gasten Victor Wainwright (toetsen) en Albert Castiglia (lead gitaar/bvs) kon je horen (elk) op één track. Recent verscheen de opvolger: ‘BACKSTAGE PASS LIVE!!’. ...

NORTHERN SOUL 2024 - V.A.

‘NORTHERN SOUL 2024’, uitgegeven door WIENERWORLD -“UK’s LEADING INDIE MUSIC SPECIALIST”)- is een compilatiealbum met op de tracklist de gebruikelijke 24 songs van diverse soul artiesten. Het is de eerste cd uit de "Northern Soul"-serie sinds 2012, met voor het eerst in 35 jaar drie nieuwe nummers geschreven met Fiachra (Terence Wilbrah) Trench (Dublin, °1941), een Ierse muzikant, dirigent, arrangeur, songwriter en componist. Trench heeft met veel rock, pop en folk muzikanten gewerkt en arrangementen geschreven, waaronder Miquel Brown, Elvis Costello, Van Morrison, Evelyn Thomas, Kate Bush, The Corrs en The Chieftains. Van hem verschenen o.a. de albums ‘Essential Classics’, Vol. 1, 2 & 3 (1989-‘91) en ‘Pastorale’ (1992). Daarnaast schreef hij ook filmmuziek voor o.a. “Moondance” (1995) en “The Boys from County Clare” (2003). Op ‘Northern Soul 2024’ vind je alle essentiële klassieke soulplaten uit de sixties en vroege seventies. ‘Northern Soul 2024’ bevat drie gloednieuwe nummers van Fiachra Trench. Samen verkochten het songwriters/producers duo Trench & Ian Levine in de eighties 12 miljoen platen. Na 35 jaar brengen ze het leven terug in de ziel van elke Northern Soul-fan! Dit album is een schatkist van 24 nummers waaronder nieuwe opnames van The Flirtations (”Moving at the Go-Go”), Jimmy Helms (”My Heart Is Helpless”), Angelo Starr (“Drown In My Own Tears”), Pat Lewis (”Misunderstood”), Sidney Barnes (”Dancing On the Weekend“), Nat Augustin (”Whenever You Need Someone”) en Lorraine Silver (” One Week at a Time”).

PARKER GRAY – MY FEARLESS CAREER

We kennen de Amerikaanse singer-songwriter en multi-instrumentalist Peter Gallway uit Rockland, Maine al sinds meerdere jaren als een superactieve muzikant, vooral als soloartiest op meer dan 25 jazz-, folk-, pop- en Americana-albums en als producer van soloplaten van zijn partner Annie Gallup waarmee hij ook deel uitmaakt van het duo ‘Hat Check Girl’. Maar hij was ook de producer van meer dan 50 albums van andere artiesten, hij was de oprichter van de formatie ‘The Fifth Avenue Band’ en hij vormt eveneens een duo met toetsenist, synthesizerspecialist en producer Harvey Jones in de formatie ‘Parker Gray’. In de lente van 2020 verscheen net voor de uitbraak van de coronapandemie een eerste album van ‘Parker Gray’ op de markt onder de titel “Luminous Darkness” waarop beide muzikanten elf gedichten uit de ‘Big Mercy’-dichtbundel van Peter Gallway op vaak experimentele en mysterieus klinkende muziek hebben gezet. Met het nieuwe album “My Fearless Career” verschijnt er op 19 januari 2024 een opvolger voor “Luminous Darkness”. Harvey Jones en Peter Gallway hebben opnieuw tien tracks opgenomen voor deze plaat met alweer enkele ‘spoken word’-gedichten uit ‘Big Mercy’ en uit ‘Hardtail Strat – A Memoir’, een andere dichtbundel van Peter Gallway.

JIM PATTON & SHERRY BROKUS – BIG RED GIBSON

Het muziekgenre dat al sinds hun debuut als duo onder de naam ‘Edge City’ in 2005 gehanteerd wordt door singer-songwriter Jim Patton en zijn echtgenote Sherry Brokus uit Austin, Texas situeert zich in de folk-, rock- en countryscène. “Going The Distance” uit 2022 was hun laatste release tot nu toe want we hebben net hun nieuwste plaat “Big Red Gibson” op onze redactie ontvangen voor het schrijven van een recensie. Op dit album hebben ze geopteerd om wat meer naar het rockgenre te neigen in de elf nummers die ze in de ‘Jumping Dog Studios’ in Austin hebben opgenomen met hun vriend en producer Ron Flynt. Op het cd-hoesje staat een foto van de betreffende rode ‘Gibson’-gitaar, een elektrische gitaar die voor het eerst al in 1894 werd gemaakt door Orville Gibson in het door hem opgerichte bedrijf ‘Gibson Mandolin-Guitar Mfg. Co. Ltd.’ in Kalamazoo, Michigan. 130 jaar later is de ‘Gibson’-gitaar nog steeds het meest geliefde instrument bij de muzikanten, zo dus ook bij Jim Patton. Hij schreef alle songs op het amper een half uur durende album “Big Red Gibson” waarvan zes liedjes helemaal alleen door Jim Patton werden gecomponeerd en waarvan we “Here’s To My Friends” en “My Heart’s Turned To Stone” de mooiste songs vinden. De drie nummers “Pretty Dark World” dat op een ‘Dire Straits’-nummer lijkt, “Devil’s Highway” en titeltrack “Big Red Gibson” hadden singer-songwriter Jeff Talmadge als co-componist, de muzikant wiens album “Sparrow” we hier midden februari 2024 nog hebben besproken.

CARY HUDSON – OLE BLUE

De roots van de Amerikaanse singer-songwriter Cary Hudson liggen in de staat Mississippi waar hij in Hattiesburg verblijft. In zijn leven heeft hij al de beruchte 12 stielen en 13 ongelukken beleefd, maar in de jaren ’80 bracht zijn keuze voor een carrière als muzikant soelaas. Hij richtte eind jaren ’80 in Oxford samen met zijn echtgenote Laurie en haar broer John Stirratt, de huidige bassist bij de Americana-band ‘Wilco’, hun eigen groep ‘The Hilltops’ op. Vijf jaar later kwam daar een eind aan toen hij en Laurie in 1990 naar Venice, nabij Los Angeles verhuisden en er de formatie ‘Blue Mountain’ oprichtten. Er werden diverse albums opgenomen en de live-optredens gebeurden vaak samen met topbands als ‘Uncle Tupelo’, ‘Son Volt’, ‘Wilco’ en ‘The Jayhawks’ of met countrylegende Willie Nelson. In 2002 besloot Cary Hudson om van Laurie Stirratt te scheiden en aan een solocarrière te beginnen wat hem een zestal soloplaten opleverde. Sindsdien verdeelde hij zijn activiteiten tussen solo-optredens, shows met ‘Blue Mountain’ en optreden als gitarist in de begeleidingsband van diverse artiesten. Wij hebben nu zijn nieuwe zevende soloplaat “Ole Blue” toegestuurd gekregen, een album met tien nieuwe nummers in country-, blues- en rockstijl. Op deze liedjes speelt hij zelf de meeste instrumenten in. Zijn voorliefde voor de bluesmuziek blijkt hier al meteen uit de eerste track op de plaat “Who Been Hoodooin U” waarna hij gezellig voortkabbbelt op het melodieuze deuntje “Delta Darlin’”. Dan gaat hij de jazzy toer op in de door Cary’s dochter Anna gezongen song “Queen Of The Road”, een muzikale kwinkslag naar het nummer “King Of The Road”, het liedje van Roger Miller uit 1964. Anna Hudson zal even later op dit album ook nog de pianoballad “Goodbye” inzingen.

BIRDFEEDER – WOODSTOCK

Kevin Salem is een Amerikaanse singer-songwriter, gitarist en platenproducer van o.a. albums van ‘Giant Sand’ en ‘Chocolate Genius’. Hij woont al meerdere jaren in het plaatsje Woodstock in de staat New York waar hij eind jaren ’80 vanuit Boston, Massachusetts naartoe verhuisde. Als soloartiest bracht hij in totaal drie albums uit waarvan de laatste plaat in 2001. Sindsdien speelt hij mee in allerlei groepen zoals ook nu in de als gelegenheidstrio ontstane indie rockformatie ‘Birdfeeder’ waarvan hij samen met gitarist-bassist Chris Harford en zanger-drummer Mark Mulcahy deel uitmaakt. Zij brachten het album “Woodstock” met acht eigen nummers uit die jammer genoeg maar goed zijn voor amper 26 minuten muzikaal vertier en dus eigenlijk dichter bij een EP dan bij een full-cd aanleunt. Gelukkig zijn die acht tracks van het begin af aan wel de moeite waard met het akoestische nummer “Big Chairs And Candy” dat gevolgd wordt door de tweede single uit deze cd met het op de tweede video op een catchy ritme voortkabbelende melodieuze liedje “She Stood Up At The PTA”. Op de eerste video krijgt u van ons ook de eerste single uit dit album “Woodstock” aangeboden met de song “So Triangular”. Of dit drietal nog samen zal verdergaan als ‘Birdfeeder’ is momenteel nog een open vraag omdat ze allemaal ook nog met eigen muzikale projecten bezig zijn. Zo is Chris Harford vooral actief als frontman en leadgitarist van de groep ‘Band Of Changes’ en heeft Mark Mulcahy al een tijdje wat succes met zijn band ‘Polaris’. De acht tracks op “Woodstock” plaat werden in nauwelijks anderhalve dag in Kevin Salem’s ‘Distortion Tank Studios’ in Woodstock opgenomen.

ADRIAN SUTHERLAND – PRECIOUS DIAMONDS

Het tweede album “Precious Diamonds” van de Canadese singer-songwriter Adrian Sutherland valt meteen op tussen het grote aanbod van nieuwe platen die we bij ‘Rootstime’ aangeboden krijgen voor het schrijven van een recensie. Ik heb in de laatste twee decennia al heel wat recensies geschreven maar nog nooit over een plaat van een zanger die op zijn album twee liedjes brengt in de taal van de plaats waar zijn roots liggen. In dit geval is dat in de ‘Swampy Cree’-taal, een lokaal dialect dat gesproken wordt in Attawapiskat First Nation, gelegen langs de kust van Hudson Bay en James Bay dat behoort tot het Kenora District in het noorden van de Canadese staat Ontario. Adrian Sutherland laat u horen hoe die taal klinkt in het prachtige nummer “Notawe (Father)” dat als eerste single uit het album wordt uitgebracht en dat u op de eerste video kunt beluisteren. ‘Notawe’ betekent ‘mijn vader’ als ouder maar kan ook vertaald worden als ‘mijn schepper’ in de religieuze betekenis. Daarna doet hij dat nog eens opnieuw in de ‘Omushkegowuk Cree’-taal in het al even mooie “Kiyash (Before)”. De overige acht nummers op “Precious Diamonds” zijn dan weer in de ons meer vertrouwde Engelse taal en ook in dat formaat klinken de liedjes van deze muzikant best wel aangenaam en mooi zoals u zelf kunt vaststellen in de twee andere video’s van de song “My Rebel Spirit” en de albumafsluiter “Precious”

JESS KLEIN – WHEN WE RISE

Voor ons is de vanuit Hillsborough, North Carolina opererende zangeres en songschrijfster Jess Klein al lang geen verrassing meer. Haar albums “City Garden” uit 2006, “Bound To Love” uit 2009 en “Behind A Veil” uit 2012, de EP “Shy Girl” uit 2013 en de plaat “Learning Faith” uit 2014 zitten nog regelmatig in de cd-speler ten huize van ondergetekende. Dat zal met zeer grote waarschijnlijkheid ook het geval zijn voor haar allernieuwste plaat “When We Rise” die volgt op het in 2019 uitgebrachte “Back To My Green” en die onlangs als elfde soloalbum van Jess Klein op de internationale platenmarkt is verschenen en dus vanaf nu ook voor alle liefhebbers van het betere muziekwerk beschikbaar is geworden. Met Mark Addison (aka ‘Professor Feathers’) uit Austin, Texas als sinds heel lang met Jess Klein samenwerkende producer levert deze nu 50-jarige singer-songwriter met “When We Rise” alweer een schitterende nieuwe plaat af. Mark Addison speelt als multi-instrumentalist ook mee op zowat elk van de elf liedjes die deze gitaar spelende dame voor haar nieuwste album heeft gecomponeerd. Andere instrumentalisten die aan deze plaatopname hebben bijgedragen zijn Billy Masters op elektrische gitaren en Brannen Temple op drums terwijl Greg Williams op saxofoon mag meespelen bij de songs “Annie’s Place” en het wonderlijk mooie “Safe Harbour”. Voor de subtiele backing vocals bij de meeste liedjes tekenden Alice Spencer en Kelly Mickwee.

zondag 23 juni
GC Den Breughel - Haacht

GRATIS FESTIVAL

GRATIS FESTIVAL
INTERVIEW - KAZ HAWKINS & STEF PAGLIA

Als je naar haar stem luistert, voel je je vervoerd naar de oevers van de Mississippi, naar de straten van Clarksdale of Memphis, in het gezelschap van de grote zangeressen van blues, soul, folk, funk, rhythm 'n blues.... allemaal geworteld in de vurigheid van gospeltraditie. Kaz Hawkins werd echter in 1973 in Noord-Ierland geboren als Karen McIntyre, groeide op in het Noord-Ierse Belfast en kreeg als pseudoniem de voornaam Kaz. Ze zong graag in de kerk en werd thuis beïnvloed door haar zingende grootmoeder. In haar jeugd deed ze auditie voor de tv-show “Opportunity Knocks”, waar ze de raad kreeg om naar Etta James te luisteren. Ze werd als kind misbruikt door een familielid. Dat geheim droeg ze mee tot na een poging tot zelfmoord decennia later. Haar snijwonden a.g.v. automutilatie (zelfverminking) liet ze bedekken met tatoeages. Kaz verhuisde naar Spanje en begon te zingen in clubs, maar raakte verslaafd aan cocaïne. Daarnaast leed ze aan huiselijk geweld, dat eindigde nadat de politie was gebeld toen ze naar huis terugkeerde. Ze pakte in 2011 een akoestische gitaar op en gebruikt deze nu in haar shows om het bewustzijn van de geestelijke gezondheid te bevorderen. Daar waar zij overal in Frankrijk – Zwitserland en Duitsland de harten weet te veroveren en het publiek weet te beroeren met haar emotievolle songs en verhalen is zij in België nog niet doorgebroken tot het grote publiek. In Frankrijk speelt zij de hele grote zalen makkelijk vol en haar laatste album "Until We Meet Again" (recensie) prijkt daar in de top3 van alle charts. Hawkins verstaat de kunst om zowel Etta James als Nina Simone én Janis Joplin in herinnering te brengen, met live-shows waarin ze zich steeds 200% geeft. Van Morrison is al jaren haar grootste fan – dat zegt genoeg. Flinke bonus voor de gitaarliefhebbers was dat Kaz onze snarenwonder Stef Paglia, het grote gitaartalent van België, mee naar Duvelblues bracht en hopelijk zal deze passage voor België ook de ogen en zielen openen voor dit mega muzikale talent. We spraken met Kaz als met Stef even na hun fantastische optreden in Puurs.

INTERVIEW - RALPH DE JONGH

Blueszanger, gitarist en componist Ralph de Jongh is geboren in het Brabantse Roosendaal. De muzikaliteit en creativiteit zit er al van jongs af aan in. Vanaf de jaren '90 speelt hij gitaar, zingt en schrijft hij eigen nummers. Zijn eerste band, The Blue Band, vormde hij samen met Harmen Fraanje in 1992. Daarna volgde The Three Nobody's en de The Furious Freaking Dales. In 2001 staat De Jongh in het voorprogramma van Peter Green. Een aantal jaren later, in 2004, wordt hij 'ontdekt' door Harry Muskee van Cuby and the Blizzards. Muskee was zo onder de indruk dat hij hem uitnodigde om als vaste support mee te gaan op tournee in 2006 en 2008. In 2007 stond de blonde bluesontdekking in het voorprogramma van Normaal. Samen met gitarist Christof Bauwens, bassist Jasper Mortier, drummer Marcel Wolthof, saxofonist en percussionist Arend Bouwmeester en toetsenist Bas Mulder werd in 2010 Ralph de Jongh & Crazy Hearts geboren. In datzelfde jaar wint De Jongh de Dutch Blues Awards voor Best Vocal. Wat resulteerde in het vertegenwoordigen van Nederland op de International Blues Challenge in Memphis. In de afgelopen jaren alleen al heeft hij ontelbare albums opgenomen, zowel solo als met band. Iedere plaat brengt hij in eigen beheer uit. Het eerste album "Live at Crossroads" verscheen in 2004. Gevolgd door onder andere "Sunday Afternoon" (2005), "Emotion" (2007), "More Than Words" (2011), "Sun Coming Up" (2014) en "Slow Turtle Sundance" (2017). In 2018 neemt hij live het album "Quantum op zonder publiek". Alles wordt ter plekke geimproviseerd en de cd heeft nauwelijks overdubs. In de jaren erop verschijnen er nog meer albums op zijn naam. Waaronder het vierdelige album "Roadtrippin" dat live en in slechts een take is opgenomen en ter plekke is gemixt en gemasterd. Dit typeert zijn unieke speelstijl. De sound van Ralph is niet verbonden aan een bepaalde blues periode, want hij kiest niet snel voor de makkelijke route, maar laat zich liever inspireren door muziek van onder andere Robert Johnson, Son House, Elmore James and Muddy Waters. Geen enkele show is hetzelfde. Er zit voor elke blues liefhebber wel wat bij. Originele en authentieke muziek rechtstreeks vanuit het hart. Dat voel je, dat beleef je en dat vergeet je nooit meer. En zo was ook zijn optreden hier in de Livingroom van Rootstime. Een paar uurtjes voor dit geweldige optreden hadden we met Ralph een hartelijk gespre.

INTERVIEW - SCOTT H. BIRAM

Scott H. Biram, aka 'The Dirty Old One Man Band', is een Amerikaanse rootsmuzikant, platenproducent en dominee. Hij staat vooral bekend als dé vertegenwoordiger van het muziekgenre onemanband. Biram begon zijn carrière in de jaren 90 met de punkband 'The Thangs' en twee bluegrassbands genaamd 'Scott Biram & the Salt Peter Boys'en 'Bluegrass Drive-By'. Later besloot hij om zijn eigen weg op te gaan en richtte een onemanband op. Scott H. Biram biedt een unieke mix van authentieke country, old-school akoestische blues en punk, met invloeden variërend van Minor Threat en Slayer tot aan Bill Monroe en Mississippi Fred McDowell. Biram is een eenmansband, die al zijn liedjes speelt op een Gibson hollow-body gitaar uit 1959 en een versterkte 'stompboard'. Hij stampt met zijn voet, blaast in z’n harmonica, martelt zijn snaren en schreeuwt zijn teksten tot iedereen in het publiek een bekeerlinge is van het Scott-geloof. Een truc die hij na jaren tourervaring geperfectioneerd heeft, met niet meer dan zichzelf, een gitaar en een overtuiging. Om het nog kort over die overtuiging te hebben: in 2003 kwam Biram bijna om het leven toen zijn vrachtwagen betrokken was bij een frontale botsing op een snelweg in Texas. Terwijl hij aan zijn bed gekluisterd was, nam Biram een ​​EP op, ‘Rehabilitation Blues’. Minder dan twee maanden na het ongeluk speelde hij een legendarische show in Austin’s Continental Club, waar hij op het podium optrad in een rolstoel, de infusen nog bengelend aan zijn armen. Binnen de tradities van de Amerikaanse rootsmuziek heeft Biram inmiddels zijn eigen wereld uitgegraven. We hoorden Biram’s kenmerkende brullende gitaar, zware stomp en galgenhumor voor het eerst op de gepast getitelde "The Dirty Old One Man Band" uit 2005, terwijl op latere albums zoals "Nothing But Blood" uit 2014 en "The Bad Testament" uit 2017 de invloed van gospelmuziek steeds verder naar voren kwam. Zijn live shows zijn wondermooi, dus we keken alvast uit naar zijn komst naar Blues Peer waarbij hij zijn dertiende album "The One & Only" kwam voorstellen en we even voor zijn optreden een hartig gesprek met hem hadden.

INTERVIEW - AMY HELM

Amy Helm is de dochter van Levon Helm, de legendarische zanger/drummer van The Band en Libby Titus, Helms jeugdliefde en vrouw, en kreeg aldus de Amerikaanse rootsmuziek met de paplepel ingegoten. Naast een beroemde vader heeft ze ook nog een beroemde stiefvader, want toen het huwelijk van haar ouders op de klippen was gelopen dook niemand minder dan Dr. John op in het liefdesleven van de moeder van de op dat moment nog piepjonge Amy Helm, later zou haar moeder overigens ook nog met Steely Dan’s Donald Fagen trouwen, maar toen stond Amy al op eigen benen. Het was daarom niet zo verrassend dat ze zelf na de middelbare school ook koos voor de muziek. Na wat flirts met pop en R&B ging Amy Helm zich verdiepen in de muziek van de band van haar vader en schoof ze steeds meer op richting de Amerikaanse rootsmuziek. Amy flankeert haar vader in de studio op zijn laatste albums "Dirt Farmer" en "Electric Dirt" en op de uit 2011 daterende concertregistratie "Ramble At The Ryan". De opnamesessies voor haar eerste werkstuk worden opgestart met The Midnight Ramble Band, na de dood van haar vader werkt ze met haar eigen band The Handsome Strangers "Didn’t It Rain" (2015) verder af, en voor de opvolger "This Too Shall Light " (2018) reist Amy af naar Los Angeles en resideert samen met Joe Henry en de vertrouwde ritmesectie met Jay Bellerose en Jennifer Condos enkele dagen in de legendarische United Recording Studios in Hollywood. De meeste indruk maakte Amy Helm echter met "What the Flood Leaves Behind" (2021), haar laatste release waarop ze zich met haar krachtige en soulvolle stem, die zich buitengewoon soepel, maar ook met veel gevoel door het zo brede muzikale landschap bewoog. De organisatie van Moulin Blues was enorm verheugd dat ze op de Ospelse planken kwam optreden op zaterdag en wij nog meer verheugd haar die ochtend in het hotel voor de camera te halen voor een zeer aangenaam gesprek.

INTERVIEW - D.K. HARRELL

Zanger en gitarist D.K Harrell is misschien wel de snelst rijzende ster binnen de bluesscene. Op 24 april was hij 26, maar als je hoort hoe hij op zijn debuutalbum "The Right Man" de Chicago-blues van nieuw vuur voorziet, zou je denken dat hij al jarenlang meedraait. Zijn gitaarspel roept herinneringen op aan helden als Freddie King, Albert Collins en vooral B.B. King, soulvolle blazers en een stuwende, groovy orgelsound spatten uit je speakers, daarbovenuit stijgt de warme, rijke stem van Harrell. Hier staat niets minder dan een man die geboren is om de blues te spelen. Een verbazingwekkende prestatie als je bedenkt dat hij pas in 2019 zijn eerste betaalde show gaf. Als kind raakt Harrell gefascineerd door de muziek van B.B. King. Hij bekijkt elke video die hij kan vinden van concerten van King en verdiept zich in dienst spel en zang. Als hij enkele jaren later een aantal video’s van zijn spel op Facebook post, volgen de likes en aanmoedigingen van voormalig King-drummer Tony Coleman en voormalig King-organist Ron Levy. Maar hoewel Harrell zeker schatplichtig is aan B.B. King heeft hij ook duidelijk zijn eigen ideeën over de blues. Pas in 2019 verzorgt Harrell zijn eerste betaalde optreden op een symposium in het B.B. King Museum in Indianola (Mississippi), waar hij een van de ‘Lucille-gitaren’ van The King mag bespelen. Twee jaar later keert hij terug naar Indianola en volgen shows met onder anderen Susan Tedeschi, Derek Trucks, Bobby Rush en Gary Clark Jr. Harrell stoomde sindsdien keihard door, in 2022 werd hij derde bij de International Blues Challenge in Memphis en wordt nu gezien als een van de meest belovende jonge bluesartiesten. Sindsdien lijkt the sky the limit. Want als het om de toekomst van de blues gaat, is D.K. Harrell The Right Man. En dat D.K. HARRELL er veel zin in had om in Ospel op te treden vertelde hij tijdens een interview dat we voor zijn optreden met hem deden in zijn hotel.

INTERVIEW - DANIELLE NICOLE

De uit Kansas City afkomstige Danielle Nicole werd bekend als zangeres en bassist van de familie blues-rockband Trampled Under Foot, maar ook solo gaat het geweldig. In 2015 brak ze door met haar debuutalbum "Wolf Den" en in 2018 volgde "Cry No More". Het opvallende en inventieve baswerk van Nicole is het resultaat van jarenlang intensief oefenen. Het leverde haar in 2014 als eerste vrouw de Blues Music Award op. Voordat ze begon in Trampled Under Foot had ze nog geen ervaring met het spelen van bas, maar nu kan ze zich geen leven zonder meer voorstellen. In 2012 stond Danielle met haar familieband Trampled Under Foot voor de eerste keer in Ospel op de planken. Ze maakte toen al danig indruk. Dit werd opgevolgd met een werkelijk spetterend solo-optreden in 2016 dat gerust als 'legendarisch Moulin Blues optreden' mag worden betiteld. Nu, acht jaar later, komt Danielle Nicole terug vanuit Kansas City. In de tussentijd is zij, met haar band, alleen maar beter geworden. Ze won inmiddels maar liefst zeven Blues Music Awards! "Love You Bleed" is haar derde studioalbum dat ze in Ospel samen met haar eigen band kwam voorstellen. Het album is een ode aan de klassieke blues, maar met een moderne twist. Nicole is een virtuoze gitariste en haar spel op "Love You Bleed" is indrukwekkend. De nummers op dit album zijn allemaal door Nicole zelf geschreven. De teksten gaan over liefde, verlies, pijn en doorzettingsvermogen. Het zijn persoonlijke verhalen die Nicole op een eerlijke en open manier vertelt. Het is blues, het is soul en het is rock… Ze is werkelijk van vele markten thuis... en dit hebben we allemaal kunnen ervaren tijdens haar optreden. Ze speelt met een passie en energie die aanstekelijk is. Ook haar zang is uitstekend. Ze heeft een rauwe en emotievolle stem die perfect past bij de bluesmuziek. Omwille van vele vertragingen met de vliegtuigen komende uit de US was het op zaterdag maar nipt dat ze kon toekomen via Amsterdam naar de festivalweide. Na even uitgeladen, was ze dadelijk bereid om aan het interview te beginnen, want amper een half uur later moest ze zich naar het podium begeven.

INTERVIEW - CHRIS O’LEARY

De Chris O’Leary is geboren in NY, in Schenectady en is een getalenteerde singer-songwriter, gitarist en harmonicaspeler. O’Leary diende 7 jaar als infanterist het US Marine Corps. Hij was ook 6 jaar lead zanger / frontman en harmonicaspeler van Levon Helm’s country band, The Barn Burners en verbleef in New Orléans in het French Quarter, wat zijn zang, stijl en songwriting zeker beïnvloed heeft. Momenteel bestaat de reguliere O’Leary Band uit: gitarist Mike Lynch, bassisten Shiela Klinefelter & Pete Kanaras, drummer Chuck Cotton, tenor saxofonist Andy Stahl en toetsenist Brooks Milgate (piano, orgel). In oktober tekende O’Leary bij het onafhankelijk blues label in Chicago, Alligators Records dat werd opgericht in 1971 door Bruce Iglauer. Zijn labeldebuut, "The Hard Line" verscheen dan ook even later in januari 2024. Chris O’Leary’s opnamedebuut (met mondharmonica) was in 2003 op "About Them Shoes" van blues legende Hubert Sumlin. Het album werd geproducet door Keith Richards. Helm, Cotton, Eric Clapton en ook O'Leary's goede vriend, blues gitarist Bob Margolin stonden toen met hem in de studio. In 2010 debuteerde de O’Leary Band, met de hulp van Margolin, met ‘Mr. Used to Be’. Het album won in 2011 tijdens de uitreiking van de Chicago Blues Blast Music Awards, de 'Best New Artist Debut CD' Blues Blast Award én, het werd genomineerd als beste debuut tijdens de American Blues Music Awards 2011. Zijn derde studio album, "Gonna Die Tryin" (2015) was het éérste dat O’Leary onder eigen naam uitbracht. Na vier jaar was er een opvolger, "7 Minutes Late" (2019) en vijf jaar later verscheen bij Alligator Records, "The Hard Line". We keken alvast uit naar zijn komst naar Ospel waarbij hij zijn nieuwste album kwam voorstellen en we even voor zijn optreden een hartig gesprek met hem hadden. .

INTERVIEW - MCKINLEY JAMES

Vernoemd naar McKinley Morganfield, beter bekend als Muddy Waters, is het niet vreemd dat McKinley James muzikant geworden is. Helemaal niet als je ook nog eens zoon bent van Jason Smay, de drummer van JD McPherson. Je kunt dus wel zeggen dat de rootsmuziek McKinley met de paplepel ingegoten is. Dat verklaart misschien waarom hij, ondanks zijn jonge leeftijd, al als een ware ​bluesveteraan klinkt. Zijn stijl kan het best omschreven wor­den als een mix van Stax en Motown soul met de blues van Magic Sam en Otis Rush. Samen met z’n vader achter drums Speelde hij op vrijdag op het Moulin Bluesfest. in Ospel. McKinley James groeide op in Rochester, New York, en verhuisde later met zijn familie naar Nashville. Op zijn zevende begon McKinley met spelen op de Hammond. Een paar jaar later maakte hij de overstap naar gitaar. Al snel volgde optredens in verschillende blues- en jazzclubs rondom Rochester. Inmiddels is hij pas 22 jaar oud, maar stond hij wereldwijd al op verschillende podia en festivals. Zo is hij o.a. op tour geweest met The Mavericks, JD McPherson, Nick Waterhouse en Old 97's. In 2021 bracht McKinley zijn meest recente EP 'Still Standing By' uit. Op de EP, welke werd geproduceerd door Dan Auerbach van The Black Keys, hoor je een mix van Motown soul en op blues gebaseerd gitaarspel. In 2022 kwam zijn livealbum 'LIVE!' uit, waarop McKinley laat horen wat hij allemaal in huis heeft! En dit is niet alles want McKinley James kondigt met veel plezier zijn debuutalbum "Working Class Blues" aan dat op 7 juni a.s. zal verschijnen. En voor McKinley James is het nog maar het begin. Reden genoeg voor Rootstime om McKinley James samen met zijn vader even voor een leuke babbel voor de camera te halen.

INTERVIEW - THE CINELLI BROTHERS

De Cinelli Brothers hebben een passie voor de muziek van de jaren 1960, een amalgaam van blues, rock en soul, en voegen daar een eigentijdse stijl aan toe, waardoor ze een opkomende kracht zijn in de muziekscene. Hun aantrekkingskracht overstijgt alle grenzen en trekt een aanzienlijk jonger publiek naar hun shows, terwijl ze ook de oren van oudere fans weten te strelen. De band is gevormd rondom de in Italië geboren, maar nu beide in Londen wonende, broers Marco (zanger /​ gitaar /​ toetsen) en Alessandro (drums). Ze worden bijgestaan door de in Londen geboren Tom ​“J.J.” Julian-Jones (bluesharp /​ zang /​ gitaar) en Stephen Giry (zang /​ bas) uit Frankrijk. Ze hebben inmiddels vier albums uitgebracht, "Babe Please Set Your Alarm" (2018), "Villa Juke Joint" (2021) en "No Country For Bluesmen" (2022), met gasten op elk nummer, waaronder Dana Gillespie, Ian Siegal, Big Joe Louis en vele opkomende sterren uit de Britse bluesscène. En dit jaar verscheen het album "Almost Exactly", dat ze met trots kwamen voorstellen tijdens het Moulin Bluesfest. in Ospel. Daarnaast zijn er tal van prijzen in de wacht gesleept zoals winnaar van the UK Blues Challenge 2022 en een tweede plaats bij the International Blues Challenge in Memphis. Dit jonge viertal deelt een gezamenlijke liefde voor pure blues, soul en R&B. Hun muziek kan dan ook het best worden omschreven als een mix van deze stijlen, gecombineerd met een unieke hedendaagse twist. Zelf zeggen ze voorvechter te zijn van het echt authentieke geluid dat blues tot de hoeksteen van de muziekgeschiedenis gemaakt heeft. Buiten dat het uitstekende muzikanten zijn, zijn het ook nog eens echte entertainers. In Ospel vestigden ze dan ook hun naam als één van de koplopers van de Britse bluesscène te zijn. Vooraf aan deze energieke show hadden we een aangenaam gesprek met Marco en Alessandro.

INTERVIEW - LLOYD SPIEGEL

Bed 'n Blues maakte pas kennis met het fenomeen Lloyd Spiegel, een Australische songwriter, zanger en gitarist van wereldfaam. Zijn optreden liet werkelijk een tovenaar zien op de gitaar, met krachtig gezongen lyrics die op humorvolle wijze aan elkaar werden gepraat. In twee uren speelde hij moeiteloos Bed 'n Blues plat. Deze veertiger heeft al een hele carrière achter zich: hij begon met optreden op 10-jarige leeftijd, produceerde tien albums en werkte mee aan vele andere opnames, zowel als artiest als producer. En dat in zijn thuisland en elders in de wereld. Lloyd Spiegel raakte geïnteresseerd in de blues toen hij zes jaar oud was en vond een album van Sonny Terry Brownie McGhee in de platencollectie van zijn vader. Zijn vader nam hem mee naar shows van Dutch Tilders en Geoff Achison, en speelde in ongeveer twee jaar in bluesclubbands. Hij werd op 16-jarige leeftijd door Brownie McGhee naar de VS uitgenodigd. Spiegel won zijn eerste talentenjacht op 10-jarige leeftijd en speelde regelmatig in Melbourne, Australië. Op 13-jarige leeftijd richtte hij zijn eigen band op, Midnight Special, waarvan hij de frontman was van 1993 tot 1998. En sinds toen tourt hij de wereld rond, enkel gewapend met een akoestische gitaar, een indrukwekkende fingerstyletechniek en een warme stem. Opgegroeid in de muziekbusiness, heeft Lloyd natuurlijk een passie voor het begeleiden van de volgende generatie. Hij heeft talloze jonge artiesten onder zijn hoede genomen die sindsdien op eigen kracht meermaals bekroonde artiesten zijn geworden. Lloyd Spiegel is ondertussen uitgegroeid tot de drijvende kracht van akoestische blues scène in Australië. We keken alvast uit naar zijn komst naar onze 'Living Room' waarbij hij zijn nieuwste album "Bakehouse Dozen'" kwam voorstellen en we even voor zijn optreden een hartig gesprek met hem hadden.