|
||||||||
|
De definities voor het woord ‘fantoom’ zijn veelvoudig en gevarieerd. De meest gekende verklaring is dat een fantoom een hersenschim of een geest is, een niet echt bestaande creatie of persoon die liefst van al altijd onbekend wenst te blijven. Dee Jay Mark Armstrong van het Duitse retroplatenlabel ‘Atomicat Records’ inspireerde zich hierop om met een reeks compilatieplaten te beginnen met als centrale thema ‘Phantom Rockers’ waarop hij vaak gemaskerde vertolkers van rock-, rockabilly- en rock’n’roll-liedjes verzamelde die onder een ‘alias’, pseudoniem of soms ook onder hun echte naam geheimzinnige nummers hebben opgenomen en uitgebracht in de jaren ’50 en ’60 van vorige eeuw. Vorig jaar kregen we al drie verzamelplaten rond dit thema en ook in 2026 wordt dit leuke initiatief gewoon verdergezet, deze keer met album nummer 4 “Who Baby” waarover u elders op deze pagina’s kunt lezen en een plaat die nu al een opvolger kreeg met een vijfde verzamelaar getiteld “Pocketful Of Hearts”. De muziek bij de dertig nummers op deze plaat werd vaak ingespeeld door studiomuzikanten die simpelweg betaald werden om hun bijdrage aan de opnamesessie af te leveren. Dat wij geen enkele van deze performers kennen hoeft omwille van al die geheimzinnigheid dus niet echt te verbazen. Sommige van de liedjes die op deze ‘Phantom Rockers’-plaat staan zullen bij echte muziekkenners wellicht wel een klein lichtje doen branden, maar er is met de albumtiteltrack “Pocketful Of Hearts” ook een nooit eerder verschenen versie te horen door Fred Dexter, een alias voor platenbaas Sylvester Long Cross, de eigenaar van ‘Crest Records’. Hij maakte in 1957 enkel een demo van dit nummer dat pas in januari 1958 officieel werd uitgebracht door rocklegende Eddie Cochran. Op de audiovideo’s bij dit verhaal kunt u luisteren naar twee andere nummers uit deze plaat: “While Walking” van ‘Tony & The Raindrops’ uit 1962 en “Dangerous Redhead” van ‘Jerry Raines’ uit 1960 die daarmee een ode bracht aan de beroemde roodharige Amerikaanse tv-ster Lucille Ball. Het bijzonder leuke aan dit soort verzamelplaten is dat we nog veel bijleren over de nummers en de vertolkers door de info die Dee Jay Mark Armstrong, de samensteller van deze albums ons aanreikt in de teksten op de binnenzijde van het cd-hoesje. Zo leren we dat de ‘Phantom Rocker’ voor de song “Mumbles” van ‘Johnny Bachelor’ eigenlijk niemand minder dan alweer Eddie Cochran was die op ritmegitaar meespeelt op het nummer. Een andere mysterieuze gast was countrylegende George Jones die de song “Heartbreak Hotel” in 1956 zong onder het pseudoniem ‘Hank Smith & The Nashville Playboys’ en in datzelfde jaar het liedje “Rock It” uitbracht, nu vermomd als ‘Thumper Jones’. (valsam)
|
|||||||