THE DESLONDES - DON’T LET IT DIE: VOL. 1

Artiest info
Website
facebook
label: New West / V 2 BeNeLux

The Deslondes, hun verhaal begint op de middelbare school waar Sam Doores en Cameron Snyder elkaar kenden en besloten te stoppen met studeren om muzikant te worden. Ze trekken rond met 'The Broken Wing Routine' band en belanden in Okemah, OK, op het 'Woody Guthrie Folk Festival'. Tijdens dit festival ontmoeten ze gelijkgezinden als zanger / gitarist Riley Downing en bassist Dan Cutler. Als de 'Broken Wing Routine' split, trekken Doores en Cutler naar New Orléans en richten er in 2010 'The Tumbleweeds' op. In die periode speelt Snyder ook nog met 'The Longtime Goners' en ontmoet hij John James Tourville, die viool en pedal steel speelt. In 2012 brachten ze hun debuutplaat "Holy Cross Blues" uit. Ze mochten de baan op met Alabama Shakes en Michael Kiwanuka. Niet veel later ontdekten ze dat de naam The Tumbleweeds al ingenomen was. Dus doopten ze zich om tot The Deslondes, vernoemd naar de Deslonde Street waar ze voor het eerst samen songs schreven, repeteerden en opnamen.

Deze vijfkoppige groep gasten uit New Orleans zijn dus een vervolg van The Tumbleweeds, en van wie hun titelloos debuut in 2015 verscheen bij New West Records, met als producer Andrija Tokic. Op deze plaat hoorden we vooral heel swingende New Orleans-muziek met een flinke scheut country, maar ook hints naar de rock ’n’ roll van de oude Sun-platen, de soul van Stax en de gospel van The Staple Singers. Na het sterke "Hurry Home" uit 2017 nam het vijftal een pauze, al bleven ze als individuen productief: Sam Doores bracht een titelloos solodebuut uit, terwijl Downing een eigen debuut uitbracht, "Start it Over".  Maar veel later veranderde er iets, en percussionist Cameron Snyder deed een voorstel om bij elkaar te komen en muziek te maken. Pas  in 2022 mochten hun fans zich verheugen in een rijke collectie ijzersterke nieuwe liedjes, op "Ways & Means" (2022). Echter hield Snyder het na deze plaat voor bekeken en bestaat de band nu uit Sam Doores, Riley Downing, Dan Cutler, John James Tourville en de nieuwe drummer Howe Pearson (voorheen tourend lid voor Hurray for the Riff Raff). En deze bezetting blijft het goed doen, want na "Roll It Out" (2024) en hun digitale "Holy Cross Blues" (2026) dat begin dit jaar verscheen, is dit vijftal weer te vinden op hun nieuwe "Don’t Let It Die: Vol. 1" album.

Weinig bands in de hedendaagse Americana-scène begrijpen de waarde van gemeenschap zo goed als The Deslondes. De band uit New Orleans heeft altijd een balans gevonden tussen eerbied voor traditie en een onbedwingbare drang om het gesprek gaande te houden, en op hun album "Don’t Let It Die: Vol. 1", dat op 15 mei verschijnt via New West Records, omarmen ze beide instincten volledig. De twaalf nummers tellende collectie werd opgenomen op analoge tape in hun eigen studio in New Orleans, wat de plaat de warme, doorleefde sfeer geeft die kenmerkend is geworden voor hun geluid. Het album, geproduceerd door bandlid John James Tourville samen met Ajaï Combelic van Sabine McCalla, volgt op het alom geprezen album "Roll It Out" uit 2024 en laat de groep nummers herinterpreteren die hen mede hebben gevormd, terwijl er ook ruimte is voor de stemmen die hen nu nog steeds inspireren. In plaats van een rechttoe rechtaan eerbetoonalbum samen te stellen, benaderden The Deslondes met de songs op dit album iets persoonlijkers. De set wisselt moeiteloos af tussen nummers van helden als Swamp Dogg, Shelby Lynne, Johnny Cash en Clifton Chenier, en nieuwer materiaal van vrienden, samenwerkers en mede-tourartiesten zoals Nick Woods en Pat Reedy.

Misschien onbedoeld, maar de plaat voelt griezelig actueel aan. De eerste helft van het album draait om thema's als ineenstorting en overleven, zoals Swamp Dogg's meditatie over een nucleaire ramp,  in het openende "The World Beyond", tot Cash's spookstadverhaal "The Ballad of Boot Hill" en Drunken Prayer's song dat droefheid en weemoed uitdrukt over een klein stadje, "Cordelia". Hierna volgt het meest opvallende nummer "Try Again" (zie video), een prachtig nummer dat de band voor het eerst hoorde van The Kernal en dat, met zijn kenmerkende, prachtige Southern soul, net zo goed door The Band geschreven en uitgevoerd had kunnen worden. The Deslondes tillen dit gevoel naar een hoger niveau met piano en hun kenmerkende harmonieën die een enorme emotionele impact hebben. Hun versie voelt bijna spiritueel aan, met zang die de smeekbede om een ​​tweede kans perfect weergeeft en een scherpe gitaar die er dwars doorheen snijdt. Wanneer ze het tempo opvoeren en uitbarsten in stralende, koorachtige zang, klinkt het bijna alsof je luistert naar de spiritueel verlichte rock uit de jaren '70. Het titelnummer "Don’t Let It Die" is voor het einde gehouden en is zowel een pleidooi als een missieverklaring, een herbevestiging van de waarden van de band en de mensen om hen heen. Die eenheid is wat "Don't Let It Die Vol. 1" zijn ziel geeft. De plaat bruist van de losheid en chemie van een band die op instinct is gebouwd, vol begroetingen en afscheid, vertrek en terugkeer. Het klinkt alsof de muzikanten op zoek zijn naar nummers die ertoe doen, niet alleen omdat ze de tand des tijds hebben doorstaan, maar omdat ze nog steeds een dringende boodschap hebben , een band die de geschiedenis van de Amerikaanse muziek begrijpt en tegelijkertijd een eigen, eigentijdse benadering hanteert. Klein meesterwerk!

Releasedatum: 15 mei ’26