|
||||||||
|
De Canadese zangeres en songschrijfster Suzanne Jarvie uit Toronto, Ontario hebben we voor het eerst zien opduiken in 2014 toen haar debuutplaat “Spiral Road” op de markt is verschenen. In 2016 volgde de EP “One Take Only” met zes eigen composities en begin 2019 kregen we van de uit Britse ouders geboren folkartieste een vervolg aangeboden met haar tweede volwaardige album “In The Clear” dat we toen op deze pagina’s de hemel hebben ingeprezen. Waarom het daarna zo lang stil is gebleven rond deze dame is niet helemaal duidelijk. We weten wel dat ze aan de universiteit afstudeerde als advocate, trouwde en vier kinderen kreeg, dus daardoor zal er wellicht niet veel tijd overgebleven zijn voor het maken van muziek. We kunnen nu echter wel vertellen dat er een einde aan die stilte is gekomen dankzij de release van haar nieuwste plaat “Mother’s Day” die midden mei 2026 is uitgekomen. Daarop brengt ze negen folksongs waarvan ze er zelf acht heeft gecomponeerd, aangevuld met het liefdesliedje “Lifeline” dat uit de koker van de Amerikaanse singer-songwriter David Corley is gekomen en voor het eerst in 2014 te horen was op zijn plaat “Available Light”. De eigen nummers op het album “Mother’s Day” worden qua songteksten gekenmerkt door droefheid en verlies, te beginnen met de sobere pianoballad “Honeycomb” waarop albumproducer Hugh Christopher Brown op piano speelt. Anndere instrumentalisten op het album zijn co-producer Jason Mercer op banjo en basgitaar, Liam Cole op drums, Tim Bovaconti, James Taylor, Tony Scherr en Joey Wright op gitaren, Burke Carroll op dobro, Nathan Smith op fiddle, Rocky Roberts op lap steel en Benji Perosin op trompet. De eerste single uit dit album is de song “Caterpillar” die u op de video bij deze recensie kunt beluisteren. Let daarbij ook even op de wijze waarop zij het stokoude deuntje ‘Broeder Jacob/Frère Jacques’ in dit nummer heeft geïncorporeerd. De loepzuivere stem van Suzanne Jarvie vormt een genot om te horen in al de liedjes op deze plaat, vooral in het langzaam aanzwellende “Polonium” en het daaropvolgende “40%” waarop haar dochter Sara Jarvie Clark zeer mooie backing vocals aflevert, iets wat die daarna trouwens ook nog even goed deed voor de songs “Charity” en “Nicole”. Het sober georkestreerde liedje “Mother’s Day” en de enkel door akoestische gitaar begeleide coverversie van “Lifeline” zorgen voor rustige sfeermomenten op deze plaat waarin de zangpartijen van Suzanne Jarvie alweer zeer centraal worden geplaatst. Dat geldt trouwens ook voor het zes en halve minuut durende slotlied “Temporary Emissary” waarbij ze zelf op piano speelde en Hugh Christopher Brown voor een knap strijkersarrangement heeft gezorgd. (valsam)
|
|||||||