|
||||||||
|
Erik Vincent Huey is een Amerikaanse countryrockende zoon van vier generaties mijnwerkers uit West-Virginia die de albums “The Bottle & The Gun” in 2008 en “The Howl & The Growl” in 2015 opnam onder het pseudoniem Cletus McCoy als zingende frontman van het fictieve punkrockersgezelschap ‘The Surreal McCoys’. Hij woont intussen in Austin, Texas waar hij in 2023 het debuutalbum als soloartiest “Appalachian Gothic” uitbracht, een hillbilly-rockopera in Americana-stijl. Dit jaar bewijst Erik Vincent Huey dat hij het countryrock-muziekgenre nog altijd trouw is gebleven met de release van zijn tweede soloplaat “Fort Defiance”. Daarop brengt hij voornamelijk in rockstijl elf nummers waarvan hij er zelf tien heeft gecomponeerd voor dit album en één nummer heeft gecoverd met het heerlijke “Jokerman” van Bob Dylan uit diens plaat “Infidels” van 1983. Dylan zong dat nummer destijds op een door het Jamaicaanse duo Sly & Robbie geproducete reggaeritme, maar Erik Vincent Huey transformeerde het voor zijn versie in een haast onherkenbare stevige punkrocksong. De eerste single die uit deze plaat werd gereleased is “All Out Of Angels”, ook de albumopeningstrack die u op de derde video kunt beluisteren. De twee andere video’s laten u kennismaken met de melodieus rockende titeltrack “Fort Defiance” en de swingende song “Ghosts Of The Chelsea Hotel” over een geliefde die hem achterliet op een kamer in het New Yorkse ‘Chelsea Hotel’ in Manhattan. Dat is het beroemde en beruchte hotel waar ook de Duitse zangeres Nico van ‘The Velvet Underground’, Bob Dylan, frontman Jim Morrison van ‘The Doors’, de rockers van ‘The Ramones’ en blueszangeres Janis Joplin met troubadour Leonard Cohen indertijd één of meerdere spannende nachten hebben doorgebracht. Het album “Fort Defiance” werd opgenomen in de ‘Cowboy Technical Services’-studio in Brooklyn, de studio van de hier op elektrische gitaar meespelende producer Eric ‘Roscoe’ Ambel, de man die in de voorbije decennia op gitaar speelde bij rockgroepen als ‘Joan Jett & The Blackhearts’, ‘The Del-Lords’ en ‘Steve Earle & The Dukes’. Naast enkele soms harde rocknummers brengt Erik Vincent Huey op deze plaat ook een zeemzoete ballad in het liedje “Grievous Angels” en ook voor het countryliedje “Cutlass Supreme” wordt het songtempo laag gehouden. “Things You Left Behind” brengt hij op een catchy swingende rockritme, net als het daaropvolgende “40 Tons Of Speed” en de door een Chuck Berry-riff geïnspireerde gitaarrocksong “The Hatfield Action”. Afgesloten wordt er op het album “Fort Defiance” op elegante wijze met een naar de jaren ’50 verwijzende rockmelodie in het nummer “King Of Tears” dat bij ons fijne herinneringen oproept aan het werk van Buddy Holly of van de wat recenter actieve Dave Alvin en zijn formatie ‘The Blasters’. (valsam)
|
|||||||