|
||||||||
|
Het gebeurt in deze zwaar geïnformatiseerde tijden nauwelijks nog, maar het kàn: het uitbrengen van een CD van een legendarisch gezelschap waarvan geen website te vinden is, maar die gegarandeerd wat stof zal doen opwaaien in bepaalde niche-kringen. Les Primitifs du Futur is zo’n gezelschap, ooit ontsprongen aan de breinen van mensen als gitarist en centrale figuur Dominique Cravic die in 1986 bij toeval tekenaar Robert Crumb tegen het lijf liep. Die bleek ook muzikant te zijn en daarenboven een meer dan verwoed verzamelaar te zijn van originele 78-toerenplaten, met een voorkeur voor alles wat naar musette zweemde. Van het ene kwam het andere -zo gaat dat bij artiesten- en ze begonnen niet alleen over muziek te praten: er werd ook gespeeld en het gezelschap breidde stelselmatig uit. Vandaag zijn we vijf platen verder en is het tijd voor wat je vermoedelijk de apotheose van de club kunt noemen. In het prachtige boekje dat bij de CD hoort, staan niet minder dan 78 foto’s van “medeplichtigen”, allemaal geestesgenoten, oud en jong, die deze paren mee vorm gaven. De plaat bevat niet minder dan 27 nummers, oud en nieuw, die allemaal de “Pimitifs”-behandeling kregen. Het spreekt vanzelf dat de accordeon een prominente plaats krijgt en dat mensen als Daniel Colin en Didier Roussin het gezelschap op sleeptouw nemen. Ook “oude” getrouwe Fay Lovski is van de partij, en jongeren als onze Seppe Vandewalle en verrassingen als Raul Barboza passeren de revue. “Boude Pas” is eigenlijk “Take Five” en “Fumée aux Yeux” heet origineel “Smoke Gets in your Eyes”, maar vooral is deze plaat een ode aan Frankrijk in het algemeen en Parijs -vroeger en nu- in het bijzonder. Er passeren namen als Henri Salvador, Juliette Gréco en Gino Bordin, waardoor je als vanzelf ondergedompeld wordt in de Parijse sferen, die je wellicht ook enkel kent van horen zeggen, maar zodra je opener “Accordéon de Paris et d’ailleurs” gehoord hebt, weet je dat je gebeiteld zit. “Ta femme m’a quitté” of “Dans le Jardin du Luxembourg” en”La Grande Serre” volgen al heel snel en je krijgt ook “Samedi Soir Porte d’Orléans”, terwijl de band ook meer exotische dingen als “Les enfants de João” of “Impressions d’Afrique” niet uit de weg gaat. Alles bijeen levert dat bijna 80 minuten heerlijke muziek op, die je helemaal naar de lichtstad transporteren, inclusief het flaneren, rondstruinen en op terrasjes gaan zitten om mensen te bekijken. Dergelijke soundtracks worden slechts zelden gemaakt en, wat mij betreft kan een plaat waarop Fay Lovsky haar zingende zaag bovenhaalt, zoals hier bij “Le Colibri” niet verkeerd zijn. Ruim vijfkwartier heerlijk ouderwetse kroeg- en pleintjesmuziek…wat kan een mens meer wensen? De zomer wordt mooi, zeker weten! (Dani Heyvaert) releasedatum: 22 mei '26
|
|||||||