FREDDIE KING - FEELING ALRIGHT: COMPLETE LIVE AT THE 1975 NANCY PULSATIONS CONCERT - 3LP

Artiest info
Website - bandcamp
facebook

In andere genres kan er altijd maar één koning zijn, maar in de blues wemelt het ervan. De bekendste zijn natuurlijk B.B., Albert en Freddie , en lieten respectievelijk in 2015, 1992 en 1976 het leven. Waren de drie gitaristen, ook bekend als The Three Kings, familie? Freddie King kreeg de vraag zo vaak voorgelegd dat hij er een standaardantwoord op had: ''Wij drieën zijn broers, we hebben alleen niet dezelfde vader en moeder.'' Wat ze verder ook allemaal met elkaar gemeen mogen hebben gehad, B.B., Albert en Freddie King hadden geen enkele familierelatie. De laatste werd zelfs niet eens als King geboren. Hij kwam in 1934 op een Texaanse boerderij ter wereld als Freddie Christian. Als artiest mat hij zich de achternaam van zijn moeder aan. Het was diezelfde Ella May King die hem als kleine jongen op de akoestische gitaar de beginselen van de muziek bijbracht.

Het was de start van een niet heel lange, maar wel heel rijke carrière als bluesgitarist (King overleed al op zijn 42ste). Pas verscheen "Feeling Alright: Complete Live At The 1975 Nancy Pulsations Concert" bij Elemental Music, een New York en Barcelona based record label gespecialiseerd in Blues - Jazzmuziek, en is misschien dan ook wel de definitieve kroon op het werk van Freddie King. 2026 markeert de vijftigste verjaardag van het overlijden van Freddie King. Dit driedubbele album is een prachtig eerbetoon aan deze belangrijke artiest in de geschiedenis van de blues. Verdient King zoveel aandacht? Jawel. Hij mag minder bekend en invloedrijk zijn dan collega's als B.B. King, Muddy Waters of John Lee Hooker, maar zeker in de jaren zestig speelde hij een belangrijke rol in de ontwikkeling van de blues. Groot was zijn bijdrage aan de muziek die later bluesrock zou gaan heten. Freddie King was de bluesgitarist die met zijn vaak ruwe spel als één van de eersten doorbrak bij het witte publiek. Engelse bluesgitaristen als Peter Green, Jeff Beck en vooral Eric Clapton aanbaden hem.

De muziek van Freddie King wordt nogal eens ingedeeld bij de Texas blues. Begrijpelijk, want hij bracht een groot deel van zijn jeugd in Texas door en ging ook nog eens door het leven met de bijnaam The Texas Cannonball, maar zijn muziek is toch echt pure Chicago Blues. Als zo veel zuiderlingen trokken ook de ouders van King in de hoop op een beter bestaan naar het noordelijke Chicago. Zestien was King nog maar, maar hij dook in Chicago meteen het nachtleven in. Drank werd hem niet geserveerd, maar daar was het hem ook niet om te doen. Tot diep in de nacht luisterde hij in de clubs van het toen zo bruisende Chicago naar bluesmuziek. En alles wat hij zag en hoorde zoog hij op. In Texas had King altijd akoestische gitaar gespeeld, in Chicago besefte hij dat hij een elektrische moest hebben.

In 1956 kocht hij zijn eerste Gibson, een merk dat hij zijn hele leven trouw zou blijven. King ontwikkelde een gitaarstijl die zowel helder en lyrisch als afgemeten en soms zelfs agressief was. Van vervorming moest hij niets hebben, maar wel ging hij zijn instrument zo wild te lijf dat hij per optreden vaak meerdere snaren brak. King speelde in de zogeheten two finger style, die hij had afgekeken van Jimmy Rodgers, gitarist in de band van Muddy Waters. Zijn licks speelde hij met een aan zijn wijsvinger bevestigd stalen plectrum, terwijl hij met een plastic duimplectrum het ritme vasthield. Wat Freddie King in Chicago ook al snel tot een attractie maakte, was zijn showmanschap. Ooit zaten bluesgitaristen tijdens optredens de hele avond op een stoel. King ging voorop in een generatie gitaristen die er op het podium meer werk van maakte. De boomlange en superzware gitarist liet iedere noot die hij speelde vergezeld gaan van weer een nieuwe gezichtsuitdrukking. Zweet gutste hem daarbij in grote stromen van het gezicht.

Freddie King heeft nooit helemaal de erkenning gekregen die de King's wel kregen. Daarom is deze 3-lp-uitgave:"Feeling Alright: The Complete 1975 Nancy Pulsations Concert" zo belangrijk. Het werd opgenomen in het laatste levensjaar van King en laat zijn scherpe gitaarklank en vurige zang horen, die niet alleen bluesmuzikanten, maar ook rocksterren beïnvloedden. Voorheen was er slechts één livealbum uitgebracht – Freddie King (1934-1976) , een combinatie van live en studio-opnames – hoewel er na zijn dood nog een handvol postume livealbums en een dvd verschenen. Producer Zev Feldman, beter bekend als de "Jazz Detective", is al jaren een ware archiefwonder en brengt regelmatig nieuwe releases uit rond Record Store Day, Black Friday en soms ook op andere momenten in het jaar. Hij werkt samen met de beste geluidsrestaurateurs en meesters. Elk van zijn nooit eerder uitgebrachte albums wordt vergezeld van een omvangrijk boekje, in dit geval met liner notes van auteur Cary Baker, waarderingen van Kings dochter, Wanda King, en Billy Gibbons van ZZ Top. Hoewel Feldman zich voornamelijk richt op jazz, bevat zijn eerdere uitgaven ook werk van BB King en Sister Rosetta Tharpe.

Freddie King was wellicht nog explosiever dan de twee Kings, met een immense vocale kracht en een indringende aanslag met duim en vingerplectrum. In tegenstelling tot de plectrum die de meeste van zijn tijdgenoten gebruikten, gebruikte Freddie een plastic duimplectrum met een metalen vingerplectrum op zijn wijsvinger, wat resulteerde in een scherpe, percussieve aanslag en een diepe, resonerende bas. Hij kon basnoten krachtig aanslaan terwijl de hoge tonen helder bleven, waardoor zijn geluid uniek herkenbaar was. Wellicht omdat het festival, gehouden in Nancy, Frankrijk, voornamelijk een jazzfestival was, speelde Freddie veel nummers langgerekt, gaf bandleden meerdere solo's en bracht verschillende medley's ten gehore. Opvallend is echter dat als je een top tien van Freddie King-nummers zou opnoemen, alleen "Have You Ever Loved a Woman", "Going Down" en "Sen-Sa-Shun" hier voorkomen. Hij speelt bijvoorbeeld geen "Hide Away", "Boogie Funk", "I'm Tore Down" en "Palace of the King". In plaats daarvan zijn het voornamelijk covers, wat, zoals bluesliefhebbers weten, heel gebruikelijk is op festivals. We horen klassiekers als "The Things I Used to Do", "Messin' With the Kid", "Stormy Monday", "BB's Sweet Little Angel", "Sweet Home Chicago" en, aan de rockkant, Dave Mason's "Feeling Alright".

Freddie speelt met zijn toenmalige vaste band: organist Alvin Hempfill, gitarist Ed Lively, pianist Lewis Stephens (toen nog maar 19 jaar oud en nu lid van The Blood Brothers), zijn eerbiedwaardige broer, bassist Benny Turner en drummer Calep Emphrey. Freddie King's sound was een mix van zijn Texaanse roots en de rauwe naoorlogse Chicago blues, een combinatie die geen enkele andere bluesartiest kon evenaren. Vandaar dat deze covers, met zijn zeskoppige band en zijn unieke stijl, vaak een andere arrangement hebben. De set ontvouwt zich met "Have You Ever Loved a Woman", duurt ruim 17 minuten met solo's van Turner en Emphrey. "Whole Lot of Lovin'" volgt met bravoure, de groove verlicht de spanning zonder de focus te verliezen. Op kant B onthult een medley van "Hey Baby / Mojo Boogie" de flexibiliteit van de band, die met een gemak van tempo wisselt, voordat "The Things I Used to Do" de uitvoering in de blues-traditie verankert. Op kant C stort King zich op publieksfavorieten zoals "Messin' With the Kid", "That's All Right" en een vurige "Goin' Down", elk gebracht met een evenwicht tussen precisie en overgave. "Stormy Monday Blues" vertraagt ​​het tempo, maar versterkt de emotionele impact, de frasering blijft hangen als een bekentenis. Wat vooral opvalt, is niet alleen Kings virtuositeit, maar ook zijn beheersing van het tempo.

De medley op kant D ("Sen-Sa-Shun / Lookin' Good") mondt uit in instrumentale uitbundigheid, terwijl "Boogie Chillen" en "Sweet Little Angel" de diepe wortels van de blues weer omarmen. Tegen de tijd dat de set "Got My Mojo Working" en "Sweet Home Chicago" op kant E bereikt, is de uitvoering gemeenschappelijk geworden, minder een concert dan een gedeeld ritueel. De laatste vier nummers hebben een heel andere sfeer. Hij brengt Big Joe Turners "Wee Baby Blues" in een langzaam tempo, waarbij de nadruk ligt op vocale harmonieën in plaats van explosieve gitaarpartijen. Hij vervolgt met een veel donkerdere versie dan Percy Mayfields eigen interpretatie van zijn "Danger Zone". Hij brengt een eerbetoon aan Joe Cocker, niet op een imitatieve manier, met Dave Masons "Feeling Alright", waarbij hij het publiek aanspoort om mee te zingen. In plaats van de set met een explosieve climax af te sluiten, kiest hij voor een soulvolle R&B-aanpak met "You're the One", dat hij samen met Sonny Thompson schreef. Alles bij elkaar genomen onthult deze presentatie een veelzijdiger Freddie King dan we misschien hadden verwacht. Laat je vooral niet afschrikken door de vele covers. Freddie drukt er zijn eigen stempel op. En wees ervan verzekerd dat dit verreweg de beste geluidskwaliteit is die je ooit op een livealbum van Freddie King zult horen. Elemental Music heeft een reputatie opgebouwd voor de zorgvuldige behandeling van dergelijk materiaal, en het resultaat is hier onmiskenbaar. De gerestaureerde tracks behouden de rauwe klank van de uitvoering en onthullen details die anders verloren zouden zijn gegaan: de scherpe slag van een snaredrum, de resonantie van een aangehouden noot, de subtiele interactie tussen de instrumenten. Elemental Music herstelt hier dan ook een blueslegende, en daar zijn we heel blij mee!


Tracks:
Side A
01. HAVE YOU EVER LOVED A WOMAN 17:44
02. WHOLE LOT OF LOVIN’ 6:40

Side B
01. MEDLEY: HEY BABY / MOJO BOOGIE 10:06
02. THE THINGS I USED TO DO 7:49

Side C
01. MESSIN’ WITH THE KID 5:29
02. THAT’S ALL RIGHT 6:31
03. GOING DOWN 4:14
04. STORMY MONDAY BLUES 8:14

Side D
01. MEDLEY: SEN-SA-SHUN / LOOKING GOOD / BOOGIE CHILLIN’ 9:15
02. SWEET LITTLE ANGEL 11:31

Side E
01. GOT MY MOJO WORKING 8:35
02. SWEET HOME CHICAGO 5:21
03. SWEET BABY BLUES 5:58

Side F
01. THE DANGER ZONE 3:08
02. FEELING ALRIGHT 6:32
03. YOU’RE THE ONE / FINALE 9:16