PEGNO D’AMMORE - PEGNO D’AMMORE

Artiest info
Website - bandcamp
 
label: Liburia Records
distr.: Xango

Ik kan me voorstellen dat dit voor nogal wat lezers een onbekende naam is en dus vertel ik maar meteen dat dit Napolitaanse trio bestaat uit Pino Ruffo, Giacomo Pedicini en Francesco Paolo Manno. Misschien bent u nu iets wijzer, misschien ook niet, maar vooral Ruffo is in de straten van Napels een bekende figuur. Hij is een echte troubadour, die met zijn gezongen boodschappen de hort op gaat en doorheen de jaren zowat een schatbewaarder is geworden voor de Napolitaanse folk. Bassist Pedicini, die gewoonlijk binnen de jazz actief is, deelt de bezorgdheid van Ruffo en spant zich, net als hij, in om het erfgoedkarakter van de eigen Napolitaanse liederenschat te vertolken en te bewaren.

Voeg daar percussionist Manna aan toe, met zijn typische klank van castagnettes, tambura en tamburello, allemaal dingen die echt karakteristiek zijn voor de klank van de folk uit Napels, en je hebt meteen de kern van deze plaat beet.Bij de gastmuzikanten, voor wie kleinere rolletjes weggelegd zijn, herkennen we de namen van Francesco di Cristofaro (fluit en accordeon) en Luigi Scialdone (mandola en mandoline) en samen werken zij zich door een negental zelfs voor mij herkenbare liederen uit de rijke Napolitaanse liederenschat.

Liederen steken wel eens een grens over en zo kom je hier melodieën tegen, die ook in Calabrië of in Puglia bekend zijn of die heel lang geleden al opgenomen werden door Alan Lomax, die, dat weet u, de hele wereld rondreisde om zoveel mogelijk muziekvormen vast te leggen. Ongeacht de oorsprong van een lied, krijgt werkelijk alles hier een Napolitaanse draaien ik moet zeggen dat ik daar zeer blij mee ben: voor een fijne tarantella mag je mij altijd wakker maken en ik ben verzot op de klank van het dialect van Napels -waar ik erg weinig van begrijp, maar dat wel als onweerstaanbaar op je oren afgevuurd wordt. Dit is bij uitstek muziek die bij steegjes en pleintjes hoort en waarbij je onmogelijk kunt blijven stilstaan.

Traditie gaat hier erg fijn samen met moderniteit en het respect van de muzikanten voor het erfgoed, straalt op elk moment van de plaat af met als onderliggende boodschap dat muziek bij uitstek een “kunst in beweging” is. Er mag dus mee gespeeld worden en je mag eraan morrelen, maar de kern van de zaak moet wel behouden blijven. Hier zijn het weemoed en verlangen, die de hoofdmoot uitmaken, samen met die wat vreemde combinatie tussen religie en grootstad, die weleens langs de verkeerde kant van morele grenzen durft te passeren. Wie van Napels houdt, moet dit absoluut beluisteren. Wie Napels nog niet kent, valt gegarandeerd als een blok voor deze liederen. Heerlijk spul is dit !

(Dani Heyvaert)