|
||||||||
|
Wat er zoal kan gebeuren als je een groep super-getalenteerde folkies van bij ons samenbrengt met een kwartet engelenstemmen uit Zweden, daar is deze plaat een heel fraai voorbeeld van. We mochten Wör al meermaals live meemaken, maar nog niet wanneer de Zweedse dames het podium met hen deelden. Na ampele beluistering van deze CD, beginnen we daar aardig wat spijt van te krijgen, want wat op die twee avonden in Heist-op-den-Berg en Beveren geserveerd werd, is op geen enkel moment minder dan indrukwekkend te noemen. Wör gaat, zoals van hen bekend is, graag op zoek naar eeuwenoud Vlaams materiaal dat dan, heel vaak door alleskunner Pieterjan Van Kerckhove van een nieuwe jas of een volledig nieuw pak voorzien wordt: doedelzakken, accordeon, sax, fiddle en gitaren zijn de wapens waarvan de heren zich bedienen om vaan folkmuziek van eeuwen oud, te hervormen en weer te presenteren in arrangementen, die nogal eens naar “klassiek” durven te neigen. Dat de band daarvoor meermaals gelauwerd werd, is niet meer dan normaal te noemen. De dames van kongero zijn ook allerminst nieuwkomers te noemen en ik heb zo’n stil vermoeden dat beide ensembles elkaar ergens tegen het lijf liepen in het raam van een of ander festival. Zoals dat dan, gaat, wordt er samengespeeld en- gezongen en worden er afspraken gemaakt om “samen iets te doen”. In dit geval is dat er effectief van gekomen en deze live-plaat is daar een mooie neerslag van. De formule, als die er al is, oogt bedrieglijk simpel: je neemt een oude melodie, al dan niet uit de bekende liedboeken, uit de Lage Landen of uit eigen Zweden en men gaat daarmee aan de slag. In het geval van Van Kerkhoven is dat vaak het schrijven van een nieuw arrangement of zelfs het bedenken van een nieuwe melodie. De Zweedse dames kregen dan weer een aantal verzoekjes om melodieën van bij ons naar hun taal om te zetten en zo krijg je een wonderlijke cocktail van muziekjes, die zo, zou je denken, weinig met elkaar gemeen hebben, maar die toch naar dezelfde muzikale taal bewerkt worden. Van het achttiende-eeuws Wie sal mijn droefheidt enden?”, dat hier de opener “War är du?” wordt, over de” Ridder ende een Meijsken jonck” uit “ons” Antwerps Liedboek uit 1544 omgezet naar “Ridder & Jungfrun” over “En snövit fägel” dat oorspronkelijk “Het eerste jaar een dochtertje” heette, maar, zoals de vertaalde titel aangeeft, flink verwant is aan ons allerbekendste sneeuwwit vogeltje…het zit er allemaal in en het klinkt alsof het altijd al bedoeld was om zo te klinken. “Edele Wijn” kreeg een make-over naar het Zweeds en is intussen uit als single. Wie nog niet vertrouwd was met de “Oude en Nieuwe Hollantse Boerenlieties en Contredansen” of wie niet meteen thuis is in het Antweros Liedboek of de verzamelingen van J.F. Willems, kan met deze geweldige plaat alvast een lmooie inhaalbeweging inzetten. De toegevoegde waarde zit niet alleen in de vaak verrassende nieuwe arrangementen, maar de stemmen van de kongero-dames slaan je bij momenten echt met verstomming. Wat mij betreft is “Schoon Lief” het mooiste nummer van de plaat, ook al omdat het ons de stem van Paul Rans in herinnering brengt. Of je nu een folkliefhebber bent of niet, ik mag elk van u uitnodigen deze plaat grondig te beluisteren: veel mooier zal je ze dit jaar niet geserveerd krijgen en- ik weet niet of er plannen zijn in die richting- maar het zou me allerminst storen als deze verzameling talen eerlang opnieuw onze podia zou aandoen. (Dani Heyvaert)
|
|||||||