|
||||||||
|
Het lijkt er een beetje op dat Oud-speler Ahmed Mukhtar en flamenco-gitarist Ignacio Lusardi Monteverde elkaar ooit tegen het lijf moesten lopen: beiden zijn in Londen werkzaam en beiden werken ze gestaag aan hun carrière als muzikant/componist/leraar. We weten uit ervaring hoezeer muzikanten, ook al wonen ze duizenden kilometers verwijderd van hun geboorteland, toch elkaar weten te vinden en dat is deze keer niet anders gelopen. De één komt uit Irak, de ander is Argentijns van oorsprong, maar speelde zich al even een flamenco-reputatie bij elkaar en zo kwam het dat Ahmed, die erg onder de indruk was gekomen van het Alhambra paleis in Granada, op zoek ging naar een partner, waarmee hij de redelijk opvallende gelijkenissen tussen de muziek van beiden, verder kon exploreren. Dat hij bij Ignacio uitkwam, hoeft niet te verbazen: die was al actief in andere branches van wat we doorgaans wereldmuziek noemen. De eerste ontmoeting, nu zo’n kleine tien jaar geleden, werd de basis van wat intussen een solide muzikale vriendschap werd, gevoed door de wederzijdse interesse in de muziek van de ander. Concerten van Bahrein tot India en talloze reizen naar Irak, mondden uit in het vermogen om, dieper en dieper te delven naar de wortels van beide muziekstijlen en er de mogelijkheden tot samengaan van te onderzoeken. Meestal speelden ze composities van Ahmed, wat vooral Ignacio voor enige uitdagingen stelde: oud en gitaar mogen dan wel een beetje op elkaar lijken, het blijft een opgave om muziek, die op en voor Oud geschreven is, op gitaar gespeeld te krijgen. Voor Ahmed kwam het er dan weer op aan de composities te schrijven met beide instrumenten in het achterhoofd. Te oordelen naar wat we op deze plaat te horen krijgen, is dat meer dan aardig gelukt: de twee heren slagen er in een heuse muzikale conversatie op te bouwen, uitgaande van de gelijkenissen tussen de maqam van Ahmed en de flamenco van Ignacio. Dat blijkt al meteen in de openingstrack, “River Banks”, waarin zowel met de “call and response”-vorm gespeeld wordt, als met het rumba-ritm, waarvan veelvuldig gebruik gemaakt wordt in zowel de Iraakse als in de Latijns-Amerikaanse folk. Net zo goed gebeurt dat in “Iraqi Merengue”: Ahmed leerde die snelle dansmuziek kennen bij concerten in Londen en besloot er een Iraakse wending aan te geven. Voor “Basra” was de indrukwekkende Moorse architectuur de inspiratiebron, die bijzonder weemoedig klinkt en bulkt van de heimwee.Waar “Baghdadi Girl” over gaat, is niet moeilijk te achterhalen, maar ik leerde uit de nota’s in het CD-boekje dat een “Baghdadi Girl” de populaire benaming is, waarmee een vrouw aangeduid wordt, die zonder daar moeite voor te moeten doen, bijzonder gracieus door de straten van haar buurt wandelt. Enfin, nummer na nummer ontdek je bijzondere facetten aan het samengaan van deze twee muzikanten, die tot in detail weten te vertalen waar hun muziek harmonieus kan samengaan met die van de ander. Dat levert een erg mooie, krachtige plaat op die eindigt met de bewerking door Ignacio, van Rimsky Korsakov’s “The Young Prince” en “The Young Princess”, een schoolvoorbeeld van hoe je een gekend werk naar zijn origine kan terugvoeren. Erg fraai gespeeld allemaal en je gaat vanzelf uitkijken naar een moment waarop je deze “match made in heaven” zelf live kan gaan bekijken en beluisteren. Straf, heel straf is dit! (Dani Heyvaert)
|
|||||||