|
||||||||
|
Je zou denken dat het vrij eenvoudig is om je eerste album te schrijven, je hebt immers een leven vol ervaringen om te verwerken in een tiental nummers. Maar een tweede album, dat is een stuk lastiger. Tenzij je het singer-songwriterduo bent dat de Texaanse band Briscoe vormt. Briscoe bestaat uit het singer-songwriterduo Philip Lupton en Truett Heintzelman, twee levenslange vrienden uit Austin, Texas. In de tussentijd rondden ze hun studie af en begonnen ze aan hun eerste grote. Al die veranderingen en reizen hebben hun nieuwe album, "Heat of July", gevormd. Het duo gebruikt een breder scala aan geluiden om alles wat ze de afgelopen twee jaar hebben meegemaakt te verkennen. Op de één of andere manier hebben ze ook nog tijd gevonden om met hun levenspartners te trouwen. Het is dan ook geen verrassing dat beide aspecten terug te vinden zijn in de muziek. Echter de diepste bronnen zijn te vinden bij producer Brad Cook, die schijnbaar iedereen in de Americana-wereld kent en die immense contactenlijst gebruikte om een all-starband samen te stellen voor dit nieuwe album. Een van Cooks troeven, zijn broer Phil, levert een paar banjosolo's op. De openingsnummers 'Saving Grace' en 'Arizona Shining' laten duidelijk hun kenmerkende stijl horen: hechte harmonieën en opbeurende refreinen, denk bijvoorbeeld aan de meest ontspannen akoestische nummers van The Eagles. Onder begeleiding van gerenommeerde Americana-muzikanten zoals Watch House (voorheen Mandolin Orange) hebben de nummers hier een relaxte swing, een combinatie van vakmanschap en gevoel voor ritme, maar ook de ongedwongenheid van een kampvuursfeer. Deze sfeer blijft de hele tijd constant, en waarom zou je ook iets veranderen aan muziek die zo natuurlijk en fris klinkt? Het nog betere nieuws is dat de liedjes een extra diepgang hebben waardoor ze ver boven de gemiddelde folkmuziek van singer-songwriters uitstijgen. Dit alles wil niet zeggen dat Lupton en Heintzelman hun gevoel voor intrige of romantiek voor het reizen zijn kwijtgeraakt. "Roughneck" brengt meer van die speciale gasten - naast de vernoemde Andrew Marlin op mandoline ook Libby Rodenbough (Mipso) op viool – en is een ode aan de harde werkers van de Texaanse olievelden, terwijl de zanger, gestrand in die ruige omgeving, verlangt naar een geliefde op een foto. "Escudilla" raakt bijvoorbeeld milieuthema's aan, aangezien het verhaal de laatste grizzlybeer neerzet als een soort voorvechter van het verlies van wildernis. De laatste grizzly in Arizona werd in 1936 gedood op Escadilla Mountain, en Briscoe betreurt dit verlies. Nog aangrijpender is het griezelig onheilspellende "Flashlights In The Canyon", waarin de zwangere vrouwelijke hoofdpersoon, die vlak bij de Mexicaanse grens woont, de titelgevende lichten vanuit haar huis ziet en probeert te slapen, zij het met één oog open en een pistool onder haar kussen. De volgende ochtend vindt ze een andere zwangere vrouw die om hulp schreeuwt, achtergelaten door haar man. Het nummer eindigt onopgelost, en is daardoor des te krachtiger. Dit nummer is dan ook meer een filmische blik op migranten en vage grenzen vanuit drie verschillende perspectieven, die ook de mensen menselijker maakt die proberen te kiezen tussen vrijheid en veiligheid. Het is een ongelooflijke prestatie om dat verhaal in minder dan vier minuten te proppen. Deze twee songs zijn op de één of andere manier meer dan de som der delen, ze verwijzen naar complexere en diepere zaken dan hun ogenschijnlijk eenvoudige verhalen aanvankelijk doen vermoeden. Ze zijn niet de enigen op een album dat licht klinkt, maar vaak zware thema's behandelt. De waarheden liggen er, als je maar diep genoeg kijkt. Maar om te voorkomen dat dit te heftig klinkt, het grootste deel van het album is gewoonweg heel plezierig. Neem bijvoorbeeld "Free", dat, hoewel het een ietwat ironische kijk op de Amerikaanse droom biedt, gewoon ontzettend leuk is. Er staan geen zwakke nummers op dit album, en er zijn genoeg uitschieters die van "Heat of July" een zeer bevredigende luisterervaring van begin tot eind maken. Voor iedereen die van Americana houdt met een folk-achtige inslag, maar toch iets zoekt om in de auto te draaien met het dak open, is dit een plaat vol frisse lucht, heldere luchten en open wegen. De muzikanten op het album zijn Philip Lupton (zang, piano, mondharmonica, akoestische gitaar, tamboerijn, saxofoon), Truett Heintzelman (zang, akoestische gitaar), Brad Cook (basgitaar, orgel), Phil Cook (banjo, piano, dobro, elektrische piano, elektrische gitaar, mondharmonica), Matthew McCaughan (drums, percussie, synthesizer), Andrew Marlin (mandoline, akoestische gitaar), Libby Rodenbough (viool, altviool) en Matt Myers (elektrische gitaar).
|
|||||||