|
||||||||
|
Het is telkens weer verlangend uitkijken als er nieuw werk van de Catalaanse muzikant en producer Raül Refree wordt aangekondigd. De man heeft er namelijk al een redelijk indrukwekkend parcours op zitten en hij heeft een neus voor fijne vrouwenstemmen, of die nu aan Rosalia, Lina_ of, zoals nu, aan Maria Mazzotta toebehoren. Deze laatste is, zeker voor trouwe lezers van deze kolommen, geen onbekende: zowel over haar werk bij de Canzoniere Grecanico Salentino, als haar samenwerkingen met Ludovico Einaudi of Goran Bregovic als over haar eigen merk met AmoreAmaro en het onvolprezen Onde, schreven we hier terecht nogal lovend. Als die twee elkaar zouden tegenkomen, stond het in de sterren geschreven, dat daar iets moois uit tevoorschijn zou komen. En zo geschiedde… Het is alweer enkele jaren geleden dat Maria een mail stuurde naar Raül, met de vraag of hij het zou zien zitten om met haar samen te werken. Eerst lukte dit niet, vanwege agendaproblemen, maar een festival in Puglia bracht raad: ze ontmoetten elkaar, gingen aan het praten en eten en de basis was gelegd Of toch niet: die basis was er al eerder, want Raül had ook niet stilgezeten en was tot de vaststelling gekomen dat hij zonder meer verliefd was op haar stem. Dat scheelt, natuurlijk. Zeker in de aanloop naar een eerste ontmoeting en het daaropvolgende gesprek, dat, met enige onderbrekingen, en na het samenwerken in “Evoé” voor het Grec-festival van Barcelona in 2023, leidde tot deze nieuwe plaat. Die draait helemaal om de legende volgens dewelke apostel Paulus, op zijn voetreis naar Rome in gezelschap van collega Petrus in Galatina -een klein dorp in Puglia, verbleef en er, uit dankbaarheid voor het onthaal dat hem te beurt was gevallen een put achterliet op de binnenplaats van het lokale kasteel. Het water van die put was geneeskrachtig en vrouwen die psychische problemen hadden, konden ermee genezen worden van hun depressies, zwarte gedachten en andere, gelijkaardige kwalen, die gemakshalve toegeschreven werden aan een beet van de tarantula. De link tussen die beten en het ontstaan van wat we tegenwoordig de taranta-muziek noemen, is bekend en Raül, die er tegenwoordig genoegzaam om bekend staat zich helemaal te kunnen inleven in muzieksoorten, die niet van huis uit tot zijn leefwereld behoren, was ook nu niet te beroerd om één en ander grondig te overdenken en er een heel eigen werkstuk van te maken. Vn wiegenliedjes en dodenmarsen tot religieuze liederen, krijgen een Raül-behandeling, met heel fijn gedoseerde elektronica en erg functionele koorzang. Raül zorgt voor de gitaarklanken, Maria voor de solozang en het het Pléiade-koor uit Granollers is essentieel in het oproepen van de sfeer. Het is erg fijn om te horen hoe muziek stilaan kan toewerken van een in wezen religieuze opstap naar een ronduit wilde en heidense sfeer, waarin mensen zich letterlijk van hun demonen kunnen bevrijden, middels een trance, die in de “gewone” wereld niet of nauwelijks geduld zou worden. Dit is een plaat, die wel wat eist van de luisteraar, maar die hem in nauwelijks drie kwartier, zo’n beetje murw slaat: als je dit beluisterd hebt, ziet de wereld er behoorlijk anders uit dan voordien. Straf werkstuk van twee artiesten, die ook nu weer duidelijk maken dat muziek bij machte is zowat alle grenzen te overstijgen. Indrukwekkend! (Dani Heyvaert)
|
|||||||