|
||||||||
|
Alweer zo’n heerlijk album op het geweldige Deense label SteepleChase. Het album staat op naam van drummer Matt Garrity en hij wordt omringd door Vito Dieterle op tenorsaxofoon, Steve Einerson op piano en David Ambrosio op contrabas. Hoewel al lange tijd succesvol bezig als slagwerker is dit pas het eerste album van Garrity, het wachten was de moeite waard, dit is een uitermate geslaagd debuut. Behalve als drummer aanwezig is Garrity ook verantwoordelijk voor vijf van de negen composities. Matt Garrity arriveerde in New York in 1994, hij schreef zich in op het William Paterson College in New Jersey alwaar hij studeerde onder meesterdrummers als John Riley en Horace Arnold. Al spoedig werd hij een veelgevraagd slagwerker in de jazz scene van New York en hij werkte samen met muzikanten als Joe Lovano, Gary Versace, Jeremy Pelt en vele anderen. Het album opent op een uitbundige manier met “Bird Call” van Matt, onmiddellijk valt het fraaie geluid op van Vito Dieterle, het doet denken aan het geluid van vroegere stilisten als Brew Moore en Zoot Sims, warm, lyrisch en pretentieloos swingend. “De melodie is exact wat die vogel in mijn achtertuin zong toen ik een kind was. Ik had het altijd in mijn hoofd om een nummer te schrijven dat daarop was gebaseerd” aldus Matt in de hoestekst. “Milestones” is een compositie van pianist John Lewis die het schreef toen hij in 1947 was uitgenodigd voor een opname sessie met Miles Davis en Charlie Parker. Het is inmiddels een standard geworden en deze versie klinkt verrassend goed. Het titelnummer “Suits and Scotches” verwijst naar een memorabele nacht die drummer en bassist deelden midden jaren ’90, na hun gig moesten ze nog naar delate-night sessiein de Blue Note. Ze waren beiden in een pak en aan de whisky en dat zorgde voor een keihard swingend optreden. Sindsdien hebben ze het over let’s go all suits and scotches als ze top willen spelen. Zo staan er nog veel meer “toppers” op dit album, ik ga ze niet allemaal bespreken, luister zelf zou ik zeggen, je wordt niet teleurgesteld. Jan van Leersum.
|
|||||||