|
||||||||
|
Je houdt het nauwelijks voor mogelijk, dat een zangeres/componiste als Trinelise Vaering compleet onder je radar doorvliegt als je, zoals ondergetekende, toch al ruim dertig jaar bezig bent met het volgen van muziekjes van over zowat heel onze planeet. En toch is dat exact wat mij overkwam met deze Deense dame.Zij is al sinds de jaren ’90 van vorige eeuw actief als zangeres en liedjesschrijfster. Eerst zat ze in de jazz-hoek met een drietal albums, later ging ze meer en meer richting “wereldmuziek”, al passeerde ze ook langs ronduit klassieke wegen en paadjes, die haar ondermeer langs het oeuvre van Mercedes Sosa leidden. Van jazz ging het richting Tom Waits en Ricky Lee Jones, met het ensemble Offpiste Gurus,, en indierock soloplaten in het Deens, tot er drie jaar geleden de titelloze debuutplaat was van het Tone of Voice Orchestra en er kortgeleden ook een countryplaat onder eigen naam uitkwam. Nu is er due de tweede ToVO-plaat en die kreeg de voorbije dagen onevenredig veel draaibeurten ten huize van ondergetekende. Daar zijn goeie redenen voor en die kan je eigenlijk in één woord samenvatten: deze muziek klinkt onweerstaanbaar. Dat adjectief haal ik niet zomaar uit de kast en ik reserveer het voor platen, die echt onder die noemer passen: platen waar straffe vocals samengaan met organisch klinkende melodieën, geraffineerde arrangementen en grenzen overschrijdende dansbaarheid. Dat alles is hier ruimschoots voorhanden. Nu eens denk je aan klezmermuziek, dan weer lijken de stemmen uit de Gregoriaanse kalender geïmporteerd te zijn of klinkt het alsof de jazzy folk van Scandinavië nieuw leven ingeblazen wordt. Het is precies die variatie in de benaderingen, die deze plaat zo boeiend maakt en dat lijkt in niet-geringe mate mee te danken aan Fredrik Lundin, de (mede)-componist van de meeste nummers hier. De man is al decennialang één van de onontkoombare instituten in (vooral) de Deense jazz en hij is al even lang terug te vinden aan de zijde van Vaering. Het aantal bekroningen dat hij bijeen speelde is haast niet te tellen, maar je merkt wel dat de man een feilloos vermogen heeft om genres met elkaar te verbinden of, zoals bij mijn absolute favoriet “Belly Up”, oude melodieën af te stoffen en nieuw leven in te blazen. Dat ik, nadat ik mijn kleindochter dansend in de gaten had, uitgerekend dat nummer tot favoriet promoveer belet niet dat ik ook erg kon genieten van de titelsong van de plaat of van “Dans om efteraaret” of het niet geheel optimistische “We Owe It To The Planet”. De vocalen van “Dominoes” doen me helemaal smelten en laten mij hopen dat ik deze tienkoppige bende ooit in levende lijve mag bezig zien. Iets zegt me namelijk dat een concert van hen thuishoort in de categorie “gebeurtenissen”. Tot het zover is, behelp ik me graag met de plaatversie: die is ronduit indrukwekkend! (Dani Heyvaert)
|
|||||||