RIGHT HAND MAN VOL.2: ROBERT LOCKWOOD JR. – 1951-1961

Artiest info
Website
facebook
label: Koko-Mojo Records / Rockstar Records UK

Tot 1971 produceerde ROBERT LOCKWOOD JR. (°1915†2006) weinig eigen opnamen. Noemenswaardig is het zeer mooie album ‘Otis Spann is the Blues’ (CrossCut Records) met Otis Spann aan de piano. In 1961 verhuisde Lockwood naar Cleveland, waar hij woonde tot aan zijn dood. Daar had hij vanaf 1970 een eigen band, waarmee hij deelnam aan vele concerten en festivals en enkele albums opnam, waaronder ‘Steady Rolling Man’ (1970) en ‘Blues Live in Japan’ (1975), waar hij werd begeleid door The Aces en hij zich presenteerde als Delta blues muzikant. Later ging hij samen met Johnny Shines, een andere leerling van Johnson, met wie hij in 1980 het album ‘Hangin' on’ opnam. In 1989 werd hij opgenomen in de Blues Hall of Fame. Tijdens de jaren ‘90 werd het rustiger rondom hem. Lockwood kreeg in 1998 een Grammy Award-nominatie voor ‘I Got to Find Me a Woman’ (1998) en in 2000 voor ‘Delta Crossroads’. In 2005 werd hij onderscheiden met de Living Blues Award als “Best Male Blues Artist”. Robert Lockwood overleed in november 2006 op 91-jarige leeftijd in het University Hospitals Case Medical Center in Cleveland aan ademnood.

ROBERT LOCKWOOD Jr. wordt wel eens de minst bekende oude Blues man genoemd. Hij was echter een van de meest invloedrijke figuren in de blues en speelde een sleutelrol bij het overbruggen van de kloof tussen Delta en Chicago blues. Gedurende zijn vijf decennia durende carrière voelde hij zich even comfortabel bij het spelen van traditionele Delta blues in de stijl van zijn legendarische stiefvader Robert Johnson, als bij het urban geluid van Chicago blues en r&b. Samen met artiesten als Little Walter, behield hij tegelijkertijd een onmiskenbaar eigen stijl en geluid. Hij was de ultieme sideman, of hij nu achter een piano zat of mondharmonica speelde…

RIGHT HAND MAN VOL.2: ROBERT LOCKWOOD JR. – 1951-1961

Op ‘RIGHT MAN VOL.2’ dateren de opnames van tussen 1951 en 1961, van Lockwood zelf, of van artiesten als Freddy King, Eddie Boyd, Little Walter en van minder bekenden als ene Sunnyland Slim, waarmee hij als (zoals gesteld) “ultieme sideman” heeft samengewerkt. Uit Lockwood’s “eigen” songbook, twee bekende, vaak gecoverde nummers: “Dust My Broom” (1951) (en “”Aw Aw Baby”."Dust My Broom", hier aangegeven als een origineel Lockwood Jr.-song, werd in 1936 oorspronkelijk opgenomen als "I Believe I'll Dust My Broom" door zijn stiefvader, Robert Johnson. Het is, zoals vele van zijn nummers, gebaseerd op eerdere blues nummers. In 1951 nam Elmore James het nummer op als "Dust My Broom" en maakte er de klassieker van zoals we die kennen. Het nummer is ondertussen een blues standaard geworden. “Aw Aw Baby” is dan weer gebaseerd op Robert Johnson’s “Sweet Home Chicago”. M.a.w. ook een familie kwestie.

Midden jaren ’50 deed Lockwood opname sessies met Jimmy Rodgers, John Brim, Sonny Boy Williamson II, John Lee Henley, JB Lenoir, Sunnyland Slim, Eddie Boyd, Rooseveld Sykes en St. Louis Jimmy. In die periode was hij een belangrijke “refiner” van de Chicago blues. Voorbeelden zijn Little Walter’s “Everybody Needs Somebody” en ”Rocker” . In 1960 verhuisde Lockwood naar Cleveland (Ohio) waar hij verbleef tot hij stierf in 2006. In 1960 nam hij ook het baanbrekende album ‘Otis Span is the Blues’ op. Drie nummers van Lockwood van het album zijn vervat in deze compilatie:  “Worried Life Blues”, “My Daily Wish” en “Little Boy Blues”, een remake uit zijn 1978-album. Lockwood was nooit de fatalistische blues man, maar gezaghebbend, respectvol en veel eisend. Hij stierf toen hij 91 was na een hersenaneurysma en een beroerte.

Eric Schuurmans