THE GOLDEN GLOWS - THE SONGBOOK OF HARRY SMITH

 


Zeggen dat de Antwerpse Golden Glows iets hebben met oude liedjes, is zoveel als zeggen dat regen je nat kan maken: ze maakten een dozijn jaren geleden een glorieuze entree met hun “Songbook from the ’20’s”, deden daar een “Folksongbook” bovenop, brachten “A Prison Songbook” uit, met in de nasleep een paar ep’s met extra tracks én met daar bovenop nog een LP et de live-versie van datzelfde songbook. Dat ze nu aankomen met een greep uit het standaardwerk dat door Harry Smith bijeen gepuzzeld werd, was al een tijdje aangekondigd middels een concertreeks in de AB en nu is het er ook, op ouderwets vinyl en hypermodern digitaal.

Zangeressen Nel Ponsaers, die we ook kennen als toetseniste bij Stef Kamil Carlens en als helft van Indio Louro, en Katleen Scheir, die niet zo lang geleden een heel fijne soloplaat maakte, kregen recent nog lof toegezwaaid in deze kolommen, terwijl zanger-gitarist Bram van Moorhem, een ware creatieve duizendpoot, een beetje in de schaduw bleef, al weten we van hem ook wel dat hij meezong bij Roosbeef en -drumde bij de geweldige Ambrassband.

Tot daar deze korte situering, waarna we ons met graagte op de plaat concentreren en die opent met onheilspellende toetsen- en percussieklanken -afkomstig van Frederik Meulyser en Bram Weijters-, die alras overgaan in een walsje, dat je herkent als “Henry Lee”, in de typerende Glows huisstijl: drie stemmen, die wonderlijk mooi ineenschuiven. Het contrast met het daarop volgende “See That My Grave Is Kept Clean” kan nauwelijks groter zijn: in een soort razernij uitgespuwd door Van Moorhem, wiens zang door heel donker drum- en toetsenwerk omgeven wordt, zorgen de vrouwenstemmen voor een sirenenzang, die de song tot kippenvelniveau optilt.

Waarna “Black Jack David” volgt in een haast loom, bluesy arrangement en “The Old Lady and the Devil” in min of meer dezelfde trant overneemt en de gastmuzikanten het voortouw mogen nemen en dat ronduit fantastisch doen: dit is een track, die je de hele dag loopt te neuriën, zodra je ‘m één keer gehoord hebt. Met “Fatal Flower Garden” nemen de vrouwenstemmen het weer over, begeleid door klassieke pianoklanken, terwijl in “The Butcher’s Boy” de Glowsklank, die we zo goed kennen weer naar boven gehaald wordt. Ook “Judgement” is, wat mij betreft, één van de vele hoogtepunten van de plaat, door de manier waarop met contrasten gespeeld wordt: de lieflijke vrouwenstemmen tegenover de gedecideerde zang van Bram en alweer dat knappe, onheilspellende klankendecor van drums en toetsen.

“I WishI Was a Mole in The Ground” is een heel mooie hedendaagse vertaling van één van dé folksongs-bij-uitstek en in “Sugar Baby”mag Bram Van Moorhem zijn niet-geringe vocale kwaliteiten volop laten bewonderen. Nog zo’n alom gekende traditional is “Banks of the Ohio”, geknipt voor de vrouwenstemmen. Met “The Coo-Coo Bird” gaat het tempo weer flink de hoogte in -de vrouwelijke geluidjes en het binnensmokkelen van “Jack ‘O Diamonds” zijn geweldig- en dat onmiddellijk daarna “The Cuckoo” volgt, hoeft natuurlijk niet te verwonderen. Afgesloten wordt met wellicht de minst bekende song van allemaal: “The Demon Lover”, al deden Pentangle en Steeleye Span hem ook al, lang geleden. Wat de Glows ermee doen, ligt geheel in de lijn van de hele plaat: ze geven er een hedendaagse draai aan, maar blijven wel binnen het folkidioom.

Samengevat: ik heb bijzonder weinig negatiefs te malden over de nieuwe van The Golden Glows: het is een plaat die perfect in hun parcours past en die het trio-met-uitbreiding bevestigt als toonaangevend, zoniet “zonder concurrentie” in dit bijzondere niche-genre. Ze gaan straks uitgebreid toeren langs Vlaamse zalen. Ik héb m’n tickets al gekocht, zowaar ik dit schrijf !

(Dani Heyvaert)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Artiest info
Website  
 

video