TED RUSSELL KAMP
SEASICK STEVE AND THE LEVEL DEVILS
TREVOR FINLAY BAND
ANE BRUN
MATT CORCORAN
MIKE ANDERSEN BAND
NATHANIEL STREET-WEST
HARRY MANX
NORAH JONES
THE STONE COYOTES

TED RUSSELL KAMP


Website: www.tedrussellkamp.com

DEDICATIONS


In 1995 was Ted Russell Kamp nog een pure jazzmuzikant. Met zijn contrabass en een begeleidingsband met op tenor en alt sax niemand minder dan Mark Taylor, drummer Steve Korn en de bekende jazz pianist Gary Fukushima brengt hij met "Dedications" een instrumentale hommage aan de mensen die hem "gevormd" hebben, familieleden, maar ook bekende jazzmuzikanten die hem hebben beinvloed, zoals Ellington, Basie, Paul Desmond en vele anderen. Hoofdzakelijk zijn de composities op deze cd van eigen hand, maar er staan ook enkele covers op. Omdat we geen echte jazzkenners zijn, gaan we ons beperken in onze kommentaar, maar ik kan wel zeggen dat dit een cd is die mij als niet-jazzliefhebber wel kan aanzetten om deze muziekvorm toch wat meer luisterkansen te geven, en een cd als deze is best te genieten en straalt een zeer rustgevende sfeer uit, ideale laatavondmuziek. Prima werk van saxofonist Mark Taylor ook, die vooral zijn stempel op deze cd drukt. Zo hebben we ook de singer songwriter Ted Russell Kamp van een gans andere zijde leren kennen.

THE PONTICELLO YEARS

De band "Ponticello" bracht 4 cd's uit tussen 1998 en 2002. Ted was oprichter van deze band, speelde er bas, was leadzanger en schreef de meeste van de songs. De cd's waren in chronologische volgorde: The Escape Artist, Cotton Deisel, Down Like Mercury en Dark Skies. Deze cd is een compilatie van de beste nummers, geplukt uit deze 4 cd's. Chris Murphy was mede oprichter en speelde viool en mandoline, en de meeste songs op deze verzamelaar zijn samen door hun beide geschreven. Door de invloed van Chris zijn de songs een mengvorm van Americana, singer-songwritermuziek, wat bluegrass en jazzy swing à la Django Reinhardt. Wat me meteen opvalt is dat het wat wij noemen een "groeiplaat" is. Nummers als het semi klassieke/jazzy "Find A Way" zijn songs die door hun wat moeilijkere opbouw (met cello en jazzy gitaartje) je niet zo dadelijk aanspreken, maar bij een derde en vierde draaibeurt openbloeien en ware pareltjes blijken. "Angel In My Eyes" is een luchtige westernswing met een "Hot Club de France" tintje. Datzelfde krijgen we in "Nobody Knows Nobody". Afsluiter "Napoleon" is een apart nummer, dat braafjes begint met een traditionele country fiddle, maar al vlug overgaat in een experimenteel duel van loeiende gitaren en Jean-Luc Ponty achtige vioolgeluiden, om dan weer mooi braaf deze cd af te sluiten met de country riedel waar het nummer mee begon. Als je deze cd ziet in de evolutie van Ted's carrière merk je dat tijdens de Ponticello periode Ted de jazz langzaam inruilt voor zijn huidige stijl, Americana, en dat de groep Ponticello in feite de mengvorm was van deze twee stijlen.

NORTH SOUTH

De ware Ted Russell Kamp komt boven water, eindelijk heeft hij zijn eigen stijl gevonden. Alt.country en Americana met zijn stem die erg op de vroege Steve Earle lijkt en nummers die herrinneren aan wijlen Gram Parsons. Multi-instrumentalist Ted speelt naast bas op deze cd nog een hele resem instrumenten, teveel om te vernoemen. Naast de rustige country nummers vinden we hier echter ook enkele stevigere rockende songs, zoals "Steady At The Wheel" met smeuige slide gitaar. Het nummer werd geschreven voor Shooter Jennings: "Put The O Back In Country", en Shooter zelf zingt er harmony vocals. "The Arms of A Stranger" is een hemelsmooie song, waar de stem van Ted erg veel gelijkenis vertoont met die van Jackson Browne. Dat zal tijdens deze beluistering nog enkele malen gebeuren, want soms heeft hij meer 't timbre van Steve Earle, maar soms ook, zei het wat minder, Jackson Browne. Kortom, een hele sterke cd, fijne Americana met dobro en pedal steel, genieten geblazen dus voor de Americana liefhebber.

NASHVILLE FINELINE

Ted gaat de ingeslagen weg verder, weer is de country volop aanwezig, al zijn de songs op deze "Nashville Fineline" over 't algemeen wat vrolijker en lichter en komt de pure country meezinger meer in de buurt. Waarschijnlijk komt dit doordat de meeste songs "on the road" op hotelkamers, in tourbussen en zo geschreven werden, wat waarschijnlijk vlugger "jongens onder mekaar" thema's oplevert. Getuige hiervan zijn titels als : "So Many Honky Tonks, So Little Time" en "Goin' Goin' Goin', Gone" of "Swampwater Whiskey", allemaal vrolijke "drinkin' songs". Maar ook juweeltjes als "Just For You" of "Friday In My Mind" waar de echte Americana toch weer bovenkomt, met pedal steel en prachtige vocals, en teksten met wat grotere diepgang. Toch valt in vergelijking met North South de balans wat lichter uit, want het merendeel van de songs zijn wat luchtig, wat echter niet betekent dat we hier te doen hebben met een zwakke cd, integendeel zelfs, er valt nog heelwat te genieten en echt zwakke songs zijn hier zeker niet te vinden. Voor echte Nashville fans zeker een aanrader, de fans van het ietwat zwaardere alternatievere countrygenre kunnen beter terecht op "North South"

DIVISADERO

Ted vliegt er op deze laatste, die vlug na "Nashville Fineline" verscheen, onmiddelijk in met een opener om U tegen te zeggen: "Swinging Doors". In ware Nick Lowe stijl is dit een nummer dat zich dadelijk in je geheugen grift, en voor je het weet neurie je de ganse dag "Swinging Doors". Het hierop volgende "Gipsy Light" is weer zo'n heerlijke Americana song die je dadelijk grijpt en hij behoort tot een van mijn favoriete songs van Ted's repertoire. Net als de voorganger is ook deze in tourbussen, hotelkamers, kortom 'on the road' geschreven en zelfs gedeeltelijk opgenomen, onbegrijpelijk als je hoort hoe goed de opnamekwaliteit is. Tijdens een zeer aangenaam interview met Ted, gedaan door collega Valére, vertelde hij ons dat de titel stond voor de straat in San Francisco die de scheidingslijn vormt met San Francisco en de rest van het land. Het thema van de cd is dan ook de verdeling, het verschil, tussen stad en platteland, insiders en outsiders, rijk en arm, wat je wil zijn en wat je bent, en ga zo maar door. Alle songs op deze cd gaan in feite hierover. Deze cd is terug een stap in de Americana richting en van het kaliber van North South. Twee prachtige duetten ook, het met Jesse Colter gezongen, prachtige "Looking for Someone" en het grappige, met Shooter Jennings samen gebrachte "You Were Better Before You Were Big Time". Als Ted in deze richting verdergaat is hij zeker iemand wiens naambekendheid zal blijven groeien
(RON)


SEASICK STEVE AND THE LEVEL DEVILS


Website: www.seasicksteve.com
Label: Bronzerat
Distr: Lowlands - VIDEO 1 VIDEO 2



Dave Wold, bij het publiek bekend als "Seasick Steve" is een heel apart iemand. Hij werd geboren in de U.S.A, zijn ouders verlieten elkaar toen hij 4 was en op14 jarige leeftijd verliet hij zelf het ouderlijke huis en begon het leven van een dakloze hobo te leiden, sliep in kartonnen dozen, en reisde van stad tot stad door op goederentreinen mee te reizen, het zogenaamde “trainhopping”. Tegenwoordig leeft hij in Noorwegen. Nog voor zijn carriere als blueszanger, had hij tientallen jobs, waaronder cowboy en seizoensarbeider op plantages. Zijn grote doorbraak tot bekendheid kwam er met Jools Holland, die hem in 2006 bij zijn jaarlijkse Hootananny of nieuwjaarsshow (video) liet optreden voor een menigte bekendheden in de studio die met open mond luisterden naar wat hij uit zijn 3 snarige goedkope gitaar te voorschijn toverde tijdens zijn "Dog House Boogie". Deze gitaar of “Three-Stringed Trance Wonder” zoals hij ze gedoopt heeft is het onderwerp van een heel apart verhaal. Het is een heel normale, ordinaire gitaar, maar er staan slechts 3 snaren op, en ze zijn bovendien heel verkeerd getuned. Bij elk optreden vertelt hij het verhaal dat hij dit onding kocht voor 75 dollar van een man die Sherman Cooper heet, in Como, Mississippi. Hij zwoer om nooit iets te veranderen aan deze gitaar, en er zijn doel van te maken om de wereld te vertellen dat Sherman hem opgelicht heeft, bij elk optreden zegt hij dan ook, terwijl hij de gitaar ostentatief in de lucht steekt: “This is the biggest peace of s**t in the world!”

 

CHEAP

Verder heeft hij ook nog zijn exclusieve “Didley Bow”, in feite een éénsnarige slide, speciaal voor hem gemaakt en zijn MDM of “Mississippi Drum Machine” een unieke versie van een zogenaamde stomp box. “Cheap” was zijn eerste full cd, en deze laat ons een kruising horen tussen busker - stijl blues, hobo verhalen, John Lee Hooker achtige primitieve boogies en juke joint blues in de Fat Possum traditie, alles super primitief en bewust wat slordig opgenomen, zodat de titel “Cheap” volledig tot zijn recht komt, maar dat maakt juist ’t originele charme van dit soort opnames. Goedkoop, maar echter dan echt. Prachtige nummers op deze cd ook. De ruige opener “Cheap” met zijn vuile fuzzy gitaar en nog vuilere vervormde vocals zet al dadelijk de toon voor een originele bluesuitstap. Het daarop volgende “Rockin Chair” gaat met hetzelfde elan verder. In “Hobo Blues” hoor je de sfeer van de Mississippi Delta zo doorklinken en roept het treinritme zonder moeite beelden voor de geest van zwervers die in open treinwagons naar een voorbijreidend landschap turen. “Love Thing” is echte John Lee Hooker in zijn begindagen, met een mooie solo op de Didley Bow. Ongelooflijk dat je uit zo’n primitieve instrumenten zulke muziek kunt halen. ”8 Ball” is naar mijn mening een van de beste nummers op de cd, net als het daarop volgende “Xmas Prison Blues”. Beide nummers zijn verzorgder van opname en Steve’s warme stem komt nu volledig tot zijn recht in deze laidback songs. In het afsluitende “Rooster Blues” komt het bekende Jimmy Reed ritme aan de oppervlakte. Bovendien merk ik dat de cd nog een hidden track bevat van wel 7 minuten. Mooi meegenomen. De twee hobo verhalen die tussendoor nog verteld worden, geven een mooi beeld van deze man, die als een unieke, zonderlinge nieuwkomer aan het bluesfirmament mag gezien worden, we gaan zeker nog meer van hem horen!

 

DOG HOUSE MUSIC

Net als bij zijn voorganger begint deze cd superstevig met "Yellow Dog", alleen na 61 seconden is het plots gedaan, de schaar erin, weer een van die eigenzinnige aparte dingen die eigen zijn aan Seasick Steve. "Things go up" heeft wat van een slavensong zoals die vroeger op de plantages gezongen werd om 't tempo erin te houden. "Cut My Wings" is een echte delta blues, Mississippi Fred McDowell stijl, en eigenlijk zijn de meeste nummers op deze cd in deze stijl. Alleen de "Dog House Boogie" is weer iets harder van aanpak en zit weer in het Fat possum, White stripes, Black Keys, North Mississippi All Stars straatje. "Save me" is ook nog een buitenbeentje met het unieke geluid van de Didley Bow als leidraad. De overige songs zijn meer delta bluesnummers, rustiger van aard, met akoestische slide op de three stringed trance wonder en dikwijls de oudste J.L Hooker opnames, zoals "Hobo Blues" voor de geest roepend. Als we deze twee cd's moeten vergelijken verkies ik echter de re-release van "Cheap" boven de zeer geprezen "Dog House Music". Komt het omdat weinigen "Cheap" al gehoord hebben, wel dan zullen ze waarschijnlijk nog uitbundiger gaan doen dan over deze cd, want "Cheap" was veel avontuurlijker en uitbundiger van geluid dan deze "Dog House Music", die de reden was dat Seaside Steve naar de Humo Awards en Pukkelpop mocht en mag komen. Nu even luisteren naar zijn nieuwste werk.

E.P
Bronzerat Records was zo vriendelijk ons ook nog een E.P toe te sturen die echter geen titel nog hoes heeft en aan het labelnummer te zien de resentste opname van Steve is. Vier nummers slechts waarvan een 'n hobostory (spoken word) en ééntje de remix is van "Last Po' Man" uit Dog House Music. Als dit een voorloper is voor een nieuwe full cd, dan belooft die weer heel goed te worden, want Steve heeft terug het vuur van de eersteling "Cheap" teruggevonden, De Remix van Last po' Man is super en de overige twee songs zijn ook songs die erg R.L Burnside geinspireerd zijn. Seasick Steve, van hobo tot bluesster in één jaar tijd: terecht, volgens mij!
(RON)


TREVOR FINLAY BAND
SHOW ME WHAT YOU GOT (2005) - HOME TONIGHT (2003) -BUMPY ROADS (2001) - MORNING MAN (1998)


Website : www.tfband.com
Label : BKSA Records

VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

MORNING MAN


De wekker loopt af. Een prachtige slide-intro, en we zijn op een originele manier vertrokken met “Morning Man”, de eerste kennismaking met de Trevor Finlay Band. Deze Canadese band was tot voor kort een onbekende voor mij, toch verscheen “Morning Man” reeds in 1998, dus ondertussen nu al 9 jaar geleden en toch klinkt dit even fris en up to date alsof ‘t gisteren opgenomen was. Het was met een nummer uit hun laatst verschenen CD “Show Me What you Got” namelijk “I’ll Come To You” dat Trevor mijn aandacht trok, al is dit een understatement, mij overdonderde is een beter woord. Na een vlugge beluistering van korte fragmentjes op de site wist ik dat ik indien mogelijk een “special” of zoals wij het hier noemen een “Blikvanger” moest maken van dit trio. Dankzij de bereidwillige hulp van Josee Deschenes en Dime –a- glass entertainement is dit nu mogelijk. Momenteel is de band op tournee in Australië en als het even kan moet ook Europa er aan geloven. De band heeft een uitstekende live reputatie en dat zal je niet verwonderen na het bekijken van een van de videoclips van hun live werk. Afwisseling is troef bij TFB, hij neemt risicos met zijn repertoirekeuze, van blues, via rock and roll naar jazzy nummers, maar het is niet zomaar een samenraapsel van verschillende stijlen, alles heeft die stempel met het echte eigen Trevor Finlay geluid. Al klinkt deze eersteling nog vrij conventioneel toch is hier reeds het eigen gezicht van TFB te bespeuren, een ontwikkeling die zich bij iedere nieuwe release verderzet. Wat is dan die eigen TFB stijl? Wel, het zijn vooral die bijna hypnotiserende gitaarriffs van Trevor die zo eigen zijn. "Morning Man" is al direct een voorbeeld hiervan. “I Remember Sundays” heeft wat van het beste van Little Feat en de Allman Brothers in zich. “Instead Of Love” is lekker funky, terwijl iets verder ”Why” klinkt als een jaren 50 tearjerker. “Nicfit” is een instrumentale boogie die naadloos overgaat in “You’re The Only One” een uptempo swingende compositie met prachtig gitaarwerk. "Last Saturday Night " sluit deze cd met enkel eigen werk af en is een jump-blues in de beste Roomful of Blues traditie, met leuke blazers en koortjes. Als debuut kan dit al tellen. ”Morning Man” sure woke me up!



BUMPY ROADS

Trevors slide klinkt weer lekker smeuig! In “Mother Goose”, de openingssong lijkt ’t wel of Duane Allman heropgestaan is, de hele song heeft trouwens dat Southern gevoel. Verder met “Midnight Ferry Ride”, een rockende bluessong met weer die slide in een hoofdrol. ”Coffee”, een song over het ochtenritueel en de functie van de dagelijkse portie cafeine om op te starten. Een funky nummertje met een heerlijke solo van Trevor waar de energie (van die koffie) zo vanaf spat. Op “Better Than Other Days” is het vooral de mooie stem van Trevor die de aandacht trekt in deze iets rustigere song. “Jambalaya” is natuurlijk overbekend, net als “Hey Bo Didley” maar TFB drukt er een eigen stempel op met mooie gitaarbreaks en Bo Didley gaat zelfs even buikdansen. Lievelingssong op deze CD is echter de titelsong “Bumpy Roads” omdat ook hier weer dat typische repetatieve, hypnotiserende gitaarspel de bovenhand heeft. Simpele riffs die je in je hoofd nestelen. Halverwege ’t nummer gaat Trevor dan nog even uit de bol op de wah-wah pedalen. ”Hurry Up” is wat de titel zegt een opgejaagde supersnelle song met heerlijke slide en vingervlugge passages waar zelfs Albert Lee een puntje kan aan zuigen. Het humoristische “The Couple Next Door” zegt alleen al door het hamerende ritme waarover de song gaat, dunne wanden en een superhoog libido: “I could call them rabbits, but rabbits take a break.. “ zingt Trevor. Afsluiter ”It Ain’t Right” is ’n supersnelle en vingervlugge song in rockabilly stijl waar Trevor kan bewijzen een unieke gitarist te zijn (weer is de gelijkenis met het werk van Albert Lee hier groot. De rit op de “Bumpy Roads is voorbij. A hell of a ride!

HOME TONIGHT

Om eens een andere kant van zijn veelzijdig talent te tonen, trakteert Trevor Finley ons op een unplugged cd. Maar vervelend of saai zal het zeker niet worden. Het begint al dadelijk heel mooi met een sublieme cover van “Up On Cripple Creek” van de Band. Daarna ragtime met “Home Tonight”, een eenvoudige song, maar lekker swingend, en mooi gezongen. Deze song over ’t zwerversbestaan met zijn problemen, maar ook zijn vrijheid. “Morning Man”, titelsong van de debuutcd krijgt daarna een stripbeurt en is ontdaan van alle slidegeweld, maar is nu met de dobro even mooien toch compleet anders dan de eerste versie. Na “It’s Over” met zijn close harmony zangpartijen is ’t dan de beurt aan “Craving Your Attention” een knap duet met zangeres Terri Loretto. Heel origineel zijn de “Modern Campfire Songs part 1 & 2” . Dit zijn grappige, misleidende, korte country “redneck” versies van “Anarchy” van de Sex Pistols en “The Bad Touch” van Bloodhound Gang. Hoogtepunt voor mij op deze cd is echter de supermooie relaxte versie van “All Along The Watchtower”, na Dylan en Hendrix, heeft Finlay de derde versie gemaakt die reden van bestaan heeft, de (honderden) anderen zijn imitatie. Ook Tampa Red’s “You Can’t Get That Stuff No More“ kent natuurlijk veel coverversies, maar Trevor weet er weer een eigen stempel op te drukken met zijn eigen zangstijl en gitaarspel. Als laatste eigen compositie komt “Clean Living”, ‘n bluessong over de nadelen van het “te braaf” zijn, een song waarin ik me volledig kan terugvinden. Clean Living is killing me too. Om af te sluiten Louis Jordan’s “Safe, Sane & Single” in, zoals we van Trevor gewoon geraken een knettergekke versie met Spike Jones allures. Na een minuutje komt dan als hidden track nog de slow motion versie er bovenop. Trevor Finlay, een man met gevoel voor humor en muziek (zie ook zijn videos).
(RON)

SHOW ME WHAT YOU GOT

Serieuze adelbrieven kan deze singer/songwriter/gitarist/frontman van the Trevor Finlay band uit Ottawa (Canada) voorleggen en toch is hij aan deze kant van de oceaan alleen bij de insiders bekend. Geen wonder dat Bobtjes Blues (www.bobtjeblues.com) reeds verschillende malen uitvoerig de band in het zonlicht plaatste en met zijn vierde album "Show Me What U Got" is ook Rootsime aan de beurt. Beter laat dan nooit zullen wij maar zeggen want Finlay liet voor het eerst van zich horen in 1998 met het album "Morning Man" en de opvolgers "Bumpy roads" (01), "Home Tonight" (acoustic, 03) bezorgden de man in Canada en Amerika onsterfelijke roem. Met dit album worden de grenzen verlegd en worden alle pijlen afgeschoten op Europa en krijgen de plannen om ons landje met een bezoekje te vereren meer en meer vaste vorm. Misschien dat daarom voor een prima opener als "I'll Come to You" gekozen werd onder het motto "Trevor Finlay Rocks The blues". Maar het is niet allemaal blues/rock wat de klok slaat want het album herbergt zelfs schitterende bijna/unplugged bluesversie's van Gene Vincent's "Bebopalula" en Prince's "Kiss" , een prima akoestisch slide pareltje met "Philly no More", een rockabilly nummertje uit de oude doos met "Dance Like No One's Looking" en kan je "It's Over" de ganse dag horen op alle commerciële radiostations in zijn thuishaven. Finlay nam bijna alle nummers voor zijn eigen rekening en in blues/rock middens is dat geen alledaag iets. Maar het zou de waarheid geweld aandoen als wij the Trevor Finlay Band louter als een bluesact beschouwen want daarom zijn de invloeden van rockabilly, rock, funk & country te duidelijk aanwezig. Met vier albums en supportingact voor James Brown, John Hiatt, Buddy Guy, Chris Isaac, Kathleen Edwards, Ronnie Hawkins heeft de band inmiddels bewezen dat zij klaar zijn voor het grote werk en onder de leuze "Couldn't Wait (til the Morning) "... "Let's Dust Get Drunk" solliciteren zij met een overtuigende CV voor een plaatsje op de Europese blues/rock festivals.


ANE BRUN


LIVE IN SCANDINAVIA - DUETS - A TEMPORARY DRIVE – SPENDING TIME WITH MORGAN
Website: www.anebrun.com
Label: DetErMine Records
VIDEO:optreden uit 2005 in Paradiso.
VIDEO: 'The Dancer'

Met haar warme stem en akoestische gitaar brengt de in Stockholm woonachtige Noorse singer/songwriter Ane Brun haar breekbare en intieme liedjes tot leven. Geïnspireerd door artiesten als Joni Mitchell en Ani DiFranco begon Brun op haar 21e liedjes te schrijven. Samen met mede muzikante Ellekari Larsson richtte ze het Label DetErMine Records op. Hierop bracht ze in 2003 haar debuut "Spending Time With Morgen" opgevolgd door "A Temporary Dive" (2005), Duets (2005) en nu brengt Ane Brun het live-album "Live In Scandinavia" uit, een album opgenomen tijdens de tournee die Brun eerder dit jaar deed met The DMF String Quintet, Nina Kinert en Staffan Johansson.

De singer/songwriter Ane Brun wordt op 10 maart 1976 geboren in het plaatsje Molde aan de Atlantische kust in het midden van Noorwegen. Ze is een rusteloze puber en heeft op haar 21-ste ruim meer afgebroken studies dan diploma's achter haar naam. Enige focus krijgt ze in haar leven als ze de oude akoestische gitaar van haar ouders meeneemt naar de hoofdstad Oslo, waar ze dan studeert. Jaren van oefenen en reizen door heel Europa volgen. Als ze de nummers van Ani DiFranco, Joni Mitchell, Ben Harper en Nick Drake tot in de perfectie beheerst, legt ze zich toe op een eigen gitaartechniek en schrijft ze haar eerste eigen nummers. Ze beleeft haar 'podiumdebuut' in de straten van Barcelona. Het leven van een reizende artiest bevalt Ane. "Als mijn leven saai wordt, moet ik het veranderen. Ontslag nemen en verhuizen." De enige constante is haar gitaar Morgan. Om de speciale band met haar instrument aan te duiden draagt ze het debuutalbum uit 2003 aan hem op: "Spending Time With Morgan", een album dat vreselijk goed werd ontvangen. "Spending Time With Morgan" kwam uit op haar eigen label in Scandinavie, DetErMine Records, het label dat ze samen met mede muzikante Ellekari Larsson oprichtte, opwaar het album werd gedistributeerd door V2. Algauw pikte V2 het ook voor andere landen op, zodat ze binnen de kortste keren aan het touren was door o.a. Duitsland en Italie. In haar woonplaats Stockholm deelde ze het podium met Mary Gaulthier en in Belgie tourde ze met Spinvis. En dat Ane Brun van Nederland houdt is duidelijk, want nadat de Noorse in 2005 maar liefst acht keer in Nederland land te zien was, zijn er voor dit jaar ook alweer enkele shows bevestigd. Op "Spending Time With Morgan" horen we meteen de bijzondere stem van Brun en het minstens even bijzondere geluid van haar gitaar Morgan. Ane Brun’s stem doet afwisselend denken aan de reeds vernoemde Ani DiFranco en Joni Mitchell, en klinkt altijd warm, gepassioneerd en doorleefd. Akoestische gitaar Morgan heeft een even warm geluid en wordt door Ane Brun op geheel eigen wijze bespeeld. Aangevuld met flink wat pedal steel en hier en daar een ingetogen ritme-sectie, beschikken alle twaalf de nummers op "Spending Time With Morgan" over een uniek geluid met veel folk- en hier en daar wat blues-, country en jazz-invloeden. Opvolger "A Temporary Dive" (2005) biedt op zich meer van hetzelfde, maar de betovering is gelukkig gebleven. Ane Brun’s akoestische gitaar Morgan is nog steeds haar trouwste metgezel. Een metgezel die de breekbare liedjes over gewonnen en vooral verloren liefdes wederom voorziet van lekker eigenzinnig gitaarspel. De muzikale begeleiding is verder uiterst sober, maar wel zeer doeltreffend. Het geeft Ane Brun’s bijzondere stem alle ruimte. Het resultaat is weer prachtig. In 2005 bracht Brun haar "Duets" album uit. Met haar vorige albums bewees de Noorse singer/songwriter met de prachtige vibrerende stem allesbehalve een eendagsvlieg te zijn. Nu wil ze met een "Duets" album onbekende artiesten een podium geven. De derde cd bevat namelijk tien duetten. De samen met Ron Sexsmith opgenomen afsluiter "Song No 6" kennen we al van "A Temporary Dive", maar de andere negen zijn gloednieuw. Ook op "Duets" schotelt Brun ons weer sobere en betrekkelijk eenvoudige songs voor. Songs die vol gevoel worden gezongen door Brun en haar (overwegend Zweedse) gasten en over het algemeen genoegen moeten nemen met een zeer spaarzame instrumentatie. Brun’s opvallende stem kleurt vooral mooi bij de wat donkerdere mannenstemmen als die van Madrugada’s Sivert Höyem ("Lift Me") en Lars Bygdén. Het met deze Bygdén opgenomen "This Road" roept herinneringen op aan Gram & Emmylou en is wat ons betreft dan ook het hoogtepunt van deze cd. Andere uitschieters tussen deze duetten zijn o.a. de dromerige opener "Little Lights", dat ze onder begeleiding van de Franse Syd Matters begint mee te zingen, hierin komt de veelgemaakte vergelijking met Joni Mitchell weer even bovendrijven, maar ook het nummer "Such A Common Bird", dat ze met de Canadese Wendy McNeill op accordeon en zang brengt, tekent voor het prachtigste stukje samenzang. Alsof we nu nog niet genoeg verwend zijn, waagt Ane zich samen met Liv Widell aan een interpretatie van Sam Brown’s "Stop", die de noemer cover meer dan waard is. "Duets" lijkt een tussendoortje, maar voor ons is het veel meer dan dat.

Jaja, het gaat goed met Ane Brun! Haar albums verkopen goed en onlangs heeft ze een succesvolle reeks concerten in Europa afgesloten. Van het laatste gedeelte van haar tour, de optredens in Scandinavië, is nu een live album uitgebracht, met de toepasselijke titel: "Live From Scandinavia". Op deze cd brengt Brun de beste momenten van haar tour samen. Het album telt achttien nummers waaronder, bekende en minder bekende nummers zoals "My Lover Will Go en Song No 6", het gloednieuwe nummer "Changing Of The Seasons" en de covers van PJ Harveys "The Dancer", Jeff Buckleys "So Real" en zelfs Henry Purcells "Laid in Earth" mogen er ook wezen. Natuurlijk hebben we de meeste songs al eens gehoord, maar Brun wordt hier bijgestaan door een heus strijkkwartet en de Zweedse zangeres, supertalent Nina Kikert. Nummers van de voorgaande albums werden voorzien van nieuwe strijkerarrangementen door Malene Bay Landin en the DMF String Quintet, arrangementen die soms flink afwijken van de originelen, waardoor het een geheel nieuwe ervaring wordt. "Live From Scandinavia" is zeer de moeite waard en het laat een geheel andere kant zien van de Noorse Ane Brun en haar muziek, waarin Ane Brun van de eerste tot de laatste noot weet te ontroeren met haar eenvoudige liedjes vol emotie. Brun blaast gewoon haar doorvoelde, introspectieve songs over liefde en verlies nieuw leven in, met de hulp van een behoedzaam spelende band, een strijkkwintet en een koortje. Zeer warm aanbevolen!

 


MATT CORCORAN


LIVE - 240KM/H - ANGRY YOUNG MAN - SO LOW BLUES
Website: www.mattsbits.com


Label: Black Market Music

LIVE (2006)

Goed groepje, dacht ik, toen ik tijdens het poetsen van de keuken (ja, de nieuwe man!) even vlug bij wijze van eerste kennismaking dit cd'tje in de speler gemikt had. Toen alles droog was, en ik het hoesje voor nadere bestudering ter hand nam, was de verbazing groot, want dit gevulde geluid van scheurende slide, vocals, bluesharp en percussie was het werk van één man, en dat ook nog live! Matt Corcoran is geboren in Perth, Australië, en begon zijn carrière als stand-up comedian (nog merkbaar in zijn bindteksten) daarna saxofonist en tenslotte gitarist, al vlug nam hij een cd op nadat hij als "busker" op de straathoeken opgetreden had. Op zijn 2 eerste cd's had hij nog wel een begeleidingsband, maar langzamerhand wou hij terug naar dat buskergevoel, ondertussen had de technologie natuurlijk niet stil gestaan en dank zij enkele nieuwe snufjes kon hij zijn sound vol laten klinken op zijn ééntje. Een van zijn trucs is het gebruik van een sampler die de intro met het basisritme in een "loop" herhaalt zodat Matt volop kan soleren op zijn slide bovenop het net gespeelde ritme (kan je nog volgen). Matt speelt lap steel slide, zodat hij ondertussen ook nog voor de nodige percussie kan zorgen op bassdrum, hi-hat en cymbalen. Op deze live opname speelt op enkele nummers ook nog een congaspeler mee. Af en toe voegt Matt ook nog bluesharp toe. Als hij echter de slide in de hoogste versnelling geschakeld heeft, geloof je je oren niet, zelden zo een intense steelgitaar gehoord. Dit komt vooral door het direkte "kale" geluid van de live opname zonder bas, het geeft de plaat tevens soms een hoog "Burnside-Fat Possum" gehalte. Grappige momenten soms, zoals in "Jiggy Jig" een buitenbeentje met Ierse invloeden, waarvan de studioversie doedelzakfragmenten bevat, wat voor Matt geen probleem is, live zingt hij die passages gewoon, de stand-up comedian komt soms boven. De beste nummers opnoemen is moeilijk, alles is van hoog gehalte. Matt Corcoran: "a freaky little one man bluesband".

240KM/H (1996)

Enkele weken geleden besprak ik de nieuwe live CD van de Australische Matt Corcoran. Zijn originele aanpak van de blues, op en top ruig en tot op het bot ontdaan van alle overbodigheden maakte zo een indruk op mij dat ik vroeg of ik geen "Special" mocht maken rond het vorige werk van deze man. Een goeie week later ontvingen we de 3 andere CD's van Matt en op dit moment spuwen de boxen van onze hi-fi ruige slide geluiden de kamer in.Vanuit de keuken wordt geroepen of 't niet wat stiller kan, en toevallig draai ik net "Hush, Hush" (Jimmy Reed). Nee, stiller kan het niet als je Matt's platen beluistert, hij laat zijn lap-slidegitaar janken en kreunen als geen ander, George Thorogood in overdrive. Op “240KM/H”, zijn debuut, hoor je in “Surf Monsters” zijn slide tegen een achtergrond van Dick Dale achtige ritmes scheurend de bocht ingaan. De stampende boogie “I Can’t Sing” met Elle Walker die de honeurs waarneemt voor de man die beweert niet te kunnen zingen (but ooh I can play guitar..) is eveneens slidegeweld met hoofdletters. Dan gaat ’t schijnbaar even rustig aan in “No..,Its Wrong” en beginnen we met een kalme dobro-intro, tot het nummer plots rommelig omvertuimelt en de venijnige slide 3 versnellingen hoger schakelt en een spurt inzet waarvan je haren ten berge rijzen. Echt ingetogen is “Daddy Died”, maar dit rustige, op National steel gebrachte instumentaaltje is dan ook het enige rustpunt op deze CD, want nummer na nummer speelt die jankende slide op volle snelheid de hoofdrol. “Plinka, Plinka” kan je best omschrijven als Hounddog Taylor meets Dave Hole. “240 km/h” is een race tussen bluesharp en slide waarbij je verwacht dat een van beide elk moment de ravijn induiken, het heeft wel iets van het gitaarduel tussen Satriani en Ry Cooder in de film Crossroads. Tijd om even gas terug te nemen in “On Angels Wings”: tegen een futuristische, spacy gitaar hoor je een conversatie van astronauten met hun groundcontrol-center. Op “Foxssox” horen we Matt voornamelijk op sax, en dit nummer is een beetje het buitenbeentje op de CD. Afsluiter “Get Johnny” laat Matt nog even uitrazen op zijn lap-slide en plots ga je van 240 tot 0 in een seconde, want ’t zit erop. What a ride!



ANGRY YOUNG MAN (1998)

Matt vliegt er weer dadelijk in met het up-tempo “Gunna Wanna” op deze cd waarbij in vergelijking tot de eerste die op elk nummer andere bezettingen had, de band afgeslankt is tot het trio: Matt op gitaar,vocals en harmonica, Paul Gadsby op bas en slaggitaar en backing vocals en Robert Dillon op drums. Na ”Elevator” en titelsong “Angry Young Man” met het agressieve slidespel wat we van Matt kunnen verwachten komt de traditional “House Of The Rising Sun” verrassend uit de hoek in een onherkenbare akoestische versie. Verder op deze cd alleen maar eigen werk en het geheel klinkt ietsjes beheerster dan het debuut al komt “Hard Rock Blues” wel erg dicht in de buurt. Het grappige “Shoulda Coulda Woulda” met veer scheurende mondharmonica gaat direkt over in “Love Me No More” met wah-wah slide solo in een shuffle tempo. Dan volgt “Tanya”, een nummer dat qua geluid erg lijkt op de solo’s die we kennen van die andere grootmeester van de slide, Sonny Landreth. “I Wanna Go Home” is een slow blues-intrumental met een slide gitaar die afwisselend fluistert en even later kermt en kreunt alsof ze gefolterd wordt. Afsluiten doet Matt weer met spacegeluiden die hij uit zijn gitaar te voorschijn tovert in “Arooogaah”. Ik ben geen taalkenner maar denk wel dat sommige van die gekke titels van Matt uit het Aboriginal taaltje komen. Op naar de derde!

SO LOW BLUES (2002)

Op deze derde CD is Matt Corcoran in feite al de one man bluesband die ons op zijn laatste live CD zo overtuigde van zijn kunnen. Een aantal van deze nummers kunnen we dan ook in hun eerder opgenomen studioversie beluisteren. Al is dit in feite ook ’n live cd want Matt zegt op zijn hoesinfo dat alles alles in een take live opgenomen is, alleen ditmaal in de studio zonder live publiek. Heel sterk opent Marr met de J.L. Hooker cover “I’m A Stranger”. Het hypnotiserende “Lil’ Blue Dog” en de daarop volgende tweede Hooker cover “Send Me Your Pillow” (er zullen er nog 2 volgen) zijn songs die Matt Corcoran het best liggen, de stampende, bijna eentonige basisritmes op Hookers wijze, met daar bovenop de messcherpe slideinterventies van Matt. De meeste nummers staan dus op de live cd en zijn al vermeld, maar Marr’s voorliefde voor rare titels levert hier nog één juweeltje op namelijk “Snuppaluppagas”, meteen mijn favoriete nummer van deze Australische gitaargod. Het sobere Hooker-ritme krijgen we nog tweemaal voorgeschoteld in “Hobo Blues” en “You Say You Love Me” en als uitsmijter krijgen we een korte Indian War Chant met de traditional “Poor Wayfairing Stranger”. Vergeet Dave Hole, down under is Matt the “King Of Slide”
(RON)


MIKE ANDERSEN BAND


Website: www.mikeandersen.com

Label: Black & Tan / -Custom Records

 

“He is much more than an imitator...there is no doubt that he sets himself apart from the rest of the new breed of guitarists as a man consumed by the blues. Whether it was determination or an in-built sense, he managed to find a voice and a guitar style that are uniquely his own. He shows that he had many influences from Johnny 'Guitar' Watson to BB King, but in the end, what you listen to is pure Mike Andersen.”
-Otis Grand


Een tijdje geleden kregen we de drie nummers bevattende E.P (Custom Records) van de Deense Mike Andersen Band binnen, een voorsmaakje van zijn binnenkort te verschijnen nieuwe C.D. Toen ik in 2002 zijn eerste cd aankocht was ik meteen verloren, goede bluescomposities, goed gitaarwerk, maar vooral wat een sublieme stem. Als je, zoals ik, al heel lang intensief bezig bent met muziek, dan heb je natuurlijk al duizenden goeie stemmen gehoord, wel ik mag zonder overdrijven stellen dat Mike Andersen in mijn top 3 staat, en wat soulgehalte betreft kunnen zelfs veel van onze donkere broeders nog veel van hem leren. Met deze nieuwe opname kan ik alleen maar bevestigen dat hij steeds beter wordt, terwijl ik deze bespreking intik en ondertussen luister naar "You Can Have My Love" lopen er rillingen langs mijn ruggegraat richting nekharen, een duidelijk teken voor mij dat we hier te doen hebben met een absolute topzanger."All Over" is een in 'n langzaam reggaeritme gezongen soulsong waar weer hart en ziel ingelegd zijn. Superklasse! Afsluiter "A Little Something" is ook weer zo'n prachtsong waarin de geest van Al Green ronddwaalt. Laat ons niet te lang wachten op’t volledige meesterwerk, Mike! Soul van absolute topklasse! Het is ook daarom dat ik besloot van Mike even in de spots te plaatsen en een blikvanger bijdrage te maken om ook zijn vorige 2 cd's even door te lichten.


De Mike Andersen Band begon in 2000 als 6 koppige formatie, waaronder 2 blazers, in 2002 zag hun debuut "My Love For The Blues" het daglicht, de cd verscheen op ‘t Black & Tan label en was een soulvol bluesalbum, waarop vooral, hoe kan het anders, de vocals mijn aandacht trokken, onder andere de langzamere songs "How Do You Sleep at Night" en "Jealousy and Disbelief" waarin Mike ons laat horen dat hij evenveel soul heeft als zijn Atlantic en Stax broeders. De blazers zijn goed op dreef, mooi gitaarwerk ook van Mike, kortom een zeer beloftevol debuut.


In 2004 komt er dan "Tomorrow", en de Mike Andersen Band is duidelijk gegroeid, in de openingstrack horen we al dadelijk een rapper, Al Agami, maar die is zo mooi geintegreerd in het soul en bluesthema van "Same Damn Time" dat het een prachtig geheel vormt, en geen botsing van 2 totaal verschillende stijlen, zoals we dat in andere pogingen soms wel zien. Deze CD is vernieuwender dan zijn voorganger, minder blues, iets meer soul, vooral in de stijl van de Hi-opnames uit de jaren 70, zoals Al Green en Ann Peebles, met prachtige blazersbijdragen, Hoofdzakelijk eigen composities ook, een cd zonder zwakke momenten. "Stuck With Me" is daar een mooi voorbeeld van. Dit nummer won in 2005 ook bij de "Indipendent Music Awards" de titel van "Song of the Year". De songs "Lessons" en "Fooling Yourself" sluiten deze mooie cd af, en nu na dit voorsmaakje van nummer 3, wat weer sterker en anders klinkt dan zijn twee voorgangers is het ongeduldig afwachten naar nummer 3 van deze Mike Andersen, A Great Dane!
(RON)

The band:
Mike Andersen – vocals & guitar
Claus Sand - keyboards
Paul Jr - bass
Mads “Tiny” Andersen - drums
Rasmus Boegelund – Trumpet/Congas
Morten Elbek – sax/guitar

 


NATHANIEL STREET-WEST


Website : www.nathanielstreetwest.com
Label : Puffin Records, Inc. www.puffinrecords.com


LIGHT OUT FOR THE TERRITORY (2003) / www.cdbaby.com/cd/nstreetwest1
AMERICAN WAY (2004) / www.cdbaby.com/cd/nstreetwest2
WITNESS (2006) / www.cdbaby.com/cd/nstreetwest3


Nathaniel Street-West is afkomstig uit Freedom, California en woont nu in Malibu. Hij is geboren op 26 december 1979 en is dus net 27 jaar geworden. In de laatste vier jaar heeft hij drie albums gereleased die stuk voor stuk van zeer hoge kwaliteit zijn, de volgende steeds nog wat beter dan de voorgaande. Van thuis uit kreeg hij de muziek met de paplepel en/of moederborst mee. Zijn jeugdjaren werden opgeluisterd met muziek uit de sixties van toenmalige topperformers als Bob Dylan, Led Zeppelin, Jefferson Airplane, The Band, Creedence Clearwater Revival, Stones & Beatles, Neil Young, Pink Floyd en toenmalig tieneridool Jeff Buckley. Niet toevallig allemaal eigentijdse idolen van zijn moeder. Daarnaast werd hij ook overladen met een gezonde dosis klassieke muziek van o.a. Bach, Mozart, Beethoven en Verdi. Overduidelijk een meer dan voldoende basis om zelf zijn eigen weg te gaan zoeken in een persoonlijke muziekcarrière. Op 13-jarige leeftijd schrijft hij zijn eerste songs en bespeelt hij zijn eerste gitaar. Hij ontdekte de blues- & Americanamuziek en voelde meteen aan dat blues de muziek was die zijn ziel hevig kon beroeren. Leadbelly, John Lee Hooker, Buddy Guy, Janis Joplin, Muddy Waters, Jimmy Hendrix, Stevie Ray Vaughan en consoorten werden zijn muzikale helden en voorbeelden, evenals enkele toppers uit de jazzwereld zoals John Coltrane, Django Reinhardt, Charlie Parker en Miles Davis. Enigszins opvallend is dat Nathaniel Street-West Nirvana-zanger Kurt Cobain vernoemt als een van de grootste songschrijvers aller tijden. Het mag dan ook niet verwonderen dat de dood van twee van zijn idolen (Stevie Ray Vaughan en Kurt Cobain) hem nog meer motiveerde om een even perfectionistische gitarist te worden. Muziek is zijn hele leven maar daarnaast vertoont hij ook interesse in literatuur, gedichten, geschiedenis en politiek. De mens Nathaniel Street-West heeft reeds van in de kinderjaren te lijden van een zwakke gezondheid omwille van een zeldzame chronische immuniteitsziekte genaamd vasculitis polyarteritis nodosa. Deze ziekte werd op driejarige leeftijd bij hem vastgesteld en sindsdien is hij hiervoor continu onder medisch toezicht. In 1998 heeft hij een chemotherapiekuur moeten ondergaan waardoor hij terug vrij gezond werd. In Oktober 2006 herviel hij echter in deze ernstige ziekte en momenteel rust hij in zijn huis in Malibu om terug op krachten te komen. Hij verkiest echter om niet over zijn ziekte te praten en wil vooral als een zo normaal mogelijk mens door het leven gaan. In zijn songs kan je echter regelmatig verwijzingen horen naar zijn levenservaringen door zijn ziekte en bij de behandeling ervan. Hij is actief bezig met het oprichten van een stichting voor lotgenoten met deze ziekte, allicht onder de naam “The Nathaniel Street-West Foundation”. Doel van deze stichting is de ziekte onder de aandacht te brengen, een steuntje in de rug voor alle patiënten te zijn en geld in te zamelen om ontwikkelingswerk en onderzoek naar een genezende behandeling van deze ziekte financieel te ondersteunen. De eerste CD “Light Out For The Territory” is een dubbelalbum met 17 songs, geproduced door Duane Baron die voornamelijk bekend was geworden als producer van heavy metal en hardrock groepen in Los Angeles. De muziekstijlen op dit album zijn gebaseerd op blues, rock en jazz. Alhoewel deze CD niet echt een doorbraak betekende voor Nathaniel Street-West plaatste het hem toch op de kaart en werd het een klassieker op diverse internetradio’s. De pers was vooral lovend over de zeer volwassen wijze waarop dit album was opgenomen, zowel wat betreft de vocale prestatie, de muziek, de arrangementen en de diepgaande songteksten. De meest gedownloade songs waren cult classic “Reconsider Baby”, de door country-invloeden verrassend frisse song “Rest Your Head Upon My Shoulder” en de Dylan-cover “Visions Of Johanna”. Opvolger “American Way” werd opgenomen in zijn eigen studio in de garage van het huis in Malibu. Het album werd ook geheel live opgenomen en bevat slechts 10 songs die in totaal amper 38 minuten duren. De songs vormen samen één geheel, als een boek met een verhaal in 10 hoofdstukken. Hoofdonderwerp was het algemene gevoel van ontgoocheling dat bij de meeste Amerikanen aanwezig was na de schokkende gebeurtenissen van 9/11. De woede wordt uitgeschreeuwd in de Doors-achtige openingssong “Revulsion”, er is de openhartige, met bluesgitaar doordrenkte song “Mourning Mornings”, de liefde en pijn wordt emotioneel bezongen in “Pas De Deux”. Verder op dit album vinden we het bittere en akoestische “Messenger”, het eenvoudige bluesnummer met harp “Weighted Words” en de opzwepende afsluiter “Battered Angels”. Eind November 2005 stapten Mark Howard, de bekende producer van o.a. Bob Dylan (“Time Out Of Mind”), U2, Daniel Lanois, Lucinda Williams en R.E.M. samen met de legendarische drummer Jim Keltner, bassist Daryl Johnson en toesenist Zack Ray (uit de band van Alanis Morissette) samen de living binnen in het huis van Nathaniel Street-West in Malibu. Howard had zijn truck met mobiele studio meegebracht (hij deed dit al eerder voor Michelle Shocked en voor Tim Easton). Samen namen ze er zo goed als volledig live de nieuwste schijf van Street-West op, genaamd “Witness”. Dit recentste album bevat meerdere pareltjes zoals bijvoorbeeld “Debra” dat gaat over betoverende schoonheid, “Road Of Life” over de vergankelijkheid en de snelheid van het leven, het dromerige “Flowers Of Summer” met subliem gitaarspel van Street-West en “Coldness Follows” waarin hij met gebroken stem zijn angst voor wat komen gaat uitzingt. Deze laatste song werd door Jim Keltner beschreven als zeer ontroerend, pakkend en ontzettend emotioneel. Alle nummers op deze CD hebben een eigen verhaal dat alweer subliem werd neergeschreven door Nathaniel Street-West. Hij vindt de teksten van zijn songs dan ook zeer belangrijk en hoopt dat de kernboodschap in zijn werk bij de luisteraars mag blijven hangen. Zo komt de politiek aan bod in twee nummers die over de Iraakse tragedie gaan : “Daddy’s Fine” en “Desert Mirage Love Letters”, de intolerantie van godsdiensten in “Infidel” en intense liefdesemoties in “Wedding Song” en in “Coldness Follows”. Samenvattend : de drie albums van deze artiest geven na enkele beluisteringen overduidelijk aan dat Nathaniel Street-West nog maar aan het begin van een legendarische carrière staat. Je kan er prat op gaan dat er enkele songs op deze CD’s staan die binnen afzienbare tijd als all-time classics zullen worden herinnerd. Hopelijk herinneren jullie zich dan nog dat Rootstime je voor het eerst in contact met deze superster bracht.
(valsam)


HARRY MANX

“The way I see it, Blues is like the earth and Indian music is like
the heavens. What I do is find the balance between the two.” – Harry Manx

 

WEST EATS MEET / ROAD RAGAS / MANTRAS FOR MADMEN / WISE AND OTHERWISE / DOG MY CAT


Label : Dog My Cat Records

Canadese bluesman Harry Manx was op zijn eerste twee solo-platen "Dog My Cat" (2001) en "Wise and Otherwise" (2002) voor Northern Blues Music al nooit voor een gat te vangen: hij schrijft, zingt, speelt banjo, akoestische slide en National steel gitaar. Hij werd geboren op het eiland Man in de Ierse Zee en bracht vervolgens zijn jeugd door in Canada. Aan het einde van zijn tienerjaren trok Harry de wijde wereld in en woonde vervolgens een tijdlang in Europa, Japan, India en Brazilië. In deze periode trad hij veel op in bars en cafés en op festivals. Midden jaren 80 werd Harry met name door de Indiase muziek erg aangetrokken. Zo erg zelfs dat hij bij Vishwa Mohat Blatt in de leer ging. Vishwa was samen met Ry Cooder grammy winnaar met het lied "A Meeting By The River". Hij kreeg van Vishwa zelfs een sitar/gitaarachtig instrument met 20 snaren. Dit instrument is net als een aantal andere regelmatig te horen in Harry’s muziek en wordt ook door hemzelf bespeeld. Was Manx zijn muziek in het begin voornamelijk blues getint, na zijn verblijf in India en zijn bewondering voor het land, de uitstraling enz. heeft hij een brug geslagen tussen de blues en de klassieke Indiase muziek. Zijn muziek wordt omschreven als "mysticsippi" blues van de Mississippi delta, een beetje gospel en heerlijke grooves. De muziek en de teksten zijn bijzonder luisterbaar en zeker niet zwaar verteerbaar. Zijn derde album "Jubilee" (2003) is een wonderbaarlijke samenwerking van Manx en die andere wonderbaarlijke gitarist Kevin Breit (ex Cassandra Wilson, Holly Cole en Janis Ian). Het resultaat op deze plaat is een verbluffende mix van blues, country, jazz en world music - alles in een superieure klankkwaliteit van producer David Travers-Smith. In 2004 verscheen op zijn eigen label, Dog My Cat Records, het album "West Eats Meet", een soort verhusselde East meets West, zou je kunnen zeggen. Dat Manx van Indiase muziek houdt was reeds te horen op zijn vorige cd's, en dat kun je op deze cd duidelijk weer horen. Veel fusionplaten hebben iets geforceerds, maar bij Manx klinkt het allemaal zo vanzelfsprekend dat je helemaal niet het gevoel hebt dat hier twee muzikale culturen gemixt worden. Het klinkt alsof het gewoon de muziek van Harry Manx is, en dat is gewoon heel mooie muziek. De cd begint met een relaxte blues in "Help Me", waar alleen maar een heel licht vleugje India doorheen waait. Verderop komen tabla en dholak wat nadrukkelijker in beeld, maar nooit storend, integendeel. Opvolger "Road Ragas" is een live album en bevat voor meer dan honderd uren muziek opgenomen tijdens zijn optredens in Canada, Europa en Australie. Zijn playlist bestaat voornamelijk uit nummers uit zijn vorige cd's ("Dog My Cat", "Wise and Otherwise", "Jubilee"), maar ook enkele onuitgegeven nummers. Waardoor we feitelijk kunnen spreken van een 'best of' uit Manx’s talrijke songs, bestaande uit doorleefde en originele akoestische blues ("Spoonful", "Sitting on Top of the World") met hier en daar een Mohan Vina. "Mantras For Madmen" (2006), ondertussen zijn zesde album, ligt volledig in dezelfde lijn als "West Eats Meet". Zijn akoestische blues, met een oosters tintje, heeft hij ditmaal opgevrolijkt met bas & drums, zeer gospel-geladen backing vocals en natuurlijk zijn Indiase instrumenten (Mohan Veena en Tamboura). De cd begint met "Where Fools Die" met zeer mooi harmonicaspel van Steve Marriner à la Toots Thielemans. Het tweede nummer "San Diego-Tijuana" is een oerdegelijke song, met een weinig Indiase muziek. Verderop komt zijn Mohan Veena-spel wat nadrukkelijker in beeld, zoals in de instrumentale afsluiter "Talkin Turban". Derde track "The Point of Purchase" heeft een J.J. Cale sound, met een schitterende tweede stem van Emily Braden. De achtergrondstemmen zijn overal heel mooi, maar als Braden de "background lead vocal" voor haar rekening neemt wordt het echt kippevelmuziek, luister maar even naar het duel met Emily in "It Takes A Tear" ... zo mooi! Het album werd geproduceerd door Jordy Sharp (ook verantwoordelijk voor de albums "Wise and Otherwise", "Dog my Cat", "Road Ragas" en "West Eats Meet") en werd opgenomen in The Inner Garage studio in Salt Spring Island/ British Columbia. In de band naast Harry Manx (Mohan Veena, banjo, harmonica en lap steel) spelen ook: John Reischman (mandoline), Geoff Hicks (drums en percussie), Bill Mendoza (bas), Steve Marriner (harmonica), harmonie zang komt van een dames kwartet: Emily Braden, Linda Kidder; Joani Bye en Helen Davis. Nog even iets over de titel van het album "Mantras for Madmen". Het Hindoeïs-me en aanverwante geestelijke stromingen kennen het begrip "mantra". Mantra’s zijn religieuze spreuken die je moeten beschermen tegen boze invloeden. Vrij vertaald zou je misschien kunnen zeggen dat de liedjes van Manx je moeten beschermen tegen gekke mensen in deze wereld. Maar goed, in zes jaar tijd bracht Manx zes albums op de markt en de man zit dus duidelijk niet stil. Zijn muziek/teksten vinden overal waardering en krijgen lovende kritieken en onderscheidingen. Reden genoeg om zijn eerste albums "Dog My Cat" (Best Blues Album of the Year/Canadian Independent Music Association, 2001) en de opvolger "Wise and Otherwise" (Junu nominatie en mooie kritieken in de Chicago Sun Times en The Washington Post) opnieuw te re-releasen, maar nu op zijn eigen "Dog My Cat Records". Kortom: Harry Manx heeft een donkere, warme en een tikkeltje gruizige stem, en hij zingt zijn liedjes steeds aangenaam relaxed. Tel daar nog eens zijn prachtige gitaarspel, zijn banjospel, zijn mondharmonicapartijen, de Mohan Veena en Tamboura bij en dan kunnen we zeggen dat zijn cd's kleine meesterwerkjes zijn. Alle nummers op deze cd's kruisen blues en folk met jazz en country, een vleugje Indiase muziek en een forse dosis singer-songwriter. Zo komt vanuit deze mix van invloeden een heel gretig en persoonlijk geluid tot stand. Manx’ eigen stuwende spel zorgt voor swingende melodieën, die tegelijk rootsy en meeslepend zijn.


NORAH JONES


Website: www.norahjones.com
Label: Blue Note Records


FEELS LIKE HOME / COME AWAY WITH ME

Op haar derde cd "Not Too Late" kiest Norah Jones, de Brits-Indiase jazzvirtuoze en dochter van sitarlegende Ravi Shankar, weer voor de vertrouwde aanpak: Jazzy songs doorspekt met country, blues, pop, soul en folk. Het is een werkwijze die door de jaren heen verrassend fris blijft. Je zou verwachten dat het publiek inmiddels immuun is geworden voor het Jones-virus, maar niets is minder waar. De muziek is nog steeds aanstekelijk. En het is knap als je dat al drie albums weet vol te houden, zonder saai te worden. Zo, dat is eruit.


Haar muziek vindt u bij de jazz, maar haar cd's zijn niet gemakkelijk in een hokje te passen, singer-songwriter of pop zijn even goede en even inadequate omschrijvingen. De nu 29-jarige zangeres/pianiste had in 2003 overweldigend succes met haar debuut "Come Away With Me", met meer dan 19 miljoen verkochte exemplaren wereldwijd. Eigen nummers worden op dit album afgewisseld met buitengewoon fraai gearrangeerde composities, zoals Hank Williams'"Cold Cold Heart" en schaart Jones zich naast Nina Simone in haar soulvolle uitvoering van John D. Loudermilk’s "Turn Me On". In 2004 kwam haar tweede studio-album "Feels Like Home" uit. Binnen één week waren van het schijfje wereldwijd al één miljoen exemplaren verkocht. Hoewel "Come Away With Me" beter verkocht dan "Feels Like Home" (vier miljoen stuks wereldwijd) zag het publiek Norah's tweede album toch als de succesvolle opvolger waar op gehoopt was: Wederom een jazzalbum met uitstapjes richting soul, country en blues, smaakvol gearrangeerd en gedragen door de warme stem van Jones. De legendarische producer Arif Mardin, verantwoordelijk voor vele Atlantic-klassiekers, zat wederom achter de knoppen, en onder de gasten bevinden zich Dolly Parton en Band-drummer Levon Helm. Naast eigen composities ook ditmaal uitgelezen covers, waaronder Townes Van Zandt’s "Be Here To Love Me" en Tom Waits'"The Long Way Home".

NOT TOO LATE

Haar derde album "Not Too Late" voor Blue Note Records is een 13-delig juweel waarop ze voor het eerst een volledig assortiment van eigen composities ten gehore brengt. Vol emotie, met subtiele nuances, de geestestoestand van een hectische wereld vertolkend. Voor het eerst schreef de in New York woonachtige zangeres alle nummers zelf. Een teken van haar voortdurende groei als artiest. Op het album is ook haar vertrouwde band weer te horen, evenals een aantal speciale gasten, met onder meer cellist Jeff Ziegler van het Kronos Quartet en jazz-organist Larry Goldings (Maceo Parker, John Scofield). Overigens kreeg ze ook hulp van gitaristen als Jesse Harris, Adam Levy, Robbie McIntosh en Kevin Breit en verrassender van alt.country folktroubadour M. Ward. De productie stond onder leiding van Lee Alexander, al vanaf het begin als bassist en songwriter betrokken bij Jones, die samen met haar deze plaat opnam in hun thuisstudio in Brooklyn, wat zou kunnen verklaren waarom de plaat nog intiemer klinkt dan zijn voorgangers. Dat er door veel muziekliefhebbers reikhalzend is uitgekeken naar dit album is overduidelijk na dat bleek dat de eerste single van het album, het soulvolle "Thinking About You", de meest gedownloade track is in de winkel van iTunes. Op "Not Too Late" horen we nog steeds rustig voortkabbelende deuntjes, zoals de intense nummers "Broken" en "Rosie's Lullaby" om bij te relaxen, maar toch is deze plaat sterker van opzet. Zo zou een bluesnummer als het tamelijk luidruchtige "Sinkin' Soon", dat een gezellig New Orleanssfeertje in zich heeft, best op een vroeg Tom Waits-album passen. Juist vanwege de eenvoudige ritmische basis komen de zanglijnen mooi naar voren. Dat Jones niet onder tijdsdruk heeft hoeven werken, maakt dat dit album zo mogelijk nog meer relaxed klinkt dan zijn voorgangers. 'Relaxed' betekent niet dat Jones alleen maar zoetsappige liefdesliedjes schrijft, in het kritische en ietwat vaudeville-achtige "My Dear Country" gaat het zelfs over politiek. Omwille van de voorzichtig maatschappijkritische tekst in deze song, gaan mijn gedachten zelfs uit naar Randy Newman. Kortom: Hoewel de verschillen nog klein zijn, maakt Norah Jones met deze plaat toch duidelijk dat ze niet van plan is om tot in lengte van dagen het geluid van "Come Away With Me" te kopiëren en dat is een fijne constatering. De sfeer van nachtclubjazz is naar de achtergrond verdwenen terwijl haar liefde voor country meer voelbaar is geworden. "Not Too Late" is gewoon een prettig album zonder zwakke momenten.


 

THE STONE COYOTES


CHURCH OF THE FALLING RAIN – SITUATION UNDER CONTROL – BORN TO HOWL
RIDE AWAY FROM THE WORLD – RISE FROM THE ASHES – FIRE IT UP- DREAMS OF GLORY


Website: www.stonecoyotes.com
Info: contact@stonecoyotes.com
Label: Red Cat Records

Toen folk zangeres Barbara Keith begin jaren zeventig haar debuutplaat voor het Warner Bros label maakte, zag alles er rooskleurig uit, ze kreeg de beste muzikanten ter beschikking, als Lowell George en Danny Kortchmar, en het werd een mooie plaat, die onder andere het nummer "The Bramble & the Rose" bevatte, een nummer dat uitgroeide tot een soort traditional. Heel toevallig kreeg ikzelf de plaat ook onder ogen (in1973) en omdat de bezetting me zo beviel kocht ik ze blindelings, want Barbara Keith kende ik niet. De LP kwam vanaf toen thuis nauwelijks nog onder de naald vandaan, want vrouwlief was er zo gek op, dat ze na een half jaar letterlijk grijs gedraaid was. Dat was zowat 't enige wat er jaren nog van Barbara Keith gehoord werd, regelmatig vroeg het vrouwtje wel eens of haar versleten LP nog niet op cd verschenen was, maar dat bleek niet zo te zijn, evenmin was er nog iets anders van haar verschenen. Barbara bleek in de vergetelheid verdwenen.Tot enkele jaartjes geleden er op 'n dag een cd uit Amerika bij Rootstime in de brievenbus belande met als groepsnaam "The Stone Coyotes", leuk hoesje, leuke groepsnaam, de titel was "Born to Howl", even naar de de bezetting gekeken, vocals Barbara Keith... Zou dit de Barbara Keith zijn die we kenden van haar titelloze LP die thuis bijna onder een stolp als een relikwie bewaard werd? Waarschijnlijk niet, dacht ik toen ik de eerste noten van een AC/DC-achtige intro hoorde, maar toen ik de stem van de zangeres hoorde wist ik onmiddellijk dat het de ware Barbara Keith wel degelijk was. Na verdere bestudering van het hoesje en de website te raadplegen, bleek dat Barbara niet erg tevreden was geweest met de eerste LP in 1972, omdat ze zichzelf niet echt terug kon vinden in het resultaat en dat ze haar voorschot terugbetaald had aan Warner, waarop deze de plaat uit de handel nam. (Tot zover deze korte persoonlijke voetnoot.). De Stone Coyotes dus ... Wel de verrassingen zijn nog niet ten einde, want wie zijn de Stone Coyotes? Barbara Keith dus op gitaar en vocals, manlief Doug Tibbles op drums en hun zoon John Tibbles op bas, jawel "a family-band". Doug was een bekende script-writer voor talloze TV sitcoms, onder andere "Happy Days" en ook hij gaf er de brui aan om op latere leeftijd (37) nog te leren drummen. Een stereotiepe beschrijving van hun sound die in iedere review terug komt, is "AC/DC meets Patsy Cline", goed, om een idee te krijgen van het totaalgeluid is 't inderdaad geen slechte quote, en ik heb hem nu ook weer gebruikt, maar toch vind ik dat het haar geen eer doet, want deze groep heeft duidelijk een eigen stijl, energieke rockmuziek die je recht naar het hart grijpt. Omdat ze een trio zijn blijft het geluid ruig en van alle franje ontdaan, en zo willen ze het ook. "Born to howl" bleek ook al de derde cd te zijn, want voor het bestaan van onze "Rootstime" site waren er in Amerika al 2 andere van hun verschenen "Church Of The Falling Rain" (1998) en "Situation Under Control"(1999), na "Born To Howl" (2001) verschenen nog "Ride Away From The World", "Rise From The Ashes", "Fire It Up" en als laatste "Dreams of Glory" waarvan collega SWA nog een recensie deed enkele maanden terug (zie onderaan). Allemaal puike cd's vol energie en met overtuiging gebracht door een hechte band die met plezier speelt, wat wil je anders van een familie die constant "on the road" is. Ze maken er ook een gewoonte van om elk jaar bijna hun volgende cd te releasen, maar zonder hype of publiciteit, gewoon mond aan mond reclame, goeie optredens, kort bij de fans staan, geen roadies, omdat ze maar met hun drietjes zijn wordt alles zelf opgebouwd en afgebroken bij de optredens. Toen bestseller schrijver Elmore Leonard hun zag optreden was hij zo onder de indruk dat het idee ontstond voor een boek "Be Cool", het zal de opvolger worden van "Get Shorty", "Jackie Brown " en "Out Of Sight", drie boeken met wereldfaam die verfilmd werden. Momenteel zitten de Coyotes weer in hun kelder-studio en de nieuwe komt er binnenkort weer aan, oh ja, ook het zo geliefde debuut-soloalbum is onlangs in Japan op cd verschenen, maar niks tegen 't vrouwtje zeggen, want ze kost 32 euro (zonder verzendingskosten) en Japan is ver! Veel te ver!
(RON)

DREAMS OF GLORY
Van je familie moet je het hebben .... ondergetekende weet er alles van, maar The Stone Coyotes zijn blijkbaar een uitzondering op die regel. Met "Dreams of Glory" zijn Barbara Keith (vocals, guitars, slide, keyboards), echtgenoot Doug Tibbles (drums & percussie) en stiefzoon John Tibbles (bass, lead guitar, banjo) al aan hun zevende studio - album toe en blijkbaar is er nog steeds geen vuiltje aan de lucht. Het echtpaar Keith/Tibbles weet van wanten. Barbara stond ooit op de loonlijst van verschillende major labels en haar songs werden ondermeer gecoverd door Tanya Tucker, The Dillards, Barbara Streisand, Lowell George, Melanie, Hank Snow, haar "The Bramble & the Rose" is inmiddels uitgegroeid tot een heuse folkklassieker. Doug Tibbles kwam aan de kost als succesvolle tv-scenarioschrijver maar verkoos net als Barbara hun hectische leven te wisselen voor wat meer regelmaat en is sindsdien niet meer achter zijn drumstel weg te slaan. Zoon John mocht ondanks zijn prille leeftijd (11) de bas hanteren en the coolest husband-wife-and-son rock & roll trio was een feit. Opener "Party Down the Hall" geeft meteen aan waar het om draait bij the Stone Coyotes, "Desperate Times", "Dreams Of Glory", "Ace of the Spades", "Back to New York" en "Digging for Gold" draaien er geen doekjes om ... dit is AC/DC meets Patsy Cline. Nu weet ik niet of het met leeftijd te maken heeft, de wilde en andere haren zijn al lang verdwenen, maar het schitterende "Johnny Rock's Cantina" laat een Americana/roots lichtje schijnen en meteen zijn wij verkocht. Het lijkt wel of de tijd stil stond in San Antonio ... "Even now when I close my eyes, I see trough the tangle of the years .... "Bad Luck" behoort net als de klassieker "Streets Of Laredo" tot een van de zorgvuldige uitgekozen covers op dit album dat met "Peace Of Mind" een ander pareltje herbergt. Een stevig album dat al surplus enkele bonustracks telt waaronder een re - mix van "Any Way the Wind Blows" en stevig rockende versies van "Whole Lotta Money" en "Hammer on the Nail". Misschien dat Barbara Keith eens moet overwegen om een solo-album op te nemen met van die rustige leuke alt. country/Americana/roots deuntjes ... maar ja, ben ik mij nu niet aan het 'moeien' met familie-aangelegenheden?


.