LEFFINGELEUREN 2015 @ LEFFINGE - 19/09/15 - deel 2

‘Na de sterke start met Isbells en Kevin Morby kende de zaterdag van LL15 een rijk geschakeerd vervolg dank zij Eaves, Meg Baird, Great Lake Swimmers en Dans Dans’

Zorgden Isbells en Kevin Morby in Zaal De Zwerver voor een goeie start op zaterdag, dan was het uitkijken naar wat Eaves, de nom de plume van Joseph Lyons, zou presteren in de zogenaamde ‘kapel’. Eén jaar geleden had zowat niemand gehoord van de nog erg jonge kerel uit Leeds. Eind vorig jaar was er plots de EP ‘As Old As The Grave’ en enkele maanden later de full cd ‘What Green Feels Like’, waarop Lyons zichzelf tot ‘songwriter, composer, arranger’ doopte. Hij vergeet nog ‘poet’ want je ziet hem graag reïncarnatie van Nick Drake, als iemand die met zijn hoofd constant in de wolken loopt. Naar verluidt zie je hem inderdaad nooit zonder zijn notaboekjes waarin hij zijn zielenroerselen neerpent. Al zijn de songs op de cd door geproduceerd, toch zijn ze in wezen behoorlijk breekbaar, in tegenstelling tot de teksten die een vroegrijp iemand openbaren, die zware thema’s niet schuwen. Lyons geeft het begrip singer-songwriter echter een heel andere invulling dan vorige generaties.

Wie hem live aanschouwt zonder het studiowerk te kennen is verrast over de het ongebruikelijke geluid dat Lyons en zijn driekoppige band voortbrengen, de ongebruikelijke, dwarse songstructuren en, in het begin toch, de ogenschijnlijke introversie van de zanger, waardoor wat hij te zeggen heeft volmaakt cryptisch lijkt. Het werkt verwarrend, zelfs aliënerend, het voelt ongemakkelijk aan, dat begrijpen we. Was de tent in het begin van het optreden nog goed gevuld, dan duurde het niet lang of ze liep weer leeg, op de eerste rijen na, vermoedelijk de mensen voor wie de sound en het repertoire van ‘What Green Feels Like’ al vertrouwd is e wisten wat te verwachten. De blijvers werden beloond voor het ‘geduld’: naarmate de set vorderde, ging er steeds meer schoonheid en warmte uit van het concert. Het begon ongeveer met ‘Honeycomb’ en zette zich door met ‘As Old As The Grave’, met zijn a capella start: Lyons ging niet alleen verstaanbaarder maar vooral steeds expressiever zingen. ‘Creature Carousel’ aan het eind kreeg een gloedvolle uitvoering. Voor een fraai laatste nummer dat hij solo brengt (titel vergeten noteren, sorry,nobody’s…) omgordt hij de elektrische gitaar. Met enige vertraging beantwoordde Eaves aan de stoutste verwachting…

Meg Baird is hier niet erg bekend, maar al komt het meisje uit New Jersey (tegenwoordig San Francisco) over als een engelachtig schoolmeisje met dito stem, ze draait al even mee. Ze heeft een single en drie full cd’s onder eigen naam op haar actief, en ze maakt€ dele uit van een reeks formaties. Vooral Espers geniet bekendheid over de grote plas, maar er zijn ook The Baird Sisters (met zuster Laura, drie cd’s plus een cd uit de samenwerking met Glenn Jones) en tegenwoordig het beloftevolle Heron Oblivion. Ze speelde zelfs enkele jaren… drums bij Watery Love. Ze nam deel aan platen van niet de minsten: Kurt Vile, Sharon Van Etten, Steve Gunn en zelfs Bonnie ‘Prince’ Billie staan op haar CV… In Leffinge bleef het simpel. In enkele nummers begeleidde een elektrische gitarist haar. De klank van zijn gitaar refereerde in de hogere regionen uitgesproken naar Mike Oldfield, zodat je lieftallige Meg wel eens durfde zien als Sally Oldfield. En ze heeft zeker wel iets van Sandy Denny, Karen Dalton of Jacqui McShee van Pentangle, met wie ze wel eens vergeleken wordt. Zijzelf heeft het over Celia Humphris, die zong bijTrees, folkrock band (1970-3) die in de schaduw stond van reus Fairport Convention, maar door de jaren heen cultstatus verwierf (een beetje zoals het contemporaine folkzangeres Vashti Bunyan overkwam)

Meg Baird speelde in de intimiteit van Café De Zwerver en had niet de minste moeite om vermoedelijk iedereen op haar hand te krijgen. Ze bracht het hier vooralsnog schier onbekende eigen werk, en er is niet één songtekst die we degelijk konden volgen of zelfs maar de thematiek van konden achterhalen, maar dat had niet het minste belang: haar goddelijke stemgeluid werkte betoverend. Ze was als de Lorelei die van de Rijn naar Leffinge was afgezakt. Menige aanwezige (M en V!) zou wàt graag tegen de rots te pletter gevaren zijn in haar gezelschap. De slotsong, daar kon je, wegens de vele herhalingen, niet naast luisteren wat het thema aangaat: ‘Guns No More’, dat ze voorzag van een alleraardigst coda. Goeie smaak kan je haar ook al niet ontzeggen, vermits de enige cover afkomstig was van OpperByrds Gene Clark (sorry, Roger McGuinn), het nog altijd akelig mooie ‘For No One’. Achteraf toch even in de arm geknepen om te zien of… Ja, Meg Baird was real!

Hadden we door Eaves en Meg Baird spijtig genoeg Torres gemist, de jonge zangeres uit Nashville (over wie we veel lof opvingen), dan stonden we in Zaal De Zwerver paraat voor de Canadese Great Lake Swimmers. Bekend terrein is dat, deze folkrock of alt.country band rond de heldere en zo herkenbare stem van Tony Dekker. Het nu in Toronto gebaseerde vijftal draait toch al een twaalftal jaren mee en kent zo stilaan wel het klappen van de zweep. Ze concerteerden in hun typische breng-eens-een-zonnetje stijl, waar niks op tegen is, zoals zij dat concipiëren, want ze doen dat met verve en schwung, en ze laten het bovendien geregeld eens goed knallen. Ze staken van wal met ‘Something Like A Storm’, de opener van hun meest recente, ondertussen zesde cd ‘A Forest Of Arms’, die opnieuw geurt naar de ongerepte bossen en een pastoraal uitzicht verschaft op weidse Canadese landschappen. GLS bracht naast een paar ‘verplichte nummers’, vooral in het tweede deel, een uitgebreide selectie uit de nieuwe.

Zo kregen we een ontroerende uitvoering van ‘Don’t Leave Me Hanging’, een prachtige toevoeging aan het verschijnsel van de murder ballad. En wat zingt Dekker dat toch goed… We mochten dan weer met zijn allen meedoen met ‘I Must Have Someone Else’s Blues’, een slagzin die zo verwerkt is in de song dat je haast niks anders kan dan meebrullen (we bekennen…) Onder het oudere werk toch een ‘specialleke’: GLS herneemt een song die ze jarenlang op het repertoire hadden staan, maar al een poos niet meer speelden, nl. ‘Moving Pictures, Silent Films’, dat hun eerste cd ‘Great Lake Swimmers’ (2003-5) opende. Nog een cd-opener van vroeger, ‘Your Rock Spine’ (uit ‘Ongiara’, 2007), met de prominente banjo van Eric Arnesen, kreeg een bevlogen uitvoering: je voelt dat deze band nog immer speelt met de gretigheid van jonge wolven. Arnesen laat zich als vanouds goed gelden: ook op pedal steel en elektrische gitaar blinkt de man uit.

Aan de andere kant, links op de scene, staat dan weer vurige Miranda Mulholland, wier heerlijke stem en vioolspel mede het gezicht van GLS bepalen. De interactie van viool en banjo zorgt voor vuurwerk in ondermeer ‘Still’ (van ‘Lost Channels’ uit 2009) Aan het eind brengt Dekker ‘Expecting You’, de afsluiter van de nieuwste en zowel op plaat als live bedoeld als antwoord op het openende ‘Something Like A Storm’, terwijl Mulholland alle registers opentrekt. ‘Bangelijk’, zouden onze Antwerpse vrienden zeggen. In het slotnummer, meteen daarna, ontploft het helemaal. Op de nieuwe cd is dit ‘Shaking All Over’ een vrij rustig nummer, maar live maakt het kwintet er een powerballad van, die uit speakers komt gespat. Great Lake Swimmers is nog altijd een topper in zijn genre.

Het was kiezen tussen Dans Dans in de zaal en Tout Va Bien in de tent om deze zaterdag af te sluiten. We zijn bij de eerste begonnen en geëindigd en zagen daartussen in toch een viertal nummers van Jan Wouter Van Gestel. De twee jonge bands worden al eens naast elkaar gezet, maar dat is onzin. Tout Va Bien kent men uiteraard van ‘If You Go Away’, de Engelstalige versie van ‘Ne me quitte pas’ van Jacques Brel, waarmee Jan Wouter in 2013 opviel tijdens De Nieuwe Lichting. Toen moest Jan Wouter zelfs nog een artiestennaam bedenken: ‘Tout va bien’ was het eerste wat hem te binnen schoot. Sinds kort gaat het hard: een eerste cd ‘Kepler Star’, de hitsingle ‘This Fight’ en optredens op de grote festivals, Werchter inbegrepen. Elektronica bepaalt de sound, maar, al is dit niet onze tand, we kunnen geen kwaad woord zeggen over wat de in de hoge registers zingende Jan Wouter en band te bieden hadden. Goed uitgevoerde songs die een vooral eerder jong publiek kunnen charmeren, al zagen we alle leeftijden in de goed volgelopen tent, en iedereen bleef staan. Of Tout Va Bien op termijn een eendagsvlieg zal blijken of niet, zoals ze nu vliegt, gaat alles goed, très bien, merci.

Maar toch liever de potige songs, met vrije passage erin en ertussen, van ‘supergroep’ Dans Dans, de interactieve speeltuin van jazzgitarist Bert Dockx (die Flying Horseman oprichtte), Fred ‘Lyenn’ Jacques (die als Lyenn furore maakte, maar in 2012-3 ook lid was van de Mark Lanegan Band) en drummer Steven Cassiers (Dez Mona, DAAU, enzovoort) Terwijl achter hen beelden geprojecteerd worden, waarin ze geregeld zelf ook live verschijnen, ontbinden de drie ervaren muzikanten in Zaal De Zwerver hun duivels. Wanneer het allemaal mooi in de plooi valt, en dat is niet zelden, dan is het resultaat verbluffend intens en broeierig spannend. Als het soms een beetje durft in te zakken, een onvermijdelijk gevolg van het geïmproviseerde karakter, is dat maar voor even en volgt er alras weer een spetterende passage, waarin het creatieve de bovenhand houdt op het virtuoze, en waarbij de ene muzikant de andere stimuleert maar niet probeert te overtroeven.

Het repertoire omvat even goed filmmuziek zoals het sublieme ‘The Sicilian Clan/Le clan des Siciliens’ (van de grote Ennio Morricone, uit 1969), waarmee ze vroeg in de set uitpakken, als werk van Robert Wyatt, Nick Drake,Sun Ra, Tom Waits en anderen, werk dat ze een heel eigen draai geven. Er is ook veel eigen songmateriaal, zoals dat bij voorbeeld te horen is op ‘3’, hun meest recente plaatwerk. Of je dit nu als volwaardige ‘jazz’ beschouwt of niet, Dans Dans brengt hoe dan ook een cocktail van vele diverse muziekstijlen, spacey rock, surf, blues, psychedelica en ga zo maar door, waarin de jazzbenadering één belangrijk element van is. Wat ons betreft een passende afsluiter (het Britse Blanck Mass niet te na gesproken) van de zaterdag van LL15.

Antoine Légat.

Foto © Karen Vandenberghe

Artiest info
website  
facebook  

LEFFINGE - 19/09/15