RAMBLIN’ ROOTS FESTIVAL @ TIVOLIVREDENBURG, UTRECHT – 21/10/17

Inmiddels al de vierde editie van het Ramblin’ Roots festival in Utrecht. Met dit festival zijn de americana en blues definitief terug in Utrecht, in het zeer fraaie TivoliVredenburg. Verspreid over 5 zalen vinden 17 optredens plaats van ’s middags drie uur tot elf uur ’s avonds. Ten opzichte van vorig jaar is het aantal optredens iets terug gebracht en ook de tijden naar voren getrokken. De aftrap is nu al om drie uur ’s middags. We zullen het maar niet meer hebben over de vele gangetjes, liften en trappen tussen de verschillende etages, het is en blijft erg onoverzichtelijk alhoewel je merkt dat ze erg hun best hebben gedaan met bordjes en lift-boys om het voor de bezoekers gemakkelijker te maken. Bovendien is het centrale middenplein erg gezellig ingericht en is het er heerlijk toeven na een optreden. De affiche belooft veel variatie; van rock, rockabilly, blues, americana, folk, country, soul, gospel en singer-songwriters. Kortom voor elk wat wils. Ik kan niet helemaal beoordelen of hiermee de bezoekers aantallen gehaald worden die nodig zijn. Als je van één bepaalde categorie houdt is het misschien niet meer zo interessant om te komen. Bovendien is een drietal acts ook over twee weken te zien in Groningen op het TakeRoot festival. In elk geval zijn de verwachtingen zeer hoog gespannen.

De opening is in de zaal Pandora met Dan Tuffy. Dan is geboren en getogen in Australië maar woont sinds een tijdje in Nederland. In Australië heeft hij vele projecten op zijn naam staan, zowel als producer als songwriter. Onlangs heeft hij zijn solo debuutalbum uitgebracht met als toepasselijke titel: “Songs of Dan”. Dan wordt begeleid door Judith Renkema op staande bass. De eerste nummers zijn behoorlijk “country-noir”, met galmende geluiden van de western gitaar. Hij weet de klassieke stijl van Hank Williams om te bouwen naar een geheel eigen invulling. Na een aantal nummers kondigt hij aan dat er een vriend op het podium komt, zijn setje gitaren staat al gereed. Vooraf hebben ze niet geoefend of iets dergelijks, het moet heel spontaan zijn.

Dan komt BJ Baartman het podium op. Er komt meteen meer muziek in de set. Minder donkere geluiden, meer gitaar van Bart Jan. Tussendoor neemt Dan uitgebreid de tijd om een waargebeurd verhaal te vertellen wat hij heeft meegemaakt in Australië. Hij heeft in Australië allerlei baantjes gehad en zo werkte hij ook voor een tijdje bij een bedrijf. Zijn baas was nogal een ruig type en beschikte over een glazen oog. Hij moest voor boodschappen naar de stad. Voordat hij ging haalde hij zijn glazen oog eruit en legde die in de vensterbank zodat hij Dan niet uit het oog zou verliezen als hij weg was. Hoogtepunt van de set is het nummer “The Biggest Bastard Who Ever Rode The West”. Een fantastisch nummer met een hoofdrol voor Bart Jan. Geweldig hoe hij zijn gitaar erdoorheen laat gaan.

Een mooi moment om na dit hoogtepunt de grote zaal Ronda op te zoeken. Dat is best nog een aardige uitdaging. Wat we daar voorgeschoteld krijgen is toch wel een dingetje. We zijn niet gewend om dialect (boeren)-rock geprogrammeerd te zien worden op dit soort verfijnde festivals. De band Bokkers is opgericht door Jan Bokkers en komt uit het Sallandse Overijssel, niet te verwarren met Twente of de Achterhoek. Het dialect is dus “Sallands” en laat dat nou exact mijn moerstaal zijn. In 2010 begonnen als coverband van Normaal, maar tegenwoordig hebben ze een eigen repertoire en al vijf albums uitgebracht. Hun bekendheid begint uit te breiden; eind dit jaar staan ze voor een optreden in de grote zaal van Paradiso geboekt. Traditiegetrouw wordt er tijdens dit soort optredens gehokt en met bier gegooid. Dat blijft hier achterwege. Met begeleiding van sirenes komen ze op om daarna met een geweldige intro-lick te rocken. Ze hebben zin in een feestje en gaan er met ontzettend veel enthousiasme tegen aan. De energie spat er vanaf. Liederen zijn in het dialect, gaan veelal over het leven op het platteland en natuurlijk over vrouwen. Tussendoor word het bier aangevuld zodat de jongens niet droog komen te staan. Na “De Neuze”, een taxichaffeur met een grote neuze die altijd te laat komt wordt het tijd om ons verder te bewegen naar iets totaal anders.

De Amerikaanse Kate McLeod (56 jaar) is de eerst artieste die optreedt in Club Nine, een heel intiem zaaltje dat grenst aan de Cloud Nine zaal op de bovenste verdieping van het gebouw. In deze kleine ruimte is het staand luisteren maar met een heldere open klank. Kate Mcleod is geen onbekende meer voor wie haar 2 jaar geleden zag in België of Nederland tijdens haar Europese tournee. Zij heeft net haar negende album uitgebracht. De langharige brunette heeft een heldere traditionele folkstem. Stem en gitaar meer heeft Kate niet nodig om je te laten luisteren. Ze houdt eraan vooraf haar nummers toe te lichten. Naast een paar traditionals en een cover zijn dat vooral originele songs. “I Love You is Sometimes A sound” schreef ze omdat zoveel mensen kampen met een gemis aan liefde terwijl er zo veel liefde in de wereld is. Haar stijl varieert van folk traditionals naar eigen originele songs en een paar covers met een americana inslag. “The Road To Heaven” gaat richting bluegrass . “The Day Is mine” is een gevoelig nummer dat zij schreef voor haar overleden vriendin nadat ze de begrafenis moest missen omdat zij een concert diende te spelen op een naakt resort. Het country getinte “Coat of many colors” is een prachtig oud nummer van haar favoriete artiest Dolly Parton. Dat brengt ons bij de traditional “Wayfaring Stranger” waarvoor ze haar viool bovenhaalt, haar instrument bij uitstek. Veel viool is terug te vinden op haar laatste volledig instrumentaal album ‘Deep in the Sound of Terra’ waarop toch één gezongen lied, het zeer traditioneel klinkend “Let The Dove Come In”. Ik had nog wat langer bij Kate McLeod willen vertoeven maar een half uur is vlug voorbij als je al naar Doug Seegers wil gaan in de nabijgelegen Cloud Nine zaal.

Het verhaal is inmiddels gekend. Doug Seegers wordt op 61 jarige leeftijd herontdekt door een Zweeds duo dat een tv programma maakt over gesjeesde Nashville artiesten. De aan lager wal geraakte Doug wordt op straat gevonden al buskend en naar een opname studio gelokt en blikt daar “Going Down To The River” in dat in Zweden een enorme hit wordt en zo de carrière van Doug herlanceert. Doug’ natuurlijke aanleg om country songs te zingen was na al die jaren intact gebleven. Hij mocht een plaat opnemen met Will Kimbrough en de fine fleur van Nashville. En de rest is geschiedenis. Vorig jaar was hij voor het eerst in Nederland op Take Root. Vandaag kunnen vele andere country liefhebbers de man ontdekken. Al bij de eerste noten waan je jezelf in een of andere Amerikaanse Honky Tonk. Doug Seegers zingt country alsof hij nooit anders heeft gedaan, een sublieme fiddler en een lekker shuffelende ritme sectie vullen aan. De eerste drie songs “Gotta Catch That Train”, “Baby Lost Her Way Home Again” en “Hard Working Man” komen allen uit het debuut ‘Going Down To The River’ met op een na allemaal zelfgeschreven songs. Knappe songs die live lekker weghappen. Verder ook Doug’s signatuursong, het titelnummer waarmee het allemaal begon. “I’m going down to the river to wash my soul again/ I ‘ve been runnin with the Devil ,and I know he’s not my Friend/ I’ve been falling by this wayside , livin in this world of sin”, een slepende country song uit Doug’s leven gegrepen. Seegers en band schakelen moeiteloos van de ene country stijl naar de andere: van Charlie Daniels countryrock “Kaw-Liga” (Hank Williams cover) naar rock ’n’ roll “She’s In A Rock ‘N’ Roll Band” naar een trainsong over rockabilly met “Shake, Rattle & Roll” tot een tranentrekker “If You Really Want To Keep It You’ve Got To Give It Away”. Met tenslotte nog blues “Mr Weavil” en Bryan Adams rock “Before The Crash” hebben werkelijk alles gehad. Zeer entertainend setje.

Ondertussen is Giles Robson zijn optreden begonnen in de Pandora. Echte bluesliefhebbers kennen hem nog als frontman van The Dirty Aces. Onlangs bracht hij zijn solo debuut-cd uit, een album met alleen maar stomende, energierijke en vette blues. Giles grootste liefde is de mondharmonica. Net toen we binnenkwamen begon hij een uitgebreid college te geven over de geschiedenis van de mondharmonica muziek. Begonnen in Duitsland, met bekende Duitse folk tunes. Tussendoor speelt hij de verschillende genres voor. Verder ontwikkeld in het zuiden van Amerika waar later de blues is uit ontstaan. Ook hier geeft hij een voorbeeld van. Fantastisch hoe hij kan spelen, zo onvoorstelbaar snel zuigen en blazen op zijn harmonica, nog nooit zo gezien. Dan volgt een cover van Howlin’ Wolf; “Commit A Crime”. Vorig jaar hebben de Rolling Stones dit nummer op hun blues album “Blue and Lonesome” gezet. Strakke band, lekkere blues, en een fantastische Giles op zijn mondharmonica. Een geweldig optreden.

Even later naar Kieran Goss. Het contrast kan haast niet groter. Van de stomende en stampende blues naar een mierzoete singer-songwriter. Uit Ierland verwacht je misschien muzikanten met rauwe en schurende whiskey stemmen, maar Kieran is uit ander hout gesneden. Zijn repertoire is ontstaan door het vele reizen over de wereld en van daaruit maakt hij de meest mooie popsongs. De zaal Hertz is muisstil als ik binnenkom en net een van zijn allermooiste nummers ingezet wordt. “Reasons To Leave” is zo eenvoudig, maar zo duidelijk en mooi gezongen. Zijn stem is heel warm en het gitaarspel is zeer zuiver. Op een heel ontspannen manier maakt hij er een heel intiem concert van. Tussendoor vertelt hij over zijn ervaringen uit het leven. Hij heeft over de hele wereld opgetreden maar was nog het meest nerveus toen hij in Galway een vriend recht vooraan zag zitten. Hij laat de zaal meezingen met een cover van The Four Tops; “Reach Out, I’ll Be There”, om daarna zijn vrouw Anna Kinsella uit te nodigen om mee te doen. Een prachtige stijlvolle dame betreedt het podium en na het eerste nummer samen vraag je je af waarom ze er niet eerder bij is gekomen. Jaren geleden hebben ze samen in Nashville gewoond en heeft Kieran meer dan 100 songs geschreven waar hij nooit iets mee heeft gedaan. Het nummer “We’ve Got Us” is afkomstig uit die tijd. Samen met Anne zingt hij dit prachtige nummer. De samenzang is prachtig en dan ineens hoor je toch de relatie met Nashville, een heerlijke country snik.

Aangekomen in de grote Ronda zaal wacht mij een heel ander soort muziek. Van voettappende country naar huilende gitaarblues het is maar een stap op Ramblin’ Roots. De uit Fargo, North Dakota afkomstige gitarist Jonny Lang was al op 15 jarige leeftijd een gitaarwonderkind toen hij in 1996 zijn major debuut ‘Lie To Me’ op de wereld losliet. Jonny Lang was toen al een technisch begaafde bluesgitarist, die in staat was competente licks en riffs te produceren aan een verbazingwekkend snel tempo. Twintig jaar later en 6 albums verder lijkt er live weinig veranderd al is met de gewonnen levenservaring ook de emotionele inleving van de zanger/gitarist groter geworden. De vingervlugge gitarist met het getormenteerd gezicht zet als geen ander een wervelende bluesshow neer. Oude favorieten als “A Quitter Never Wins”, “Angel of Mercy” of “Lie To Me” vinden nog steeds een plaats in de setlist en de songs uit het nieuwe album ‘Signs’: “Snakes”, “Bring Me Back Home” en “Last Man Standing” blijken zonder blozen naast de ‘klassiekers’ te staan. Je moet er van houden of liever wat tijd nemen om er in te komen.

Jonny Lang staat voor gespierde melodieuze bluesrock met gierende gitaarsolo’s die de emotioneel geladen zang ondersteunt.
Van het emotioneel geladen “A Quitter Never Wins” met huilende bluesgitaar naar de stompende swampgroove van “Snakes” tot een hartverscheurende soul ballade al la Prince “Bring Me Back Home” met een meeslepende gitaarsolo, Lang speelt en zingt alles met tomeloze passie. Jonny Lang brengt een gevarieerde bluesshow met aan het eind een aanstekelijk rockend “Last Man Standing”, de opgewekte funky soulgrooves uit “Living for the City” (Stevie Wonder cover) en het Hendrixiaanse duo bluesgeweld uit “Angel of Mercy”. Harde bluessoul met een kloppend hart.

De maag laat zich voelen en daarom tussendoor even de tijd genomen om even iets te gaan eten, en dat bevalt goed. Een beetje bijgekomen van alle muziek indrukken op naar Jesse Dayton. Ik heb hier echt naar uitgekeken en was heel benieuwd. Tot mijn grote teleurstelling merk ik dat de kleine zaal Club Nine vol is er niemand meer wordt toegelaten. De deur werd hermetisch dicht gehouden, als er mensen uitgingen konden er weer andere in. Uiteindelijk een klein stukje kunnen meegenieten van deze Texaan. Een druk baasje; hij heeft met vele artiesten meegespeeld, zelf veel albums gemaakt, filmmuziek gemaakt voor Jack Daniels en nu ook nog een eigen platenlabel. Een bomvolle zaal, klein, knus en warm. Zijn muziek laat zich nog het beste omschrijven als een combi tussen country en rockabilly. Zijn band bestaat uit een drummer, bassist en Jesse himself op gitaar. Meer heb je niet nodig voor een vet optreden. Een heerlijk strak optreden. Zijn liefde voor Texas steekt hij niet onder stoelen of banken, getuige zijn nummer “Real Old Texas”. Na afloop nog een fraaie best off cd kunnen scoren die alleen tijdens live optredens te koop zijn.

De uit Oklahoma afkomstige Levi Parham was vorig jaar al op tour ter promotie van zijn zeer goed onthaalde tweede volledige album ‘These American Blues’ met daarop 13 heel sterke zelfgeschreven songs ondersteund door een prima band in productie van Jimmy LaFave. Die tour was toen in duo met americana meestergitarist BJ Baartmans. In die gestripte live context met z’n tweeën kwamen sommige songs van dat album niet helemaal tot hun recht met name in de uptempo songs klonk Levi’s stem al te schreeuwerig. In die songs heeft Parham zoals op het album een prima band nodig. En ja, in een band context voelt Parham zich als een vis in het water. Zijn rauwe raspende zang schuurt lekker aan tegen het slidende bluesgeluid uit BJ Baartmans’ gitaar. De titelsong “These American Blues” doet meteen de oren spitsen. Dit gaat soepel. “Chemical Train” de Wink Burcham song met de slepende woorden “Took a ride on a chemical train/ Never to return again/ Out alone in the wind and rain/ Chemical train can’t kill my pain” beklijft.

Dit wordt een prachtoptreden met meestergitarist BJ Baartmans die op diverse gitaren elk nummer voorziet van prachtig slide gitaarwerk. Vijf songs w.o. meeslepende bluesy americana “Waiting Game” en “I’m Behind Ya” komen uit ‘These American Blues’ maar Parham zingt ook een paar nieuwe songs. “Too Far From Home to Call My Baby On The Telephone” is uit het leven gegrepen, een lekker shuffelende soulblues gelardeerd met puntige blues akkoorden. Het luchtige “Kiss Me In The Morning” zal staan op de nog op te nemen nieuwe plaat in de befaamde Muscle Shoals Sound studio in Alabama. We krijgen ook een paar songs uit Parham’s eerste album ‘An Okie Opera’ uit 2013 dat recent werd heruitgegeven. “Badass Bob”, een furieuze bluesrocker, “Heavyweight” en het aan Little Feat verwante “Two Cookies”. BJ is werkelijk in grootse doen en speelt omzeggens Parham van het podium. Het publiek wint en geniet met volle teugen. Topoptreden!

Over naar een dik half uur Shannon McNally in de rustige omgeving van Club Nine. Shannon McNally (44 jaar) maakt sinds 2002 platen. Achtereenvolgens verschenen ‘Jukebox Sparrows’ (2002) ‘Run For Cover’ (2004), ‘Geronimo’ (2005), ‘North American Ghost Music‘ (2006), ‘Coldwater‘ (2009), ‘Western Ballad’ (2011), Light Walker Demos EP (2012) én ‘Small Town Talk’ (Songs Of Bobby Charles) (2013) een volledig album met Bobby Charles covers dat al in 2007 vóór Charles dood werd opgenomen met Mac Rebennack alias Dr John. Een diverse cataloog met klassieke American songwriting in een mengeling van country, blues, soul, rock, folk ballads en classic pop. Haar meest recente album ‘Black Irish’ van dit jaar trekt die lijn door zij het dat in een productie van veteraan Rodney Crowell ze wellicht haar beste plaat heeft gemaakt. Shannon McNally is een zeer getalenteerde dame die in onze contreien wat onderbelicht is geweest. Daarvan kunnen de aanwezigen volop getuigen. McNally heeft een zinnenprikkelende stem, sensueel, rokerig ietwat gemeen. In deze akoestische contekst in duo met gitarist Brett Hughes komen haar skills als zangeres, songwriter en gitariste goed tot hun recht en is er ruimte om meer nadruk te leggen op haar stem en de songs. Het meezingbare “Rock My Soul”, Shannon’s lofzang aan Levon Helm en de aanstekelijke bluesboogie “This Never Happened, I Was Never Here” zijn vlotte binnenkomers met McNally’s bijzondere stem als aantrekkingspool. Meer ernstige songwriting vinden we terug in “Banshea Moan” en “I Went To The Well” twee kernsongs uit Black Irish. De eerste heeft de Ierse mythologie als thema voor een persoonlijke invulling. De tweede is een country blues song waarbij ze haar fingerpicking techniek met succes kan demonstreren. “Sweet Little Bird” met mooie samenzang met Brett brengt Emmylou Harris in herinnering. Het klassiek geschreven “Bohemian Wedding Song” opnieuw met pakkende samenzang in het refrein met fijne gitaarlicks van Shannon is een topsong. Het wringt om Shannon McNally in te ruilen voor Andrew Combs die al klaar staat in de Cloud Nine. Toch blijf ik nog 1 song wachten voor het aan Townes van Zant opgedragen “Black Haired Boy” een song waarin Susanna Clark (de muze en vrouw van singer songwriter Guy Clark, beiden overleden in resp. 2012 en 2016) de man beschrijft zoals hij was. Uit de setlist: Rock My Soul/ This Never Happened, I Was Never Here (Light Walker Demos EP, 2012); Banshea Moan/ I Went To The Well/ Black Haired Boy (Black Irish, 2017); Sweet Little Bird (Brett Hughes song); Bohemian Wedding Song (Coldwater, 2009)

Een van de hoofdacts van vanavond is Michelle David and The Gospel Sessions. Onno Smit en Paul Willemsen van o.a. Beans & Fatback hebben in de Amerikaanse Michelle David de ideale zangeres gevonden om hun zoektocht naar de oorsprong van de soul en blues weer leven in te blazen. Inmiddels bekend van TV door optredens bij De Wereld Draait Door, Vrije Geluiden van de VPRO en live optredens op North Sea Jazz. En vanavond dus op Ramblin’Roots. Wat zou dit een hoogtepunt worden. De band is verder aangevuld met Toon Omen op drums en later in de set een drietal blazers.

Michelle tovert de Ronda zaal om in een heuse kerk. Een kerk waar soulvolle gospel blues word gespeeld. Allereerst de heren, strak in het pak zorgen ze voor een partij blues waar je van achterover slaat. Maar dan Michel zelf; wat een power, wat een fenomenale strot. Vooral het nummer “My Praise” van hun tweede gospel sessions is werkelijk fenomenaal. Zoals ze zich beweegt op het podium, misschien iets over de top soms, maar wie zit daar mee? Ze doet je denken aan Tina Turner of The Staple Singers, maar dan driemaal zo veel. Ze neemt iedereen mee in de zaal, klappend en meezingend. En als het meezingen tijdens het nummer “99 And A Halve” niet helemaal naar haar zin is wordt ze even boos. We zijn nog lang niet van haar af; ze laat horen hoe haar stem klinkt als ze 105 jaar oud is. Met een geweldige rauwe stem vervolgt ze haar optreden. Door haar manier van klappen, zingen, swingen en de snel flitsende verlichting in de zaal lijkt het wel of we in trance raken. “I’m Happy To Be Alive” is het laatste nummer en langzaam verlaat ze het podium. Ondertussen speelt de band verder, werkelijk fenomenaal optreden.

Nog helemaal onder de indruk verder met The Sadies. Deze band uit Canada bestaat al meer dan 20 jaar. Ze hebben 10 albums uitgebracht, waarvan de laatste de titel “Nothern Passages”mee kreeg. De broers Dallis en Travis Good vormen de kern van de band. Zij hebben met dit album weer gekozen voor de country rock. De trance van Michelle David zit nog in mijn bloed en wordt verder opgejaagd door deze heren. De kleding van de heren doet je denken aan de jaren ’70 maar de invloeden zijn nog van eerder. The Shadows, The Beatles, Crosby Stills Nash and Young wisselen elkaar in hoog tempo af. Een magnifiek optreden, ook weer een hoogtepunt.

De uit Dallas Texas afkomstige maar vanuit Nashville opererende jonge singer songwriter Andrew Combs zou niet misstaan hebben tussen de klassieke singer songwriters uit de jaren 70 als Glen Campbell, Mickey Newbury, Ian Matthews en Don McLean. Dat is de stijl waar hij zeer sterk bij aanleunt. Wat er zo mooi aan is, is dat Combs geen kopie is maar met een eigen hedendaagse toets het countrypop genre terug nieuw leven inblaast. Op zijn albums staan prachtige (strijk)arrangementen maar ook altcountry invloeden. Hier vanavond alleen gewapend met een akoestische gitaar voor een geïnteresseerd publiek ressorteren Combs’ gevoelige liedjes maximaal effect. Combs ontwapenende onschuld reserveert in geen tijd een plaatsje in ieders hart. Zo vertelt hij ongegeneerd hoe hij vorig jaar 6 weken op huwelijksreis ging ergens ten velde waar niets te beleven viel en nu een dochter heeft, een geluksmoment dat hij wou vastleggen in een song met juist 3 akkoorden. Is het van ontroering na die bekentenis maar hij vergeet zowaar de woorden. Toch komen ze langzaam terug. “May we never go down/ Can we stay like this forever” besluit hij, iedereen een krop in de keel. “Dirty Rain” noemt hij zijn hippy song. Hij zingt het met een droefgeestig stemtimbre en deels in falset. Centraal staan de songs uit zijn spiksplinternieuw album ‘Canyons On My Mind’ waaruit Combs zeemzoete ballads plukt als het hartbrekende “Silk Flowers”, het aan een jonge Glen Campbell schatplichtige “Rose Colored Blues” met aan het eind een knappe trompet imitatie en het dromerige, honingzoete “Lauralee”. Daartussen een paar oude songs als het lieflijke “Strange Bird” ‘a silly song’ met een gefloten solo en het heerlijk getroubleerde “Too Stoned To Cry” een nummer dat zijn moeder haat. Combs besluit zijn set met een pakkende ballade “Hazel” waarin hij moeiteloos overschakelt van kopstem naar een crooning falset en terug. 50 minuten Andrew Combs volstaan om mij helemaal te overtuigen van zijn klasse en kunnen. Andrew Combs gaf al aan tijdens zijn optreden dat hij graag naar Michael Chapman was geweest die tegelijkertijd met hem stond geprogrammeerd. Na afloop kan ik nog net het laatste half uur van zijn optreden meepikken.

De nu 75 jarige Michael Chapman is een van de meest originele en gerespecteerde gitaristen uit de Britse folk scene van eind jaren 60 samen met collega’s als Davey Graham, Bert Jansch, John Martyn en Roy Harper. Chapman gaat al decennia lang mee niettegenstaande hij nooit de commerciële erkenning heeft gekregen die zijn inspirerende muziek verdient. Pas aan het begin van het nieuwe millennium geniet Chapman van een wedergeboorte van de belangstelling voor zijn werk met veel van zijn vroege albums die worden heruitgegeven en zijn drie experimentele albums onder impuls van Sonic Youth-gitarist Thurston Moore ontvangen enthousiaste recensies. Een jonge generatie herontdekt Chapmans baanbrekende werk w.o. indie folk-rocker Steve Gunn waarmee hij dit jaar ‘50’ maakt.

Het is mijn eerste bezoek aan de Hertz zaal op de 7de verdieping, een compacte, brede, halfronde zaal met zitplaatsen. Ik ontwaar in het halfdonker de rijzige gestalte van Chapman met zijn typische baseball pet solo in het midden van het podium met enkel zijn akoestische gitaar voor een matig gevuld halfrond van kenners. Chapman speelt geen doorsnee americana of folk daarvoor is hij een te zeer begenadigd gitarist en dat is goed hoorbaar in zijn songs die hij voorziet van een lange instrumentale intro waarna zijn verweerd stemgeluid volgt. Zijn songs zijn bijzonder. Dat illustreert “The Mallard” perfect met zijn aangeboren talent voor melodie en de subtiele behendigheid van zijn spel. “Sometimes” heeft een luchtige americana tokkel terwijl “Just Another Story” de verhalende singer songwriter in hem bovenhaalt. Chapman maakt nauwelijks contact, enkel zijn metalig glinsterend gitaargeluid met lange instrumentale passages weerklinkt in de ruimte. Het aloude “Shuffleboat River Farewell” is nog steeds een publieksfavoriet. Met het apocalyptische ”Sometimes You Just Drive” met fascinerend gitaarspel neemt veteraan Michael Chapman afscheid van zijn publiek. Michael Chapman zien en horen is een ervaring die ik elke muziekliefhebber minstens een keer kan aanraden.

En dan moeten we Ben Miller Band nog krijgen. Afkomstig uit de bergen van Missouri, USA, brengen ze onvervalste plattelands blues. Drie mannen met baarden, dan denk je aan ZZ Top, en ja daar hebben ze in het voorprogramma gestaan. Een vrouwelijke vioolspeelster maakt het kwartet compleet. Volgens mij moeten ze daar ook ergens een schuur hebben met een hoop rommel, want ze spelen voornamelijk met eigen gemaakte instrumenten, zoals een éénsnarige bezemsteel bass, een wasbord, eigen gemaakte gitaren uit sigarendozen, kickdrum en een oude telefoonhoorn als microfoon. Je ziet Seasick Steve op het podium, maar dan drie keer. Het oogt spectaculair, vooral ook de vioolspeelster die haar lange haren omhoog laat blazen door een ventilator achter haar. Ze speelt werkelijk fantastisch en niet alleen de viool maar ook de gitaar op het werkelijk sublieme nummer “Get Richt Church”. Even later mag ze ook de vocals voor haar rekening nemen tijdens het nieuwe nummer “Red Wing Blackbird”. Een wervelende show, fenomenaal. Het laatste nummer begint met een gedeelte van Ram Jam’s “Black Betty” en eindigt na 15 minuten in een drumsolo.

Nog even napratend met andere bezoekers worden ons om 23.20 uur door de beveiliging verzocht de zaal te verlaten, nog helemaal onder de indruk van al het gebodene vanavond. Het is genoeg geweest ondanks dat we samengeteld alleen Hackensaw Boys en The Weather Station hebben gemist. Een fantastisch festival, de beste editie tot nu toe. Voor zowel de blues- als de americanaliefhebbers was er veel te zien en te beleven. Op naar de volgende editie.

 

Tekst: Roelof Passies en Marc Buggenhoudt, i.s.m. Bluesmagazine.nl

 Foto’s: Marco van Rooijen en Edwin Birkhoff

 

 

Ben Miller Band: VIDEO 1 - VIDEO 2 - VIDEO 3 - VIDEO 4

 

The Sadies: VIDEO 2 - VIDEO 3

 

Shannon McNally

 

Levi Parham Band : VIDEO 1 - VIDEO 2 - VIDEO 3 - VIDEO 4

 

Dan Tuffy: VIDEO 1 - VIDEO 2

 

Bökkers 

 

Doug Seegers

 

Kieran Goss

Jonny Lang 

 

Michelle David and The Gospel Sessions

 

Michael Chapman

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Artiest info
website  
facebook  

TIVOLIVREDENBURG, UTRECHT – 21/10/17

 

Dan Tuffy

Bokkers

Kate McLeod

Doug Seegers

Giles Robson

Kieran Goss

Jonny Lang

Michelle David and The Gospel Sessions

The Sadies

Michael Chapman

Ben Miller Band