AIRBOURNE @ HET DEPOT LEUVEN - 12/10/17

Wanneer de maatpakken en dassen worden ingeruild voor een jeansvest met bandlogo’s van zowel de bekendste als de meest obscure trommelvlies verscheurende bands, dan staat er een hard rock concert op het programma. Of je nu bankier of loodgieter bent, kassierster of advocate: op een hard rock concert wordt iedereen verenigd door een gemeenschappelijke passie voor geniale riffs, pompende basdrums en allesvernietigende gitaarsolo’s. Het succesrecept van dergelijke concerten is al even geperfectioneerd door de vele grootheden uit de geschiedenis die het genre vanuit de underground naar het niveau van stadionrock hebben gebracht. Alle beginnende of ondertussen geroutineerde bands hebben duchtig nota’s genomen van de master classes van Black Sabbath, Led Zeppelin of Metallica. Het Australische viertal Airbourne vormt daar geen uitzondering op.

Les 1 van deze masterclass: zorg voor aanvang van het concert voor de juiste achtergrondmuziek om het publiek al zonder één noot gespeeld te hebben volledig opgenaaid en enthousiast te krijgen. Airbourne sloeg de grote metal encyclopedie open op de letter ‘I’ en koos voor Run To The Hills van Iron Maiden. Voltreffer, de aanwezigen in een uitverkocht Depot brullen geheel volgens verwachting deze oerklassieker mee. Met verve geslaagd voor les 1. Les 2: zorg ervoor dat het podium één en al metal uitstraalt. Daarvoor heeft niets al beter dienst bewezen dan een muur van Marshall versterkers, opgesteld voor een vervaarlijk uitziende backdrop met de bandnaam op. Als volgende stap dient de opkomst van de rockhelden zelf te worden voorbereid. Geen betere muziek voor de intrede der gladiatoren dan een episch symfonisch muziekstuk. Of het nu de stijlbreuk is of de hypnotiserende kracht der strijkers, geen hond die het weet. Wat wel zeker is, is dat het zijn effect hoegenaamd niet mist.

Als alle stukken op het schaakbord zorgvuldig in positie staan, is het tijd voor de band om te openen met een meesterzet en aldus les 4 in uitvoering te brengen. Open de set met een song met een duidelijke en niet mis te verstane boodschap. Ready To Rock opent de set en behalve de zelf verklarende titel, bevat deze song ook een essentieel element dat een openingsnummer dient te hebben: een hoog meezinggehalte. De song opent met de nodige oh’s en ah’s (niets makkelijker om mee te brullen) en hop: daar gaat het Depot. Vuisten vliegen de lucht in, pink en wijsvinger worden aangewend om het universele gebaar van rock & roll te vormen en de crowdsurfers aarzelen geen moment en beginnen aan hetgeen waarvoor ze gekomen zijn. Airbourne helpt nog wat met een uitnodigende lichtshow en een meer ingehouden intermezzo uitermate geschikt om ritmisch mee te klappen. Resultaat: de zaal in vuur en vlam vanaf de eerste riff. Waarom recepten wijzigen wanneer ze keer op keer hun dienst bewijzen?

Met het inzetten van Going To Hell For This, is het tijd voor dat andere favoriete tijdverdrijf van de langharige rocker: headbangen. Zanger en leadgitarist Joel O'Keeffe, bassist Justin Street en Matt ‘Harri’ Harrison geven een demonstratie synchroon headbangen om u tegen te zeggen, waarna O’Keeffe het Depot welkom heet in een onmiskenbaar vettig Australisch accent. Hard rock en Australisch? Ik trap (nog) geen open deuren in.

En nog is Airbourne niet klaar met de praktijkoefening ‘hard rock concerten voor gevorderden’. Tijdens Too Much, Too Young, Too Fast is er tijd voor een ode aan ZZ top en hun gitaardanspasjes waarbij de gitaren door de bandleden gezamenlijk van links naar rechts worden bewogen. Too Much, Too Young, Too Fast is verder gewoon een uitstekend nummer met een uitstekende gitaarsolo aan het slot. Down on You wordt solo door O’ Keeffe ingezet op gitaar met zijn rug naar het publiek en de rechterhand omhoog gestoken (begint het bij iemand al te dagen?). Bij het invallen van de drums en de rest van de band, valt precies op het juiste moment de backdrop naar beneden zodat de volgende backdrop zichtbaar wordt: deze keer één met de albumhoes van de laatste plaat van de band: Breakin’ Outta Hell. Andermaal een zorgvuldig uitgekozen gimmick. Down On You en het daaropvolgend Rivalry gaan verder op het elan van de opening van de set en zijn gewoon uitstekende rocknummers met meeslepende gitaarriffs, onderhoudende solo’s en no-nonsense rock & roll teksten. Interactie tussen publiek en band blijft dan ook pertinent aanwezig.

Girls in Black is Airbourne’s ode aan de in zwarte top gehulde hardrockdames waarmee je maar wat graag een wilde nacht wil beleven, maar waarbij je moet opletten voor wat je wenst. Dit kan al eens te hoog gegrepen zijn. Om dit alles nog wat kracht bij te zetten besluit O’Keeffe halverwege dit nummer dat het podium te klein is om zijn kunsten tentoon te spreiden en zet hij bijgevolg zijn gitaarspel verder vanop de schouders van een roadie, die hem doorheen het publiek voert. Vanuit de achterste rijen van het Depot, die iets hoger zijn dan de frontstage, zorgt dit voor een werkelijk episch schouwspel van een schijnbaar door het publiek zwevende O’Keeffe. Net wanneer je denkt dat het rock & roll gehalte niet hoger kan, besluit O’Keeffe er nog een schepje bovenop te doen. Terwijl hij door het publiek zweeft en een blik bier van een niet nader genoemd merk in zijn handen krijgt geduwd, acht O’ Keeffe zijn kans gekomen om een nieuw en ongezien hoofdstuk toe te voegen aan het hard rock handboek waaruit hij al zo gretig inspiratie heeft gehaald. Zonder aarzelen neemt hij het blik aan om vervolgens ongenaakbaar hard het gesloten blik een aantal ferme kopstoten te geven. Mokerslagen met het hoofd is een betere omschrijving. Hij gaat maar door tot de druk in het blik te hoog wordt en het bier zich een nauwe weg door het metalen omhulsel baant om aan de verwoestingen en furie van O’Keeffe te ontsnappen. Pas wanneer zo goed als al het gerstenat zich in veiligheid heeft weten te brengen door voor evacuatie te kiezen, gooit O’Keeffe het blik op zijn eigen podium. Een machtig schouwspel, geheel in de sfeer van het concert en het moet gezegd: een originele toevoeging. Dat ze hem dat maar eens nadoen!

Terwijl het publiek nog probeert te kaderen wat ze zonet gezien hebben, wordt Bottom Of The Well ingezet. En nu kan ik er niet meer aan ontsnappen. Deze Australische hard rock band haalt de mosterd voornamelijk bij die andere Australische hard rock band: AC/DC. Ze zijn ook niet te beroerd dit toe te geven. Ze zijn fan van AC/DC en dus maken ze muziek geïnspireerd door hun helden. Dat is logica waar niets tegen in te brengen is. Luister maar eens naar de intro van Bottom Of The Well en daarna naar de intro van For Those About To Rock van Angus Young en de zijnen. De gelijkenis is treffend. Dit is een ode van een band aan zijn helden en daar is absoluut niets mis mee. Bottom Of The Well is gewoon een steengoed nummer om live te brengen. Ook de podium act van O’Keeffe waarbij regelmatig de rechterhand omhoog gaat tijdens het spelen is een niet mis te verstane ode aan Angus Young

Met nummers als Breakin’ Out Of Hell en No Way But The Hard Way gaat de set met een rotvaart verder om vervolgens met een Iron Maiden – achtige intro (niet enkel AC/DC zijn blijkbaar helden) Stand Up For Rock ’n Roll in te zetten als afsluiter van het eerste luik van de furie die Airbourne heet. Een afsluiter waarin met weinig dubbelzinnige woorden wordt opgeroepen om nog één keer toe te geven aan de verleidingen van rock & roll, die vuisten de lucht in te steken en te headbangen tot het zeer doet. Dat belooft voor de bisnummers.

Daarin weerklinkt het geluid van overvliegende bommenwerpers. Een authentieke alarmsirene voor luchtaanvallen probeert het publiek nog te waarschuwen voor de volgende bommen waarmee Airbourne het publiek zal bestoken, maar vluchten heeft geen zin. Vanuit de duisternis verschijnt daar plots bovenop de Marshall muur Joel O’Keeffe opnieuw ten tonele, spotlight op hem en rechterhand ten hemel gericht. Live It Up heeft opnieuw onmiskenbaar een intro van het genre For Those About to Rock. Zo mogelijk nog uitgesprokener deze keer. Band en publiek amuseren zich rot: de bas is merkelijk zwaarder tijdens dit nummer, bekers bier vliegen van band richting publiek, er is plaats voor hier en daar een omweggetje langs een trash metal riff en het publiek steekt massaal de vuisten in de lucht en laat zich volledig meedrijven op het tempo van Airbourne. Het slotakkoord is voor Running wild, waarin O’Keeffe nog een laatste maal centraal staat en de laatste energie uit zijn lijf mag spelen en zingen. Er is zelf plaats voor een zeer kort streepje Let There Be Rock als laatste verwijzing naar de gebroeders Young en Brian Johnson. O’Keeffe stuurt ons huiswaarts met de woorden “As long as we are alive and you are alive, rock and roll will never die”. Amen Joel. Daar kan ik alleen nog aan toevoegen: “Rock and roll, it will survive”!

Stijn Van Gijsel

Voor meer foto's © Yvo Zels

 


 

Artiest info
website  
facebook  

HET DEPOT, LEUVEN

12/10/17