WINTERLAND ’76 @ ARSCENE, HANSBEKE – 22/10/16

 

‘Op basis van wat het zestal van Winterland ’76 in Arscene presteerde, is deze hommage nu al geslaagd. Ze hebben ongetwijfeld nog werk voor de boeg tegen 25 november, maar vermoedelijk wordt ‘The Last Waltz’ in de AB Club een waardig eerbetoon’

Iets of wat muziekfan met kennis van sixties en seventies vermoedt dat een gelegenheidsformatie van die naam iets te maken heeft met The Band, de legendarische, heu, band die Bob Dylan begeleidde in cruciale periodes van zijn leven én onder eigen naam een paar ronduit historische platen op zijn actief heeft. Men kan ze terecht historisch betitelen, omdat na hen de roots en rockmuziek nooit meer hetzelfde was. De groepsnaam van het collectief dat zich Winterland ‘76 noemt, verwijst naar het Winterland Ballroom in San Francisco, de ijspiste die het decor was van het afscheidsconcert van The Band op Thanksgiving Day, 25 november 1976. ‘The Last Waltz’ heette die gebeurtenis en zo heet ook de driedubbele LP, die het voornaamste van die avond bevat en die (pas) in 1978 uitkwam, toen The Band 1.0 uiteenging.

Er werd ook een film gedraaid en het is precies die prent van regisseur Martin Scorcese, een man die wel vaker film en muziek succesvol met mekaar verenigt, die de faam uitmaakt van het gebeuren. Volgens velen is het gewoon de beste concertregistratie ooit. De veertigste verjaardag nadert en naar aanleiding daarvan breng men in november ‘The Last Waltz’ opnieuw uit in vier verschillende uitvoeringen. De grootste en duurste bevat 4 cd’s, 2 Blue-Ray schijven, een boek van 300 bladzijden en massa’s extra’s, en is beperkt tot 2500 exemplaren wereldwijd. Om maar te zeggen dat ‘The Last Waltz’ sporen heeft nagelaten in het collectieve rockgeheugen…

We gaan ervan uit dat The Band geen onbekende is voor de lezers van een rootsmagazine. Ze heetten oorspronkelijk The Hawks, toen ze, tussen 1960 en 1964, de begeleiders waren van Amerikaanse rock(abilly) zanger Ronnie Hawkins die echter vanuit Toronto opereerde en in die zin van groot belang is voor de ontwikkeling van rock in Canada. Drummer Levon Helm kwam uit Arkansas, net als Hawkins, de anderen waren (zijn) Canadees. Intussen was de held van de folk revival, Bob Dylan, toe aan een career move, waardoor hij onder vuur kwam te liggen bij zijn oude fans. Dat was naar aanleiding van het Newport Festival 1965 dat doorging in juli. Toen deed The Band dus nog niet mee (dat waren Mike Bloomfield en Barry Goldbergvan The Electric Flag) Het werd een dramatische passage.  Zoals een criticus schreef: Dylan ‘electrified one half of the audience, and electrocuted the other’.

De man uit Minnesota zette echter door en toerde met The Hawks als Bob Dylan And The Band tussen september 1965 en mei 1966, wat men hem in folkmiddens bleef verwijten. In elk geval waren de negatieve reacties van aard om Helm weg te jagen. Die kwam pas weer in oktober 1967 aan het eind van de sessies die bekend zouden staan als The Basement Tapes, die zoals men weet onderwerp waren van massa’s bootlegs. In 1975 kwamen ze ‘officieel’ uit zij het partieel. Pas in 2014 zouden de opnames integraal op cd komen. Even zag het ernaar uit dat het kwintet… The Crackers zouden gaan heten, maar gelukkig kwam dat er niet van: het werd eenvoudigweg ‘The Band’ zoals ze heetten toe ze Dylan begeleidden.

Vooral hun drie eerste groepsplaten zijn bepalend geweest: ‘Music From Big Pink’ (1968), ‘The Band’ (1969) en ‘Stage Fright’ (1970) staan van kant tot kant bol van de klassiekers, veelal van de hand van gitarist Robbie Robertson (echte naam Jaime Robert Klegerman) Anderen droegen ook bij: orgelist Garth Hudson, pianist Richard Manuel en bassist Rick Danko (allen waren het eigenlijk multi-instrumentalisten, die soms melkaars rol overnamen) Dylancovers waren er ook en songs waar Bob een hand in had. Al even straf als de composities waren het spelpeil en de arrangementen, die ze in studio bedachten (samen met ‘het zesde lid van The Band’, John Simon, die de productie deed van de twee eerste platen, maar ook meespeelde en de blazers arrangeerde) Ook ‘Cahoots’ (1971) bevat nog een stel classics. Er zouden er nog enkele bij komen, maar eerder sporadisch, want de liveplaat ‘Rock of Ages’ (1972) en coverplaat ‘Moondog Matinee’ (1973) voegden toe aan de mythe, maar niet aan het eigen werk. En bovendien was er de nieuwe samenwerking met Dylan op diens onderschatte ‘Planet Waves’ en op de gezamenlijke toer, die ook al in 1974, leidde tot de liveplaat ‘Before The Flood’. Robertsons ‘The Saga Of Pepote Rouge’ van ‘Islands’ (1977) kan je als de laatste grote The Bandsong beschouwen.

Robbie Robertson had intussen genoeg van het drugs- en drankgebruik van de anderen en deed de deur achter zich dicht om ze nooit meer te openen. Hij ging een veelzijdige en behoorlijk succesvolle sololoopbaan tegemoet, in muziek én film. Hij zou zich later wel nog ontfermen over het oudere materiaal. Zo had hij zijn aandeel in ‘A Musical History’ (5 cd’s en één DVD; 111 songs) In 1983 was er een nieuwe The Band, maar dat knipperlichtverhaal (waar ook andere muzikanten deel van werden) leverde geen noemenswaardig eigen nieuw materiaal op. De leden hadden elk wel hun projecten. In 1986 beroofde Richard Manuel zich van het leven. Rick Danko overleed in 1999, wat het effectieve einde van The Band met zich meebracht. Levon Helm kende een opvallende creatieve hausse in het laatste deel van zijn leven maar stierf in 2012 aan de gevolgen van kanker die hem sinds 1998 achtervolgde. Naar verluidt verzoende hij zich pas op zijn sterfbed met Robbie Robertson … Dochter Amy zet de traditie verder.

Dat een oudere generatie muzikanten The Band op handen dragen is een feit. Als je hoort van een hommage of tribuut dan verwacht je dat een stel oude knarren zich op de songs storten. Maar dat is niet het geval met Winterland ’76. Tijdens een binnenlandse treinrit in 2011 kwam de idee aangewaaid bij gitarist Gianni Marzo, die een belangrijke rol speelt bij Isbells, Marble Sounds, Bherman. Het bleek dat collega muzikanten zijn diepe bewondering deelden. Een paar telefoontjes bevestigden dat en toen Marzo ter bestemming kwam, was het project al in kannen en kruiken… Om toch weer de ijskast in te vliegen wegens andere verplichtingen. Maar een tijd geleden kon men de idee weer oppikken, zeker omdat die veertigste verjaardag naderde. Met wat ze al ingeoefend hadden, gaven ze al optredens, o.a. in de 4AD in Diksmuide, waar we enthousiaste echo’s van opvingen. Op 25 november zal het bonte gezelschap de hele ‘The Last Waltz’ naspelen in de AB Club in Brussel, een avond om naar uit te kijken, op basis van wat Winterland ’76 in Arscene presteerde op 22 oktober.

‘Naspelen’ is een enigszins oneerbiedige term, omdat deze mensen de ambitie koesterden om de songs niet klakkeloos te imiteren, maar een eigen interpretatie nastreven. Dat eigen accent is door de aard van de zaak wel vrij beperkt. Het is vooral het gitaarspel van Gianni Marzo dat, gelukkig zonder overdrijven, veel extroverter en bloemrijker is dan dat van Robertson, die bewust spaarzaam speelde, zich liever concentreerde op het spelen van riffs. Ook de samenstelling van Winterland ’76 sluit aan bij het origineel met Hans De Prins (Broken Glass Heroes, Shun Club) op keyboards, Brecht Plasschaert (Marble Sounds, Winterslag) op piano, Dimitri Vossen (Birds That Change Colour) op bas en Maarten Moesen (Admiral Freebee, Bony King) Maar het gezelschap voelde aan dat een extra gitarist en zangstem (de vocale harmonieën waren een waarmerk van The Band) geen overbodige luxe was en die rol vult Piet De Pessemier (Mad About Mountains, Monza) in. De namen van de bands waar zij in spelen, leest als een doorsnede van onze professionele rocksien.

Aan de kunde van deze mensen valt niet te tornen. En aan het enthousiasme duidelijk ook niet.
Het was wel even wachten op de start omdat de drummer ‘s namiddags in Utrecht optrad en wat later toekwam. Maar dat drukte de pret niet: opener ‘Don’t Do It’ gaf aan dat we ons niet zouden vervelen. Dat het geheel wat rafelig klinkt voor wie de precisie en het raffinement van de oorspronkelijke studioversies kent (en dat waren er hier velen!) is geen punt: de liveversies van The Band, en die zijn er in overvloed, zijn nu eenmaal ook rommeliger (wat niet hetzelfde is als slordiger spelen, let wel!) Winterland ’76 trok zich bijna altijd meer dan behoorlijk uit de slag, al voelde je dat het geheel routine mist, het gevolg van het tekort aan optredens. Slechts éénmaal ging de song grotendeels de mist in: ‘Rockin’ Chair’ kende een valse start. Op zich is dat helemaal geen erg, integendeel: het is bron van hilariteit. Maar de song kwam hierna gewoon niet meer goed. Men kan er gelukkig aan werken, en daarbij, slechts één op de vijftien, dat vinden we een hele prestatie, want deze songs zijn heel wat veeleisender dan hun vlotheid laat vermoeden.

Er was een ander probleem, één waar men in de gegeven omstandigheden niet aan kon verhelpen: de kleine, intieme zaal (eigenlijk opnameruimte) van Arscene is niet gemaakt voor een zeskoppige elektrische band met drums. Soundman Wouter Labarque deed wat ie kon en het was al een huzarenstuk dat alles in balans was. Je voelde dat dit ruimte nodig had en zoveel beter zou klinken in een zaal van enkele malen de grootte van Arscene. Men streeft er wellicht om die reden naar (semi-)akoestische optredens. Bij luidere optredens is het behelpen, zoals we ook al ondervonden met het concert van Berry Quincy. Nogmaals, daar kan niemand wat aan doen en het vergalde het optreden geenszins. Het was integendeel genieten van deze onverwoestbare songs: bij ‘Don’t Do It’ miste je de blazers niet en Maarten ‘Levon Helm’ Moesen bleek een uitstekende zanger. Piet zong zich prima doorheen ‘The W.S. Walcott Medecine Show’. In ‘Time To Kill’ zongen Dimitri ‘Danko’ Vossen en Maarten om beurten en speelde Gianni een dijk van een solo. ‘The Shape I’m In’ (Piet), de ‘Civil War’ song ‘The Night They Drove Old Dixie Down’ (Maarten), ‘This Wheel’s On Fire’ (Maarten) en ‘It Makes No Difference’ (Piet) kwamen er stevig uit gerold en we betrapten er ons op met een schorre keel de pauze in te gaan. Hoe zou dat gekomen zijn.

Get Up Jake’ (Piet) maakte ons wakker voor deel 2. We zaten erop te wachten: ‘Tears Of Rage’ (Piet) aan de beurt. Als het optreden daar gestopt was, hadden we daar vrede mee gehad… Maar het is de bedoeling om de hele ‘The Last Waltz’. Daarom dat ze ‘Helpless’ bovenhaalden, dat Neil Young schreef en dat op de iconische ‘Déjà Vu’ staat van Crosby, Stills, Nash & Young. Young zong het ook, die bewuste avond. Aan Piet om de hoge zang van Neil na te bootsen. Fraai vonden we het vijfstemmige einde. De band riep Cleo Janse (zang, keyboards) van Bony King op het toneel om te assisteren, wat ze verderop nog zou doen. We hadden haar graag nog meer gehoord, maar er was vanzelfsprekend niks voorbereid (op 7 januari 2017 staat ze met het trio rond Bram ‘Bony King’ Vanparys, Paper Wings, op ditzelfde podium – derde lid is Gertjan ‘Douglas Firs’ Van Hellemont) Wel gpland was de gesmaakte inbreng van Iwein Segers die een bijzonder knappe Van Morrison neerzette in ‘Caravan’, beslist de zangprestatie van de avond. Iwein bouwde een geweldige sfeer op, die ‘Rockin’ Chair’ zoals gezegd enigszins tenietdeed.

Geen nood: ‘I Shall Be Released’ (Piet) en het onvermijdelijke ‘The Weight’ (Piet, Gianni, Maarten en Dimitri namen om beurten een strofe voor hun rekening) zorgden voor een sprankelende finale. Na de aankondiging van het concert van 25 november in de AB Club (met gasten en o.a. een DJ set), was er plaats voor één bisnummer, ook al een song die onlosmakelijk verbonden is met The Band: ‘Up On Cripple Creek’ (Maarten) rondde de avond prima af. ‘Up on Cripple Creek she sends me. If I spring a leak, she mends me. I don’t have to speak, she defends me. A drunkard’s dream if I ever did see one’, geef toe, een dijk van een liefdesverklaring… ‘My Bessie can’t be beat’! Schor dat je daarvan wordt! Maar wat een avond weer in het anders zo stille Hansbeke. Als hommage is dit project nu al geslaagd, op basis van wat het zestal van Winterland ’76 in Arscene presteerde. Ze hebben ongetwijfeld nog werk voor de boeg tegen eind november, maar vermoedelijk wordt ‘The Last Waltz’ een waardig eerbetoon. We willen het alvast niet missen… al nemen we onze keelpastilles mee.

Antoine Légat.


 

 

 


 

 

 

 

 


 

Artiest info
   
facebook  

BOTANIQUE, BRUSSEL - 09/10/16