THE WATERBOYS @ AB BRUSSEL - 06/10/15

Ook al speelden de Waterboys in de toegift hun grootste hit ‘Fisherman’s Blues’ de tijd van de folky songs ligt ver achter hen en gaat nu de meer rockende richting uit, ten bewijze waarop zij hulde brachten aan ‘Jimi Hendrix’ in het parlando gezongen ‘The Return of Jimi Hendrix’ met een uitstekende Zach Ernst op gitaar. Inmiddels is de meermaals wisselende begeleidingsband van Mike Scott uitgegroeid tot een pittige rockband met gitaren, Hammondorgel en percussie. De muzikanten komen niet uitsluitend uit het Schots/Britse rijk, maar ook uit Texas, Tennessee en Alabama. Maar op het voorplecht van het woelig schip staan nog steeds kapitein Scott en zijn vaargezel, de fantastische violist Steve Wickham uit Dublin.

Na drie jaar, en na hun afspraak met de Ierse poëet Mister William Butler Yeats, album uitgebracht in 2011, stonden de Waterboys opnieuw in de AB en hun fans van het eerste uur waren hen blijkbaar allen trouw gebleven en zelfs in aantal toegenomen. Volgens Scott waren sommigen nog niet geboren toen hij de eerste keer de AB bezocht. Op het balkon achter in de zaal was er aanvankelijk enige consternatie, want de genummerde zetels bleken opeens uitsluitend toegankelijk voor hen die gereserveerd hadden, en niet voor de lange rij wachtenden aan de inkombalie. Blijkbaar het nieuwe AB beleid, mogelijks om diegenen te gerieven die vooraf uitgebreid willen dineren in de naburige restaurants. Maar wanneer hen in het donker een plaats moet worden aangewezen als het voorprogramma reeds bezig is, is dat op zijn minst storend. Eens het decor echter veranderde met de projectie van ‘Modern Blues’, het laatste album van de Waterboys, ging gelukkig alle aandacht naar het musicerend manschap ‘The Waterboys’.

Al bij het eerste ‘Destinies Entwined’, waarmee ook hun recent album aanvangt, werd je meegezogen in het kielzog van hun stormachtig concert dat weinig adempauzes toeliet. Behalve het rockende ‘Roll Over Beethoven’ van Chuck Berry en enkele tijdloze meer dichterlijke ‘oldies’, brachten zij een vijftal songs uit hun laatste album, dat overal gelauwerd werd als één van hun betere. Het woord ‘Modern’ is hier volkomen terecht en werd als dusdanig ook ingevuld door alle bandleden. Met zijn zwiepende witte manen,  zijn dansende body, en zijn gehamer op het orgelklavier deed toetsenist Paul Brown soms aan ‘Doc’ Emmett Brown denken, wanneer deze met zijn tijdmachine de ruimte kiest. Zijn opstelling vlak achter de violist kon je niet echt ideaal noemen want veel van het prachtig vioolwerk van de Dubliner verdween hierdoor in het orgelgeweld, alsof ‘Doc’ tijdens een hoogmis nieuwe zieltjes wilde winnen. Daarentegen blijft het een plezier om Steve Wickham al spelend te zien dansen en rond wervelen, als een duveltje dat zich in een wijwatervat weert. Naast hem vertolkte Scott met rauwe stem zijn gloedvolle songs, intens en gepassioneerd. Met ‘Song Of Wandering Aengus’ huldigde hij nog de gedachtenis van de visionaire dichter Yeats, maar verder was er van rêverieën of ‘wanderings’ in zijn rockende muziek nog weinig te merken. In het woedende ‘Rosalind (You Married The Wrong Guy)’ met de zware drum van Ralph Salmins liet hij alle teugels vieren. Vooral het bloedmooie ‘Long Strange Golden Road’ klampte aan, ongetwijfeld het hoogtepunt, naast het intermezzo ‘Don’t Bang The Drum’ waarbij Scott aan de piano en violist Wickam alleen op het podium achterbleven, een verkillend mooi moment van verstilling.

Tussendoor beschreef Mike Scott het plezier van in de straatjes rond de markt te dwalen met in de buurt de onafhankelijke platenwinkels als o.m. het nabije ‘Caroline’, shops die ondanks de crisis stand houden, waarna hij het jazzy ‘Nearest Thing To Hip’ inzette als een metaforische zoektocht naar de platen van Miles, Sun Ra en Coltrane. Het springerige ‘A Girl Called Johnny’ als hulde aan Patti Smith en het meegezongen ‘The Whole Of The Moon’ brachten de folkrockende Waterboys terug in herinnering. Muzikaal zat je de hele tijd te genieten, vooral wanneer de violist zijn strijkstok hanteerde. Alleen Ieren verstaan de kunst om je met dergelijke onstuimige vioolkunst ademloos achter te laten. Na het laatste meergelaagde ‘Long Strange Golden Road’, waarin de dichterlijke ziel van Scott zich openbaarde, beatnik Dean Moriarty achterna, werd het zeemansvolkje uiteraard teruggeroepen, waarna gewoontegetrouw ‘The Fisherman Blues’ opklonk als een bevrijdende zonsopgang na woelig water waarbij de ravage nog zichtbaar is maar tegelijk ook de schoonheid van de verre einder. Er kwam zelfs nog een tweede toegift onder vorm van Prince's ‘Purple Rain’, een afscheidssong die de Waterboys en het publiek als rond één mast verenigde.

Marcie

Foto © Yvo Zels

 

 

 

 

Artiest info
website  
   

AB - 06/10/15

 

+