ROB TOGNONI @ GOORBLUES, WUUSTWEZEL - 18/10/15

Rob Tognoni wordt geboren in Ulverstone, Australië in 1960. Zijn moeder zingt en maakt pantomime vaudeville zoals Al Jolson jazz opvoeringen, in lokale zalen. Tasmanië is wel een mooi maar geïsoleerd eiland, enkel country en gospel wordt er beleefd. Zijn eerste gehoor van de moderne wereld zijn de platen van zijn oudere zus, wanneer de seventies aanbreken. Zonder discriminatie tussen pop en blues luisteren zij naar Elton John, Slade, Billy Thorpe en the Aztecs. Om uit de depressie te geraken, na zijn vaders dood door een auto accident, neemt hij de gitaar ter hand en dit wordt een echte obsessie. Het ware keerpunt in zijn verder muziekleven is tijdens het live concert van AC/DC, een nog relatief jonge band in het kalenderjaar 1974. Rob leert daar op veertien jarige leeftijd de ongelooflijke kracht van een opgeladen gitaar kennen. Jamt met klasgenoten en iedereen die de wijde muziekwereld mee wil verkennen. Van de school af in '76, werkt hij als inpakker, rijdt met bulldozer en nog enkele gelegenheidsjobs. Huwt, wordt vader en maakt eerste band “the Skidrow Boys”, met eigen stijl en eigen songwriting. Verhuist naar Melbourne en sluit zich aan bij een coverband. Niet zijn ding, wil eigen stijl verder opbouwen en vormt in 1986 opnieuw een band “the Outlaws” waar hij ook voor de eerste maal op de voorgrond treedt als zanger. Veranderen hun naam in “The Desert Cats” en touren samen met o.a. Joe Walsh, Roy Buchanan en Lonnie Mack. Na drie maanden wordt hij uitgeroepen als beste gitarist van de beste band door de Rock Awards Queensland. Met nadruk geen industriële trendvolger te zijn maar volledig eigen stijl te beheersen.

Echter door onprofessioneel management, trekt hij met familie naar Queensland en treedt daar meer akoestisch op in restaurants en bars om het hoofd boven water te houden. Twee nummers op een demo casette zullen hem verder introduceren: ”The Good Die Young” en “Itty Bitty Mama”. Via een vriend in Melbourne, 2.000 km lager, is het bluesmeester Dave Hole die hem in 1994 in Europa lanceert als ware gitaarheld van de komende éénentwintigste eeuw. Wordt de “Tasmanian Devil” genoemd, wat zeker genoeg zegt over zijn energie die hij in zijn blues rock aan de dag legt, met eigen stijl en karakter. Sommigen noemen hem een “AC/DC Nerver” met rode Fender waarvan elke beschadiging een verhaal inhoudt. Zijn sound strekt zich uit van sexy macho tot straight line rock. Snel, creatief, virtuoos en expressief met “Killer Licks”. Hijzelf vertelt over invloeden van BB King, Jimi Hendrix, Grand Funk Railroad en Tony Joe White.

Even over half vijf betreedt Rob en de band het Goor podium. Paul heeft de sfeermuziek nog niet afgezet, maar geen probleem, deze jongens knallen met “Shoot The Dove” dit genadeloos naar de achtergrond, “erop en erover” dat wordt ons hier letterlijk gepresenteerd, ik dacht zelfs even dat ik de boxen rook. Aldus geen opwarming nodig, enkel stemgeluid wat harder en “Black Chair” wordt hier voor onze ogen gerockt als “The Who”, nee geen slingerende mike, Rob heeft houtwerk in de handen dat hij beslaat als Pete Townshend. Geen probleem, aan de zijkant staan nog enkele Fenders gereed. In “ Dirty Occupation” wordt gas gegeven met het wah wah pedaal en Rob soleert er “rustig” op los, dan wel met Robs relatieve rustige ruige riffs. Nee rust gunt Rob ons niet, ook de jonge drummer Gerry Reynders geniet op het Lignum drumstel van dit dampend optreden. Opnieuw een explosief gitaarspel. Aha, aha, I like my whiskey, I like my rum, com'on “Bad Girl” let's have some fun. De fun hebben we ondertussen wel, sommige schreeuwen of fluiten dat dan ook mee.

Het is al vijf jaar geleden dat ik hier optrad, vertelt hij, in deze duivelse kroeg en ik hou ook van devil bier. Of hij ook van België houdt? Hij maakt er graag kinderen, schertst hij. Heeft wel ondertussen enkele grijze haren meer, wat hem, en hem niet alleen, siert. Maakte dat zelfde jaar zijn dubbele live album, waarvan we ondertussen al enkele tracks hoorden. Misschien houdt hij de nummers van zijn nieuwe album voor later ? Slow instrumentale intro bij “Dark Angel” bekoort ons even, maar al snel draait deze zware industriële machine terug op zijn eigen beestig ritme, een “zwaar metaal” ritme, waarbij we graag meeklappen. Soms denk je wel de ZZ Top drive te herkennen, maar het is en blijft zijn eigenste ZZZZZZZZ top drive. “Drink Jack Boogie” met aansluitend “ Guitar Boogie Refried”. Zijn snelle rechtse weerspiegelt een nog snellere linkerhand, alles ondersteund door de Swa, Poolse basman Swavomir Simeniuk. Rob gebaart met hand boven zijn hoofd een teken zoals we in sportwedstrijden zien. Geen tijd voor applaus, “Rock & Roll Business Man” en als je ziet dat zijn vinger onder zijn neus snuift, weet je dat er een daverende solo op komst is. Even een pauze, dat wenst hij ons, we vragen ons schromelijk niet af wie dat het meest verdient.

Buiten maken we praatje met Swa, Gerry en ook Heidi, de Duitse vrouw van Rob, al vijf jaar mee op tour. Net terug van China en Indië, waar Rob nog een flinke september verkoudheid aan overhoudt. Rob is hiervan nog herstellend, vertelt ze ons, maar wordt duidelijk goed verzorgd, zijn stem leek ons in orde. Rob Tognoni heeft op vele Europese podia gestaan en nu ook zijn muziek verspreid in China, tijdens elf concerten. Voor velen was het de eerste maal blues rock te horen met dit soort energie.

De tweede act met een andere Fender en een psychedelische intro, “Product Of Southern Land” hevelt al snel over naar het AC/DC ritme. “Walk This Way” zou door Rob op een duivelse Tasmaanse manier vertaald worden door “Rock This Way” maar dan veel sneller op de frets. Toch speelt hij alleen maar eigen nummers op dit concert. Al hadden we graag een cover als “Red House” hier uit zijn hand gehoord. In de plaats één van zijn allereerste nummers , “Itty Bitty Mama” welk hij duidelijk nog altijd graag live speelt. Deze song heeft wel drie slotversies, we krijgen ze allemaal te horen. Rob heeft er duidelijk zin in. Met korte snelle danspassen tot op de knieën vertolkt hij “If The Weather Gets Ruff”. Ook enkelen onder ons krijgen dezelfde dansmicrobe. De sfeer zit er helemaal in, hijzelf treedt ons nog dichterbij, nu echt voor het podium en gooit solo's naar hartelust. En of zijn hart begeert, even een korte welgemeende ode aan Heidi en voor haar werk om de fan T-shirts en ...zijn outfit. Vraagt terloops aan Paul waarvoor die zwarte kist dient boven zijn hoofd....dat is de Hairco Rob ! Ook de lol ontbreekt hier nooit !

Nog een catchy meestamper “Stolen Heart”, kondigt dan een “screwdriving song” aan “what makes you feel good” en we krijgen één van zijn eerste songs te horen, misschien nog wel van voor de Skidrow Boys, “Jim Beam Blues”, met een nog altijd adembenemende riff voortstuwing. Het einde nadert, eindelijk mag Rob even aan de kant staan om het Lignum drumstel enkele minuten zijn ware artistieke opbouw eer aan te doen door onze Limburger, Gerry Reynders, zelden ook zo'n mooie opbouw gehoord, hij mag nog meekomen. Nog een Motörhead kreet “Ace of Spades” de duivelse kaart des doods, Lemmy Kilmister is niet veraf. Een groet van dit trio en dankjewel in het Nederlands, maar ze ontkomen niet aan de gewoonte van dit huis: het bis nummer, dan toch een cover. Eén der meest gespeelde in de blues geschiedenis, noch in een John Lee, noch in een Muddy, maar eerder in een explosieve AC/DC versie als een Tasmaanse tsunami, ik weet nu dat die echt bestaan. Als ode aan onze organisator Michel Hofkens werd deze even later met eer en geweten in de orde des duivels gekroond, door de Tasmaanse grootmeester in eigen persoon.

Guy Cuypers

Foto © JiVe

meer foto's © JiVe

 

 

Artiest info
website  
facebook  

GOORBLUES, WUUSTWEZEL - 18/10/15