RICKIE LEE JONES @ DE ROMA, BORGERHOUT - 16/10/15

Rickie Lee Jones (° 8 nov 1954) wordt in 1979 wereldberoemd als haar hit “Chuck E's In Love” overal herkend wordt. Wie herinnert zich niet de cover van haar met Grammy’s overladen debuutalbum waarop RLJ met rode Baskische pet en half opgerookte sigaar een superieure koelte uitstraalt: een nieuwe singer-songwriter met stijl en een apart gesofisticeerd jazz pop geluid was geboren. Het vergaat haar een paar jaar goed ook met de opvolger ‘Pirates’ (1981) maar na een mislukte relatie met Tom Waits (die haar gebruikte als blikvanger op de hoes van zijn Lp ‘Blue Valentine’, 1978) begint het sterrenleven gevuld met drank en drugs meer en meer zijn tol te eisen en Jones verkast naar Frankrijk waar ze het album ‘Magazine’ (1984) maakt. Dat album en ‘Flying Cowboys’ (1989) krijgen zowel van pers als publiek nog voldoende aandacht maar dan gaat het in de jaren ’90 bergaf. Jones gaat zich meer en meer toeleggen op andere genres en sounds met als commercieel laagtepunt het experimentele Ghostyhaed in 1997. In de jaren die volgen krijgt de zangeres regelmatig af te rekenen met een writer’s block en zoekt haar toevlucht tot cover- en live cd’s. Toch blijft Jones talent intact getuige haar succesvolle samenwerkingen met anderen en hier en daar een paar pareltjes op haar cd’s. Pas met ‘The Evening Of My Best Day’(2003) , ‘The Sermon On Exposition Boulevard’(2007) en ‘Balm In Gilead (2009) kan men artistiek van een renaissance spreken ofschoon Jones zich 3 jaar geleden terug op een dood spoor bevindt. Een verhuis van L.A. naar het meer gemoedelijke New Orleans zorgt zowel muzikaal als qua songschrijven voor nieuwe vitaminen met een knap nieuw album ‘The Other Side Of Desire’ waarop Jones veelzijdig talent gecombineerd wordt met de rootsklanken uit The Big Easy.

De blonde zangeres ziet er voor haar leeftijd ,volgende maand wordt ze 61 jaar, patent uit in een zwart kleedje/overgooier. Ze begint haar set met de gitaarriff van een nummer dat we vaag herkennen aan de intro maar dat tot halfweg verstoken blijft van de stem van RLJ. Jones zingt rustig verder alsof het haar niet lijkt te deren tot de klankman wakker schiet en we alsnog het nummer “Weasel And The White Boys Cool” van haar debuut herkennen waarvan RLJ de melodie nog wat laat doorspelen kwestie dat iedereen opgewarmd is. Een valse start, tekenend voor een concert dat veel beloofde maar uiteindelijk maar half bevredigde. Ze vervolgt met “It Must Be Love” een traag jazzpopnummer uit ‘The Magazine’. RLJ zingt met die typische nasale stem, met een jazzy frasering, loom en kabbelend die nu en dan de hoogte in gaat, met de glimlach om haar lippen.

Dan is het al tijd voor een eerste greep uit “The Other Side Of Desire” : “Blinded By The Hunt” voelt gelaten aan, een overpeinzend stukje seculiere Southern gospel/soul a la “I Shall Be Released” met de mooie tweede stem van violiste Catherine Ledoux en bijgekleurd met een orgeltje. RLJ heeft een uitstekende vijfkoppige Canadese band mee met van links naar rechts François Plante (staande bas), Catherine Ledoux (viool, mandoline, percussie), Max Sansalone (drummer), Joss Tellier (gitarist) en Vincent Rehel (keyboardspeler en Music Director), muzikanten die de complexe songs voorzien van een organische laag van onderhuidse soundscapes met een rootsy karakter. Het catchy “Jimmy Choos” is voorzien van tamboerijn en meerstemmige backing vocals terwijl het slepend mooie countrywalsje “Valtz De Mon Pere” baadt in bayou sfeer, opgeluisterd met brushes en mandoline. Een eerste hoogtepunt is “The Last Chance Texaco”, een andere song uit haar indrukwekkend debuut, gespeeld in de trage rootsy feel van haar Canadese touringband waarin Jones laat horen dat zij moeiteloos nog alle hoge noten aankan, versierd met een schrapende viool en een likje gitaar, kippenvel! Het schijnbaar eenvoudige “Altar Boy” (Traffic from Paradise, 1993) is niets meer dan poëtische pracht verpakt in 2,5 min. klaagzang. De beroemde fingerpicking intro van “Chuck E's In Love” heeft nog niets van zijn magische aantrekking verloren. RLJ plukt gewillig aan de snaren en het publiek laat zich voor het eerst geestdriftig horen waarop RLJ reageert met een cool “I appreciate your enthousiasm”. Met “Haunted” begeven we ons op een mysterieuze trip doorheen de broeierige bayou swamps van N.O., met vibrerend (gebruik van de tremolo-arm) bluesy gitaarspel van de meesteres , scheurende orgelklanken en vood-ooh kreetjes uit het duister. De meest aangrijpende songs van de avond zingt RLJ in het halfduister achter haar piano. Toch is haar lange zit aan de piano geen spek voor ieders bek daarvoor zijn haar song structuren en melodieën te complex en is haar zangstijl te ongewoon. Maar voor de fans is het genieten van Jones hese, klaaglijke gekweel met schrille uithalen gaande van kinderlijke onschuld naar ruw gekreun. Het donkere “Infinity” is een nieuwe song met een terugkerend piano thema , dat baadt in een schimmige waas van glijdend gitaar- en vioolwerk en ritmisch getik. Het uit ‘Pirates’ geplukte “Living It Up” is een ander hoogtepunt, een typisch midtempo RLJ song met een opgewekte melodie in een aanhoudend refrein en soulvolle backings. Het ingetogen “On Saturday Afternoons in 1963” klinkt dan verstild aan de piano met aan het eind een apotheose met aangestreken bas en wat viool. Met een wat onherkenbaar “The Horses” komen we uit bij het plechtstatige “Finale; (A Spider In The Circus Of The Falling Star)” een song met de allure van een symfonie waarin piepende sousafoon en dwaas gegiechel. Gekker moet het niet worden!  

Zo komt het als een welkome afwisseling als Jones eindelijk haar piano verlaat, naar voor komt en “J'ai Connais Pas” uit de losse gitaar pols schudt, een lekker R&B nummer a la Fats Domino dat als twee druppels water op “Wasted Days And Wasted Nights” gelijkt van Doug Sahm/Freddy Fender. Maar dan stapt de zangeres en haar gevolg bruusk het podium af en is het concert ineens gedaan hoe hard er ook mocht geapplaudisseerd worden. Enigszins beduusd bleven we op onze honger zitten maar konden toch vrede nemen met al het moois dat vanavond werd geserveerd. Rickie lee Jones zag er op het eerste gezicht ontspannen uit, toch maakte ze gelet op haar ‘aankondigingen’ een weinig geïnteresseerde indruk. Naar we achteraf vernamen had de zangeres zich al heel de dag nukkig gedragen en was het nog een mirakel dat ze er bij het spelen met haar hoofd bij was en we nog 1u 23’ optreden kregen. Met Jones heropstanding is ook haar grillig karakter terug. Blij dat RLJ helemaal terug is al zal haar optreden in de Roma niet bijblijven. 

Marc Buggenhoudt

Foto © JiVe

meer foto's © JiVe

Setlist

1.Weasel and the White Boys Cool (Rickie Lee Jones, 1979)
2.It Must Be Love (The Magazine, 1984)
3.Blinded by the Hunt (The Other Side Of Desire, 2015)
4.Jimmy Choos (The Other Side Of Desire, 2015)
5.Valtz De Mon Pere (The Other Side Of Desire, 2015)
6.The Last Chance Texaco (Rickie Lee Jones, 1979)
7.Altar Boy (Traffic from Paradise, 1993)
8.Chuck E's in Love (Rickie Lee Jones, 1979)
9.Haunted (The Other Side Of Desire, 2015)
10.Infinity (The Other Side Of Desire, 2015)
11.Living It Up (Pirates, 1981)
12.On Saturday Afternoons in 1963 (Rickie Lee Jones, 1979)
13.The Horses (Flying Cowboys, 1989)
14.Finale; (A Spider In The Circus Of The Falling Star) (The Other Side Of Desire, 2015)
15.J'ai Connais Pas (The Other Side Of Desire, 2015)

 

 

 

Artiest info
website  
facebook  

DE ROMA, BORGERHOUT - 16/10/15