RHYTHM & BLUES NIGHT @ DE OOSTERPOORT, GRONINGEN – 02/05/15

Wat was dit een onvergetelijk weekend voor de Groningers. Allereerst winnen ze voor het eerst de beker met voetballen, maar nog veel belangrijker, al voor de 25e keer staat er een fantastisch Rhythm en Blues programma in de Oosterpoort. Een vast ritueel; twee festivals per jaar in de Oosterpoort. In het voorjaar een meer blues getint festival en in het najaar meer een roots georiënteerd festival genaamd Take Root. Door het overvolle programma en de gedachte dat je eigenlijk niets wilt missen, kom je voortdurend in gewetensnood. Wat te doen? Blijven bij een act die je wel aanspreekt, wetend dat elders in het gebouw nog fantastischer muziek is te beluisteren. Een luxe probleem zullen we maar stellen.

Deze avond mag Mud Morganfield de aftrap doen in de kleine zaal. En hoe kun je een blues festival beter beginnen dan door niemand minder dan de zoon van Muddy Waters als openingsact te programmeren. Mud is overigens niet opgevoed door Muddy, maar door zijn moeder en een aantal ooms en tantes. Hij is zijn carrière begonnen als truckchauffeur. Na de dood van zijn vader ging hij zich toeleggen op de blues. Dat de blues van zijn vader terug te horen is in zijn muziek moge duidelijk zijn. Zijn stem lijkt eender op die van Muddy. Nadat de band eerst twee instrumentele nummers heeft gespeeld komt Mud op in een heel mooi wit kostuum, dat uiteraard prachtig afsteekt. Dat Mud zijn roots heeft liggen in Chicago komt sterk naar voren. Door de piano en de mondharmonica wordt er een fantastische “chicago-blues” sfeer neergezet, waarbij ook de gitarist van de band ook niet mag worden vergeten. Door naar Lefthand Freddy, afkomstig uit Nederland, en wat meteen opvalt: hij speelt waanzinnig origineel en snel gitaar. Freddy laat weten dat hij vanavond een dwarsdoorsnede van zijn repertoire ten gehore gaat brengen. Ik pik onder andere mee het nummer “Little Country” en “I Got To Know Baby”.

In de binnenzaal treedt inmiddels Greg Trooper op. Een beetje een vreemde eend in de bijt vanavond tussen al het bluesgeweld. Maar dan wel eentje die het juist zo leuk maakt dat dit festival zo divers is. Greg is een singer-songwriter afkomstig uit New Jersey en speelt al sinds eind jaren ’80. Hij heeft zich laten inspireren door Guy Clark en Townes van Zandt en heeft inmiddels in die stijl meer dan 13 albums op zijn naam staan. Voor deze tour heeft hij nog een nieuw live album uitgebracht, opgenomen in Austin, Texas. Dit album heeft hij opgenomen met Jack Saunders en Chip Dolan die vanavond ook Greg Trooper begeleiden. De zaal is behoorlijk vol; toch lukt het me om redelijk vooraan te geraken. Ik pak het op bij het nummer “The Call Me Hank”, een prachtige ballad. Werkelijk schitterend hoe de begeleiding met Chip Dolan zoveel meer ruimte geeft in de liedjes van Greg. Werkelijk fenomenaal hoe Chip Dolan afwisselend staat te spelen op keyboard en trekharmonica. Dan mag Jack Sounders ook niet ongenoemd blijven met zijn mini bassgitaartje, prachtig. Het nummer “Broken Man” is een nummer dat hij schreef voor zijn nieuwe album, maar dat al op zijn live album is beland. Het is een treurig verhaal over een oude man. Wanneer even later de trekharmonica erbij komt lijkt het wel tex-mex, heel vrolijk. Zo wisselt het optreden steeds, maar het zijn allemaal hoogtepunten, zo ook het nummer “All The Way To Amsterdam”, geïntroduceerd met een mooi verhaal over een fantasie dat een meisje heeft over hoe in de winter in Nederland mensen kunnen schaatsen van Zaandam naar Amsterdam. Volgens Greg verklaarde Albert Einstein ooit “There are two ways to live: you can live as if nothing is a miracle or you can live as if everything is a miracle…". Trooper maakt er en liefdesverklaring van: “Everything Is A Miracle”. En zo heeft elk lied een mooi verhaal. Een werkelijk schitterend optreden, prachtig.

Na één uur al zoveel moois gehoord, en dan nu al een van de hoofdacts; Heritage Blues Orchestra. In de grote zaal, al helemaal vol gelopen natuurlijk, maar toch. Het podium staat helemaal vol, vol met blazers, drums, gitaren en stoelen, een negenkoppige band staat op het podium. Bill Sims en dochter Chaney Sims vormen samen met Junior Mack het hart van dit bluesproject. Onlangs hebben ze hun debuutalbum uitgebracht: “And Still I Rise”. Dit album staat dan ook centraal in dit optreden. Ze beginnen hun optreden met het nummer “Go Down Hannah”, een heel vrolijk begin dat a capella wordt gezongen door Chaney Sims, indrukwekkend meteen. Steeds meer maakt dit gezelschap indruk. Een fascinerende mix van stijlen uit het zuiden van Amerika. Delta Blues is het vertrekpunt maar wordt aangevuld met soul, country, gospel en een vleugje jazz. Je ziet ze genieten, als twee John Lee Hookers op een stoel, met tussenin een fantastische zangeres en daarnaast een werkelijk fenomenale Vincent Bucher op slide en harmonica. Wat een groot spektakel tezamen met de blazerssectie. Het nummer “St James Infermary” maakt zowaar nog grotere indruk. Dit nummer is een traditional en er bestaan vele versies van. Deze versie gaat over een begrafenis van een klein kind. Chaney Sims zingt dit met zoveel emotie en gevoel, kippenvel, zo indrukwekkend.

Ondertussen staat Kevn Kinney met zijn Drivin’ N’cryin’ in de entreehal te spelen. Je kunt dit nog het beste omschrijven als heel smerige vette rootsrock. Ik kan nog net de laatste twee nummers meepakken. Kevn heeft een schel stemmetje, niet om aan te horen eigenlijk, maar wat een fantastische gitarist staat er naast hem te spelen. Warner E. Hodges! Gitarist van Jason and the Scorchers. Het lijkt soms even alsof je Gary Moore hoort. Tijdens het laatste nummer “Top Of The Blues” staat de band heerlijk te jammen, wat een geweldig eind van een optreden dat ik graag helemaal had gezien.

Bij de ingang van de kleine zaal staan inmiddels grote jongens van de beveiliging de toeschouwers tegen te houden, de zaal is mudvol en wachten is het enige dat overblijft. Gelukkig lukt het even later om toch nog Robben Ford aan het werk te zien. Robben is een grootheid in de wereld van gitaristen. Hij heeft al eens samen gespeeld met Bob Dylan en Miles Davis. Vanavond staat hij hier op het podium met band. Het klinkt lekker strak, heeft een mooie stem. Het nummer “Canonball Shuffle” is speciaal geschreven voor zijn grote voorbeeld Freddy King. Even later verlaat Robben Ford het podium om de bassist en drummer een lange solo te gunnen. Tja, als je op een festival staat en je krijgt maar een uur om je te laten horen, laat je niet die kostbare tijd over aan je bandleden alleen. Maar het moet gezegd, de bassist geeft een waanzinnig klinkende solo weg. Een andere headliner vanavond is Mavis Staples. Een soul- en gospellegende voortgekomen uit de Staple Singers. Het optreden begint swingend, wat een stem en wat een strot heeft Mavis. “Don’t Go With Me” klinkt heerlijk. Als dan even later het nummer “For What’s It Worth” voorbij komt, krijg ik het toch even lastig. Dit is niet mijn stijl en ik ga even rustig genieten van een korte pauze want het is inmiddels bijna middernacht en er moet nog zoveel komen.

Een ander hoogtepunt vanavond vormt het optreden van Guy Forsyth. Guy Forsyth is een Amerikaanse bluesrock zanger, gitarist en mondharmonica speler. Guy speelde 25 jaar geleden nog in Amsterdam als straatmuzikant op het Leidseplein. Wat is er veel veranderd, nu staat hij regelmatig in het voorprogramma van artiesten zoals Ray Charles, Robert Cray en Lucinda Williams. Net als zovelen vanavond komt hij ook uit Austin, Texas. Guy begint zijn optreden met het nummer “I’m Going Home” a capella om dan over te gaan in heerlijke stevige bluesrock. In een hoog tempo speelt Guy zijn nummers, maar tussendoor neemt hij iets gas terug. Zoals in de fantastische ballad van William Bell; “Everybody Loves A Winner”. Even later trekt Guy met zijn mondharmonica de zaal helemaal naar zich toe, wat een waanzinnig gaaf optreden. Helemaal als hij er ook nog eens een zingende zaag bij haalt.

Als laatste hoofdact staat Gov’t Mule op het programma. Ik had me hier erg op verheugd, en was ook heel benieuwd naar hun zo geroemde live performance. Maar wat een afknapper. Het geluid was niet goed afgesteld, de bass stond veel te hard ten opzichte van de andere instrumenten, zodat het een oorverdovend bombastisch optreden werd. Na een paar nummers heb ik ze teleurgesteld de rug toe moeten draaien. Als afsluiter mocht King Of TheWorld in de kleine zaal nog eens zijn kunstje doen. Twee jaar geleden stonden ze ook al op hetzelfde podium. Een mooi moment om officieel hun derde cd uit te brengen, ditmaal een live registratie opgenomen in Paradiso. Mooi om te zien dat deze band zich verder heeft ontwikkeld, nog altijd vind ik de zang niet geweldig, maar Erwin Java krijgt nu toch meer een prominentere plaats in het geheel. Om de avond echt af te sluiten heb ik nog Little Hurricane mogen aanschouwen. Een stel jonge honden, die op een heel eigenwijze staan te spelen. Vooral de drumster maakt indruk door haar fenomenale slagen op het drumstel. Veel interesse van het publiek is er niet meer, iedereen gaat moe maar voldaan naar huis.

Samenvattend kun je stellen dat het een zeer boeiend festival was, niet veel echte nieuwe dingen gehoord, maar de kwaliteit is van grote klasse. Dit jaar lag de nadruk meer op de echte blues, maar ja dat is ook de basis van dit festival. Op mij hebben vooral Heritage Blues Orchestra, Guy Forsyth, Drivin’ N’ Cryin”en Greg Trooper grote indruk gemaakt. Dit niets ten nadele van Robben Ford, King Of The World, Lefthand Freddy en Mud Morganfield; ook zij waren kwalitatief zeer goed, maar waren net niet onderscheidend genoeg om tot het eerste rijtje te behoren.

Roelof Passies

Foto © Roelf Rozema

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Artiest info
website  
facebook  

DE OOSTERPOORT, GRONINGEN – 02/05/15