SOUTHERN BLUESNIGHT @ PARKSTAD LIMBURG THEATERS, HEERLEN - 21/03/15

Artiest info
Website
facebook

PARKSTAD LIMBURG THEATERS, HEERLEN - 21/03/15

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een vaste stek op de concertagenda van elke rechtgeaarde bluesliefhebber is het Nederlands indoor bluesfestival dat als eerste in het voorjaar staat geprogrammeerd en alleen al daarom de aandacht trekt. Toch heeft de Southern Bluesnight al jaren, nu al voor de 19de keer, een felbegeerde reputatie om als eerste nog nieuw onbekend bluestalent voor het voetlicht te brengen óf artiesten te programmeren die minder frequent te zien zijn in Europa. Een constante doorheen de jaren is de kwaliteit van de optredende artiesten waarvoor de organisatoren wel een speciale blues neus lijken te hebben. En dat was dit jaar niet anders. Voeg daarbij de uitstekende accommodatie van een gezellige foyer en 2 mooie concertzalen met een uitstekende klank en alle ingrediënten zijn aanwezig voor een optimale bluesnight.

Dat kwaliteit zonder grote namen niet altijd een grote publieksopkomst garandeert is geweten. Toch waren heel wat bluesliefhebbers op het appel voor dit uitgekiend programma. De formule van elkaar overlappende acts op 3 podia heeft zowel voor- als nadelen. Maar door de wat mindere opkomst is het aangenaam lopen van het ene naar het andere podium en hoef je als je wil niet zo gek veel te missen laat staan dat je je een moment kan vervelen. Want elkaar tegenkomen, een praatje slaan en een biertje drinken in een gezellige bluessfeer, dat is ook de Southern Bluesnight.

Het publiek stroomt nog langzaam binnen als stipt om 19:45 Limburgs glorie The Handsome Fellows mogen aantreden op het gezellige maar rumoerige DSM Juke Joint podium in de foyer inkomhal van het theater. Het bandje met zanger/mondharmonicaspeler Jacques Querelle knalt er meteen stevig in met lekkere gitaar- en harmonicablues. Gitarist Roy Dautzenberg houdt met pittig gitaarwerk de aandacht gaande en met de tapkraan opzij is dit voor het nieuwsgierig binnenkomende publiek de gepaste blues feelgood aftrap.

Eerste band in de Limburgzaal is The Dynamite Blues Band. Deze groep bestaat nog maar sinds vorig jaar en herrees uit het as van Big Blind. Big Blind was eind jaren 2000 aan een forse opmars in de Nederlandse bluesscène bezig tot de groep in augustus 2010 uit elkaar viel. Drie kwart van de muzikanten van Big Blind hebben een nieuwe alliantie gevormd in The Dynamite Blues Band. Enkel bassist Renzo Van Leeuwen is nieuw. Aan de oude succesformule is gelukkig niets veranderd: opwindende, rauwe en smerige blues zoals soortgelijke bands als The Red Devils en The Strikes. Met ‘Shakedown & Boogie’ hebben ze een goed onthaald album dat als een rode draad door de setlist liep. Frontman Wesley Van Werkhoven laat zijn harmonica lekker scheuren in nummers zoals ‘Howlin’ en ‘Dynamizer’. Lester Butlers is Wesley grootste inspiratiebron getuige het duidelijk op The Red Devils geïnspireerde ‘Boom Boom Boom’ en hun klassieker ‘Automatic’. Ook de niet-harpnummers waren best te pruimen: ‘TNT’ is een vrolijke boogie met hoofdrol voor JJ Van Duijn en ‘Rebound’ bevat inventieve ritmewisselingen. Het Belgische debuut van deze band is op 3 juli op Hookrock te Diepenbeek. Check it out!

Bruce Katz trio mag als eerste band optreden in de knusse Rabozaal. Pianist/orgelist Bruce Katz verdiende jarenlang zijn sporen als sideman van talloze artiesten w.o. The Allman Brothers Band en Ronnie Earl & The Broadcasters. Als organist heeft Katz een gruizige aardse klank ergens tussen Jimmy Smith en Booker T. Jones. Blues shuffles aangestuurd door een zwierig Hammond orgel, afgelijnd met puntig gitaarwerk en gestuwd door een strakke (drum)groove  zijn het handelsmerk. Binnen dit kader is het genieten van Katz’ gepassioneerd orgelspel voor een aantal knap uitgevoerde virtuoos hoogstaande instrumentale soul-jazz instrumentals. Bruce Katz heeft een nieuwe cd “Homecoming” te promoten die genomineerd is voor Blues Music Award als keyboardplayer of 2015. Uit die plaat plukt Katz zes nummers die een gevarieerd palet aan stijlen laat horen gaande van New Orleans, Elmore James Boogie tot blues en jazzy instrumentals. Die nieuwe nummers behoren zeker tot zijn beste. Persoonlijk is het vooral genieten van de NO nummers als de jazzy piano instrumental “Amelia” of het funky “King Of Decatur”. Gitarist Chris Vitarello blijkt niet alleen een begenadigd gitarist te zijn maar ook vocaal bijzonder goed uit te pakken. Tussendoor grijpt Katz ook terug naar ouder werk met aanstekelijke blues boogie “Three Feet Off The Ground”, vingervlugge boogie-woogie “Norton’s Boogie” of de gepassioneerde klasse waarmee hij de toetsen beroert voor het jazzy “Contrition”. Bruce Katz is een veelzijdig keyboard master wiens optreden niet meteen voor een hoogtepunt zorgt maar zijn albums zijn voor mij een ontdekking voor intens luisterplezier en alleen al daarom ben ik zeer blij met zijn optreden hier.

Toronzo Cannon,  47 jaar, is geboren en opgegroeid in het bluesmekka Chicago. Van jongsaf aan is hij gebeten door de drie Kings (B.B. King, Albert King en Freddie King) en probeert zich zo veel mogelijk te bekwamen in de lokale bluesclubs. Na zich onderscheiden te hebben als sideman voor lokale artiesten als Wayne Baker Brooks en Joanna Connor besluit Cannon zijn eigen band op te richten. Tegen dan heeft Cannon zijn invloeden (Muddy Waters, Buddy Guy, Junior Wells en Jimi Hendrix) voldoende geabsorbeerd om gaandeweg een eigen sound te ontwikkelen. In 2007 verschijnt zijn debuut ‘My Woman’ op een klein label. Maar het is pas met ‘Leaving Mood’ (2011) opgenomen bij het vermaarde Delmark label dat zijn harde werken wordt beloond en zijn internationale carrière voorgoed uit de startblokken schiet, bekroond met de schitterende opvolger ‘John the Conquer Root’ (2013). Vandaag is hij voor het eerst in de lage landen en dat zullen we geweten hebben. Cannon heeft zijn naam niet gestolen en vliegt er van in het begin al in. Hij doet gelijk waarmee andere collega’s hun show willen eindigen nl. met gitaar een toertje lopen door het publiek. Het begint aanstekelijk met de Elmore James/Buddy Guy classic  “Can’t Hold Out/Talk To Me baby” waarin we voor het eerst kennis maken met Cannon’s specifieke gitaarstijl: een huilende blues gitaar. Toronzo belooft Chicago Blues en daarin blinkt hij uit zowel in de uptempo als de slow blues tunes. Toronzo beleeft de blues op het podium, zijn verhalende bluessongs over de ontrouwe partner gekruid met een kwinkslag komen recht uit het hart en treffen raak. In het aan Jimi Hendrix verwante “John the Conquer Root”, “About A Woman Who Didn’t Know She Loved Me”, scheurt zijn gitaar de meester achterna terwijl SRV van boven goedkeurend meekijkt. Het publiek is nu door het dolle heen en een energieke Cannon entertaint en kleurt de blues sky als geen ander, nu eens funky dan met een extra portie soul a la Otis Redding. Zijn stomende Chicago blues gaat er in als zoete koek en klinkt eerlijk, persoonlijk en tegelijk authentiek. Cannon heeft een krachtig aangenaam stemgeluid en een indringend gitaarspel waarmee hij alle kanten opkan, ondersteund door priemend orgelwerk en een solide ritmesectie. Cannon en Co nemen veel te snel afscheid met een dampende gitaar boogie “Sweet, Sweet, Sweet” met rifjes “You Really Got Me” en “Smoke On The Water”. Topoptreden met Chicago Blues op zijn best!   

Na dit topoptreden spoed ik mij naar het rode pluche van de Rabozaal voor niemand minder dan stergitarist, zanger en songschrijver Mike Wheeler, voor de gelegenheid in het fijne gezelschap van Kai Strauss Electric Blues All Stars. De Duitse gitarist Kai Strauss staat live bij kenners hoog aangeschreven als begeleider van Memo Gonzales en Big Daddy Wilson maar heeft zelf ook een uitstekende cd ‘Electric Blues’ afgeleverd. Twee kleppers op een podium dat zou vuurwerk geven. Voor het zover komt neemt Wheeler het voortouw met zijn soepele zwarte stem en een blitse glinsterende gitaarsound voor goed in het oor liggende Chicago Blues. Wheeler’s subtiele gitaarlicks in Little Walter’s “Can’t Hold Out Much Longer” vertonen gelijkenissen met een Robert Cray waarvan hij “Phone Booth” speelt. Toch heeft Wheeler door zijn jarenlange toewijding aan anderen voldoende eigenheid ontwikkeld in zijn gitaarspel waarvan zijn laatste album “Self Made Man” (2012) getuigt. Het podium is zijn ware roeping waar hij zijn gitaar laat spreken zoals in gevoelige songs als “I’m Missing You” waar het eenzaamheidsgevoel nog wordt versterkt door de scherpe gitaarnoten van Kai Strauss. Ook het trage “So Many Roads” van Otis Rush baadt in eenzelfde mood maar krijgt toch nog crescendo gitaarspel. Voor het muzikale gitaarduel is het wachten tot het eind van de set, alleen gebeurt dat met stereotype Chicage Blues als de Elmore James’ klassieker “Dust My Broom” en het gelijkaardige “Let Me Love You Baby” (Buddy Guy). De bliksemende scherpe solo’s maken echter veel goed. Toch blijft dit concert wat onder de verwachtingen steken zeker in vergelijking met de vernieuwende Chicago Blues aanpak van een Toronzo Cannon.

In de DSM Juke Joint kregen wij als tweede act pre-warblues geserveerd van twee Denen. Tim Lothar was drummer van Lightnin’ Moe (stond hiermee zelfs op het BRBF te Peer in 2004) tot hij in 2006 aan een solocarrière begon als zanger/gitarist. Peter Nande is een harpist die met zijn eigen band in 2009 op het Moulin bluesfestival stond. Samen hebben de heren het album ‘Two For The Road’ gemaakt. Ondanks de ondankbare omgeving, luidruchtige Nederlanders die bijpraten in de grote inkomhal, slagen de twee heren erin om het podium in een echte juke joint om te toveren. De muzikanten voelen elkaar uitstekend aan en ook hun stemmen blijken mooi te blenden. Hun set bevat klassiekers zoals ‘I Ain’t Gonna Be Worried No More’, ‘I Can’t Be Satisfied’ en eigen nummers zoals ‘Can’t Get That Stuff No more’ en ‘Slow Train’. Countryblues is minder mijn ding, maar zoals deze bluesmannen het brengen werd het zeer onderhoudend uurtje.

Joep Pelt was de volgende op dit podium, maar helaas liep de soundcheck 45 minuten uit, zodat wij ons naar de Limburgzaal moesten begeven voor de headliner. Dit was The Boom Band, een nieuwe Britse band met een all-star bezetting. De groep bevatte 4 gitaristen die afwisselend een nummer zongen. De twee bekendsten zijn Jon Amor  (The Hoax) en Matt Taylor (The Motives en Snowy White). Ook de andere muzikanten kunnen mooie adelbrieven voorleggen: pianist Paddy Milner speelde bij o.a. Van Morrison en Joss Stone en Steve Rushton zat achter de drums bij Jeff Beck en Imelda May. Kortom referenties genoeg om over een supergroep te spreken. Ondanks de mooie C.V.’s was dit een ontgoochelende afsluiter. Door elk nummer met een andere zanger te werken heeft de groep geen eigen identiteit en 4 gitaristen op een podium bleken er toch minstens 2 teveel te zijn. Bij momenten verzopen de gitaarsolo’s in een ware geluidsbrij. De betere nummers, ‘Diamonds In The Rust’ en ‘I’m A Ram’ werden door Marcus Bonfanti gezongen en lagen meer in het southern rockstraatje. The Boom Band leek al op de jamsessie die in de DSM Juke-Joint gepland stond: iedereen om beurt zijn kunstje tonen.

De balans van deze editie is best positief: met The Dynamite Blues Band heeft Wesley een opvolger voor Big Blind en het debuut van Toronzo Cannon was een voltreffer. Wij kijken nu al uit wat onze Nederlandse Limburgers voor hun 20ste editie in petto hebben.

Marc Buggenhoudt en Kris Vermeulen

Foto © Eric Schuurmans

meer foto's © Eric Schuurmans