FLYING HORSEMAN, BLACKIE & THE OOHOOS, STRAND @ C-MINE – 05/03/15

Strand - Bert Dockx nam zijn eigen voorprogramma voor zijn rekening, met zijn nieuw project Strand, waarmee hij Nederlandstalige liedjes brengt met enkel gitaarbegeleiding.  Vorig jaar heeft hij zo tien nummers op een cd gezet die ook gewoon Strand heet.  Alle titels van de nummers op die plaat bestaan uit één enkel woord, misschien wel een indicatie voor de mooie sobere klank en inkleding van deze breekbare nummers.  Dockx is een bekwame gitarist en in C-Mine konden we erg van zijn gitaarspel genieten, waarin ik af en toe wel wat invloeden van Bert Jansch meende te ontwaren.  Ook zijn teksten zijn erg sterk, een beetje minimalistisch en toch ook poëtisch.  

De opener (ook op de plaat) Huis was alvast heel straf, met spaarzaam gitaargetokkel en heel intens gezongen.  Het nummer Koop was zowat het tegenovergestelde, met hakkerige en wilde gitaaraanslagen, soms met een kopstem gezongen.  Qua intensiteit deed het me een beetje aan Joy Division denken.  Het beste nummer van de set was Dood , waarin hij zong over de dood van zijn grootmoeder en de daaraan voorafgaande periode.  Treffend was dat de stervende vrouw er meer vrede mee had dan de hulpeloze familieleden rond haar sterfbed.  Zware kost, dat wel, maar ook met een poëtische inslag en heftig en bluesy gespeeld. 

Daarna volgdeeeninstrumentaal nummer (Droom ?) met mooi gitaarspel, dromerig en folky met een verre echo van gitaargoeroe Bert Jansch.  In de afsluiter Strand - gebaseerd op een oude foto van zijn ouders in Oostende - klonk hij eerst kaal en bluesy, iets later fel en explosief, maar altijd meeslepend en indrukwekkend ; in zijn gitaarspel was zelfs een flard Paco De Lucia geslopen. 

Een heel goed en intens concertje dus.  Ik kende op voorhand de muziek van Strand niet, maar bij een volgende gelegenheid (full concert) ben ik van de partij.  Met dit project doet Dockx wel zijn andere band Flying Horseman concurrentie aan! 

Blackie & the Oohoos - Het groepje van de zusjes Maieu, beiden op synth en zang, samen met een gitarist, een drummer (en ook een drummachine) kon mij iets minder bekoren.  Daarvoor was de sound van hun dromerige popmuziek mij iets teveel gebaseerd op weliswaar melodieuze maar redelijk eenvoudige synthesizerlagen.  Hun twee stemmen smolten in de meeste nummers wel heel goed samen.  Af en toe hoorden we lichte echo's van The Cure / Siouxsie en aanverwanten voorbijkomen, wat hun muziek wel een eighties-tintje meegaf.  De mooie, mysterieuze duozang zorgde voor een mooi vervreemdend effect.  In het zware en basgedreven nummer Insane klonken ze zelfs een beetje als The Bollock Brothers, minus de bollocks dan weliswaar... 

Op het einde moesten we zelfs heel erg aan The Cure denken, en meer bepaald aan de Carnage Visors soundtrack, die de groep live speelde tijdens de Faith toernee begin jaren tachtig.  En toen een synthesizer niet deed wat verwacht werd, zei een van de zusjes Maieu een beetje ontdaan : "mijn synth is een beetje stout vandaag"... Grappig.  Het zwakke punt van Blackie is misschien wel een gebrek aan herkenbare songs, het klonk soms teveel als een soundscape met leuke effecten en knipoogjes naar andere dark & doomy bands. Niet slecht gedaan, maar misschien toch meer geschikt voor de rabiate liefhebbers van het genre.  

Flying Horseman - Met zijn derde cd City Same City (uit 2013) heeft Flying Horseman een vloedgolf van positieve recensies en commentaren over zich heen gekregen, en dat zal frontman Bert Dockx zeker meer vertrouwen gegeven hebben, over het feit dat hij goed bezig is en zelfs steeds beter wordt.  Dit dubbelalbum is weliswaar een sterke plaat, maar het is geen vrijblijvende of makkelijk in het oor liggende muziek, en daardoor ook niet echt geschikt als achtergrondmuziek.   Integendeel, het is typisch zo een album waar je even rustig moet voor gaan zitten en er heel gefocust naar luisteren.  En dan is een openbaring van pure muzikale schoonheid je beloning. 

Met zijn zessen stonden ze op het podium, inclusief de 2 achtergrondzangeressen uit de vorige groep, die zo mee zorgden voor een mooi totaalgeluid.  In Lucile (uit City Same City) klonk de groep zeer intens, met twee gitaristen - die helemaal opgingen in hun spel - en mooie donkere zang die niet teveel op de voorgrond gemixt werd.  We Care (ook uit de laatste plaat) was een heftige muzikale ervaring, afwisselend luid en zacht, en klonk even bezwerend als de muziek van Joy Division, Nick Cave en zelfs The Velvet Underground.  Lang uitgerekt en noisy klonk het nummer Landlord daarna,zelfs eentonig bij momenten, maar wel met een mooi intiem einde. 

America Is Dead was een al wat ouder nummer, en voor mij een van Flying Horseman's finest moments.  Jammer dat het enkel op een EP terug te vinden is, want dit was prachtig mooie lyrische muziek, een beetje melancholisch en een gitaar die een verhaal vertelde over het verval van Amerika.  In het episch lange nummer Twist kregen we weer ferme riffs en fijn samenspel te horen, veel gitaargeweld dus en een zeer noisy climax.  Als bisnummers volgden nog Stories (een van de betere nummers op City Same City) met een beetje Cohen / Lanegan / Hazlewood invloeden en een prachtige gitaarsolo van Bert Dockx.  Het heel mooie Nemo, de afsluiter van de avond, was nog zo een hard gitaarnummer en zorgde voor een intens orgelpunt van dit goeie concert.             

  Marc Vos

Foto © Kristine Vandegaer

Artiest info
   
C-MINE, GENK - 05/03/15