DUKE ROBILLARD & BAND (SUPPORT: FAT HARRY & THE FUZZY LICKS) @ DE KORENBLOEM, ZINGEM - 15/03/15

Artiest info
Website
facebook

DE KORENBLOEM, ZINGEM - 15/03/15

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat Robillard uniek maakt is niet vingervlugheid, maar creativiteit, hoe hij vaak de routine doorbreekt en naar gepaste ‘oplossingen’ zoekt. Uiteraard zal hij maar zelden ‘iets nieuws ontdekken’, maar de samenhang en de opeenvolging van de patronen, die hij neerlegt, zijn uniek en eenmalig’.

Voor hen die niet graag hele recensies doorworstelen om de pointe te achterhalen: Duke Robillard was in De Korenbloem in Zingem op zondag 15 maart 2015 op zijn gebruikelijke niveau. En dat niveau is nog steeds dat wat men met een tautologie of pleonasme aanduidt met ‘de absolute top’ in de bluesgitaar. Vermits ook het voorprogramma Fat Harry & The Fuzzy Licks tevredenheid oogstte, kan men gewagen van een geslaagde avond, een leuk opstapje naar het volgende concert, Mississippi Heat & Chicago All Stars op zaterdag 19 september

Fat Harry & The Fuzzy Licks, vijftal uit Rotterdam, deden precies wat van een warm-up mag verwacht worden: het publiek op de juiste temperatuur brengen voor wat komen zou. Om 18 uur begonnen ze eraan en al was het vrij snel duidelijk dat zanger-gitarist Fat Harry (Harold Van Dorth) niet optimaal bij stem was (een verkoudheid allicht) Normaal gesproken is dat een troefkaart van de band. Dat kon de pret gelukkig niet drukken. ‘Drinking Straight Tequila’ (van Chris Cain), ‘Born Under A Bad Sign’ (van Booker T. Jones-William Bell, maar dat u en ik kennen van Albert King en/of Cream), ‘Jealous Man’, dat op Fat Harry’s recentste cd ‘Hard Lovin’ Man’ staat, plaat waar ook Preston Shannon en Henry Oden aan meedoen (2012), ‘Dust My Broom’ (Robert Johnson), ‘Hard Lovin’ Man’, ‘How Blue Can You Get’ (bekend via B.B. King), het werd een vrolijke wandeling doorheen de geschiedenis van de blues. Saxofonist Jan de Ligt (Gruppo Sportivo, Normaal en vele andere formaties en combinaties) laat constant fraaie dingen horen. Als kers op de taart gaat Fat Harry op stap tijdens het laatst vernoemde, lang uitgesponnen nummer door het publiek: niets nieuws maar het werkt. Langer hoefde het voor ons niet te zijn, maar we zien de Fuzzy Licks in de nabije toekomst graag eens als de hoofdvogel op de affiche.

Bijnamen zijn, om het op zijn zachtst te zeggen, in de blues niet altijd even terecht of goed gekozen, maar Michael John Robillard kon geen fraaiere koosnaam krijgen dan ‘Duke’, naar het evenbeeld van die gigant uit de jazz en eigenlijk uit de ganse muziekgeschiedenis, Edward Kennedy ‘Duke’ Ellington. In wezen is Duke een jazzgitarist, maar hij beweegt zich met groot gemak door alle vormen van blues, jump en swing. De laatste jaren had de man zich vooral op die laatste geconcentreerd en hoewel hij dat even gretig, vaardig en briljant deed als al de rest, vonden we een héél optreden in swingstijl van het goede net iets teveel. Via de cd’s ‘Independently Blue’ en het brandnieuwe ‘Calling All Blues’ zit de man weer in het klassieke bluesspoor, al ging hij tijdens dit concert over alle stijlen gaan waar men hem mee associeert, een afwisseling die goed deed. In de lof mogen we beslist zijn trouwe band betrekken met Bruce Bears op keys (piano, hammond, af en toe solo’s en ook al eens aan zang), Brad Hallen op contrabas en elektrische bas (de man is met Duke vergroeid, al sinds de dagen van Roomful Of Blues) en metronoom Mark Teixeira op drums.

Wat Robillard uniek maakt is niet vingervlugheid. Dat interesseert hem niet. Het draait ‘m allemaal om creativiteit. Als je een concert meemaakt vlak bij het podium kan je merken hoe hij vaak de routine doorbreekt en naar passende ‘oplossingen’ zoekt. Uiteraard zal hij maar zelden ‘iets nieuws ontdekken’, maar de samenhang en de opeenvolging van de patronen, die hij neerlegt, zijn uniek en eenmalig. Een volgende maal is het per definitie anders. Je ziet de man uit Rhode Island genieten, een achteloosheid die in schril contrast staat met de akelige precisie waarmee hij elke noot speelt. Dat hij een goed maar geen topzanger is, maakt niets uit. Dat hij goeie songs heeft en zorgvuldig covers kiest, maakt deel uit van zijn vakkennis… en van het plezier dat elk concert hem na al die jaren nog altijd verschaft, ook in het (voor hem toch) godverloren Zingem. En zoals wel vaker is een optreden voor de artiest in kwestie een gelegenheid om zijn helden en voorbeelden eer te betuigen.

I’m Gonna Quit My Baby’ zet de set stomend in. ‘Looking For Trouble’ draagt hij vanzelfsprekend op aan Chicagobluesgitarist Eddy Taylor, intussen dertig jaar niet meer onder ons. Tot dan is het gewoon genieten, maar met het vijfde nummer, het instrumentale ‘Do The Memphis Grind’ (opener van ‘Guitar Groove-A-Rama’ uit 2006, een ware showcase voor zijn gitaren) ontploft De Korenbloem zowat. Duke brengt het als ode aan de man die hem in zijn jeugd het meest inspireerde, James Burton, 75 intussen, pionier van de rock-‘n-roll en laatste gitarist van Elvis Presley. In het daaropvolgende shuffle ‘I’m Gonna Get You Told’ toont Duke dat hij ook als zanger onvermoede capaciteiten heeft. Toch weer even terug geflitst naar de vaudeville en variété van de jaren twintig van vorige eeuw met evergreen ‘Just Because’, met een grappige flard ‘Here Comes The Bride’ ingewerkt. T-Bone Walker eert hij met een subliem ‘You Don’t Love Me But I Don’t Even Care’: voor één keer klinken lange solo’s en de obligate verstilde passage niet afgezaagd, maar ter plekke uitgevonden en voor het eerst toegepast. ‘(She’s A Real) Live Wire’ mag dan van rocker Richard Barone zijn, Duke en band doen alsof het voortsproot uit een Fabulous Thunderbirds sessie. Van de T-Birds was hij toch een jaar of vier lid. Opnieuw gaat het adrenaline niveau danig de hoogte in.

We krijgen o.a. nog ‘Confusion Blues’ (uit de laatste) en ‘Avalon’ dat Al Jolson in 1920 meeschreef en een hit maakte (Duke blijkt vooral herinneringen te hebben aan de versie(s) van Benny Goodman) Het is uiteraard pure swing, maar Duke toont zich hier op zijn creatiefst. Tegenover zijn solo ook een straffe uithaal van Bruce Bears, en ook bas en drum krijgen hun solodeel, eigenlijk duostuk, want ze bieden tegen mekaar op. ‘Avalon’ is dan beslist ook een hoogtepunt in het geheel. Het volgende nummer is merkwaardig: Duke heeft in 2006 een tour gemaakt met… Tom Waits, clash van de reuzen. Uit die Orphans Tour brengt hij ‘Make It Rain’ (uit diens ‘Real Gone’), dat hij voorziet van de mooiste gitaarpartij van de avond, volledig de lijn van de grillige fantasie van Waits. ‘You’re Looking Good, Baby’ is dan weer een zwaar door… funk geïnspireerd nummer, met een heerlijke hammond en gitaarwerk dat menige funkgitarist jaloers moet maken. Mooi einde van de set. Waarna de opener van ‘Calling All Blues’ de encore mag wezen: ‘Down In Mexico’, waarin Brad Hallen tweede stem zingt. Het lijkt enigszins op de aloude Leiber-Stoller song voor The Coasters, en je zingt het meteen mee. Ry Cooder moest het weten.

Na het concert kwam Duke cd’s tekenen en had hij voor iedereen een vriendelijk woordje over. Ware klasse stijgt niet naar het hoofd, denk je dan. Intussen trokken tientallen muziekliefhebbers huiswaarts met een goed gevoel: dat is de blues. Met dank aan de Duke!  

 

Antoine Légat

Foto © Karim Hamid

Meer foto's DUKE ROBILLARD klik hier © Karim Hamid

Meer foto's FAT HARRY klik hier © Karim Hamid