ESPERANZAH, FLOREFFE 6 & 7/08/16

Aandachtige lezers kunnen al meteen beginnen op te merken dat de vijftiende editie van dit bijzondere festival toch drie dagen telde. Klopt, maar op vrijdag waren wij er niet en over wat we niet gezien hebben, gaan we niet schrijven, dat spreekt! Dit festival, waar je niet alleen naartoe komt omwille van de muziek, kende dit jaar een heel grote toeloop: de twee dagen die wij meemaakten, waren compleet uitverkocht en dat was serieus te merken: niet alleen werden de weggetjes tussen de verschillende podia bij momenten we erg smal, niet alleen viel de aanwezigheid op van een significant deel van de bevolking uit het Noorden van België, niet alleen zorgde dat voor lange wachttijden bij eetstands en toiletten, het bracht ook een ander soort irritatie mee, dat van de kwebbelende festivalganger.

Ook bezuiden de taalgrens kennen ze het fenomeen van de met smartphone gewapende festivalier, wie het erom te doen is de “vriendengroepen” of het thuisfront live & on-the-spot te kunnen meedelen dat ze erbij waren…Zo groot zijn die fameuze cultuurverschillen dus ook weer niet. Soit, het heeft wel voor gevolg dat de wat zachter uitvallende acts, enkel te volgen waren voor wie erin slaagde een plaatsje te bemachtigen in het voorste derde van de verschillende pleinen.

Wij begonnen onze zaterdag met wat bijna een handelsmerk van Esperanzah geworden is: dit is namelijk een themafestival, en dit jaar stond “de vluchteling” centraal. Niet meer dan logisch dus, dat geopend werd met “Refugees for Refugees”, de live versie van het gelijknamige Muziekpublique-project, waar eerder dit jaar de fraaie “Amerli”-cd uit voortkwam. Helaas, moet ik zeggen was dit geprogrammeerd op een moment dat er aan de Côté Jardin nog vooraal heen- en weer gelopen werd en waren er nauwelijks honderd mensen echt aan het luisteren. Wat zij hoorden, was breekbare, mooie muziek uit Brussel, gemaakt door mensen met wortels in Syrië, Irak of Afghanistan.

Even afdalen naar de Côté Cour, om daar de Malagassische “The Dizzy Brains” te zien en horen bewijzen dat garagerock nu echt zijn tijd wel gehad heeft. Als deze jongens actief zouden zijn in, pakweg, Zoerle-Parwijs of Hoedeng-Goegnies, dan kwamen ze gewoon nooit op dit podium terecht, punt. Dit vaststelling moesten we in de loop van het weekend meerdere keren maken en als ik programmator was, ik zou bij een volgende vergadering toch die vraag in overweging nemen…Weer naar boven geklauterd voor het concert van Calypso Rose, waarover ik, helaas, heel kort moet zijn: calypso is al niet het meest boeiende genre, wegens echt monotoon en al te repetitief, en daarbij moet je in dit geval nog de Manu Chao-stempel optellen, die ook al als eigenschap heeft, dat hij elk nummer eindeloos recycleert en een melodie van nieuwe tekst voorziet of omgekeerd, het blijft wel een feit dat het soca-ritme je na een half uur compleet de strot uitkwam. Vooral omdat de set met een kwartier vertraging begon, en oude dame Rose al na 35 minuten weer het podium af struinde. Ze kwam weliswaar nog terug, maar dit was echt van een tenenkrommende overbodigheid, die je perfect had kunnen voorkomen door een CD op te zetten.

Tijdens dat concert bleek ook, dat er technische problemen waren en dat de verstaanbaarheid van de artiesten over halfweg het plein, meer dan te wensen overliet. Nu, voor bands die uitsluitend op de dansende ledematen mikken, is dat niet erg, maar als je, zoals Anoushka Shankar, behoorlijk fragiele stukken in je set opneemt, wordt dat echt problematisch. Het kleine meisje dat ze nog altijd lijkt, bracht het er schitterend vanaf: haar fraaie, lang uitgesponnen nummers -allemaal in functie van de vluchtelingenthematiek van het festival, vereisten wat luisterwerk en we moesten ons een keer of drie verplaatsen om aan de kwetterende medemens te ontsnappen, maar het loonde de moeite: muzikaal meesterschap werd vertaald in subtiliteit en souplesse. De band draaide om de sitar van Anousha, maar net zo goed was er veel ruimte voor de toetsen, de percussie en vooral de schalmei (dit is vermoedelijk een foute benaming, maar ik gebruik ze toch maar, omdat ik de exacte naam van het instrument niet ken en de klank zeer verwant is met onze schalmei). Anoushka zorgde voor een heel mooi eerste hoogtepunt van het festival en deed ons snel vergeten wat de Chileense Ana Tijoux ons even voordien geserveerd had: erg doordeweekse rap en hiphop, weliswaar in het Spaans gedebiteerd en, naar verluidt politiek geïnspireerd, maar eigenlijk totaal oninteressant. Zodra je je wegdraait van het podium en je de bassen niet meer door je ribbenkast voelt gaan, ben je al vergeten wat er op dat podium gebeurt. Het overkwam ons ook bij publiekslievelingen Bigflo & Oli, twee piepjonge Fransen, die ook al in rap en hiphop grossieren. Ze zijn jong, ze zijn broers, ze hebben erg veel succes bij onze zuiderburen, maar verder dan een “geeuw” kregen ze er bij mij toch niet uit. Dat kan natuurlijk aan mij liggen: ik moet toegeven dat ik met bepaalde stromingen of genres absoluut niet mee ben, maar ik kan na al die jaren wel een goed nummer onderscheiden van huiskamervlijt met een beat eronder. Floreffe ligt niet zover van Frankrijk en dit jaar was de Franse invloed wel heel duidelijk, ondanks de ontegensprekelijke bloedarmoede waar de hedendaagse Franse scene aan lijdt. ’t Is tegenwoordig al rap en hiphop wat de klok slaat en ’t is niet alleen moeilijk te verstaan voor een niet-Francofoon, het is ook moeilijk te begrijpen, want het is zo vaak uit dezelfde “van-dik-hout” grondstof gefabriceerd.

Beetje ontgoocheld, dus maar…Manu Chao moest nog komen. De man aan wie het festival zijn naam dankt en die hier al voor de derde keer (of was het de vierde?) geprogrammeerd staat. “Feestelijke” muziek, heet dat te zijn en ik weet niet of ik daar heel blij om moet zijn. Ik geef toe: het voorste derde van het publiek stond de hele tijd te wiegen en beantwoordde gretig de talloze “Oyoyoyo”-kreten die vanaf het podium de massa ingestuurd werden. Er werd gedanst, jawel en de meeste mensen waren bijzonder goed geluimd, maar muzikaal was dit, de blazerpartijen niet te na gesproken, bijzonder armoedig. We waren dus best wel wat teleurgesteld, die zaterdagavond, maar dat belette ons niet om er zondag, niet lang na de middag, opnieuw te staan en dat hebben we ons allerminst beklaagd, want zo konden we de hele set meemaken van het “Orchestra Vivo”, een muzikaal laboratorium waarin naar hartenlust geëxperimenteerd wordt met allerhande muziekjes, van klassiek tot jazz, van rock tot chanson en cabaret. Onder leiding van de oercharmante trombonist en componist Garrett List, blaast en strijkt dit gezelschap van wereldburgers de notie “wereldmuziek” nieuw leven in. Een ware verademing in tijden van pompende beats: al wie er op tijd bij was, zong mee met de “Temps des Cerises”, waarmee zij hun fraai concert afsloten. Die “Temps des Cerises” was trouwens de naam van het festival dat eigenlijk de voorloper was van dit Esperanzah en de oudjes onder ons, zullen zich wellicht nog wel iets herinneren van dat festival, waar je toen evengoed De Snaar kon zien spelen als Julos Beaucarne of Renaud. We worden oud, voorwaar….maar toch….

Weer eens de trip naar de Côté Cour ondernomen, om daar te gaan horen wat de Burkinees Smockey & Sams’k Le Jah te vertellen hadden. Nou, niet bijzonder veel, qua vorm: de zoveelste rap- en hiphopcombinatie, die, in haar teksten, weliswaar voor de goede zaak opkomt, maar  op een zondagmiddag bij 25 graden, is dit niet meteen wat een mens nodig heeft om aangenaam onderhouden te worden. Dat lukte dan weer wel met de teringherrie van Too Many Zooz die, hoewel ook zij hip hop door hun muzikale mix draaien, toch niet aan de stilaan geijkte formules vast blijven kleven, precies omdat ze er de juiste dosissen jazz en funk doorheen klutsen. Tussendoor waren we getuige van een opperbest en aller-charmantst concert van Ala.ni, die een heel fijne set retrosoul op ons losliet, en erin slaagde in een minimale bezetting toch de hele meute mee te krijgen. Het eerste kwart van het concert stonden ze nog gewoon pinten te drinken en te tateren, maar naarmate de set vorderde, werd de aandacht solider en de ontwapenende act, die Ala.ni is, versloeg de kwetteraars met klinkende forfaitcijfers.

Dat gold ook voor Patti Smith, de hogepriesters van de punkrock, die stilaan de zeventig nadert en er, hoe langer hoe meer begint uit te zien alsof ze zich enkel nog per vliegende bezem verplaatst. Nu, misschien was die overwinning een beetje té gemakkelijk verworven, want Smith hoefde maar de wapperende handjes ten hemel te slaan, of de voorste helft van het publiek volgde, zonder dat ze erom moest vragen. Dat doet echter niks af aan haar podiumprestatie, want die stond er echt wel. Begonnen werd met “Holy”, een gedicht van Allen Ginsberg, een van de beat poets bij wie la Smith al ruim veertig jaar aanschurkt, waarna “Dancing Barefoot” volgde, en een stroofje uit “Frederick” gedebiteerd werd. Het stak allemaal perfect in elkaar en je voelde en zàg natuurlijk ook wel dat Smith en haar clubje (met deze keer zoon Jackson op gitaar), avond na avond dezelfde show opvoeren, al werd een paar keer de intro van een song compleet gemist en moest er herbegonnen worden. Een heel straffe Prince-cover volgde met “When Doves Cry” en zoals verwacht mocht en moest worden, zaten zowel “Because The Night” als “People Have the Power” in de finale van die al bij al heel straf, oerdegelijk rockconcert. Entertainment op erg hoog niveau, mede bewerkstelligd door de prachtige achtergrond, waarin de zon langzaam aan begon te verbleken en die zich leek aan te passen aan de boodschap, die Smith bracht en die uitermate passend was voor een festival waar tot veertig illegaal in het land verblijvende mensen een actieve rol toebedeeld kregen. “People Have The Power”…jawel, maar voor hoelang nog?

Bij de mix van rap en Frans chanson van de Bordelen van Odezenne voelde ik totaal niks. Behalve dat de bas zodanig hard stond, dat je bang werd voor je hoorapparaat….nochtans lustte het publiek er wel pap van, want de reacties -zij het echter ook enkel bij de eerste vijftig of zestig rijen-, waren op het randje van het extatische af. Drie kwart van de aanwezigen, keuvelde rustig verder en dat was een beetje tekenend voor het verloop van de hele tweedaagse dat we hier waren: net als zoveel andere festivals overkomt, is ook op Esperanzah de muziek stilaan teruggedrongen tot de positie van achtergrondverzorger. Ik denk dat ik dat een beetje erg vind, want er was een tijd, dat we naar Floreffe gingen, omdat je daar de dingen te zien kreeg, die twee of drie jaar later op Couleur Café zouden staan.

Door zo nadrukkelijk in de vijver van de franstalige rap en hiphop te gaan vissen, is Esperanzah aan het afdrijven van dat brede karakter, dat er vroeger was. Als er tegenwoordig al breed gegaan wordt, dan is het op het vlak van de taal waarin gerapt en gehiphopt wordt, maar qua genre-overschrijdende zaken, bleven we deze keer toch wel wat op onze honger zitten. O ja, er was ook nog de afsluiter: St. Germain en dat werd een heel straf verhaal: een van de sterkste livebands die ik in tijden mocht aanschouwen en die net wél deden waarin Esperanza altijd uitblonk: genres aan hun laars lappen, alle grenzen overschrijden en bijzonder goed musiceren. Dàt noem ik feestmuziek, zie, ook al omdat bij hun optreden, de klank wél OK was.

Al met al een matige editie, vind ik, met enkele flinke werkpunten inzake programmatie, inzake sterkte van de geluidsinstallatie, inzake neven-acts ook: vorige jaren kon je in zowat elk hoekje van het terrein wel iemand bezig zien met boeiende acts. Dat was dit jaar een pak minder-al waren Borokov en het slangenmeisje waarvan ik de naam niet kan terugvinden bepaald knap te noemen-, maar de “Triangle”-ruimte, stond het grootste deel van de tijd leeg, de dreef waar je vroeger die telefooncellen had, zag dit jaar alleen wat lichtreclames….
Een pluim wel voor de mensen van de toegangscontrole: prima gedaan. Ik zou hen liever niét moeten tegenkomen, maar de tijden zijn wat ze zijn en dus horen daar tegenwoordig controles bij. Daar kunnen de tegenhangers uit het Noorden van het land wel een lesje van leren. Je kunt iemand vragen om zijn rugzak te openen, ook zonder hem de neus af te bijten. Fijn, net als de alweer indrukwekkende straat vol lekkere geuren en smaken, waar het alweer heel lekker eten en drinken was. Ik denk dat ik volgend jaar toch maar terug ga….

Dani Heyvaert

Foto © Esperanzah

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 


 

Artiest info
website  
facebook  

FLOREFFE 6 & 7/08/16