BLUES PEER @ PEER - 19/07/15

De somber grijze lucht op zondag belette niet dat er nog meer volk opdook dan de dag voordien. Ook zondag beloofde een grote bluesnaam, met name Preston Shannon, gitaarheld uit Beale Street, Memphis. Als je een bluesencyclopedie openslaat zul je daar als enige zijn naam aantreffen bij alle geprogrammeerde bands en allicht ook Guitar Shorty. ‘Tiny Legs Tim’ is nog te jong om al de gedrukte naslagwerken te halen, ook al heeft hij reeds drie albums uitgebracht. Ook Beth Hart schuift langzamerhand op in de richting van de grote blueszangeressen vanuit haar gekwelde en expressieve vertolkingen. Dat ook de liefhebbers van roots/rock en alternatieve poprock dankzij de Peer affiche worden aangetrokken bevordert uiteraard een grotere toestroom. Maar ook in een bijenkorf zijn nu eenmaal onderscheiden honingraten, zodat er van een bluesniche al lang geen sprake meer is, zolang geur of kleur maar aanlokt.

 

Tiny Legs Tim

Al heeft de tengere Tiny Legs Tim niet het imposante of verweerde van een Son House of  Bukka White toch vertolkt hij de old countryblues met de passie van zijn voorgangers. Hij zingt niet alleen hun klassiekers, maar schrijft zijn eigen songs die putten uit eigen doorleefde ervaring. In Peer kon hij rekenen op rasmuzikanten zoals Steven Troch op harmonica en René Stock op contrabas, beiden nagenoeg veteranen als je het aantal jaren in rekening brengt waarin zij zich verdiepten in de origine van de blues. Met hun gevieren leefden zij zich in in de blues waarbij slidegitaar, bluesharp, bas en drum op dat oeroud deinend ritme dreven zoals de Mississippi al eeuwenlang aan zijn oevers likt. Of zij nu Robert Johnsons ‘Stones On My Passway’ vertolkten of ‘Big City Blues’ het glijdt allemaal voort in een gevoelvolle of stuwende bedding. En het fantastische ‘Heart Of The City’ beurde je op als was het een energiecapsule. Blijmoedige opener voor het zondagse bluesfeest! ‘It’s alright Mama’! Toen ‘Rootbag opende met het gospelachtige ‘When He Comes’ versterkte dat ook even het zondaggevoel. Ook de muzikanten van Rootbag met Richard van Bergen als zanger/gitarist, vergezeld van bassist Roelof Klijn en drummer Jody van Ooijen zijn opgegroeid met de blues als ontbijt en laatste avondmaal al slopen er Live meer en meer rockelementen in hun rauwe blues. Bij hun nogal energieke invulling van blues en ‘boogietime’ met slidegitaar en drumbeat was echter het geluid niet in balans, zodat je andere luisterposities moest uitproberen. De overgave waarmee zij echter de songs uit hun debuutalbum brachten compenseerde dat euvel. ‘All The Time’, ‘Tired Of Bein’ The Fool’ en ‘Don’t Lose Your Pride’ zijn allen erg knappe nummers met gelaagde betekenis. Richard werkt trouwens aan een nieuw album. Toen zij afsloten met het opzwepende ‘Walk On In’ viel de regen met bakken uit de hemel, lang genoeg om tent en terrein even op te frissen.

 

Preston Shannon

Eens het terrein schoongewassen was het tijd voor het hoogtepunt van de zondag. Met de opkomst van de goedlachse Preston Shannon, geboren in Olive Branch, Mississippi, kreeg je een gans ander genre blues, regelrecht gerijpt en doorwrocht in de straten en clubs van Memphis. Op achtjarige leeftijd was het gezin immers daar naartoe verhuisd. Preston had ook drie blazers meegebracht en de begeleidingsband van Fat Harry wist hem knap te omringen. Zijn opener ‘Let’ The Good Times Roll’ en ‘Rollin’ & Tumblin’ vergezeld van ludieke danspasjes lieten zien hoe de bluesman in hart en nieren er nog steeds plezier in heeft om op eender welk podium te staan. Wanneer hij echter met zijn soulvolle stem een slowblues vertolkt komt dit hartverscheurend over, zoals bij het hartstochtelijke ‘Purple Rain’ of ‘The Sky Is Crying’ waarbij hij de gitaarsnaren zelfs met zijn tanden bespeelde. Zijn vestje speelde hij al vlug uit. Bij de ontroerende ballad ‘Years That Passing Bye’ leken zijn gedachten terug te keren naar al die jaren waarin hij zich opwaarts een weg bevocht sinds zijn debuut ‘Break the Ice’ van 1994 waarbij de blazerssectie weemoed leek rond te strooien als een confetti van veertjes. Ook na zijn show was het lang aanschuiven om van hem zijn laatste cd ‘Dust My Broom’ te bemachtigen met handtekening inbegrepen. Na hem zouden zowel The Scabs als K’s Choice een totaal ander muziekgenre brengen dat vooral een jonger publiek aantrok, alhoewel The Scabs oudgedienden zijn wiens levensloop naar verluidt gemarkeerd is door seksgestoei, booze en rock-’n-roll, althans volgens hun reputatie die zijzelf hebben ingekleurd. Sinds hun reünie zou er echter enige matiging zijn ingetreden. Het viertal Guy, Willie, Geert en Frank moet je al lang niet meer voorstellen. Hun passages op Werchter en in de AB met massale opkomst gingen nooit ongemerkt voorbij. In Peer brachten zij vooral de hits die ook vaak op Radio 1 worden gedraaid zoals ‘Hard Times’, ‘Tired Me Up’, ‘Nothing On My Radio’ en ‘Robbin the Liquor Store’, die je dus gemakkelijk kan meezingen. En ‘I Can Get No Satisfaction’ kan je opvatten als hun vlaggenschip. Voor de gelegenheid hadden zij twee backing zangeressen meegebracht die voor een vrouwelijke toets zorgden. Ook broer en zus Sarah en Gert Bettens, zangers/gitaristen in de Antwerpse formatie K’s Choice genieten ruime bekendheid tot ver over de grenzen heen. Hun liveshows worden druk bezocht en hun laatste album ‘The Phantom Cowboy’ brengt weer die aparte mix van popsongs met een hoog rockgehalte dat immer aanstekelijk werkt. Met zo’n acht albums in het cd  winkelbakje onder de K, was het gemakkelijk om bekende of minder bekende songs op te pikken zoals ‘Private Revolution’, ‘Not Insane’ en ‘Not An Addict’. Het allerlaatste instrumentaal nummer ‘We Are Glaciers’ groeide echter uit tot een melancholiek orgelpunt, waarin sterren in het duister oplichtten en de prachtige sound van gitaarsnaren weerklonk, een regelrecht pareltje uit hun ‘Waving To The Sun’ album, vorig jaar pas uitgebracht. Meer dan alle voorgaande songs kwam dit over als een bluesy verstilling, een moment van schoonheid en poëzie.

 

Beth Hart 

Afgaande op het enthousiaste onthaal van het publiek zijn Eric Burdon & The Animals nog lang niet vergeten, al is de oorspronkelijke bezetting lang verleden tijd. Maar Eric Burdon als rots in de branding staat er nog altijd en zijn stem heeft aan kracht en intensiteit gewonnen. Je hoefde alleen maar naar ‘I Believe To My Soul’ te luisteren of naar ‘When I Was Young’ om te weten dat hier  een boegbeeld van de golden sixties op het voorplecht stond. Piano, conga’s, drum, gitaar en bas verrijkten de sound met al middelpunt Burdon’s stem die zowel in de groove van een Bo Diddley beat of in Latino ritmes overeind blijft. Songs als ‘Don’t Let Me Be Misunderstood’ en ‘We Gotta Get out of This Place’ werden op herkenningsapplaus onthaald. Het wanhopige ‘In The Pines’, gepassioneerd gezongen, was één van de hoogtepunten, naast uiteraard het tijdloze ‘The House of The Rising Sun’ als het gebed van een verdoemde. Maar dat was in de toegevoegde tijd. Eric Burdon, wiens handafdruk vereeuwigd werd in ‘Hollywood’s Rock Walk of Fame’ zorgde voor een revival van zijn Animals met hemzelf als voortrekker en gangmaker. Ook op zondag mocht een dame afsluiten en de Amerikaanse allround artieste Beth Hart heeft de reputatie om in het voetspoor van Etta James te treden. Niet alleen om reden van haar getroebleerd verleden waarin drugs, alcohol en stemmingswisselingen een rol speelden, maar vooral omwille van de intensiteit van haar vertolking. Haar album ‘Leave The Light On’ kreeg platina en Joe Bonamassa vroeg haar mee te zingen op enkele van zijn albums. Inmiddels heeft Beth haar demonen uitgebannen en kreeg zij haar leven opnieuw in balans. In alles was te merken dat zij genoot van de verwarmende reacties van haar fans, temeer omdat zij zichzelf in de eerste plaats als singer-songwriter ziet. Net als Amy Winehouse is zij bang voor het succesverhaal van een rockstar en de uitwassen die ermee gepaard gaan, maar anders dan Amy heeft zij de valkuilen ontweken. Vooreerst begeleidde zij zichzelf aan de piano met gevoelige songs als o.m. ‘Thru The Window of My Mind’ om nadien rechtsopstaand temidden van haar band haar veelzijdigheid te tonen in songs als het jazzy ‘Bang Bang Boom’, het heftige ‘Waterfalls’, ‘het soulvolle ‘Better Man’ en het aangrijpende ‘Tell Her You Belong To Me’. Tussendoor nipte zij even aan haar kruidenthee omdat de passie soms teveel van haar stem eisten. Want Beth Hart zingt vanuit haar buik en vol overgave, zoals o.m. bij ‘Bad Love Is Good Enough’, één van de vele hoogtepunten .In de toegift sloot zij af met het smachtende ‘Mechanical Heart’ dat zij opdroeg aan echtgenoot Scott opgevolgd door het immer pakkende ‘I’d Rather Go Blind’. Inmiddels was het duister ingevallen en kon je huiswaarts de nacht induiken want ‘how dark the sky, something always drove you into the light’. Bij een bluesfestival hoort ook een randgebeuren en zowel de jamsessions in een uithoek van de weide, de toogtappers, de eetkraampjes, de waakzame en attente security mannen nodigden uit om af en toe op de festivalweide rond te dwalen en te genieten van ontmoetingen, het uitwisselen van wissewasjes of enige filosofie om steeds weer te keren naar de bands in de tent. Want vooral de muziek maakte de 31ste editie van Peer wederom tot een geslaagde happening. 

 

Marcie

Foto © Michel Verlinden

 

 

 

VIDEO 1 - VIDEO 2  - VIDEO 3

  

VIDEO 1 - VIDEO 2 - VIDEO 3 - VIDEO 4

 

VIDEO 1 - VIDEO 2 - VIDEO 3

 

VIDEO 1 - VIDEO 2 - VIDEO 3 

 

VIDEO 1 - VIDEO 2 - VIDEO 3  - VIDEO 4 - VIDEO 5

 

 

 

Artiest info
website  
facebook  

PEER - 19/07/15

 

Tiny Legs Tim

Rootbag

Preston Shannon

The Scabs

K’s Choice

Eric Burdon & The Animals

Beth Hart