LARA ROSSEEL BAND @ ARSCENE, HANSBEKE - 06/01/18

Het vijftal van de Lara Rosseel Band gaf in Arscene, onder leiding van de bassiste en componiste, een pracht van een concert weg, muzikaal hoogstaand, maar ook van een warmmenselijk en hoog poëtisch gehalte. De reputatie van Lara Rosseel verspreidt zich als een lopend vuurtje, want er kwamen mensen van heinde en ver om dit bij te wonen, zodat Arscene voor het eerste concert van 2018 afgeladen vol zat. Het is uitkijken naar een eerste cd die er zit aan te komen.

Wie bij het horen van het woord ‘jazz’ jankend en brullend wegvlucht, moet dringend eens een concert bijwonen van onze jongere, aankomende jazzmuziek makers (lijstje verkrijgbaar op simpel verzoek) Er staat immers een verrassing van formaat te wachten. Niks geen moeilijk doen om moeilijk te doen, geen navelgestaar of eindeloos wereldvreemd gepingel, geen redundante dissonanten en niet te volgen tempi. De jonge jazzcats hebben daar geen boodschap aan, en hun publiek al evenmin. Openheid is de boodschap en kruisbestuiving is geen scheldwoord. We leven immers in tijden waar muziek van allerlei slag en soort vrij beschikbaar is en dat oefent invloed uit op schepping en beleving van hun muziek die toch met recht en reden jazz mag heten: hedendaagse muziek van Afro-Amerikaanse origine, met een ritme waarin de geaccentueerde noten vaak vóór de maat vallen en met een improvisatorische natuur.

Lara Rosseel volgde een opleiding jazz bass aan het Conservatorium van Leuven, na een klassieke scholing op gitaar en cello en een opleiding jazz in het Lemmensinstituut, waar ze ook twee jaar klassieke gitaar studeerde. Ze is lid van o.a. Old Salt (in alle opzichten een wereldmuziek band), is één van de speerpunten in die jonge jazz, al blijft ze daar zelf opvallend terughoudend over. Ze gelooft in creatie, niet in uitpakken mèt. Dat bleek ook tijdens dit concert, waarbij ze letterlijk op de achtergrond blijft. Maar muzikaal stuurt en stuwt ze haar troepen doorheen haar en andermans composities. De ontwapenende in loco bedachte commentaren bij die nummers doen de rest. En er is vooral de muziek natuurlijk. Daar heeft ze de juiste mensen voor, een kwartet klassenbakken om ‘u’ tegen te zeggen. Stefan Bracaval, klassiek geschoold fluitist, koos bewust voor een bestaan in en om de jazz en zit in heel wat jazz gerichte gezelschappen (mogen we hier en passant een lans breken voor het briljante ‘Woodworks’, cd die hij samen met pianist Pierre Anckaert maakte?) Dan is de Lara Rosseel Band een kolfje naar zijn hand.

Jan Alfredo Van Moer (°1987; Chili) studeerde klassieke trompet in de academie van Grimbergen en Brussel, en studeerde jazz aan het Conservatorium van Brussel. Zoals de anderen is hij lesgever. In de vele internationale projecten waarin hij deelnam, lees je ronkende namen. Maar de manier waarop hij bugel en trompet speelt is zo al van aard om voorzichtige vergelijkingen op te roepen met de grote Bert Joris, en dat is voorwaar een compliment. Sep François heeft een opvallende inbreng via de warme klankkleuren van vibrafoon en marimba (en occasioneel andere percussie) Hij heeft dan wel een iets kortere staat van dienst, maar is lid van jazz ensemble Ifa y Xangô (Brussel/Antwerpen) dat precies grossiert in dansbare jazz met opvallende Afrikaanse en Latijnse invloeden.

De percussie is in handen van Robbe Kieckens (geboren in Rwanda, maar woonachtig in Gent) maar in plaats van het ‘klassieke’ jazzdrumstel bespeelt hij de cajon, conga’s, handtrommels en slagwerk van diverse oorsprong (Arabisch, Cubaans, West-Afrikaans, Braziliaans…) Robbe liet in Arscene al eerder zijn talent bewonderen in Compro Oro, jazz met zuiderse inslag. En hij treedt o.a. op met flamencogitarist Myrddin. Zijn profiel beantwoordt aan dat van de andere leden van de LRB: een degelijke scholing, jazz met open vizier in veelkleurige combinaties plus de drang om de fakkel door te geven via privé evenementen, workshops en het lesgeven. Bij Robbe is dat o.a. drumschool Tambor en zelfs sessies teambuilding voor bedrijven, via percussie! Over al deze musici valt dus veel meer te zeggen dan wat hier mogelijk is.

Maar die gelijkgestemde zielen moeten ook samenklinken. Van bij de eerste noten van ‘West’ voel je dat het goed zit met die synergie. ‘Denk aan de Sahara’ leidt Lara in, ‘Het is verschrikkelijk heet. Je zit op een kameel die traag vooruitgaat. Veel te warm allemaal…’ En zo deint de song ook met een zalige loomheid terwijl de muzikanten mekaar aftasten en tegelijk ruimte geven, een interactie van mensen die mekaar heel goed begrijpen en de techniek bezitten om dat ook uit te voeren. Uiteraard ging het heen en weer met de solo’s die in een eindeloze variatie op de toehoorders afkwamen. In het daaropvolgende ‘De Grote Vrouw en de Olifant’ is het ‘al een stuk minder warm’ terwijl het tempo verhoogt. Een complexer einde, maar daar weten deze musici raad mee. De song toont vooral dat Lara’s composities beeldend zijn, heel filmisch en een welhaast synesthetische ervaring.

Na een vrij korte song duidt ze nummer vier ‘Straight Ahead’ met ongeveer deze woorden: ‘Als je voor iets wil gaan, moet je dat doen’. Lara geeft aan dat ze zelf van het impulsieve type is. Met Sep op cajon en Robbe op een handtrommel die klinkt als een darboeka krijgt dat ‘Straight Ahead’ een opmerkelijke swing mee, funky bijna. Stefan haakt daar met een fraaie solo op in. De vooroordelen over jazz, voor zover het aandachtige en meelevende publiek die al had, liggen dan al lang in de prullenmand. We krijgen in het eerste deel onder meer nog ‘Wilson’, een stuk in majeur (grote terts), waar ze van aankondigt dat ze die zullen hernemen in het tweede deel, maar dan in mineur (kleine terts). En of iemand dat zal opmerken? Nee dus, want al is dat dezelfde ‘Wilson’, het stuk kreeg een heel ander karakter mee. Niets speciaals, ware het niet dat dit het speelse karakter van de muzikale benadering van Lara Rosseel belicht, alles casual. Er is ook nog plaats voor een ‘Blues’, één ‘van vier bladzijden partituur’. We noteren dat het nogal Afro klinkt, met aanstekelijke percussie. De anders vrij cerebrale, apollinische Stefan Bracaval laat hier horen dat hij een ook meer dionysische kant heeft. De LRB zal het nummer als bis hernemen, als we dat goed gehoord hebben ten minste.

Het eerste deel besluit met een verbluffende keus: het vijftal speelt integraal en volledig volgens partituur de bekende… prelude ‘Wachet auf, ruft uns die Stimme’ (BWV 645) van Johann Sebastian Bach! Verfrissend slot, dat zeker, en ongetwijfeld een fijne hommage aan de misschien wel grootste componist aller tijden, maar wat de achtergrond was van deze keuze vergaten we te vragen. Na de pauze krijgen we opnieuw zo’n filmisch stuk, ‘Catch The Pinguin’, waarbij ze aangeeft dat we dat maar zelf moeten invullen. Het is een ouder werk, dat ze schreef toen ze via Erasmus in Göteborg, Zweden, studeerde. Er volgt een erg knappe compositie van percussionist en componist Chris Joris, één van onze grotere jazztalenten, nog niet voldoende als dusdanig erkend, vinden we. Een dubbele eigen compositie van de leidsvrouw, zonder Sep en Robbe, geeft Jan Van Moer de kans om te schitteren: op zijn bugel mimeert hij suggestief de wind. ‘With The Bicycle To The Rue Van Volsem’ (een herinnering aan Lara’s studietijd?) krijgt ook al een verlengstuk, ‘La suite’ genaamd. U raadt het: dit is het gemaskeerde ‘Wilson’, waar ze ons op attendeert… achteraf.

Veel animo valt te beleven in een werk van de New Yorkse duizendpoot John Zorn. Er zit een duidelijke groove in deze interpretatie met veel boeiende soli heen en weer. Wat volgt, is dan weer van een totaal andere aard: ‘Cherokee Trail’ leerde Lara van Dan Wall van Old Salt (die avond trouwens aanwezig) De song verwijst naar de historische route doorheen Oklahoma, Kansas, Colorado en Wyoming die uiteindelijk moest voeren naar de gebieden in California waar men goud vond. In de tweede helft van de 19e eeuw was die trail, ook Trapper’s Trail genoemd, dan ook erg populair. Ook als nummer is het heel direct met zijn vaak herhaalde melodie. De solo van Bracaval heeft iets droevig over zich en Lara Rosseel laat in de fade out de karavaan naar de einder vertrekken… Het etaleert een laatste onmiskenbaar kenmerk van deze muziek: ze is vaak lyrisch, poëtisch naar het beeld en de gelijkenis van de schepper ervan.

De LRB sluit af met ‘Trust In Me’, het lied dat Kaa de slang zingt in ‘Junglebook’ om kleine Mowgli in trance te brengen en mee te lokken voor culinaire doeleinden, iets waar Shere Khan de tijger tenslotte een stokje voor steekt. Hypnose is echter niet nodig om de aanwezigen mee te tronen naar de rijkgeschakeerde wereld die Lara Rosseel en haar mannen voorschotelen. Een minimum aan inspanning geeft een maximum aan ontspanning. De cd is er dus nog net niet, maar we hebben alvast iets om naar uit te kijken na deze uitermate boeiende kennismaking met de Lara Rosseel Band...


Antoine Légat.

Foto's Copyright Arscene

 


 

 

 

 

 

 


 

Artiest info
website  
facebook  

ARSCENE, HANSBEKE