URBANUS & DE FANFAAR @ AB, BRUSSEL - 21/01/16

Koppel de Vlaamse oerkomiek Urbanus aan De Fanfaar, Brusselse rockband in hart en nieren en dan moet dat wel vonken geven. Getuige daarvan is het succesvolle parcours dat de heren samen in het afgelopen anderhalf jaar hebben afgelegd. Er kwam zelfs een passage op een internationaal topfestival, Pinkpop, aan te pas. Oké, dat ligt net over de grens en in Nederland, maar toch! Ongetwijfeld een buitengewoon moment voor De Fanfaar (die in Vlaanderen onterecht lang onder de radar van het grote publiek vertoefden) en een onverwachtse aanvulling aan de rijk gevulde carrière van Urbanus. Een overzicht geven van die carrière is een taak waar een fulltime biografieschrijver een vette kluif aan heeft: tv-sketches, theatershows, films, strips, tal van muziekalbums: de lijst is indrukwekkend. Die muziekalbums hebben bovendien een aantal echte klassiekers in het genre van het Vlaamstalige lied opgeleverd. 

Al deze verwezenlijkingen van Urbain Servranckx, bezorgden hem reeds tientallen jaren terug een wereldberoemde status in Vlaanderen en Nederland. Waarschijnlijk dat De Fanfaar dan iets minder bekend in de oren klinkt. Dit Brussels viertal heeft nochtans ook al ruimschoots zijn strepen verdiend. Zo hebben de heren Jeroen Camerlynck (zang, gitaar), Sybren Camerlynck (bas, zang), Tim Toegaert (gitaar, zang) en Laurens De Schutter (drums) reeds 4 volwaardige Nederlandstalige albums op hun palmares staan. De sound van De Fanfaar wordt gekenmerkt door het overheerlijke Brussels accent waarmee de spitsvondige teksten worden gezongen, vaak met de nodige humor en zelfrelativering. Beluister zeker eens de nummers ‘Adieu’, ‘Heros’, ‘Weg van de Wereldbol’ en ‘Frank’, om er maar een paar op te noemen. Deze geven perfect weer waar De Fanfaar voor staat. Daarenboven heeft de groep ook samenwerkingen achter de rug met bijvoorbeeld Jan De Wilde en wijlen Luc De Vos. Toch mooie adelbrieven.

Voor de komst van Urbanus en zijn Fanfaar was de Grote Zaal van de AB opgesteld in de combinatie van zowel staanplaatsen vlak voor het podium alsook een ruime zittribune. De opkomst was eveneens zo gevarieerd van aard: gaande van ouders en grootouders die hun jongste telgen meenamen naar de Urbanus die ze in de jaren 80 al live aan het werk zagen, tot de diehard rockfans van het ogenschijnlijk ruigere type. Het zou, ook na anderhalf jaar touren, geen probleem blijken voor een Urbanus in vorm en een enthousiaste band om beide spectra van het publiek te bespelen en entertainen.

Terwijl Urbanus meestal de zingende komiek is, is hij vanavond de komische frontman van een rockband. Hoofddeksels waar geen eind aan komt (zelf noemt hij het zijn brooddoos), een mondharmonica die door een ravissante assistente in een gigantische flightcase het podium op wordt gerold, moppen over kamelen op de Noordpool,… niets is te absurd. Maar ook de meer klassieke doelwitten zoals Ben Crabbé, de NMBS en onze Waalse medemens, vormen het onderwerp van de bindteksten die veel meer weg hebben van een Urbanus mini sketch. Niet onbelangrijk: elke keer zijn deze ook meer dan geslaagd. Ook De Fanfaar geniet er nog zichtbaar van en doet vrolijk mee met het scenario. Wanneer Urbanus aankondigt dat De Fanfaar zijn smartlap ‘Als Moeder Zong’ zonder hem zal brengen en vervolgens in de coulissen verdwijnt, maakt De Fanfaar van de gelegenheid gebruik om de smartlap in te ruilen voor één van hun eigen nummers. Bij Urbanus’ terugkomst op het podium, wordt moeiteloos terug overgeschakeld naar eerdergenoemde smartlap om de schijn zogezegd toch hoog te houden voor de ‘nietsvermoedende’ Urbanus. Doordat band en komiek uitstekend op elkaar zijn ingespeeld, is de timing perfect en is de gimmick geslaagd. Het is maar 1 voorbeeld van het feit dat er vanavond meer wordt gedaan dan enkel hits ten gehore brengen.

Het is op dat moment de tweede keer op de avond dat De Fanfaar solo speelt, eerder speelden ze al hun cover van Urbanus’ ‘Gigippeke van Meulebeik’, een nummer dat al voor hun samenwerking met de Tollembekenaar in hun repertoire zat. Telkens laat De Fanfaar zien dat ze met hun Brusselse pretrock ook gewoon zelf de AB op hun kop kunnen zetten. De vele Fanfaar fans die overduidelijk in de zaal aanwezig waren, zullen dat zeker beamen. Al is het vanavond geen verrassing dat het arsenaal aan Urbanusklassiekers met veruit de meeste aandacht gaat lopen: Poesje stoei, Theo, Hittentit - in Metallica- uitvoering zowaar- , Madammen met een bontjas, 123 Rikke tikke tik en ga zo maar door. Urbanus en De Fanfaar brengen ze allemaal in enorm onderhoudende en frisse versies.

Bovendien bewijst Urbanus dat hij ook solo nog meer dan zijn streng kan trekken. Wordt hij tijdens ‘Bakske vol met stro’ nog op grandioze wijze vocaal bijgestaan door Sybren Camerlynck, dan toont Urbanus met een nummer zoals ‘Aan ons voordeur lag een mat’ aan dat hij tekstueel ook in staat is om op eenvoudige, maar daarom niet minder rake wijze, een boodschap aan zijn publiek mee te geven. Steeds in onmiskenbare Urbanus-stijl uiteraard.

Dit optreden van Urbanus en De Fanfaar zal niet de geschiedenisboeken ingaan als een muzikale hoogmis van virtuositeit. Dat is ook absoluut niet de bedoeling. Dit concert vervulde perfect de rol die ervan verwacht werd: een entertainende muzikale avond met de nodige humor en meer dan prettige liedjes, met volle goesting gespeeld door vijf enthousiaste en unieke muzikanten. Bij het naar huis rijden door Brussel, betrap ik me er zelfs op dat mijn glimlach van tijdens het concert nog steeds op mijn gezicht staat te blinken. Prettige liedjes, inderdaad.

Stijn Van Gysel

Foto © Yvo Zels

 

           

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Artiest info
Website Urbanus  
Website De Fanfaar  

AB, BRUSSEL- 21/01/16