KITTY DAISY & LEWIS @ AB, BRUSSEL - 21/02/15

Artiest info
Website
facebook

AB, BRUSSEL - 21/02/15

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat vooraf ging… Kitty, Daisy & Lewis Durham, twee zussen en hun broer uit het Noorden van Londen, zijn telgen van een muzikale familie. Hun vader Graeme Durham aka “Daddy Grazz” is gitarist en in Londen, een top studio mastering engineer. Hun moeder Ingrid Weiss, was drumster bij de post-punk band “The Raincoats”. In 2002, toen ze op een namiddag, samen met hun ouders, een rockabilly uitzending met “Big Steve & the Arlenes” bijwoonden; werd Lewis met banjo en Kitty als drumster gevraagd om de set te vervoegen. Toen Big Steve optrad in een lokale pub, in hun buurt, werden Lewis en Kitty opnieuw gevraagd om mee te spelen en ditmaal, deed Daisy ook mee op accordeon. Het werd overduidelijk, dat het  tijd was, om een eigen band te gaan vormen…   

Tijdens hun zoektocht naar een eigen sound binnen de muziek scene, speelde vader Graeme de ritme gitaar en was moeder Ingrid de bassiste. Naargelang de ervaring en het nodige talent er kwam, werd de bezetting meer duidelijk. Lewis speelt banjo, gitaar, lap steel, drums en piano. Kitty doet de percussie, speelt op harmonica, ukelele en gitaar. En, Daisy, zij zingt en drumt.

In 2005 improviseert Lewis thuis, met een ouderwetse analoge bandopnemer, een opname studio en brengen de “kinderen” hun debuut single "Honolulu Rock" uit. Kitty was toen twaalf, Lewis veertien en Daisy zestien jaar oud. Een jaar later brengen ze  hun tweede single "Mean Son Of A Gun" uit. In 2008 brengen ze hun titelloze debuut studio album “Kate, Daisy & Lewis” uit, met de promo single "Going Up The Country". Enkele jaren later, in 2011, volgt het album "Smoking In Heaven”, voorafgegaan door de single "I'm So Sorry" / "I'm Going Back". Opnieuw drie jaren verder, is er het nieuwe album (het derde) van “Kitty, Daisy & Lewis” met dat als titeltoevoeging “The Third”. Het album is opgenomen in een nieuw gebouwde 16 track analoge studio, gebouwd in een voormalig Indisch restaurant, in het populaire (voor vele jongeren nu dé “place to be” in de Britse hoofdstad) Camden Town. Een fan van het eerste uur van het trio, excentriekeling Mick Jones (gitarist van “The Clash”!), was hun (eerste) producer. Na vier maanden oefenen en voorbereidingen, was het tijd voor de opnamen. “Kitty, Daisy & Lewis The Third” werd opgenomen en afgewerkt in de zomer van 2014. De verhalen die we op het album horen, zijn een weerspiegeling van hun stemmingen, zijn rakend, opbeurend en soms zenuwslopend. Met drie verschillend schrijvers en multi-instrumentalisten in de band, is iedere track een ander facet, die andere individuele ervaringen weerspiegelt. De muzikale invloeden die we horen gaan van blues tot disco, geïnterpreteerd door drie jonge Britten.

Voor de promotie van hun nieuwe album “The Third”, doen K, D & L tijdens hun ‘European Tour 2015’ tien €-landen aan. De tour begon op 15/02 in Leeds, UK en eindigt, 23 concerten later, op 14/03 bij onze Noorderburen in Enschede. Gisteren stonden K, D & L in Lille, morgen in Hamburg en vandaag in onze AB in Brussel.

Het is acht uur, wanneer vier jonge kerels het podium betreden en hun zelf aankondigen als “The Dash” (Marc Hayward: zang / gitaar - Dan Williams: gitaar / zang - Gareth Tyler: drums - Aiden Pryor: bas). Deze post punk band uit Londen, opgericht in 2008, doet tijdens deze tour het voorprogramma en doet wat iedere band dan moet doen. Zich met veel lef (letterlijk) 100% er in gooien en proberen indruk te maken. Het is vooral zanger Hayward, die opvalt wanneer hij op en voor het podium heel energiek, maar chaotisch zijn nummers brengt en de kleine drummer Tyler, door al de tattoos op zijn ontblootte bovenlijf. Ze brengen tijdens hun halfuurtje o.a. hun laatste single “Love Will Always Be The End”.  (foto's)

Het is negen uur. De zaal is goed vol gelopen en het podium staat klaar voor “Kitty, Daisy & Lewis”. Lang moeten we niet wachten, want vier dames hebben achteraan op het podium hun plaats al ingenomen en stemmen nog een laatste keer hun violen, als Kitty als eerste, strak in een opvallende goud kleurige glinsterende jumpsuit het podium op komt. Haar zus Daisy volgt in het zwart, gevolgd door broer Lewis keurig in een vintage maatpak. Als laatsten komen vader / geluidsingenieur / gitarist Grazz en moeder / bassiste Ingrid Weiss het podium op. De set begint met Lewis achter de drums, Daisy achter de piano en Kitty die zingt. In “Bitchin’ In The Kitchen” krijgen we op een funky rockend toontje uitgelegd, dat er in de keuken niet te lang gesold moet worden. Voor hun tweede nummer ”Feeling of Wonder” (een burleske funky rock song) zit Louis achter de piano, is Daisy drumster en is Kitty de gitariste. Dit regelmatig wisselen in de bezetting, wordt een vast onderdeel van hun show en bewijst hun aangeboren muzikale diversiteit. Op het einde van de show, zal je waarschijnlijk ook concluderen, dat Kitty vooral een fantastische mondharmonicaspeelster is. Dat Daisy geweldig zingt en behoorlijk drumt. En, dat Louis een uitstekende zanger, een prima drummer én ook een geweldige gitarist is. De sfeer wordt gemoedelijker, wanneer na de piano intro van Lewis, ”Baby Bye Bye” klinkt. Het tweede nummer op de setlist is hun single, die al eerder als preview uitgebracht werd. Als het gevoel bij beiden niet goed zit vinden K, D & L, blijft minnelijk afscheid nemen soms nog steeds de beste oplossing. We horen Kitty voor het eerst op harmonica in het bluesy rockende ”It Ain’t Your Business”, terwijl Lewis de zang doet. Na dit nummer reageert het publiek enthousiast met extra applaus. Met ”Turkish Delight” gooien K,D & L hetroer volledig om en gaan ze door op een ska deuntje, om uitgebreid te genieten van deze Turkse verrukking. Voor dit nummer is trompettist “I love you…” Eddie 'Tan Tan' Thornton het podium opgekomen. Na dit heerlijk sfeervolle dansnummer vervolgt Daisy met de opener van het album “Whenever You See Me”. Deze pop rock song gaat rollend en bonkend, zonder te remmen over het publiek heen. Ook voor dit nummer is Thornton op het podium gebleven. Zijn krachtige dreigende trompetstoten leggen knappe accenten in deze song. Het publiek begint tijdens het nummer spontaan mee te klappen. Met behoorlijk wat trompetgeschal van Thornton, gaat het feestje verder met de prima blues song ”Good Looking Woman”. Kitty, die nu achter de drums zit drumt krachtig, wanneer Louis de zang doet en Daisy begeleidt op piano. Het valt op tijdens dit nummer, Ingrid Weiss, nu op staande bas en Daddy Grazz onopvallend, maar heel tevreden vanuit de zijlijn toekijken. Traag, zwoel en drukkend, maar duidelijk is de gevoelige jazzy R&B song ”Never Get Back”. ”No Action”, dat hierna op de set list staat,is een rock song met een duidelijke inhoud en passionele R&B beats. Kitty staat met een glas whiskey in de hand achter de microfoon, als ze ons uitnodigt voor een drink tijdens het country deuntje ”Whiskey”. De dorst wordtnog eerst gelest, voor we straks naar huis gaan. De album afsluiter ”Developer’s Disease”, die Louis dan zingt is een eenvoudige folky sing-along. Er is Lewis op akoestische gitaar, Kitty op banjo en Daisy die drumt en, er zijn de mooie harmonieën tijdens  “London, home sweet home…” Wie enkele jaren geleden, in 2011, aanwezig was in Peer tijdens het jaarlijkse BRBF, zal zeker hun versie van Canned Heat’s  “Going Up The Country” (uit 1968) (her)kennen. Met deze blues rocker en "rural hippie anthem” sluiten K, D & L hun reguliere set af. Kitty op harmonica, Louis achter de piano en Daisy, die met een snare drum ook op de eerste rij is komen staan, gooien nog eenmaal alles het publiek in. Wat een nummer en wat een sfeer!  Kitty reageert even enthousiast na het uitbundig applaus, met de uitlating “You’re f**king lovely guys!” De eerste “encore” wordt een indrukwekkend blues nummer, met iedereen in zijn beste rol: Kitty als harpiste, Daisy achter de drums en Louis als zanger / gitarist. Als Louis aanvangt met “When I First met You Baby” is het tijd om afscheid gaan te nemen. Na een ongelooflijke harp solo van Kitty, nemen we afscheid van Daddy Grazz en Mam Ingrid Weiss. Na het applaus is Louis aan de beurt voor zijn solo en bewijst hij nogmaals zijn gitaartechniek. Dit is het Britse trio op hun best! We moeten er niet echt om vragen, want er komt nog een tweede “encore”. Als Kitty aanheft met “I’m Mean” is het rockabilly geblazen en is het tijd om echt afscheid te nemen. Het is kwart na tien als de lichten in de AB langzaam doven en een tevreden publiek de zaal verlaat…    

Wanneer in 2005 drie Durham telgen de Britse roots rock scene benaderden met hun éérste single, met authentieke, aanstekelijke rockabilly, vintage country en R&B van de éérste generatie, was dit vrij revolutionair. Wat ze na tien jaren doen op hun nieuwe album “Kitty, Daisy & Lewis The Third”, blijkt van gewonnen rijpheid en diversiteit, maar blijft nog steeds de fantastische, onmiskenbare Kitty Daisy & Lewis sound. Hiervan hebben we vanavond een uur lang uitgebreid kunnen van genieten! Voor verdere details over het album raadpleeg je best de recensie op onze website.


Eric Schuurmans

Foto © Freddy Celis

meer foto's

Line-up: Kitty, Daisy & Lewis Durham (zang, gitaar, keys, drums, harmonica) / Graeme Durham aka Daddy Grazz (gitaar) / Ingrid Weiss (elektrische bas, staande bas) / Eddie 'Tan Tan' Thornton (trompet) & 4 strings

Set list: 10-Bitchin' in the Kitchen / 3-Feeling of Wonder / 2-Baby Bye Bye / 7-It Ain’t Your Business / 6-Turkish Delight / 1-Whenever You See Me / 5-Good Looking Woman / 9-Never Get / 4-No Action / 11-Whiskey / 12-Developer’s Disease / Goin’ Up The Country – encore #1: When I First Met You Baby – encore #2: I’m Mean.