JOHN JORIS & FRIENDS: DEROLL ADAMS TRIBUUT @ TOOGENBLIK HAREN, 11/12/15

Artiest info
website  
   

TOOGENBLIK, HAREN - 11/12/15

 

Bij een tribuut aan banjospeler Derroll Adams, geboren op 27 november 1925 in Portland, Oregon, denk je niet direct aan een oud kerkje met kaarslicht en de geur van kazuifels, mahoniehout en kaarswas. Eerder aan een bruine kroeg of muziekcafé zoals ‘The Mok’ in Antwerpen of ‘Toogenblik’ in Haren. Maar naar jaarlijkse gewoonte organiseerde de muziekclub in het tegenoverliggende Sint-Elisabeth kerkje een Kerstconcert om het jaar ceremonieel af te sluiten. En voor de gelegenheid namen John Joris & Friends de uitdaging aan om daar Kerstsfeer te creëren met de hulp van zeven muzikanten, waaronder zoon Jonathan en de mandolinespeler Simon Shrimpton-Smith, die ook op het debuutalbum ‘Songs Of The Mok’ van gitaarbouwer John Joris meespeelt.

Het historisch kerkje in Haren was gezellig verlicht en de zeven stoelen vooraan met muziekstandaards, aanvankelijk nog leeg, lokten uitnodigend. Gitarist John Joris en zijn zoon Jonathan zorgden voor de opwarming met enkele zelfgeschreven songs, waaronder het tweestemmige ‘The Morning’, waarbij John probeerde zijn accidentele stemproblemen de baas te geraken. Hij vertelde over zijn stilzwijgende belofte, afgelegd aan het doodsbed van Derroll Adams, om ooit versies van diens songs op plaat uit te brengen, wat hem vijftien jaar na zijn dood eindelijk lukte, ook al was het dan zonder zijn idool. In zijn song ‘Banjo Wind’ bracht hij alzo hulde aan de rusteloze banjoman en songsmid die zich uiteindelijk in het Antwerpse settelde en er een laatste thuishaven vond.

Het duurde niet  lang of een eerste gastmuzikant, met name Willy Dessers, voegde zich naast John om met hem de songs ‘San Francisco Bay’ en ‘The Last Thing of My Mind’ te vertolken. Van toen af werd je ondergedompeld in een retro-sfeer met herinneringen aan Jack Elliott, Tom Paxton, Allan Taylor en George Harrison, wiens ‘Here Comes The Sun’ je in donkere tijden nog steeds een hart onder de riem steekt. Hierna voegde zich ook gitarist Eric Blocken bij het gezelschap, die op het album ‘Songs From The Mok’ mee begeleidt. De jeugdige bassist Lesley Troquet, muziekmaat van Jonathan, kwam erbij en even later ook de voltallige groep, zodat het concert van duozang en gitaarspel naar kwartet en septet evolueerde, met bedreven muzikanten die allen instrumentaal de groepssound verrijkten. Even ontwikkelde het concert zich als een variatie op de ‘Seeger Sessions’, zoals de muzikanten elkaar aftastten en aanvulden. Zij waren het immers gewoon om elk in andere formaties te spelen, zodat het nog even zoeken was naar een muzikale osmotische eenheid. Dat het ensemble zich moest behelpen met slechts één monitor dempte gelukkig het algemeen enthousiasme niet. Violist Wim Raymakers, tevens vioolbouwer, en multi-instrumentalist Thierry Verhellen, deze laatste met accordeon, bodhran, mondharp en fluit, hadden elk hun eigen geïnspireerd aandeel in de meer folky songs. Zijn knappe accordeonbegeleiding bij ‘Hard Times’ of met bodhran in Woody Guthrie’s ‘I Ain’t Got No Home’ riep de melancholische tijdsfeer op van de depressiejaren. Opmerkelijk ook hoe de jeugdige Lesley zich knap wist in te voegen bij een muziekgenre dat toch ver van hem staat. Geen evidentie als je in een band als ‘Polaroid Fiction’ bas speelt.

Het collectief greep in kleine of volledige bezetting vooral naar de traditionals of de songs uit Joris’ album, o.m. met ‘Oh Baby It Ain’t No Lie’ en ‘Shake Sugary’ van Elisabeth Cotton. Of naar de gevoels- en gloedvolle songs die Derroll Adams zelf lang geleden met zijn warme stem in de clubs vertolkte zoals ‘I Am Leaving Today’, ‘Dixie Darling’ en het beklijvende‘The Valley’, inmiddels een onvergankelijke klassieker. In de korte pauze kon het publiek desgevallend even de dorstige ziel lessen in de bruine muziekcafé verderop, maar voor hen die zich liever ter plekke bezonnen over de architectuur, fresco en muurschilderingen van de Kerk, was er de verrassing dat volkszanger Luc Cuppens spontaan even zijn zware basstem liet horen tijdens het mooie ‘Caledonia’ van Dougie MacLean. Hierna vervolgde het zevenkoppig ensemble met folky of rootsy sfeersongs, waaronder het melancholische ‘Going Down That Old Dusty Road’ en het droefgeestige ‘Engine 143’ om met de meerstemmige evergreen ‘When The Circle Be Unbroken’ af te sluiten. Frontman John Joris begeleidde zich afwisselend met gitaar of banjo, terwijl zijn stem in de loop van de avond aan kracht en expressie won. In de toegift volgde nog ‘I Shall Be Released’ als een alternatief belijdend kerstlied. Dat ‘Toogenblik’ de gedachtenis aan banjoman Derroll Adams levend wil houden door een Limburgse zanger uit te nodigen, die in deze moderne tijd nog Derrolls songs heropneemt, siert de organisatie. De ‘rambling boy’ die in februari 2000 overleed, kreeg hierdoor als het ware een kerkelijke herdenking. Songs als ‘Oregon’, ‘The Mountain’, ‘Portland Town’ en ‘Memories’ liggen echter nog te wachten op een vertolking, en dan liefst in de memorabele folkclub zelf, waar een vrijwilligersteam -wars van nieuwmodische trends- de boel nog steeds draaiende houdt.

Marcie

Foto © Yvo Zels