TRIGGERFINGER @ AB, BRUSSEL - 15/12/17

Men zou de fout kunnen maken Triggerfinger te omschrijven als de groep bestaande uit Ruben Block, Mario Goossens en Paul Van Bruystegem, de band waarvan de leden reeds een eerste succesvolle carrière achter de rug hebben bij bands als Hooverphonic en The Wolf Banes en die nu met hun giftige no-nonsense rock ’n roll aan de top van de Belgische rockscène staan. Beter is het te hebben over Mario - de menselijke metronoom op speed - Goossens, Ruben – de gitaar hanterende zoon van Zeus hemzelf – Block en monsieur Paul. Gewoon monsieur Paul. Adjectieven kunnen de indrukwekkende man immers enkel oneer aan doen.

Dit trio heeft met Colossus een vijfde studioalbum onder de arm en ter gelegenheid daarvan wordt de AB voor twee winteravonden in december op rij uitverkocht. Colossus blijkt een album te zijn dat een aantal luistersessies nodig heeft om te overtuigen, maar dat uiteindelijk met verve doet en zich uitstekend leent om live gemengd te worden met het ondertussen veelzijdige en boeiende oevre van De Heilige Drievuldigheid Block, Goossens, Mr. Paul.

De verlossende eerste noten van het concert zijn die van Upstairs Box. Een nummer gedreven door een zwaar versterkte bassound van niet één maar wel twee bassen. Block laat zijn gitaar aan de kant staan en dat zorgt samen met een pompende drum voor een enorme sound. Gitaaraccenten worden wel voorzien door gitarist Geoffrey Burton, die met zijn band Hong Kong Dong het voorprogramma mocht verzorgen en de band gedurende de hele set ondersteund. And There She Was, Lying in Wait volgt en zorgt meteen dat de sluimerende headbanger in iedere toeschouwer de bovenhand haalt en bijgevolg de grijze kantoormuis voor de volgende twee nachten van het weekend definitief naar de vergeethoek verdwijnt. Ondanks al dit geweld valt op wat voor een geweldige zanger Ruben Block is. Met speels gemak gaat hij gedurende het hele concert alle toonladders op en af. Robert Plantiaanse kreten komen nu en dan bovendrijven tussen de catchy riff en beukende bas van First Taste. Die bas is de geleider bij uitstek om het publiek een eerste keer de handen melodieus op elkaar te laten zetten. Singles By Absence of the Sun van het gelijknamige album en Flesh Tight van nieuwste worp Colossus brengen verder tempo in de set. Dit geldt ook voor Perfect Match, dat wel schijnbaar net iets trager gespeeld wordt dan de albumversie.

Na dit trio hapklare rocksongs is de tijd gekomen voor Triggerfinger’s Child in Time. Het mysterieuze, acht minuten durende, hartritme bepalende My Baby’s Got a Gun. Wat een song nodig heeft om de haren op je nek recht te laten staan? Ruben Block die amper de snaren van zijn gitaar streelt, terwijl Mr. Paul lichtjes op zijn bas klopt en die op deze manier laat nagalmen. Meer niet. Je houdt spontaan de adem in om zeker niets te missen van de intrigerende stem die Block door de microfoonvervormer jaagt en laat rondzweven doorheen de zaal. Terwijl je daardoor bevangen bent, heb je niet door dat tempo en volume langzaam aanzwellen, tot een eerste uitbarsting van hamerende akkoorden en mokerslagen op de drumvellen je opgedreven hartslag doet pieken. Het vervolg van een jankende gitaar ondersteund door een bonzende baslijn brengt je naar de hogere sferen, daar waar het altijd nog wat meer naar adem happen is. Wanneer je tegen de touwen hangt, laat Triggerfinger nog eenmaal de intensiteit tot een subliem minimum zakken, waarna een laatste geluidsexplosie en ultieme vocale uppercut van Block de zaal volledig neerlegt. Zuivere voltreffer, licht uit, K.O.

Het zijn pas de dreunende akkoorden van Black Panic die zorgen voor de nodige reanimatie en de brug vormen naar een volgend hoogtepunt in de set: het speelse Bring Me Back a Live Wild One. Hierin is ook een hoofdrol weggelegd voor Geoffrey Burton. Hij en Block gaan bijna letterlijk als volleerde schermers de strijd aan in een verbeten duel der gitaren. Het spelplezier spat van het podium, hoog tijd dus voor Mario – de menselijke metronoom op speed – Goossens om te bewijzen dat deze omschrijving niet van de pot gerukt is. Met een indrukwekkende solo vuurt hij een spervuur van drumslagen het publiek in, dit zoals steeds strak in het pak. Na het in ontvangst nemen van een enthousiast applaus, wordt de solo vrolijk verder gezet. Al dragen nu ook Block en Mr. Paul hun steentje bij en drummen mee op het drumstel van Goossens. Mr. Paul doet dat voor de volledigheid trouwens op een omgekeerde kookpot.

De reguliere set eindigt met binnenkoppers als het dansbare All This Dancin’ Around en meebrulwaardige Colossus. Colossus klinkt live nog een niveau of drie zwaarder dan op plaat en het is ook dan ook live dat je de kracht van het nummer pas volledig snapt. De bisronde start met het voor Triggerfinger atypische Afterglow, waar Block zo goed als solo met huilende gitaar een ingetogen serenade brengt. Verder is er ook plaats voor twee covers. Een eerste is het dancehall nummer Man Down van de wereldberoemde popster Rihanna. De heren van Triggerfinger namen het stevig onder handen en het resultaat is een zeer genietbare en originele rockversie. Hoe goed deze versie ook is, het is geen partij voor wanneer rocksterren nummers van andere rocksterren gaan coveren. Een versie van Funtime van Iggy Pop zorgt voor een rock ’n roll eenheidsgevoel en is een uitermate fijne song om een set mee af te sluiter. Het ultieme slotakkoord is echter nog voor een Triggerfinger – original: Let It Ride.

Een concert van Triggerfinger stelt nooit teleur, ook nu niet. De groep blijft de verwachtingen inlossen en doet gewoon waar ze goed in is. Wat mij betreft mogen ze daar absoluut nog een tijdje mee doorgaan.

Stijn Van Gijsel

Foto © Yvo Zels

 


 


 


 

Artiest info
website  
facebook  

AB, BRUSSEL

15/12/17