TJENS MATIC @ HET DEPOT, LEUVEN - 15/12/17

Een theatertour onder z’n eigen naam – Arno – bracht hem in het voorjaar reeds tot in de Leuvense muziektempel bij uitstek. Net als toen is ook het concert van vanavond volledig uitverkocht. Arno Hintjens dus, 68 ondertussen maar in de fleur van z’n leven blijkbaar? Niet alleen de zanger maar ook de muzikanten zijn dezelfde in deze twee formaties. Waar zit dan het verschil horen we u vragen? Welnu, met Tjens Matic – een samentrekking van de namen van de zijn twee eerste bands nl. Tjens Couter en TC Matic – geen enkel nummer uit zijn verbluffende solocarrière onder eigen geridderde naam ‘Arno’ maar nummers uit zijn verleden, opgepikt en enigszins opgefrist.

Arno kwam op dit idee toen iemand uit zijn ruime vriendenkring hem een paar vinylplaten van bovengenoemde bands onder de neus schoof. Dit wakkerde het vuur in onze oude krijger aan. Onder het motto ‘rock ’n roll is dead, long live rock ’n roll’, ook al omdat hij vond dat rock ’n roll in België best een schop onder de kl*te kon gebruiken. In Laurens Smagghe, Bruno Fevery en Mirco Banovic, al sinds geruime tijd zijn vaste bandleden, vond Arno de ideale brothers-in-crime om zijn masterplan uit te broeden. Wie anders dan deze oudgedienden begrijpen deze ‘chevalier du rock’ het best? Ze voelen mekaar perfect aan en ik heb de indruk dat ook Arno zich in z’n sas voelt, omringd door zijn trouwe schildknapen. Wat maakt Arno nu eigenlijk zo uniek? Wel om te beginnen zijn schurend en krakend stemgeluid herken je duizenden en ook zijn ‘je m’en fous’ houding op t podium maken hem tot een soort van ongeëvenaard relikwie in de Belgische rockscène. En dan hebben we het nog niet over zijn muziek gehad. Arno heeft zijn eigen unieke stijl uitgevonden. Ik noem het ‘blues à L’Europiènne’ of Europese blues. Want het is heel duidelijk voor mij, Arno’s wortels liggen verscholen diep in de geschiedenis van de ‘zwarte’ (vergeef me mijn kleurbekentenis) muziek.

De metaalachtige klanken die drum, gitaar en zelfs de bas bij momenten produceren geven het geheel een industrieel kantje en zijn uiteindelijk het handelsmerk geworden van Arno en zijn muziek. Hij nam deel aan tal van projecten waaronder bijvoorbeeld Charles et les Lulu’s met dat andere boegbeeld, de peetvader van de Belgische blues Roland Van Campenhout, en Charles & the White Trash European Blues Connection, en telkens wist hij er zijn eigen stempel op te drukken. Zonder te zien enkel te horen en je weet direct dat je met Arno hebt te maken. Dan ben je een heel grote mijnheer, mijn gedacht. En hij is in grote vorm de laatste tijd. Dit mochten we meemaken tijdens zijn Human Incognito theatertoer en nu ook weer vanavond in de bomvolle, opeen gepakte Depot. ‘Qué Pasa?’ vraagt Hintjens zich al heel vroeg in de set af. Wel het is Tjens Couter time! Voor velen onder ons is het pure nostalgie om al deze songs uit vervlogen tijden terug te horen. ‘Middle Class & Blue Eyes werd gespeeld alsof hun leven ervan afhing direct gevolgd door ‘Dance with me’ dat zinderend over het dolenthousiaste publiek denderde. Niets wees erop dat hier songs werden gespeeld die geschreven waren eind jaren ’60 en tijdens de turbulente jaren ’70 en ’80. Als een meute jonge hongerige honden stortten Arno en zijn kompanen zich op dit ‘godvergeten’ repertoire en lieten zij sommigen onder ons – ik spotte zelfs ouders met hun kroost – hun tweede jeugd beleven. Doe het hem maar na met een tekst als “Viva Boema, pattatten en sauscissen” toch een zekere internationale uitstraling te creëren! En je moet er maar opkomen om de Eurovision-tune in je nummer te verweven. Wel Arno deed het allemaal. En dit leverde hem nationale en zelfs internationale erkenning op. Het is hem van harte gegund hoor. Evenals dit ‘tweede’ succes met TC Matic annex Tjens Couter. Arno als godfather van de Belgische, en bij uitbreiding Europese rockmuziekscène, op leeftijd die toch de hele business een schop van jewelste in de onderbuik verkoopt en hen zo probeert wakker te schudden. Natuurlijk mochten klassiekers als ‘Putain Putain’, ‘Oh La La La’ en het aan Tjens Couter schatplichtige ‘Give Me What I Need’ niet ontbreken in de set. Arno in zijn sas. Tussendoor grapjes makend over zijn tijd die hij spendeerde in Londen op Piccadilly Circus tijdens de hoogdagen van de punk. Hoe hij daar een meisje versierde met een Mireille Mathieu kapsel. De jeugd onder ons vraagt zich waarschijnlijk luidop af wie in godsnaam Mireille Mathieu was? Het zal hem allemaal worst weten.

Dwars van iedere vorm van zelfverheerlijking blijft Arno gewoon zichzelf. Een Oostendse Ket, een rebel, een ‘longsome Zorro’ die zijn weg, zijn eigen pad maakt en bewandelt. En dat alleen maakt hem al onsterfelijk. Zijn nalatenschap is van onschatbare waarde voor de Belgische muziekscène en dit konden we vanavond weeral aan den lijve ondervinden. Ofwel ben je ‘voor’ hem ofwel vierkant ‘tegen maar een tussenweg is er niet. Ik hoor ongetwijfeld tot die eerste soort en geloof me, dat is onvoorwaardelijk en voor het leven. Viva Arno, Viva Tjens Couter!

Wim ‘Huibbe’ Huybrechts

foto © Gieke Merckx voor Atelier 32

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Artiest info
website  
facebook  

DEPOT LEUVEN – 15/12/17