ELLIOTT BROOD @ CAFE DE ZWERVER, LEFFINGE - 08/12/17

‘Elliott BROOD is na anderhalf decennium uitgegroeid tot een huis van vertrouwen’.

Het Canadese trio Elliott BROOD is hier geen huishoudnaam maar bij liefhebbers van akoestische maar forse alt.country met een donker randje staan ze hoog aangeschreven, al lijken vooral onze noorderburen geïnteresseerd in wat de groep zelf omschrijft als ‘death country’ of ‘frontier rock’. Ze zijn al flink wat jaartjes bezig, van toen jeugdvrienden Mark Sasso (gitaar, banjo, ukelele, harp en lead vocals) en Casey Laforet (akoestische en elektrische gitaren, baspedalen, ukelele, effecten, soms lead) in Toronto begonnen met een eigen groep en voor hun eerste EP ‘Tin Type’ Stephen Pitkin voor de productie aanspraken. Ze haalden Pitkin hierna prompt binnen als de slagwerker van de band. Dat is intussen 15 jaar geleden.

Al slaat de naam van de groep niet op een persoon, toch houdt het trio eraan om de naam zo te schrijven: Elliott BROOD. We hebben ooit gevraagd naar de oorsprong ervan, maar daar kregen we een vrij enigmatisch antwoord op. Het zij zo. We leerden hen kennen via de eerste full CD ‘Ambassador’ (2005) die we toen mochten bespreken voor het ter ziele gegane webzine Rootstown Music Magazine. Niet dat we meteen dachten aan ‘de nieuwe Neil Young’ of andere onzin, maar de energieke, ongepolijste, eerlijke muziek, verpakt in degelijke songs bleef hangen. De grote liefde bleef nog even uit, tot we ze live te pakken kregen. Want op het podium trok Elliott BROOD de lijn door, waar we beslist niet rouwig om kunnen zijn. De groep ging zo basaal te werk dat Pitkin lange tijd drumde op een Samsonite reiskoffer. Bij een memorabel optreden in Montreal werd die finaal in mootjes gemept en toen schakelde Stephen over op een meer conventionele drumkit. Naar verluidt hangt die suitcase nog altijd aan de muur van Moho Tavern in Peterborough (Ontario)

Het was nu al wel geleden van 3 maart 2013 dat EB hier nog eens presteerde. Dat was meer bepaald in De Villa van de N9 te Eeklo, met als support het uitstekende Frontier Ruckus, dat er zowat dezelfde gezonde filosofie op nahoudt als EB. Toen presenteerden ze hier derde full cd ‘Days Into Years’ (2011), opvolger van de geslaagde ‘Mountain Meadows’ (2008) Voor zover we weten kwamen ze hier hun vierde ‘Work And Love’ (2014) niet voorstellen. We vergaten het hen te vragen, al weten we dat ze daar een zeer goed geheugen voor hebben. We waren dus wàt blij te vernemen dat de drie heel even ons land zouden aandoen, als onderdeel van hun Europese concertreeks. Aanleiding was de ‘nieuwe’ cd ‘Ghost Gardens’. De cd is in zoverre nieuw dat de songs heropgenomen werden. De elf demo’s dateren uit de vroegste dagen van de band. Mark en Casey waren die opnames al lang vergeten, maar de geluidsdrager kwam weer boven water en de songs bleken de tand des tijds goed te hebben doorstaan. Al is niet alles even sterk (dat was zeer verwonderlijk geweest), toch kan je ‘Ghost Gardens’ gerust als vintage Elliott BROOD beschouwen. Tijd om die te presenteren aan de fans dus.

Café De Zwerver (het hart van Leffingeleurengebeuren) zette zijn deur wagenwijd open voor Elliott BROOD op vrijdag 8 december. Het spreekt haast vanzelf dat Elliott BROOD goed warmgedraaid aan de aftrap kwam. Dat er slechts een matige opkomst was, deels dan nog uit het buitenland, was bijzonder spijtig. Het lijkt het waarmerk te zijn van EB: het begint als een gewoon optreden maar in de loop van enkele songs treedt een vreemde alchemie in werking, waardoor je je plots in een ander universum bevindt, één waarin het goed toeven is. De aanwezigen kregen werk te horen uit alle platen, ook uit ‘Tin Type II’ (2013), de heruitgave van ‘Tin Type’, maar met drie extra tracks. Daaronder ‘Cranes’ waarmee EB de avond afsloot. ‘Cranes’ is van een al lang ter ziele gegane band, Parkdale. Het lied is indertijd maar beperkt verspreid geraakt en als EB het niet had opgediept, was ie al lang vergeten. Er was nog een cover, een goeie uitvoering van ‘Bad Moon Rising’ van CCR als eerste bis, song die overigens goed in de lijn blijkt te liggen van wat EB brengt.

Uit ‘Ghost Gardens’ kregen we de eerste vijf songs. EB kon het zich veroorloven de twee naar ons gevoel erg mooie songs uit de plaat weg te laten, ‘Adeline’ en ‘The Widower’, vermoedelijk omdat ze minder passen in deze context. Maar ‘Dig A Little Hole’ scoorde goed als ‘dance song about a cemetery’ en ‘’Til The Sun Comes Again’ mag er ook wezen, misschien wel de beste song uit de ‘nieuwe’. De andere nummers waren evenredig uit alle andere platen gelicht: ‘Johnny Rooke’ uit ‘Ambassador’, ‘Jigsaw Heart’ uit ‘Work And Love’, een geweldig knap ‘Northern Air’ en dito ‘If I Get Old’ uit ‘Days Into Years’, maar wel ‘The Valley Town’ als enige song uit ‘Mountain Meadows’… Met de bissen bij maakte dat een totaal van zeventien. Het was in elk geval een goeie, verdedigbare keus, zonder bepaald een ‘best of’ te zijn, want dan hadden we bvb. geiren ‘My Mother’s Side’ (uit ‘Days After Years’) gehoord. Het is meestal raak wanneer de artiesten terugvallen op hun eigen keus. De drie hebben elk hun verdiensten, zoals dat hoort uit een uitgebalanceerd trio, maar een goed deel van de charme zit zeker in de stem van Mark Sasso, een strot met de grain waar Alex Callier in The Voice naar eigen zeggen voortdurend naar op zoek is. De toonhoogte maakt dat die stem fel klinkt zonder dat hij moet schreeuwen.

Wat ons betreft hoeven ze geen vier en een half jaar te wachten om nog eens langs te komen, want Elliott BROOD is na anderhalf decennium uitgegroeid tot een huis van vertrouwen. Nu nog Belgische fans verzamelen!

Antoine Légat.

Foto's Sonja Schepers

 


 


 

Artiest info
website  
facebook  

DE ZWERVER - LEFFINGE

08/12/17