DEREK & RENAUD VS T 'HOOFT & RIMBAUD @ ARSCENE, HANSBEKE - 02/12/17

Het was koud die eerste november, nu twee jaar geleden, zegt Derek, de alias van Dirk Dhaenens, toen hij en violist Renaud Ghilbert (voorheen Absynthe Minded en Les Cerveaux Lents) op het kerkhof van Hansbeke een eerste maal tezamen speelden. Dat embryo zou uitgroeien tot dit programma dat de titel ‘T’Hooft & Rimbaud’ meekreeg. Die 2 december 2017 was het lekker warm en knus in Arscene, nog geen kilometer van het kerkhof van Hansbeke verwijderd. Intussen is het duo aan een tweede ronde bezig, bewijs dat er nood is aan een dergelijk initiatief.

Er is naar ons gevoelen altijd een latente weerstand geweest om (niet-klassieke) muziek en poëzie in samenspraak te brengen. Vooral de literaire wereld was niet zo opgezet met deze métissage, terwijl het de normaalste zaak ter wereld zou moeten zijn. In de loop der jaren hebben een aantal lieden de muur helpen slechten. We denken natuurlijk aan Leonard Cohen en de Nobelprijs Literatuur voor Bob Dylan, vanzelfsprekend, maar er zijn er anderen en we zouden ze niet te eten willen geven. Tot Absynthe Minded toe, dat een gedicht van Hugo Claus vertaalde naar ‘Envoi’, dat een hit werd. Een dichter als Paul Cox is ook niet bang om bij publieke optredens muziek te betrekken (vaak met Kathleen Vandenhoudt)

Derek geniet bekendheid als de frontman van Engelstalige rockband Derek & The Dirt (dat enige tijd geleden aan een reünie toe was) en ‘Oh By The Way’, maar sinds de eeuwwisseling focust hij zich, een paar zijstapjes niet te na gesproken (Derek & Vis, Het Gespuis, Dylan Tributes met Bruno Deneckere en Nils De Caster, de Place Musette op de Genste Feesten en TAZ, enz.) op een loopbaan als singer-songwriter (solo, in duo of met groep), waarbij het Engels gaandeweg geflankeerd werd door het Frans, het Nederlands en zelfs het Spaans als voertaal. Literatuur was nooit ver weg bij Dirk: zo schreef hij het pakkende ‘Bij het Graf van Gerard Reve’ in duo met violiste Maria; cd ‘Het Wonder is volbracht’. Charles Bukowski, Allen Ginsberg en Louis Paul Boon verwerkte hij al in podiumwerk.

Tijdens het concert vertelt Derek iets meer over de genese van ‘T’Hooft & Rimbaud’. Het verwondert ons niet dat Bob Dylan ermee te maken heeft en er zelfs aan de basis van ligt. Die bedankt hij met een spetterende uitvoering van ‘Hurricane’, uit ‘Desire’ (1976), als bisnummer. Maar ook ‘Easter’ van Patti Smith bracht Arthur Rimbaud aan de oppervlakte. De commentaar daarover komt Derek toe (Renaud zwijgt maar zorgt voor fijne vocalises bij de songs) en omdat die kadering alles verduidelijkt, willen we ons niet ‘verlagen’ tot een tweedelijns verhaal. Geen spoiler alert nodig. In elk geval hangt Dirk een mooi portret op van Rimbaud, door vriend-minnaar en mededichter Paul Verlaine als één der ‘poètes maudits’ betitelt, en zijn Vlaamse tragische pendant Jotie T’Hooft. De eerste werd er 37, de tweede amper 21, de eerste drukte zijn stempel op de letterkunde met ‘Une saison en enfer’ en ‘Illuminations’, de tweede deed iets gelijkaardig met ‘Schreeuwlandschap’ en ‘Junkieverdriet’.

De cd ‘T’Hooft & Rimbaud’ ging vooraf en bevat twaalf songs met teksten van de twee dichters, al of niet vertaald of omgewerkt. Daarbij valt op hoe warm die liederen klinken en hoe organisch de poëzie verwerkt is in de aanstekelijke melodieën. Je merkt dat Derek intussen ervaring heeft met zo’n project. Leuk zijn de muzikale citaten van Velvet Underground, tot tweemaal toe (met ‘I’m Waiting For My Man’ en ‘Pale Blue Eyes’) Bands als de Velvet en Doors sluiten goed aan bij de leefwereld van T’Hooft (zo speelde hij kort voor zijn dood het archetypische ‘The End’ van de Californiërs) Op podium brengt het duo die verwijzingen ook. Er is vanzelfsprekend iets minder instrumentatie dan op de cd (al blijft die spaarzaam), maar die heb je live niet nodig: zang, gitaar en viool volstaan! Live sluiten de liedjes via de commentaren bij elkaar aan, vloeien in mekaar over. Opvallend is het dynamiekverschil: de stillere momenten wisselen af met de cadenze, waarin Dereks gedreven ritmewerk de viool van Renaud opjaagt. Dat voert telkens tot een geweldige climax, zoals in Rimbauds ‘Sensation’ (dat hij pende toe hij vijftien was) en ‘Je es un autre’ (met gewilde taalfout!), een eigen Franse interpretatie van de vier laatste verzen uit ‘Schuldbekentenis’ van T’Hooft.

Bij voorbeeld ook het uitgesponnen einde van (een deel van) ‘Le bateau ivre’, waarmee de uit de provincie komende Rimbaud zich een naam maakte in Parijs in 1871, met glansrol voor Renaud, geeft het geheel extra reliëf. Derek laat niet na om, n.a.v. de recente strubbelingen rond het graf van T’Hooft, het verschil in aanvoelen en benadering aan te raken tussen Oudenaarde en Charleville-Maizière van hun voormalige helden. ‘Chanson de la plus haute tour’ geeft de gelegenheid om het alom bekende ‘Le temps des cérises’ (1866) in een historische context te plaatsen, nl. als strijdlied van de Commune de Paris, de bloedig neergeslagen opstand van 1871. ‘Le temps…’ levert de melodie voor de song, waarin Renaud de trompet bespeelt.

Maar nogmaals, het hele verhaal laten we aan Derek over, die zich in ‘T’Hooft & Rimbaud’ ontpopt tot een eersteklas verteller. De gezellige, warme omgeving van het akoestisch nagenoeg perfecte Arscene doet de rest. Aan het eind bedankt Derek uitdrukkelijk ook Ingrid Weverbergh, de partner van Jotie T’Hooft. Zij steunde het project en hielp met raad en daad. Het mag duidelijk zijn dat we dit prachtige huwelijk van woord en muziek zeer aanprijzen, bij liefhebbers van zowel poëzie als singer-songwriters. Er staan beiden verrassingen te wachten…

Antoine Légat.

‘T’Hooft & Rimbaud’ nog in Bij De Vieze Gasten (Gent) op 16 december 2017 en in Cultuurhuis Safarken (Bib) (Wachtebeke) op 27 januari 2018.

Foto © Arscene

 

 

 

 

 


 

Artiest info
website  
facebook  

ARSCENE, HANSBEKE - 02/12/17