(GE)VARENWINKELFESTIVAL, HERSELT - 27.08.16

Eindelijk zomer! En op de heetste dagen van het jaar ging in (Ge)Varenwinkel de 19de editie van het Blues & Rootsfestival door, gelegen in het landelijke Herselt, dat elk jaar het einde van de vakantie inluidt. Reden genoeg om de zomeruitgeleide nog eens uitbundig te vieren en dat liefst op de tonen van blues, funk, boogie, rock-'n-roll, soul, bluegrass en folk-punk, het lijstje lijkt onuitputtelijk. Belgische, Poolse, Franse, Britse, Australische en Amerikaanse muzikanten stonden op de affiche dat (Ge)Varenwinkel tot een multicultureel muziekfestijn maakte. Blote bovenlijven of marcellekes bij de mannen en topjes of bikini’s bij de vrouwen leken wel de voorgeschreven klederdracht. Kinderen met oorbeschermers draafden rond bij hun jacht op lege bekertjes en twee grote tenten stonden klaar om liefst acht muziekensembles een ‘hot’ podium te bieden.

Die twee festivaltenten waren dit jaar zo ongeveer evenwaardig zowel wat de faam van de optredende bands betrof als de breedte en omvang zodat er ruim voldoende ademruimte was voor de bluesfans die hun favoriete groepen liefst van dichtbij beluisteren. Het geluidsvolume maakte dat je trouwens ook in de uithoeken van de festivalweide de decibels nog kon horen, zodat ook de zonnekloppers van de muziek konden genieten.

D-Tale

Maar alhoewel de Poolse Freeborn Brothers nog redelijk onbekend zijn toch slaagden zij er in om het volk tot vooraan in de hete tent te lokken met de aantrekkingskracht van hun zang, accordeon, banjo, bas, voetbelletjes en vintage drum. Zij brachten nog meer ambiance door met hun gedrieën temidden van het publiek te gaan spelen zodat zich rond het ludieke trio een supporterskring vormde. Het jasje van zanger/accordeonist Mateusz Plesnak was toen al lang uitgespeeld en ondanks dat het zweet tappelings van zijn gezicht druppelde, bleef de Poolse multi-instrumentalist energiek allerlei danstunes uit zijn instrument de tent insturen. Al waren het dan geen Poolse bouwvakkers die het gewoon zijn om elk hitteweer te trotseren toch blijken ook Poolse muzikanten genoeg werkethos te genereren om zich bij tropische temperaturen volledig te smijten. Hun dynamische mix van dans- en theatermuziek, klezmer, gipsy rock & roll, een combinatie van Goran Bregovic en Oost-Europese countryblues, - waarin drive het codewoord is –, werd dan ook door de eerste festivalgangers met enthousiast applaus beloond. En hun album ‘Theatro Riduculous’ werd daarna door menig nieuwe fan aangekocht.

In de zgn. hoofdtent mocht het Belgisch collectief D-Tale het festival openen. Vorig jaar stonden zij nog in de toenmalige Rootstown zijtent, die toen uitpuilde van het toestromend volk. Nu was er meer plaats voor deze energieke groep die zijn eigen fanschare heeft, vooral omdat er bij hen steeds verwachtingsvolle elektriciteit in de lucht hangt opgewekt door de Hammond van Patrick Cuyvers en de energieke ritmesectie met de geweldige Stef Wouters op drum. Vooral de zwarte stem van frontman en Kroaat Mario Pesic geeft kracht en diepgang aan songs als ‘The Midnight Train’, ‘Riding With The King, ‘I’m In Trouble’, ‘Papa Was A Rolling Stone’ en vooral aan het soulvolle ‘Feels Like Rain’, cover van John Hiatt. Zijn gitaarspel lijkt daarbij een verlengstuk van zijn soul alsof hij dat waarvoor hij geen woorden vindt toch expressie wil geven via zijn snarenspel. Bij ‘D-Tale’ is het altijd alsof de sixties en seventies muziek nieuw leven krijgen in een modernere uitvoering en met behoud van tijdloze bezieling. En de chemie tussen de bandleden bleek o.m. uit het duel tussen Mario Pesic en toetsenman Patrick Cuyvers, eveneens vergroeid met zijn klavieren.

Bo Weavil

Dat bluesmuziek tijdloos is en ook in het internettijdperk nog steeds nieuwe zieltjes wint bewees de jeugdige Chris King Robinson in de zijtent, samen met zijn eveneens jonge medespelers op de toetsen en drum. Alleen de bassist was zijn tiener- of twenjaren ontgroeid. Dat daarbij vooral Steve Ray Vaughan de grote inspirator is die de Britse Chris naar de gitaar deed grijpen is niet verwonderlijk want gitaarvirtuoos SRV blijft na al die jaren nog steeds één van de grote wegbereiders voor aankomende moderne bluesgitaristen. De cover ‘Mary Had A Little Lamb’ mocht dan ook niet ontbreken. De zang van Chris verraadt nog een zekere onzekerheid maar zijn gitaarspel komt hoe dan ook volwassen en trefzeker over. Bij hem waren het geen oude vinylplaten maar youtube filmpjes die hem alle vaardigheden bijbrachten. En inmiddels moet hij niet langer covers spelen want in het najaar 2015 kwam ook zijn eerste Ep uit met zelfgeschreven songs. Een song als ‘Tell Me Why You’re Scared’ had bij het publiek evenveel bijval als bijv. ‘Mama, Talk To Your Daughter’. Niet verwonderlijk dus dat hij al mocht optreden in de Carnegie Hall in metropool New York.

Meer ervaring heeft de Fransman Bo Weavil uit Nantes die reeds eind vorige eeuw een eerste album uitbracht en al meerdere keren in het Belgisch bluescircuit passeerde. Zijn fans van destijds zijn hem nooit vergeten en kijken nog steeds gretig uit naar een nieuw concert al dan niet solo. Een tijd lang toerde hij als One-Man Band, maar in Herselt stond hij zijn mannetje in een trio-formatie samen met de geweldige contrabassist Stéphane Barral en de even geweldige drummer Denis Agenet die op enkele songs afwisselde met wasbord zoals tijdens het aanstekelijke ‘Baby Please Don’t Go en ‘Country Farm Blues’. Na al die jaren is de soul van Bo Weavil, alias Matthieu Fromont, nog steeds doordrongen van de spirit van de oude countryblues, wat hij bewijst in zang, gitaarspel, al dan niet slide, of met harmonicaspel, zoals bijv. bij ‘Mellow Apples’ van Big Joe Williams. Evenals de onuitroeibare Boll Weevil kever ooit de katoenplantages teisterde zo kan je beweren dat ook de Fransman is blijven haken aan de blues van de pioniers zodat het concert van het trio zowat alles had van de oude bluesgarde die destijds in de velden hun rug kromten onder een brandende zon: feeling, drive, spirit, groove, overgave en authentieke liefde voor de blues. De songs ‘Born Blind’ en ‘Big Road Blues’ illustreerden dat met klasse. En de vele boogie-woogies met fantastische contrabasritmes zweepten het tempo nog meer aan.

Sandra Hall

De afsluiter in de ‘kleine’ tent was de Australische band Dirt River Radio uit de buurt van Melbourne, omstreeks 2008 opgericht, die nog meer zuiderse sfeer introduceerden in de tent met hun blues die als Ierse folk-punk wordt omschreven.. Maar dat is maar een klein segmentje van hun rebelse blues, felle rock en bluegrass. Zij speelden ooit nog in de Manuscript in Oostende, destijds een gemiste kans om deze band in levende lijve te zien en nu dankzij de programmatie van Gevarenwinkel als lacune eindelijk ingevuld. Met als zangers/gitaristen Danger Alexander en Heath Brady, die ook eigen songs schrijven, krijg je wel een heel aparte invulling van bluegrass, country en folkrock afgaande op titels als ‘Lady Muthafucka”, ‘Cocksucking Blues’ en ‘Metamphetamine’ alsof zij met een eigen jargon uit de onderbuik van een keldergarage zijn opgedoken. Gepassioneerde samenzang, inlevende solozang, een opwindende drive en een geweldige drummer maakten hun show tot een ‘must see’ met als hoogtepunten het afwisselend zwoel-Latino en hectische ‘Black Eyed Mondays’, het gevoelvolle en bloedmooie ‘Sun City White’, het trieste ‘Broken English Baby’ en het gedreven ‘Postcards From The Road’, een potentiële radiohit. Rusteloosheid, verzet, verval, revolutie, aanklacht.. het klinkt allemaal in hun southern muziek door, desondanks met veel gezamenlijk vuur en liefde de tent ingestuurd. En ook ‘All My Friends’ is een juweeltje, al staat dat dan niet op hun gloednieuw ’Sun City White’ album, opgenomen in de Woodstock Studio’s in Melbourne.

Op het hoofdpodium waren het deze keer de blueszangeressen die een eretribune kregen met als eerste bluesdiva de temperamentvolle Sandra Hall uit Atlanta, Georgia, met haar geweldige vocalen. Met haar stem die alle toonaarden aankan zong zij zittend of staand zich de ziel uit haar lijf. De blueszangeres heeft veel van de wereld gezien zowel vanuit de binnenkant van een nachtclub of striptent als vanop de brede podia van grote festivals zoals o.m. in Sarasota, Florida of in Montreux. Zwitserland. De song ‘ Rolling On The River’ lijkt qua symboliek wel op haar lijf geschreven. Zij stond ooit nog in het voorprogramma van Otis Redding, -van wie zij het prachtige ‘Sitting On The Dock of the Bay’ vertolkte-, en kent alle grote namen in de blueswereld. Met veel expressie bracht zij evergreens als ‘A Change Is Gone Come’ van Sam Cooke of ‘Ball & Chain’ van Big Mama Thornton. De interactie met het publiek was direct en uitnodigend, want dame Hall weet wat show is. Zij wisselde slowblues af met rhytm’n’blues, hartenkreet met levenslust, in songs als ‘Ease The Pain’, ‘Ask Me No Question’ en ‘New Way With The Blues’. Tot slot riep zij bij het rockende ‘Let The Good Times Roll’ kandidaat vrouwen op het podium om met haar mee te rocken, waar een zestal danslustige dametjes onmiddellijk op ingingen. Qua grandeur, sensualiteit en ritmisch gevoel overtrof de inmiddels zestigjarigplusser natuurlijk met verve het medeswingend jeugdig volkje. Na afloop werd menig natte handdoek uitgewrongen.

Sari Schorr

Meer dan en uur later volgde Sari Schorr & The Engine Room met hun al evenzo dynamisch concert waarvan girlpower de charme uitmaakt. Ook nu was de frontdame een blueszangeres die zich een plaats in het bluescircuit bevocht temidden van een mannenwereld. Zij toerde zo o.m. nog met Joe Louis Walker. Sari schrijft ook haar songs zelf en brengt deze op authentiek doorvoelde wijze. Zij gaan over liefdespijn, verraad, verlies, verslaving maar ook over veerkracht en hoop. In haar soulvol gebracht ballades kan je horen dat zij ooit voor operazangeres heeft gestudeerd. Haar album ‘A Force Of Nature’, geproducet door Mark Vernon, is pas uit en staat vol eigen songs. De meeste van die songs bracht zij dan ook met de nieuwe bandleden, naar zij vertelde van diverse nationaliteiten. Vooral ‘Demolition Man’, ‘Black Betty’ en ‘Letting Go’ maakten indruk. Maar ook de door haar bewerkte traditional ‘In The Pines’, bekend van Leadbelly en Joan Baez, dat zij op verschroeiende wijze en verkillend mooi vertolkte, met als gevolg de eerste koude rillingen langsheen je ruggengraat. Pakkende soulblues wisselde zij af met rockblues en boogiewoogie waarbij dan vooral de boogie-woogie pianoritmes de barometer lieten oplopen. De aanmaningen naderhand om vooral veel te drinken werden meestal opgevat als een aansporing in een rush naar de steeds vriendelijke biertappers.

Inmiddels was de avond ingevallen en het einde in zicht. Het was aan de Texaanse band Mingo Fishtrap voorbehouden om het festivalweekend nog een laatste boost te geven. Deze band had gelukkig hoornblazers bij om een apotheose te garanderen. Deze funky band leunt immers aan bij de ambiance van New Orleans en de ‘joie de vivre’ was dus nooit ver weg. Omdat echter de excessieve bierdrinkers inmiddels tot besef zijn gekomen dat overnachten op de camping veiliger is, kan je alleen bij BOB rijders terecht voor een laatste rit huiswaarts. De aangeboden lift om toch nog thuis te geraken wordt derhalve in dank aanvaard ook al impliceert dit dan dat je zanger/gitarist Roger Blevins Jr, trompettist Steve Butts en de saxofonist niet meer kan toejuichen of ook niet de ritmesectie en toetsenist. Tijdens de nachtelijke rit troost je je dan maar in gedachte met een songfragment van singer-songwriter Sari Schorr, nu gericht aan de organisatie en alle vrijwilligers van (ge)Varenwinkel: ‘I hate to go but I’ll let you know, I’m coming back again’.

Marcie

Foto © Philip Verhaege

 

 

SANDRA HALL : VIDEO 1 - VIDEO 2

 

BO WEAVIL : VIDEO 1 - VIDEO 2

 

SARI SCHORR & THE ENGINE ROOM : VIDEO 1 - VIDEO 2 - VIDEO 3

 

DIRT RIVER RADIO : VIDEO 1 - VIDEO 2 - VIDEO 3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Artiest info
website  
facebook  

HERSELT - 27.08.16