MARTINE DE KOK cd presentatie ‘Zeer goed Hout’ @ TREFPUNT, GENT - 29/04/16

‘In Martines liedjes zitten nogal wat figuren met een hoek af en dan is het onvermijdelijk dat de songs doorgaans ook een beetje een slag van de molen hebben’ 

 

Martine De Kok stond met haar band al eens in Café Trefpunt in het hart van Gent. Dat was naar aanleiding van haar eerste cd ‘Plaatselijk Verkeer’. Die passage was toen zo goed meegevallen dat ze bij het verschijnen van opvolger ‘Zeer goed Hout’ (zie onze recensie) meteen weer mocht opdraven, maar nu in het toch iets grotere zaal. Dat garandeert meteen ook meer focus, want in het café zijn er toch klanten die aan de passerende bands geen boodschap hebben. Ach, het valt beslist mee in het café, het publiek is er welopgevoed, maar in Zaal Trefpunt komt men exclusief om te luisteren en tegen betaling. Het is niet dat het vijftal erg stil speelt, want het slagwerk en de blazers kunnen wel wat volume verzetten, maar Martines verfijnde muziek en luisterteksten werken pas voor wie ook echt luistert. 

Dat de hele ‘Zeer goed Hout’ op het menu stond, was in de prijs inbegrepen, maar De Kok nam de gelegenheid te baat om daar happen uit de eerste cd tussen te mixen. Zo kregen we halfweg de set het onvolprezen titelnummer ‘Plaatselijk Verkeer’. Stadionrock kan je dit prangende afscheidslied bezwaarlijk noemen, maar het vraagt nu eenmaal om een grootse behandeling. Muzikaal zit dit schitterend in mekaar, gebouwd op die éne pianoriedel, maar tegelijk zit er onderhuids humor in, in de zin dat de dramatische uitwerking (‘Ik laat u gaan, ik laat u gaan!’) een voor de mensheid banaal feit betreft, iets wat de toevallige getuigen van de scene niet eens opviel, maar dat de twee betrokken personen tot in het diepst van hun ziel raakt: ‘Ik zal u heus wel wensen dat het u goed gaat en dat ge succesvol zijt op eender welk gebied en eender welke vrouw weer kunt omarmen. Ik wens u dat maar nu nog liever niet…’ Onder anderen ook het eerste bisnummer ‘Woestijn’ komt uit het debuut en zit ook al schrijlings tussen luim en ernst: ‘Ge zegt: ik heb nood aan open ruimte. Ik zeg: awel neem de woestijn. Dan kunt ge daar wat gaan verdwalen en wat ver van huis gaan zijn’ De tederheid wint aan het eind! 

Het is een waarmerk van Martines werk, waarin maffe woordspelingen en associaties, een eigenzinnige gedachtegang en al dan niet lichtjes bevreemdende figuren de ernstige onderstroom verhullen. Nauwelijks, dan wel, zoals in het sterke ‘Plastieken Stoel’, een door een boek van Julian Barnes geïnspireerd verhaal van scheiding, en niet alleen van tafel, bed en boedel… Het is de badinerende toon die de troosteloosheid draaglijk maakt en houdt. Ze merkt zelf op dat ‘Roos’, dat zowel op plaat als in de set verderop volgt, zou kunnen gaan over de vrouw uit ‘Plastieken Stoel’, al heeft ze dat dan niet zo geconcipieerd op deze cd die toch een bepaalde thematische eenheid bezit. Ook de eenheid in de nochtans grote diversiteit van klankkleuren valt op, des te meer omdat de band met gemak de sound van de cd tot leven brengt. Geen kleine klus voor geluidsman Gijs om deze band te doen klinken zoals het hoort, iets waar hij met glans in slaagt.   

Dat Martine een uitstekende zangeres is en een geschoolde muzikante, een perfectionist die achteraf toch nooit volledig tevreden is met de prestatie, maar intussen de fraaiste stukken speelt op keyboards en het accordeon een paar keer fraai laat zingen, dat weten we al lang. Maar ze wordt ook gediend door deze geroutineerde ritmesectie: Tijl Piryns diept uit zeer divers slagwerk moeiteloos de intrigerende ritmes van de cd op en speelt ook een keer mee op trompet, als derde blazer dus, wat in opener ‘Alles wat niet zeker is’ een machtig effect sorteert. Seba Thomé laat zijn contrabas zingen… Wat heeft die een prachtige klank: zijn introductie bij ‘Zilver voor Goud’ laat dat uitgebreid bewonderen. Maar voor het overige blijft de ritmesectie uitermate functioneel. 

Net als de dames vooraan: Lieze Heuninck op de trombone en Tine Allegaert op trompet, twee zeer gedegen multi-instrumentalisten. De eerste is eigenlijk jazzpianiste (Lemmens), maar speelt ook viool en o.a. bij een fanfare de trombone… Die ze heeft laten herstellen omdat ze absoluut bij deze band wilde spelen! Tine is klassiek pianiste (Conservatorium Gent), maar de trompet is nu eenmaal een hobby… ook al bij ondermeer een fanfare. Tijdens het concert bespelen beiden nog allerlei andere instrumenten die in het spectrum hun rol vervullen, maar zorgen ook, samen met de jongens van de ritmesectie, voor de backings, die goed uitpakken. De samenzang in ‘Billy’ is heerlijk en past uitstekend bij de story van een meisje of vrouw met een wel heel grillige fantasie en sterk associatief vermogen. In Martines songs zitten nogal wat figuren met een hoek af! En een serieuze hoek… 

Dan is het onvermijdelijk dat de liedjes doorgaans ook een beetje een slag van de molen hebben. Maar de aandachtig luisterende aanwezigen hebben er duidelijk oren naar. Naast de al vermelde songs krijgen we ook sterke uitvoeringen van titelsong ‘Zeer goed Hout’, bijna gans vooraan, en afsluiter ‘Tijd’. Maar zelf waren we tuk op de versie van ‘Storm’, dat helemaal uit de verf kwam in zijn melodische en tekstuele schoonheid. Curieus naar wat het derde rariteitenkabinet zal brengen, maar met de eerste twee kunnen we al een eind voort, zeker zoals Martine De Kok en haar vier trawanten dit brengen… 

Antoine Légat.

 

Artiest info
website  
facebook  

TREFPUNT, GENT - 29/04/16

recensie