CALEXICO @ AB, BRUSSEL27/04/15

Tussen het publiek in de AB concertzaal en de woestijnband ‘Calexico’ ontstond er jaren terug zoiets als een ontluikende en smeulende liefde voor deze Tucson band dat bij iedere volgende passage heftiger oplaait en verder uitwaaiert. Het zevenkoppig collectief kwam regelrecht uit Parijs naar Brussel afgereisd samen met de Spaanse Amparo Sánchez als gastzangeres. Zelf bracht zij onlangs ‘Espiritu del Sol’ uit en haar verschijning paste bijgevolg uitstekend bij de zonprojecties op de achtergrond, illustratief voor de ‘Edge Of The Sun’, het gloednieuwe album van Calexico, inmiddels hun negende, de Live albums niet meegeteld. De verwarmende muziek van het duo Joey Burns en John Convertino lijkt hoe dan ook de desolate woestijnvlakte te weerspiegelen waarover soms schaduwwolken heen glijden om dan weer plaats te maken voor een allesverzengende zon.

 


Stop een depressivo in het soundbad van de Calexico muziek met bijhorende zang, percussie en trompetgeschal en zijn stemming zal zeer zeker omslaan als een blad in de wind. De muziek van de stichters, Joey Burns en John Convertino, heeft die kracht om je bijwijlen euforisch te maken zoals het publiek dat aanschouwelijk bewees naar het einde toe, bij ‘Güero Canelo’ toen het volledig uit de bol ging. Vooraf had je dan reeds twee volle uren genoten van de sound, muzikaliteit, de spirit, soul en de rebellie van het schitterend ensemble, waar het span Burns/Convertino al twee decennia lang de ziel van uitmaakt. Zij ontleenden de groepsnaam aan het grensstadje Calexico in Californië, aan de grens van Mexico, hierdoor vertrouwd met het probleem van de Zuid-Amerikaanse immigranten die met levensgevaar de grens proberen over te steken in de hoop elders een nieuw bestaan te kunnen opbouwen.

 Dat universeel thema, actueler dan ooit, komt ook vaak terug in de songs van ‘Calexico’ dat al bij het eerste gepassioneerde ‘Falling From The Sky’ weerklank gaf aan het leed en de wanhoop van diegenen die niet weten waar en hoe ergens neer te strijken ‘when you have nowhere to go’. De trompetten, gitaar, contrabas, piano, accordeon, lapsteel en de variatie in alle instrumenten droegen bij aan die gepassioneerde drive en die aparte sfeer waar alle muzikanten een wezenlijk aandeel in hebben alsof zij opkomend verdriet willen smoren of de overlevingsdrift willen doen zegevieren. Bij ‘Cumbia de Donde’ met de zang van Amparo en zeker bij het aanstekelijke ‘Splitter’, met drumroffels als suggestieve intro, was er geen houden meer aan en breidde de feestroes zich uit op de tonen van de mariachi trompetten tot aan de laatste rijen of de zetelrangen bovenaan als in een gedeelde golfbeweging gestuwd door de Latijnse ritmes en het meegezongen ‘moving on’ als een manifest. Hoogtepunten volgden elkaar op als barnstenen kralen aan een rijgsnoer waarbij zuiderse tierras, landschappen of contouren als Guanajuato en Oaxaca of andere exotische plekken voor je oprezen onder een steeds van kleur wisselende zon, nachtelijk of verschroeiend. Het instrumentale kolkende ‘Coyoacán’ onder een bloedrode zon met Jairo Zavala op gitaar of het weemoedige ‘Miles From The Sea’ lijken allen ontsproten uit de droom of het menselijk ‘labyrint der eenzaamheid’, zoals ooit de Mexicaanse dichter Octavio Paz dit neerschreef die eveneens een band met Arizona had en waaraan de lyrische muziek van Calexico soms doet denken. De accordeon, de gitaar, het orgeltje of de strijkstok op de bassnaren intensifieerden de nostalgie om daarna weer naar een jubelstemming over te springen gedragen door de kopergloed van de trompettisten met Jacob Valenzuela in de voorhoede. Oftewel opgestuwd door de ritmes van bassist Ryan Alfred. De percussies van Convertino, tegelijk subtiel en opzwepend, hebben dat bezwerende van een meestertovenaar en de warme Tucson stemkleur van Burns bleef je meelokken. Ook Jacob Valenzuela werd bij het expressief vertolkte ‘Esperanza’ enthousiast toegejuicht. 

 Uit hun laatste album, dat zij opdroegen aan de vorig jaar overleden essayist Charles Bowden, bracht Calexico nog het aangrijpende ‘When The Angels Played’ met sobere harmonicabegeleiding en het meergelaagde ‘Tapping On The Line’, opnieuw met accordeon en het zoveelste hoogtepunt. Het zwoel gebrachte maar intrinsiek tragische ‘World Undone’, één van mijn favorieten, liet je rillen ondanks de hitte en ook het sober vertolkte  ‘Let It Slip Away’ ontroerde. Maar wanneer de temperamentvolle Amparo Sánchez zich bij de muzikanten vervoegde sloeg de Spaanse verrukking toe zoals bij ‘Roka’ met opzwepende pianobegeleiding of het reeds genoemde ‘Güero Canelo’. Alleen de prachtige ballade ‘Con Toda Palabra’, song van de veel te vroeg overleden Lhasa, was van heimwee doortrokken met wederom die accordeon die als geen ander begripsvol weet aan te leunen bij het smachtende ‘la luz de tu cara, la luz de tu cuerpo’. Toen vervoegde ook het groepje van de ‘Barr Brothers’ uit Montréal met harpiste Sarah Page zich bij het gezelschap, - dat in het voorprogramma het publiek reeds met sfeervolle songs had verrukt en die zo vlug mogelijk zelf een avondvullend concert zouden moeten geven -. Opnieuw dankte Joey Burns met zijn gloedvolle stem het publiek voor hun talrijke opkomst en respons, wat hem deed besluiten met het bekende ‘Love Will Tear Us Apart’ als het ware uitgevoerd als het Mexicaans equivalent van de ‘9de Symfonie van Beethoven’ om te eindigen met ‘Follow The River’ als een groovy zegening van de voltallige muzikantengroep.

 Marcie

Foto © Yvo Zels

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Artiest info
website  
   

AB, BRUSSEL27/04/15