-->
(GE)VARENWINKEL @ HERSELT - 29/08/25
THE VIC-KINGS* ♫ ROBERT FINLEY ♫ SMOKESTACK LIGHTNIN'*
♫ BJ SCOTT & DEVINE REBELS ♫JESPER LINDELL & THE BRUNNSVIK SOUND*
♫ DELTA GENERATORS ♫ MUDDY WHAT?*♫
DAWN BROTHERS ♫ VON ROB* (*roots tent)
VON ROB is de artiestennaam van Robbe Verheyden, een Belgische singer-songwriter uit Aarschot, geboren in augustus 2001. Hij begon al op vijfjarige leeftijd gitaar te spelen. Op zijn vijftiende richtte hij zijn eerste band Casual Trip op, waarmee hij in 2017 op Pukkelpop speelde, de jongste band ooit aldaar, zij waren maar 15 à 16 jaar. Vanaf zijn zeventiende begon hij zelf songs te schrijven en produceren. Heeft twee muzikale gezichten, enerzijds blueskant en americana, deels rock bij Rover en Goe Grief, één van zijn idolen meldt hij Eddie Vedder van Pearl Jam. Rob's band bestaat uit Robbe Verheyden gitaar & zang, Gerrit Vandevelde op bas, Jules Verstrepen op de toetsen en Dirk Vandenbulcke op drums. Zoals primeur dit jaar een lekkere wijn is, verschijnt Robbe Verheyden hier als vierkoppige band in de kleinere tent maar zeker niet minder waardig rootspodium. Om op dit vroege middaguur in de stemming te komen met best te pruimen eigen songs als “Picture Me “ en “Dreamstalker”. Ook met duidelijk sterke trotse stem “Not Beneath For Above”, zijn eerst gereleasde song “Take It All” en op country way rijden we graag mee met zijn “Motorcycle”. Of het nog plezant is, vraagt hij ons. Zijn trotsheid mag zeker vermeld worden, hij is hier in deze streek opgegroeid komt al van jongsaf naar dit hoogstaand festival, dan ook leuk om met zijn naam mee op de affiche te staan. Je hoeft het inderdaad niet altijd ver te zoeken. Een recent geschreven “My Angel” en uit zijn nieuw album “Don't Worry Mother”. Een slowe opener op keys “What If She Lied”. Dankwoordje aan de ganse organisatie na een geslaagd “I'll Be Forgotten”. Nee vergeten doen we ook het ganse team vrijwilligers hier zeker niet ! “Even If You Stay Home” en een song geschreven voor een speciale griet “She Puts The Music In Me”. Ook “The Devil” is hier aanwezig met uitstekende solo op akoestische gitaar, gaat dan in duel met keyboard, waarna die zelf op de toetsen soleert en de band met een indrukwekkend uptempo finale eindigt. Hopelijk en hoogstwaarschijnlijk zien we deze band nog meer, vernemen we misschien ooit wie die speciale griet is en alvast prachtige opener hier op Gevarenwinkel.
Over naar de grote tent waar de DAWN BROTHERS ons verwelkomen, ook met z'n vier, deze maal speelt de zanger elektrisch. Als Rotterdamse rootsband leerden ze elkaar kennen in de lokale muziekscene en rond het conservatorium Codarts. De band ontstond in 2015 en bracht in 2017 het debuutalbum “Stayin' Out Late” uit. Hun muziek is een mix van Americana, blues, soul, folkrock en southern rock. Ze grijpen duidelijk terug naar de jaren 60 en 70, maar het is geen retroband die oude muziek probeert na te spelen. Ze maken er hun eigen hedendaagse rootsmuziek van. Het Rotterdamse viertal bestaat uit: Bas van Holt (zang en gitaar), Rowan de Vos (toetsen en zang), Tammo Deuling (bas) en Rafael Schwiddessen (drums). Ze hebben een heel sterke muzikale band met DeWolff. Hun eerste album werd opgenomen in de studio van DeWolff-gitarist/zanger Pablo van de Poel. En DeWolff produceerde verschillende projecten van de Dawn Brothers. Samen met DeWolff, maakten ze twee albums, hun totaal staat intussen op negen. Hun meest recente studioalbum is “Cry Alone”, uit maart 2025. Daarop wordt hun Americana-geluid iets donkerder en experimenteler. Maar ook nog dit jaar een live album “Under the Cover of the Midnight Hour”. De Dawn Brothers openen hier ademloos, iedereen aandachtig, hoewel ook veel Nederlanders aanwezig, voor de meeste onder ons nieuwe verschijning met “For Better Or Worse”. Al direct in ieders smaak verder met ” Seven Year Itch” en Do Me Wrong”. Zo ook vloeiend en uitmuntend samenspel in “Crying” en “It's So Easy”. Geen devil hier maar een “Vampire” belaagt ons. “Stayin' Out Late” behoeft geen uitleg noch “Cry Alone”, de titelsong van hun 2025 album. Blues maar breder dan pure blues, een vintage Amerikaanse warme, rauwe en groovy sound, maar zonder dat het een retro-copy wordt. Soms denk ik wat invloed van The Doors te herkennen, maar “Let It Bleed” is dan weer duidelijk andere koek. Nee, geen Stones maar alle lekker verteerbare eigen songs, misschien wel filmisch soulvol. Sluiten zinderend af met Pictures” en breken dan glorieus uit met toch iets duivels “Devil Woman”. Prachtig en veelzijdige blues vandaag hier op de 28ste editie van gevarenwinkel (sinds 1999).
MUDDY WHAT? is een jong Duits trio uit München sinds hun oprichting in 2006 muzikaal actief. Ina Spang (lead gitaar, mandoline) won met haar broer Fabian (zang, gitaar) en Michi Lang (drums) de German Blues Challenge 2020 en verdedigde Duitsland tijdens de Blues Challenge 2021 in Memphis. Hun muziek Zij spelen geen gewone traditionele blues maar mengen blues, rock, folk met psychedelische invloeden. Vooral de combinatie van Ina Spangs mandoline en gitaar en Fabian Spangs zang/gitaar als herkenbaar geluid. Sinds 2018 staan er zes albums op hun naam,waardoor je duidelijk hun evolutie merkt. Van klassieke blues op eerste, tot meer akoestisch, dan live/improvisatie, een volledig eigen repertoire tot moderne New Blues op hun laatste album “Neon Soul”, welk dit jaar in maart verscheen. Eerder het grote podium waardig, maar zoals al vermeld voelt de kleine tent zeker niet inferieur aan, integendeel, de tent staat dan ook vol. Openen met “Your Live is Broken”, uit hun 2018 album “Gone For Mississippi”. Uit hun nieuwste album (maart 2026) en titeltrack “Neonsoul”. Het blijft gewelddadig en vooral haar expressiviteit valt ons op in “Spider Legs”, de titeltrack van dat album uit 2022, over een fiddler from hell. Net nog niet meeklappend publiek op “Unconstainable” maar Ina van links naar rechts op het podium als een vrouwelijke Zac Schulze. We vernoemden vandaag al de veelzijdigheid binnen de blues, hier hun modernere New Blues gemengd met soul, roots en hedendaagse bluesrock. Maar ook een versie op “Lonesome Road”, een oud volksliedje. Folk/blues dat eerste maal werd opgenomen in 1923 door de Amerikaanse Appalachian muzikant Henry Witter, later legendarisch herwerkt door Big Bill Broonzy, Woody Guthrie en Muddy Waters. Hier in een modern jasje met een energieke, meer stuwende versie en vurige mandoline én gitarenspel van Ina in combinatie met de soulvolle zang van broer Fabian. Op diezelfde vernieuwende wijze een “Voodoo Child”. Subtieler dan de blues rock waardoor meer ruimte ontstaat voor de tekst. Een intiemer nummer met briljant geslaagd instrumentenwerk over liefdesbrieven op een waslijn opgehangen, nadat ze door een storm vol roet en stof besmeurd waren, “Letters On a Line”, ook uit dat laatste album Neon Soul. Nog een rollende live groove in Jumping Jack Flash en Honky Tonk Woman en nu wel meeklappend publiek. Alweer schot in de roos hier.
De DELTA GENERATORS is een rockband uit Bean Town Boston, in 2007 opgericht. Hebben sinds hun debuut in 2008 een indrukwekkende reputatie uitgebouwd. Ze combineren diverse genres waaronder blues, roots, R&B, americana en rock, wat resulteert in een unieke sound. een combinatie van Texas-roadhouseblues en Mississippi-juke-joint, met veel slidegitaar en krachtige harmonica. De huidige bezetting is: Brian Templeton (zang, mondharmonica en ritmegitaar), Charlie O'Neal (elektrische en akoestische gitaar), Rick O'Neal (bas) en Jeff Armstrong (drums). We zagen hen al paar keer o.a. Moulin Blues 2023, op Swing Wespelaar 2024 en Blues Peer 2025 en 2026. We accentueren Brian Templeton als belangrijke troef, hij is degene die de band een eigen gezicht geeft. Hij kwam in 2016 bij de Delta Generators nadat oorspronkelijke zanger Craig Rawding vertrok. Templeton was toen al sinds 1991 actief in de Bostonse muziekscene en had naam gemaakt met The Radio Kings. Hij had bovendien al in Amerika en Europa getourd. Hij zingt niet alleen, zijn mondharmonica is een essentieel onderdeel van het geluid, daarbij is hij een uitgesproken frontman. De band zelf zegt dat zijn komst de groep naar een hoger niveau heeft getild. Hebben een recent album “ On & On” (mei 2026). Openen met eigen nummers “Hand Me On Blues”, alsook het eerste nummer van hun 2008 debuutalbum “Devil in the Rhythm”en “Strike The Bells”. Al snel songs uit dat nieuwste album: “Ginny Mae”, “Mr. Vain”, “I Got You”, “Poker Face” en Baby Bomb. Brian dreigt te stagediven maar trekt schertsend terug. Interactie genoeg als hij de vertaling vraagt voor “Joy”, plezier is dan ook wat hij aan de ganse tent overdraagt. Hoogtepunt wanneer ganse zaal met hem "Hey Lady" meezingt. Een echte publieksfavoriet “Hey Lady Lady Low”, wordt dan zelfs de smeekbede van het publiek voor hun encore. Brian is nog altijd de leading hand met een machtige stem, vol energie en met een constante happy mood. Blijft een topband om naar uit te kijken.
JESPER LINDELL & THE BRUNNSVIK SOUNDS is een Zweedse band uit Ludvika. Jesper Lindell geboren in 1993, begon gitaar te spelen nadat hij op zijn dertiende bij een voetbalwedstrijd zijn been brak en zijn oudere broer Anton hem, tijdens zijn herstel, gitaar leerde spelen. Muziek won het uiteindelijk van voetbal. Zijn grote doorbraak kwam in 2017 met "Moving On". Het nummer werd gemaakt met hulp van de Zweedse zussen Klara en Johanna Söderberg van First Aid Kit en leverde Lindell een gouden plaat op. Daarna ontwikkelde hij zich tot een uitstekende soulvolle singer-songwriter en bandleider. Het belangrijke verschil met een gewone singer-songwriter is dat The Brunnsvik Sounds echt een band is. Lindell brengt zijn songs naar de groep, waarna de muzikanten gezamenlijk de arrangementen en het geluid ontwikkelen. Ze hebben bovendien enorm veel opgetreden, meer dan 600 concerten in Europa. De bezetting omvat Jesper Lindell (zang en gitaar), Anton Lindell (bas), Jimmy Reimers (gitaar, viool, trompet en zang), Simon Wilhelmsson (drums), Rasmus Fors (keyboards) en Carl Lindval (keyboards).Openen met “Whicha Way Did It Go” vanop nieuw album “Royal” (juni 2026). Een Southern Soul ballade van een omgevormde Willie Nelson country song als basis “Pretend I Never Happened”. Eigen song “Westcoast Rain”, met grootse Hamond solo en waar je de geest van “The Band” herkent. Idem voor “Brunnsvik” warme soul ballade, met beetje Jespers nasale zangstem en ode aan zijn en hun thuisbasis. In een 70-ies sfeer verder “If There”, “Dance” en “Even If”, eigen songs waarin de keys altijd even belangrijk klinken als het snarenwerk. Iets meer drive in “Getaway”, maar zeker nog meer voortstuwend in “ Motorcycle Song”, over vrijheid en ontsnappen aan het gewone leven. Perfect aansluitend “White Lines”, de witte middenstrepen op de weg, symbool voor onderweg zijn, on the road met iets meer rock. “Moving Slow”, duidelijke folk invloeden in de stijl van Chris Stapleton maar dan met een Scandinavische Indie touch. Polk Sallad Annie in een Southern Rock kleedje mag er hier ook altijd bij. Veelzijdigheid blijft nog altijd troef vandaag hier in Herselt.
Beverly Jo Scott, beter bekend als BJ SCOTT, is een Amerikaanse singer-songwriter uit Alabama die al tientallen jaren in België woont. Veel Belgen kennen haar als coach van The Voice Belgique en als radiomaker bij Classic 21. DIVINE REBELS is een vierkoppig, volledig vrouwelijk gezelschap met BJ Scott (zang en gitaar), Gaëlle Mievis (zang en drums), Claire Joseph (zang en bas) en Skye (zang en gitaar). Het bijzondere is dat dit geen willekeurig samengestelde supergroep is. De drie andere vrouwen hebben al een lange muzikale geschiedenis met BJ Scott én met elkaar. Claire Joseph, Skye en Gaëlle Mievis vormden jarenlang het trio Sirius Plan. Claire en Skye gingen later verder met Pur-Sang, terwijl Gaëlle onder andere actief werd bij Banging Souls. De aanleiding van hun ontstaan was een muzikale avond in Alabama in de zomer van 2024. BJ, Gaëlle, Claire en Skye kwamen daar weer samen op een podium. Ze begonnen klassiekers en eigen nummers te spelen, de stemmen en instrumenten bleken onmiddellijk fantastisch samen te klinken. “O' Desire” een intens blues soulvol nummer dat BJ zelf schreef in 1991, over verlangen en obsessie. Zo ook met uniek stembereik waarmee ze moeiteloos schakelt tussen fluisterende, intieme passie en krachtige, soulvolle uithalen. Maar zij niet alleen, afwisselend wordt door ieder voorgezongen, de vierstemmige harmonie klinkt uitmuntend, om nu en dan om je wenkbrauwen te fronsen. “Crossroad “ van Calvin Russell, een prachtig voorbeeld waarin het ruige blueskarakter van het nummer en de gelaagde, hemelse samenzang van de vier vrouwen zorgt voor kippenvel. “Down in Mississippi”, in een eigen doorleefde versie van de rauwe bluesklassieker van J.B. Lenoir (1966). “Can't Let Go”, een ontzettend bezielde cover van Randy weeks, groot gemaakt door Lucinda Williams. Met z'n vier krijgt dit nummer een waanzinnige zo niet gospelachtige diepgang. Ode aan een andere grote dame, oorspronkelijke schrijfster, net deze week overleden op 80jarige leeftijd: Dolly Parton, met het breekbare “Jolene”, haar bekendste country song uit 1973. “Cheeky Bye Bye”, een geweldige, uptempo uptown-bluessong, met high notes, die oorspronkelijk is uitgebracht door het Belgische vrouwentrio 'Pur Sang', waar haar eigen 'Divine Rebel' achtergrondzangeres Gaëlle Mievis deel van uitmaakt. “The Daughters”, een gelaagde en sociaal-geëngageerde song die kritiek uit op de vaak tegenstrijdige en oneerlijke verwachtingen die de maatschappij en traditionele milieus opleggen aan vrouwen en jonge meisjes. Bloedmooie, harmonieuze cover dat oorspronkelijk is van de Amerikaanse countrygroep 'Little Big Town'. Ieders bekende “Paint It Black” voorgezongen door Gaëlle. “The Chain” en “Big River” zijn nummers voor zwarte gospel zangeressen, hier zit een zwarte blanke mama op het podium, met haar drie dochters. Geweldig applaus waarbij een bisnummer hoort. “The House Of The Rising Sun”, je mag er van dromen.
SMOKESTACK LIGHTNIN' is een Duitse rootsband uit de omgeving van Nürnberg, opgericht in 1995. Hun muziek zit vooral in de hoek van rockabilly, country, blues, rock-'n-roll en americana. Hebben een heel eigen, ouderwets aandoend geluid, geen moderne americana met een gepolijste productie, maar muziek die duidelijk teruggrijpt naar de Amerikaanse jaren 40, 50 en vroege jaren 60. De band bestaat uit Bernie Batke (zang en bas) , Axel Brückner (gitaar en zang), Flo Kenner (gitaar en zang) en Frank Schwab (drums). De bandnaam verwijst naar de rookpluimen van stoomlocomotieven die 's nachts aan de horizon zichtbaar zijn, tevens het bluesnummer van Howlin' Wolf uit 1956. Het wordt een energieke set met country opener “Travellin' Bone”, van Tony Joe White. Aansluitend “Home In My Hand” en de ultieme roadsong “Down The Road”. Country rockende “Carter Cain”. Een rustpunt met “Swamp Country” waar het moerasgebied met alligators wordt beschreven en de sfeer van het diepe Amerikaanse zuiden. Rocking uptempo swinging rockabilly stampers als “Louisville”, een soulvol en meeslepende ballade “It's All Over” een poppy “Whatever Happened To The Girl” en hun rasechte “If I Really Bug You”, getuigen allemaal van scherpe riffs en technisch sterk gitaarwerk. De dampende Tony Joe White klassieker ”Polk Salad Annie” dweept de ganse tent op. Nog een swingende Glen Campbell hit “Gentle On My Mind” in een Smokestack sausje. Gierende uptempo in eigen songs “One Man Down” en country gewijs “Wandering Soul”. “El Camino Real”, Spaans voor De Koninklijke Weg verwijst naar de historische, 966 kilometer lange route die de Spaanse missieposten in Californië met elkaar verbond alsook één van hun meest energieke nummers om de on-the-road sfeer weer te geven. De rook en het hoge vintage Rock'n Roll gehalte van Smokestack Lightnin' zit nu diep in ons bloed, hopelijk moeten we straks niet blazen.
ROBERT FINLEY is een Amerikaanse blues-, soul- en gospelzanger uit Louisiana. Hij is een bijzonder verhaal, juist omdat zijn grote doorbraak pas kwam toen hij al in de zestig was. Werd geboren in 1954 in Louisiana en groeide op met gospelmuziek en blues. Op zijn elfde kocht hij, van geld dat eigenlijk voor schoenen bedoeld was, een gitaar. Finley speelde al jong gitaar en trad op in kerken en lokale clubs. In 1970 ging hij bij het Amerikaanse leger. Hij zou oorspronkelijk als helikoptertechnicus werken, maar belandde bij de legerband als gitarist en bandleider en reisde daarmee door Europa. Na zijn diensttijd bleef muziek belangrijk, maar hij moest vooral zijn brood verdienen. Werkte dan jarenlang als timmerman, terwijl hij daarnaast optrad als straatmuzikant en gospelzanger. Een groot keerpunt kwam toen zijn gezichtsvermogen sterk achteruitging door glaucoom. Uiteindelijk werd hij vrijwel blind en kon zijn werk als timmerman niet meer doen. In plaats van zijn muzikale ambities op te geven, besloot hij juist vol voor muziek te gaan. De ongelooflijke comeback kwam in 2015 wanneer hij werd ontdekt door de 'Music Maker Relief Foundation', die oudere bluesmuzikanten ondersteunt. Een jaar later verscheen zijn eerste album, “Age Don't Mean A Thing”.,Hij was toen 62. Zijn rauwe, krachtige stem trok de aandacht van Dan Auerbach, gitarist en zanger van The Black Keys. Auerbach werd vervolgens een belangrijke producent en medewerker van Finley. Samen maakten ze al vier albums: Goin' Platinum! (2017), Sharecropper's Son (2021) is meer dan interessant en sterk autobiografisch, Black Bayou (2023) en Hallelujah! Don't Let The Devil Fool Ya (2025). Ook verscheen Finley in America's Got Talent (2019), waar hij met zijn eigen nummer Get It While You Can veel indruk maakte. Hij bereikte uiteindelijk de halve finale. Zijn verhaal is eigenlijk filmisch: een jongen uit Louisiana die als kind een gitaar koopt in plaats van schoenen, in een legerband door Europa reist, vervolgens decennialang als timmerman en muzikant leeft, zijn zicht verliest en daarna op 62-jarige leeftijd alsnog een internationale bluescarrière begint. Finley wordt door zijn ernstige visuele beperking op het podium begeleid door zijn dochter Christy Johnson en vangt aan met “I'm A Dreamer”, klinkt alsof hij rechtstreeks uit een oude Amerikaanse juke joint komt, maar zingt de ware blues. Niet de pure traditionele. “What Goes Around Comes Around”, bijna predikend met een diepe en rauwe stem, maar zingt ineens verrassend hoog en soepel. “Medicine Woman”, waarmee hij destijds ook de jury en het publiek omverblies tijdens zijn deelname aan 'America's Got Talent'. “Sharecropper's Son”, een autobiografische song van zijn album “Black Bayou” een diepgaand bluesnummer waarin zingt Robert zingt over zijn zware jeugd in Louisiana, waar hij als kind van een pachtboer (sharecropper) al op zeer jonge leeftijd meedraaide op de katoenvelden in de brandende zon: "Ain't no time for education, too much corn in the field... never had time for playin'. Alsook “Living Out A Suitcase”, waarin hij zingt over zijn leven als reizende bluesmuzikant: "I'm livin' out a suitcase, traveling from town to town". Ook Cristy zingt niet alleen in duet met hem maar ook nu solo en bijna iedereen meezingend refrein “Take Me To The River”. Predikt nog een paar van zijn slogans : “I believe in miracles, because I am a miracle” en “try hope, it's better than dope, nobody ever died from hope”. “You Got It (And You Need It)”, is een van zijn meest funky en swingende soultracks, afkomstig van dat veelgeprezen album “Black Bayou”. Het nummer wisselt de rauwe, diepe blues af met een soepele groove en geeft Robert alle ruimte om zijn indrukwekkende falsetto-stem (kopstem) te laten horen. Zorgt voor een zwoel contrast met de diepere bluesnummers, als top van dit blues aanbod op een veelzijdig Gevarenwinkel 28.
En zo sluiten we deze avond alweer tenzij je nog de afterparty wil en kan beleven met de stoere Vic-Kings met David Ronaldo lead vocals/guitar, Charlie Verbinnen lead guitar, Patick Cuyvers keys, Geert Schuurmans bas en Hans Boeye drums. Overcovering in de kleine tent met o.a. Redhouse, Cortez The Killer, All Along The Watchtower, met Neil, Jimi en Like a Rolling Stone for de 'die hards' van dit grootse feest op Gevarenwinkel, we from Rootstime we had a great time en bedanken iedereen, zowel voor, op en achter het podium.
Guy Cuypers
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |