JOANNE SHAW TAYLOR versus TINY LEGS TIM
Blues, nothing but the blues

 

JOANNE SHAW TAYLOR versus TINY LEGS TIM

TINY LEGS TIM

In het Nederlands noemen ze deze emotie een dipje, alsof het om iets gastronomisch gaat. In het Frans bekt het wat stoerder. Daar gaat men voor le cafard. Amerikanen en Engelsen prefereren een kleur: the blues. Dit is van oorsprong het melancholische gevoel dat zwarte slaven hadden toen ze zich een bult moesten werken op de plantages. Door het zingen van de blues hoopten ze troost te vinden.
N.a.v. het Blueprint bluesfestival op 26 maart checken we even bij een nieuwe generatie bluesmuzikanten, zowel bij een mannelijk als vrouwelijk exemplaar. Geen van beiden is op een katoenveld geboren maar is blank en jong. Naast hun voorliefde voor hetzelfde muziekgenre hebben ze een drieledige artiestennaam als gelijkenis.

Tim, jij hebt West-Vlaamse roots.
Inderdaad, ik ben afkomstig uit het dorpje Westouter in de Westhoek. Hoop en al 1500 inwoners, tegen de Franse grens. Na mijn humaniora studeerde ik biologie in Gent en ben daar blijven plakken.

Waarom koos je muziek als beroep? Geen evidente keuze.
Vanaf mijn elfde heb ik altijd muziek gespeeld. Thuis werd gezegd dat ik eerst mijn studies moest afmaken en werk vinden. Daarna mocht muziek aan bod komen. Op mijn 23ste ben ik zwaar ziek geworden. Een aangeboren probleem met mijn lever. Na de eerste transplantatie volgde er een tweede. Ik ben zes jaar immobiel geweest. Ik beloofde mezelf dat als ik hier door raakte ik me 100% op de muziek zou richten. Momenteel gaat alles goed met mijn gezondheid. Ik neem medicatie tegen afstoting en ben ernstig vermagerd. Maar ik voel me gelukkig. Mijn artiestennaam Tiny Legs Tim is een grappige woordspeling op mijn tengere benen. Je hebt nog artiesten die dit doen zoals Blind Willie Johnson die, nogal wiedes, stekeblind was.

Vanwaar de liefde voor de blues?
Mijn ouders leefden volgens het gedachtengoed van mei ’68. Er werd veel muziek gedraaid thuis: zowel klassiek, jazz als Bob Dylan en blues. Er zaten zes echte bluesplaten, van die obscure, in de collectie. Zoals Lightnin’ Hopkins. Ik vond de sfeer en de klank van die muziek mysterieus en aanlokkelijk. Ondertussen ken ik de geschiedenis van de blues. Vroeger verstond ik geen Engels zodat enkel de muziek naar binnen kwam. Door mijn ziekte raakte ik ten volle gefascineerd door de blues. Ik had dingen om over te schrijven. De minder mooie kant van het leven… Tiny Legs Tim heeft een dubbele bodem. Iets negatiefs omtoveren tot iets positiefs. Ik heb parttime les gegeven maar dat zoog me op. Nu leid ik het leven dat ik wil leven: als muzikant. Weliswaar zonder alcohol en met voldoende slaap. Rock ’n roll, nietwaar.

Je opteert voor Deltablues. Geef eens wat uitleg hierover.
Dat verwijst naar het zuiden van de Verenigde Staten, meer bepaald de Mississipi Delta bekend om zijn katoenvelden, de bakermat van de blues. Eén persoon die zingt én akoestisch speelt. In die stijl zijn de bekendste namen Robert Johnson, Charley Patton en Son House. Een favoriet uitpikken kan ik niet. Ik vind ze elke op hun manier even goed.

Je verzorgde het voorprogramma van enkele grootheden. Tijd voor roddels.
Het concert van Pete Dorothy stelde niks voor. Hij was volledig gedrogeerd. Niemand trok er zich wat van aan. Zelfs zijn tourmanager was er gerust in. Richard Thompson daarentegen is een grappige gemoedelijke man. Hij gaf me complimenten. John Mayall heeft heel mijn optreden bijgewoond en raadde het publiek aan mijn cd te kopen.

Pas verscheen je nieuwe cd
Mijn vierde plaat is een akoestische geworden in duo met Steven Troch, jarenlang de frontman van Fried Bourbon. We hebben twee dagen live opgenomen in de Yellow Tape studio met één klassieke micro van het merk Melodium. Zonder technische snufjes. Het klinkt eerlijk en bijzonder goed.

Hoe ziet jouw ideale groep er uit?
Aan de drumkit plaats ik Fred Below, Willie Dixon op bas en Hubert Sumlin op gitaar. Little Walter leeft zich uit op mondharmonica. Helaas, al deze muzikanten zijn gestorven. Mijn band bestaat uit een aantal blanke negers als Frederik Van den Berghe (ex Arno) op drums, Steven Troch op mondharmonica en René Stock of Karel Algoed op contrabas.

Welke anekdote blijft je het meest bij?
Tijdens de opnames van mijn album Stepping Up zaten we vijf dagen met de groep in de studio. Tijdens het uitladen geraakten mijn vingers tussen een van de zware studio deuren. Shit, mijn linkerhand was gezwollen. Ondanks deze handicap hebben we toch opgenomen.

Luister je ook naar andere muziek?
Jawel hoor. Bob Dylan, Neil Young en Leonard Cohen bekoren me zeker. Ik volg ook de zaken van de collega’s. Ik moet toegeven, 90% van mijn aandacht gaat naar blues. Bij de hedendaagse muziek ben ik onder de indruk van Warhaus. Dit is het zijproject van Maarten Devoldere, frontman van Balthazar. Het jazzcombo Taxiwars rond Tom Barman vind ik straf. De Amerikaanse singersongwriter Kurt Vile staat eveneens hoog aangeschreven. Het moet mij raken en genoeg diepgang hebben.

Uw favoriete gitaar?
Ik lijd aan G.A.S. wat staat voor Gear Acquisition Syndrome. Het zorgt ervoor dat de spullen die bij de gitaar worden gebruikt slechts van korte duur bevredigend zijn. Er moeten altijd meer attributen of gitaren gekocht worden. Ik beken, ik koop veel gitaren. Maar ik heb er onlangs twee verkocht. Die ene ideale gitaar die alle andere kan vervangen ben ik nog niet tegengekomen.

Wat vind je van het Blueprint bluesfestival?
Het is een mooi samengestelde affiche die redelijk breed gaat. Van de hardere bluesrock tot het akoestische werk. Dat zal heel wat mensen aanspreken. Samen met Steven Troch stel ik er mijn nieuwe cd voor.

Is er nog iets dat je kwijt wilt?
Ik ben zeer tevreden van het parcours van Tiny Legs Tim na de donkere ziekteperiode. Ik ben altijd blijven doordoen. Traag maar gestaag. Ik bruis van de ideeën en heb nog veel om naar toe te werken. Kijk naar onze godfather Roland, 72 geworden. Die blijft verder doen op zijn eigenzinnige manier. Daar neem ik mijn hoed voor af.

JOANNE SHAW TAYLOR (U.K.)

Nog maar 30 jaar en Joanne heeft al zes cd’s op haar palmares. Haar albums staan hoog genoteerd in de US Billboard Top Blues. In 2010 won ze de onderscheiding van beste zangeres bij The British Blues Awards. Het jaar erop haalde ze de prijs als Songwriter of the Year binnen. Joanne speelt zeer expressief gitaar en haar enigszins hese stem past perfect bij de muziek die zij speelt. Stergitarist Joe Bonamassa noemt haar ‘A superstar in waiting’.

Het had wat voeten in de aarde voor we de blonde gitariste aan de lijn kregen. Na diverse mails naar haar manager kregen we haar nummer. Maar… ofwel nam ze niet op, ofwel sloeg de voicemail aan. Uiteindelijk kreeg ik contact via haar roadmanager. Het interview kon plaatsvinden tussen de soundcheck en het avondmaal. Helaas, een buitenlandse gsm-lijn is niet altijd even duidelijk. Op de koop toe spreekt ze met een zwaar Brits accent… en ze heeft weinig tijd. Om dit gitaarwonder, ook wel het nieuwe gezicht van de blues genoemd, te spreken neem ik er de ambetantigheden bij.

Je bent ontdekt door Dave Stewart van Eurythmics. Hoe is dat verlopen?
Ik was pas 16 toen ik hem een cassette overhandigde na een liefdadigheidsconcert. Dave bleek danig onder de indruk. Ik werd uitgenodigd om mee te spelen in zijn supergroep D.U.P. met onder meer Candy Dulfer en Jimmy Cliff. Later stond ik met Annie Lennox op het podium voor zo’n 12.000 toeschouwers.

Hou je van Let’s Dance van David Bowie?
Sure I do. Het was de zoveelste switch in zijn carriere en het werd zijn best verkochte album. Het zal je niet verwonderen dat ik er gek op ben omdat Stevie Ray Vaughn, één van mijn helden, er leadgitaar op speelt. David had Stevie ontdekt op Montreux Jazz. Op de singles Let’s Dance, China Girl en Cat People hoor je duidelijk Stevie’s zeer herkenbare Albert King-stijl.
Jimi Hendrix is ook één van je favorieten.
Vertel.
Zijn debuutalbum Are You Experienced heeft me werkelijk van mijn sokken geblazen. Het nummer Manic Depression staat bij mij op kop. Hendrix schreef de song nadat zijn manager Chas Chandler op een persconferentie verteld had dat Jimi klonk als een manisch depressieveling.

Herinner jij je optreden zo’n 10 jaar terug in een Bredense kroeg vlakbij Oostende?
Oh my god. Neen, dat zegt me niks meer. Ik ben zowat constant aan het toeren en niet alles blijft me bij. Ik ken ook geen Belgische muzikanten want ik speel slechts sporadisch in je land. Voor en na mijn shows schiet er niet zoveel tijd over.

Al je concerten in het Verenigd Koninkrijk zijn uitverkocht. Is dit een gevolg van je verschijning in ‘Later… with Jools Holland’?
Dat heeft ermee te maken. Maar ik krijg ook lovende recensies, mijn cd’s scoren super, collega’s als John Mayall en Stevie Wonder apprecieren me, en ik speel onnoemelijk veel. Zo krijg je faam.
Sorry mate, I’ve got to go. Daar gaat mijn goede reputatie. See you at the festival.

Dirk Ghys

BLUEPRINT BLUESFESTIVAL
zondag 26 maart 2017, 16 uur
cc Zomerloos Gistel, cultuur@gistel.be, 059 27 98 71, € 18