THE NIMMO BROTHERS - MOL - 02/11/12

Artiest info
Website  

 

 

MOL - 02/11/12

recensie

 

Alan Nimmo kennen we hier al geruime tijd als de goedlachse frontman van King King, en aldus maakte hij al menig podium onveilig in België en Nederland.
Stephen Nimmo speelde jaren bij allerlei bands, maar moest het in 2009 wat langzamer aan doen toen hij te horen kreeg dat hij kanker had. Gelukkig is hij ondertussen volledig genezen. De songs die hij tijdens zijn ziekte schreef, nam hij op, en in 2010 verscheen 'The Wynds of Life'. Alan en Stephen Nimmo zijn al heel lang broers. Na jaren apart te hebben gespeeld, besloten ze samen te werken, en uit die samenwerking vloeiden al een 6-tal albums, gevuld met blues en stevig gitaarwerk. Voor hun meest recente plaat besloten ze het op hun eigen manier te doen, en 'Brother To Brother' was geboren. Een stevige rockplaat die duidelijk de mosterd haalt bij de 70ies rock van oa Free en Bad Company.

Stephen en Alan zijn twee goedgemutste mannen met een flinke dosis Schotse humor én ditto tongval. Samen voelen ze zich in hun sas, en hun samenhorigheid en guitigheid schalde door mijn oren bij het beluisteren van het interview dat ik op 2 november met hen had in het Gompelhof in Mol.

Alan, hoe voelde het om nog eens met je broer te werken? 
Alan – Ik haat hem, we komen totaal niet overeen (lacht). Welnee, het is plezant en heel gemakkelijk. Na zoveel jaar hebben we een band die verdergaat dan broers,  we zijn ook vrienden en werkkameraden.

Wat is het verschil dan met King King?
Stephen – Bij King King moet jij al het harde werk doen (lacht).
Alan – Ja, hier kunnen we het werk verdelen. Het is heel verschillend, want bij King King ben ik diegene die vooraan staat en dus ligt alle druk bij mij. Als ik samen met Stevie speel, staan we samen vooraan.

Maar bij King King staat er toch ook nog altijd een groep achter jou?
Alan – Natuurlijk, maar ik ben de frontman. Ik vind het wel leuk, het is een uitdaging, en ik moet er harder werken. En zo word ik ook een betere muzikant, zanger en performer. Echter, het is wel leuk als je broer gewoonweg naast je staat.
Stephen – Ja, vroeger was hij aan de luie kant (lacht).

Wie heeft jullie beïnvloed op muzikaal gebied?
Stephen – Heel veel muziekjes vanaf de jaren 70, zoals Thin Lizzy, Whitesnake, Free, Bad Company...
Alan - Peter Green's Fleetwood Mac, Eric Clapton, BB King. Alle klassiekers, en ook nog veel moderne rockmuziek, zelfs wat country of Americana soul.
Stephen – Als het goede muziek is, dan ben ik fan.
Alan – Katy Perry is een van mijn favorieten nu.
Stephen – Om naar te kijken?
Alan – 'Tuurlijk, waar hadden we het anders over (lacht)?

Whitesnake lijkt mij een rare keuze.
Stephen – Ja, maar ik bedoel wel degelijk Whitesnake in de jaren 70, dus voor al dat gedoe met hun haar en zo. In het begin waren ze eigenlijk een bluesband.
Alan – Enkele weken geleden hebben we nog met Mickey Moody, één van oorspronkelijke gitaristen, gespeeld op het lanceringsfeest van onze cd in Londen. Het was fantastisch om zo'n rocklegende op het podium te hebben.

'Brother to Brother' zit vol klanken uit de jaren 70. Was het de bedoeling om die sfeer te creeën?
Stephen – Nee, we hadden besloten een album te maken zonder ons teveel aan te trekken van ons publiek. Vroeger schreven we songs, en als die niet bluesy genoeg klonken, dan pasten we het aan. Maar deze keer hebben we gewoon geschreven, zonder bijgedachten.
Alan – Het was echt leuk, en heel verrassend dat al onze invloeden tevoorschijn kwamen, misschien juist omdat we onszelf geen beperkingen oplegden?

Schrijven jullie samen of apart?
Stephen – Dat hangt ervan af.
Alan – Allebei eigenlijk. Soms schrijf ik iets, en ga ik ermee naar Stevie en we werken het af, of omgekeerd. En als we samen op dezelfde plaats zijn, werken we samen aan iets...
Stephen – ... wat nogal moeilijk is. Maar ja, zo doen we het meestal: één van ons schrijft iets, en dan belt hij de ander op om dat voor te leggen.
Alan – We zingen wat af als we elkaar telefoneren (lacht).
Stephen – Da's waar (lacht)!

Hoe beslissen jullie wie wat zingt? Is dat diegene die het lied ook geschreven heeft?
Stephen – Niet altijd. Soms schrijf ik iets waarvan ik achteraf vind dat Alans stem er beter bij past. Sommige liedjes zijn beter gediend met een diepere stem.
Alan – Aan de andere kant, als één van ons iets schrijft met een persoonlijke tekst, dan zal die persoon het ook zingen. Dat kan alle kanten uitgaan. Soms durven we op het podium ook al eens afspreken wie wat gaat zingen.
Stephen – Ik heb onlangs een opname teruggevonden van een optreden waar ik iets zong, en ik was dat helemaal vergeten. Want nu zingt Alan dat lied altijd.

Is de titel een statement, of heeft het een speciale betekenis?
Stephen – Ja, toch een beetje. Ik had thuis, in Frankrijk, een lied geschreven, en Alan in Schotland ook, en blijkbaar hadden we allebei de tekst 'Brother to Brother' gebruikt. De titel was dus vlug gekozen. Was het een teken? Misschien wel, maar ik denk dat het vooral aantoonde dat we hetzelfde voelden toen we de songs schreven.

Blues is niet meer zo populair als in de jaren 60. Denken jullie dat we nu in een opwaartse of neerwaartse spiraal zitten?
Alan – De laatste jaren is er zeker een opwaartse beweging. Maar natuurlijk is het spijtig dat de blues niet meer zo populair is als in de jaren 60 en 70. Het goede is wel dat er nog altijd heel wat bands zijn, en iedereen probeert die goede dagen terug te brengen, ook al zal de blues nooit meer zo groot zijn als toen.
Stephen – Er zijn ook nog groepen zoals de Black Keys, en die maken het genre terug populairder.
Alan – Juist, dus volgens ons is er nog een massale aandacht voor blues en bluesrock. We moeten alleen ons best doen om die genres levendig te houden.

Komen jullie goed overeen met andere groepen en muzikanten in de Britse bluesscene?
Stephen – Natuurlijk, want het is een kleine scene. Iedereen kent iedereen, dus het is quasi onmogelijk om iemand zwart te maken, want op een dag kom je die persoon weer tegen.
Alan – Zoals de mannen die we vandaag meehebben. Dave Raeburn speelde vroeger bij The Hoax en bij Danny Bryant. En Mat Beable heeft nog bij Jon Amor gespeeld. We zijn allemaal al heel lang bevriend. En na al die jaren voelen we ons een beetje veteranen. Het doet wel deugd dat er een nieuwe generatie op komst is, zoals bv. Oli Brown. We hopen alleen maar dat zij op hetzelfde niveau kunnnen spelen, dat ze het genre geen onrecht aandoen.

Waar zitten jullie over 10 jaar? 
Stephen – In een rolstoel (lacht)?
Alan – We stoppen zeker nog niet. Zolang het publiek de Nimmo Brothers wil, zullen de Nimmo Brothers spelen. Zo eenvoudig is het. We kunnen nog heel wat tonen, we hebben nog steeds veel ideëen. We doen altijd ons best, en willen altijd een topprestatie leveren. Dat is nog niet veranderd.
Stephen – Belangrijk is dat we betere muzikanten, songschrijvers en zangers worden. Op elk optreden geven we alles wat we in ons hebben, omdat we echt geloven dat we dat voor het publiek moeten doen. Want zij hebben beslist om naar ons te komen, terwijl ze eender wat hadden kunnen doen. Dat is onze plicht. De dag dat we merken dat dat niet meer lukt, stoppen we ermee, want dat wil zeggen dat we niet meer in onszelf geloven. Maar die dag is nog héél ver weg!

Hoe hebben jullie ontdekt dat jullie konden zingen?
Alan – Eigenlijk was Stevie van in het begin de zanger van ons twee, want ik vond het niet leuk, ik wou geen zanger zijn. Maar ik ben in die rol gedwongen. Voordat Stevie en ik samenspeelden, hadden we elk onze eigen groep, en toen moest ik wel zingen. Maar nu vind ik het veel leuker, ik ben er beter in geworden. Maar wat mij betreft is Stevie nog altijd de zanger.
Stephen – We hebben verschillende stemmen, maar ik vind dat we allebei even goed zingen. Er zijn dingen die Alan kan met zijn stem, en ik niet, en omgekeerd.

In het verleden hebben jullie een akoestisch album uitgebracht, en jullie treden ook akoestisch op. Wat is het verschil met electrisch?
Stephen – Ik vind akoestisch heel leuk, want het is naakt en open, er is geen ontkomen aan. En de mensen luisteren echt naar wat je zingt, naar de melodie en de tekst, dus je songs moeten goed zijn.
Alan – Ik denk dat het nog eens aantoont hoe gedreven we zijn, dat we ons willen verbeteren. Want het is echt een uitdaging, omdat het zo naakt is. Een uitdaging om een betere songschrijver en zanger te worden, en om betere melodiën te schrijven. Plus, het is stil. Er zit geen drummer achter ons lawaai te maken (lacht).
We hebben vorige week nog een akoestische show gegeven in Glasgow, als afsluiter van onze Britse toer, en het was echt fantastisch. Alleen wij getweën met onze akoestische gitaren.
Stephen – Zoals het vroeger ook was.
Alan – En het is rustgevend voor ons en voor het publiek. Ze zitten gewoon naast ons en kunnen genieten. We doen een babbel met hen, we spelen liedjes. Zo simpel is het.

Is het niet confronterend?
Alan – Soms wel, maar het is fantastisch om je songs aan een publiek voor te stellen. We zouden dit nog veel meer willen doen.
Stephen – We hebben het nog niet genoeg gedaan!
Alan – Ik weet het, maar het is niet gemakkelijk, want de groep komt al eens in de weg te zitten. Als duo kunnen we  op andere plaatsen spelen en we kunnen een ander publiek aanboren. Zie je, tijdens die akoestische shows spelen we niet onze gewone electrische nummers in een andere versie, we spelen volledig andere songs. Er is dus een hele zijde van de Nimmo Brothers die niet zo gekend is, en we zouden het leuk vinden moesten meer mensen die wel kennen.

Alan, jij draagt soms een kilt op het podium. Is dat een gimmick of ben je een trotse Schot? 
Alan – Het is eigenlijk een beetje een grap, maar als ik eerlijk mag zijn, ben ik wel een trotse Schot, ook al loop ik niet constant Schotse dichters voor te dragen (lacht). Maar die kilt bij King King is wel een gimmick.
Stephen – Ik had vroeger niet dat 'Schotse' gevoel, want we reisden heel wat af en waren nooit thuis. Maar ik woon nu al 7 jaar in Frankrijk, en nu word ik meer en meer een trotse Schot. Want als je ergens woont, zie je niet hoe mooi het daar wel is, tot je er weg bent.

Maar hoe zit het dan met het debat voor de onafhankelijkheid?
Stephen – Volledige onafhankelijkeheid? Ik zie dat niet gebeuren. Maar dat is politiek.
Alan – Ja, wij zijn muzikanten, en we kunnen hier wel doen alsof we een groots debat voeren, maar ik vind dat iets voor de politiek. En als Schotland onafhankelijk wordt, dan wens ik hen veel geluk!

Laatste vraag: vinyl, cd of digitaal?
Alan – Ik mis de oude vinyldagen. Vinyl was gewoon anders, ruwer en organischer, ook al ben ik opgegroeid in het cd-tijdperk. Maar al die jonge bands spreken over digitale bestanden, en dat zegt me totaal niks. Wij discussiëren regelmatig hierover, en we hebben nog altijd liever een 'product' in onze handen, of dat nu vinyl of cd is. Zelfs als muziekfans, als ik iets koop van een andere groep wil ik graag weten wie wat en hoe gespeeld heeft.
Stephen – Ik heb twee antwoorden hiervoor. Eén, de technische persoon in mij zegt 'cd', want het is veel gemakkelijker om een cd te maken, en het opnemen is ook simpel. Maar als muzikant en  muziekbeluisteraar hou ik van vinyl. Je hoort gewoon de kracht en de ruwheid eruit spatten. En dat is verloren gegaan met de cd.
Alan – Het is allemaal te gepolijst geworden.
Stephen – Zeker als ze oude opnames remasteren. Als je dan de nieuwe cd met het oude vinyl vergelijkt, dan heb je een ander geluid, het is precies een ander album. Dus op technisch vlak: cd, op muzikaal gebied: vinyl, zonder twijfel!

Kathy Van Peteghem