JUNI 2004

SMOKIN ' JOE KUBEK & BNOIS KING - JIMMY THACKERY- HARRY MANX & KEVIN BREIT- HANK SHIZZOE & LOOSE GRAVEL WITH SONNY LANDRETH-DAVID MAXWELL & FRIENDS - ROBBEN FORD - ALBERT LEE - JAMES HARMAN - PHIL CIRCLE - THE CAN KICKERS- ROBERT RICHMOND - ANGIE PALMER - KAY KAY AND THE RAYS- REGINA HEXAPHONE - BUCKSKIN STALLION - KATE MAKI- DAVID CHILDERS - GHOSTHOUSE - THE PONES- FRED EAGLESMITH & THE FLATHEAD NOODLERS - ERIC FONTANA- THE KIERAN RIDGE BAND - W.C.SPENCER The Bluescat - BILL HEARNE - JON LANGFORD - JOSH RITTER - PAUL BRILL - QUIET LONER - PATTI WITTEN - FLETCHER HARRINGTON- LAURIE LEWIS & TOM ROZUM - TRES CHICAS- MICHAEL RENO HARRELL - LORETTA LYNN- BILL WYMAN'S RHYTHM KINGS - JAMIE CULLUM - GARY U.S. BONDS- NOAM WEINSTEIN - KAT GOLDMAN - THE WIYOS - ROSS WILSON- WANDA KING - DYSSELDONK - CHRISTINE SANTELLI - THE AVETT BROTHERS - THOMAS DENVER JONSSON & THE SEPTEMBER SUNRISE - JULIAN DAWSON - TARBOX RAMBLERS- WANDA JACKSON - AMY FARRIS - THE DIVINE COMEDY - FAUN FABLES - SARAH JANE MORRIS - CHRIS STAMEY - PATTERSON HOOD - Raul Malo, Pat Flynn, Rob Ickes, Dave Pomeroy- JAMES WILLIAM HINDLE - SAM MYERS - JAMES SOLBERG - BIG DEZ- MARION JAMES - HOSTY DUO - ZOE SPEAKS - BRIAN JOENS- LYNDA KAY & the LICKITY SPLITS - LOUIS! - SAUCE BOSS- CHARLIE MUSSELWHITE - DRUCE & JONES - DENISON WITMER- MARY PRANKSTER - KEVIN AYERS - STEVE TILSTON- MATT & SHANNON HEATON - LUCY KAPLANSKY


 

SMOKIN ' JOE KUBEK & BNOIS KING
ROADHOUSE RESEARCH
Labal : Blind Pig Records
www.blindpigrecords.com

Na maar liefst 7 cd’s voor Bullseye Blues & Jazz is het meest recente album van Kubek & King hun debuut voor Blind Pig Records. Op Roadhouse Research staat wederom de klasse van Kubek garant voor veel luisterplezier. Als het om Smokin’ Joe Kubek gaat ontkomen we niet aan het gezegde “Waar rook is, is vuur”, want als geen ander is deze gitarist in staat om zijn hele ziel in iedere noot te leggen, om met behulp van zijn fenomenale techniek continu een vurige, onderhuidse agressie te verklanken. En dat nu al ruim 30 jaar! Het samenwerkingsverband met zanger/gitarist Bnois King is uniek te noemen: de power van Joe wordt prachtig aangevuld door de soulvolle vocalen en soepele, melodische bijdragen van Bnois op slaggitaar. Hoewel Joe zijn reputatie als gitaarbeul zeker dankt aan zijn bijdragen aan het Texas Roadhouse blues-genre, dekt bij deze plaat de titel de lading niet echt. Na de vlammende SRV-achtige opener volgen er drie wat plichtmatige, meer funky nummers die ogenschijnlijk zijn bedoeld voor de Amerikaanse radio. Maar met Better Be Getting It On keren zij weer gelukkig terug naar meer vertrouwd terrein, waar de blues weer wat traditioneler wordt; na een heerlijke slow blues wordt er voornamelijk weer ouderwets gevlamd, hetgeen culmineert in een waarlijk meesterlijke slidegitaar op het Howlin’Wolf- achtige "I Need More". Op dit tweede gedeelte van de cd zijn ook de oude getrouwen Paul Jenkins en Ralph Power, terug op respectievelijk bas en drums, veel meer in hun element dan in de meer "funky stuff", nu ze kunnen stuwen en pompen. Al met al is dit niet echt niet het beste album van Kubek en King, daarvoor is het niveau niet constant genoeg, maar voorwaar, Smokin’ Joe is altijd goed voor vuurwerk.


 

JIMMY THACKERY
GUITAR
Label : Blind Pig Records
www.blindpigrecords.com

Guitar is een verzamel-cd met 12 instrumentale nummers die voor het merendeel zijn getrokken van de zeven cd’s die Jimmy na zijn vertrek bij The Nighthawks voor het Blind Pig label maakte; drie tracks zijn niet eerder verschenen, waaronder een spannend live-duel met Duke Robillard (Jimmy’s Detroit Boogie). Jimmy is een topgitarist in het elektrische-bluesgenre, met een heel eigen, rauwe en krachtige gitaarstijl, waarin hij agressiviteit weet te koppelen aan techniek en nuance en waarin het complete blues-spectrum voorbij komt. We horen duidelijk zijn inspirators Stevie Ray Vaughan (Hang Up & Drive en Jimmy’s Rude Mood) en Roy Buchanan (Roy’s Blues), maar ook Buddy Guy en Jimi Hendrix plus zo’n beetje alles wat ooit in Chicago op het podium gestaan heeft. Een aantal van twaalf instrumentale tracks lijkt misschien wel wat veel van het goede, maar Thackery is gewoon een geweldig gitarist die een enorme diversiteit aan stijlen bestrijkt, van Chicago via Texas tot California jump blues. Verder is er een subtiel uitstapje naar de jazz in Burford’s Bop met een vleugje Blue Note lounge en een verrassende versie van Hank Marvin’s Apache. Hoezo veelzijdig? Op zijn diverse solo-platen heeft Jimmy er blijk van gegeven de blues op een steeds andere manier in te kunnen kleuren door gebruikmaking van meer of minder uitgebreide bezettingen, dat is ook hier evident: luister met name naar de bijdragen van saxofonist Jimmy Carpenter. Hierdoor weet hij op deze compilatie een hele plaat lang te boeien en dat is een kwaliteit die niet veel gitaristen gegeven is.


 

HARRY MANX & KEVIN BREIT
JUBILEE
LABEL: Northern Blues Music
www.northernblues.com

 

Canadese bluesman Harry Manx was op zijn twee solo-platen al nooit voor een gat te vangen: hij schrijft, zingt, speelt banjo, akoestische slide en National steel gitaar. Bovendien bespeelt de ex-leerling van de Indiër V. M. Bhatt ook de door de laatste uitgevonden Mohan Veena, een twintigsnarige Indiase kruising tussen sitar en steelgitaar. Op een folkfestival jamde hij met de veelzijdige gitarist Kevin Breit, die voor o.a. Cassandra Wilson, Holly Cole en Janis Ian speelde, maar ook solo, met percussionist Cyro Baptista en met Sisters Euclid instrumentale cd’s opnam. In deze veertien nummers hebben de twee elkaar gevonden: ze kruisen blues en folk met jazz en country, een vleugje Indiase muziek en een forse dosis singer-songwriter. Manx beschikt namelijk over een soepele en emotionele alt, waarmee hij in zijn Funny Business en Weary And You Run, maar ook bijvoorbeeld in Sleepy John Estes "Diving Duck Blues" en Jimi Hendrix "Voodoo Child" een niveau haalt een Anders Osborne waardig. Breits virtuoze solo’s op allerlei snareninstrumenten en Manx’ eigen stuwende spel zorgen voor swingende melodieën, die tegelijk rootsy en meeslepend zijn. In de vijf instrumentale nummers dagen de twee elkaar uit en tasten ze elkaar af. Daarbij is zoeken wel eens belangrijker dan vinden, maar in de songs valt het gedreven, precieze spel op waarmee de twee Manx’ teksten ondersteunen. Zo komt vanuit deze mix van invloeden een heel gretig en persoonlijk geluid tot stand.


 

HANK SHIZZOE & LOOSE GRAVEL
WITH SONNY LANDRETH
IN CONCERT
Label : Cross Cut Records
www.crosscut.de

Thomas Erb, alias Hank Shizzoe, speelde vaak alle instrumenten zelf op zijn 4 soloplaten. Als hij zich liet begeleiden was dat door Loose Gravel: drummer Christopher Beck en bassist Michel Poffet. Ook op deze live-dubbelaar zijn ze erbij, al wordt dit trio op de tweede cd uitgebreid met gastgitarist Sonny Landreth. Covers van Bob Dylan, Mark Knopfler en Tom Petty laten nog eens horen waar Shizzoe’s inspiratie vandaan komt, al spelen ze alle 23 nummers hier in een elektrischer uitvoering dan oorspronkelijk. In plaats van een transparant laid back-gevoel domineren nu het hechte samenspel en het speelplezier de totale speelduur van twee uur en vijf minuten. De nadruk ligt vanzelfsprekend op Shizzoe’s gitaar, én natuurlijk op die van Landreth. Op de eerste cd soleert Shizzoe solide. Hij blijkt een meer dan effectieve gitarist, zowel op de gewone elektrische als op de slide, ook als hij regelmatig gas terugneemt. Datzelfde geldt natuurlijk in veel sterker mate voor Sonny Landreth, die binnen Shizzoe’s kaders fel en gevoelvol te keer gaat, terwijl de laatste zich wijselijk beperkt tot een gruizige slaggitaar. Door de nadruk op de solo’s duren de nummers regelmatig zes of zeven minuten. Vaak is dat mooi, maar soms blijkt het een nadeel dat deze luisteraar niet bij dit optreden aanwezig was: dat lijkt immers de enige manier om bijvoorbeeld de zes minuten durende drumsolo te waarderen.


 

DAVID MAXWELL & FRIENDS
MAX ATTACK
Label : Dixie Frog
www.dixiefrog.com

Enige tijd geleden verzuchtte ik dat er nog maar weinig interessants op het gebied van de blues verschijnt. Tommy Castro en Buddy Guy bewezen onlangs gelukkig mijn ongelijk. Feit is wel dat 90 procent van de goede nieuwe releases gitaristen betreft. Een nieuw album van een echte bluespianist is een zeldzaamheid. Max Attack van David Maxwell is dan ook een zeer welkome uitzondering. Al in de jaren zestig en zeventig ging Maxwell om met Muddy Waters, John Lee Hooker en Pinetop Perkins. Hij begeleidde onder anderen Freddie King, Hubert Sumlin en Jimmy Rogers. Zijn stijl wordt vaak vergeleken met die van Otis Spann, voorwaar een niet gering compliment. Op Max Attack maakt hij op de toetsen alle verwachtingen meer dan waar. Zelden hoorde ik een sprankelender en afwisselender album van een pianist. Dat Maxwell vocaal wat minder klaarspeelt is spijkers op laag water zoeken. De enorme keur aan gastmuzikanten die de pianeur verzamelde spreekt ook boekdelen: Ronnie Earl, James Cotton, Hubert Sumlin, Kim Wilson, Duke Robillard, en Pinetop Perkins zelf! Max Attack is een absolute aanrader voor de bluesliefhebber die eens wat anders wil horen dan alleen maar gitaar of mondharmonica.


 

ROBBEN FORD
FEEP ON RUNNING
Website: www.robbenford.com

Zo’n tien jaar geleden keerde gitarist Robben Ford na omzwervingen in de jazz/fusion (Tom Scott,Yellow Jackets, Miles Davis) terug bij zijn jeugdliefde, de blues. Met zijn band The Blue Line borduurde hij voort op de moderne elektrische stijl van Mike Bloomfield, Albert Collins en Eric Clapton, en hij vestigde er een gedegen live-reputatie mee. Zijn platen waren nou niet bepaald verkoopsuccessen of instant klassiekers, maar konden wel gewoon blijven verschijnen: omdat er voor roaddogs als Ford altijd wel publiek is, bleven ook platenmaatschappijen hun interesse houden. Na een periode voor Blue Thumb is Keep On Running zijn tweede voor jazzlabel Concord. Het is een hoorbaar met veel liefde en toewijding tot stand gekomen album, waarop Ford wordt bijgestaan door een aantal vaste begeleiders plus prominente gasten zoals bluesveteraan John Mayall op mondharmonica en toetsenist Ivan Neville. Tot de medewerkenden behoort ook soulzangeres Mavis Staples die met Ford duetteert in de van een reggaeachtig ritme voorziene Nick Lowe-cover (What’s So Funny ‘Bout) Peace Love & Understanding. Het album bevat nog meer bewerkingen, zo kent u het titelnummer van de Spencer Davis Group. Ook stort Ford zich op de O’Jays-klassieker For The Love Of Money. Verder worden twee overleden gitaargrootheden geëerd: Freddie King met de spetterende pastiche Cannonball Shuffle en zijn oud-werkgever George Harrison in een zeer radiovriendelijke versie van de Harrison/Clapton-compositie Badge. Punt van kritiek is de vlakke zangstem van Ford zelf die de rauwheid van de ware blueszanger mist, maar het speelplezier maakt veel goed. Een integer muzikant.


 

ALBERT LEE
HEARTBREAK HILL
www.albertleeandhoganheroes.com
Label : Sugar Hill Records
www.sugarhillrecords.com

Of je Albert Lee nu kent via Eric Clapton (Money and Cigarettes), Emmylou Harris (Luxury Liner) of van z’n recente samenwerking met Bill Wyman’s Rhythm Kings, iedereen die de enige echte Britse countrygitarist ooit heeft gehoord zal het erover eens zijn dat hij een volstrekt uniek en uiterst herkenbaar geluid heeft. Die herkenbare sound is na vijftien jaar eindelijk weer onderwerp van een eigen album. Lee koos voor een soort tribute aan Emmylou Harris. Enerzijds kant geeft het hem de ruimte zich in zijn eigen idioom van zijn beste kant te laten zien, anderzijds houden kenners van Harris’ werk waarschijnlijk het gevoel alles al eens eerder gehoord te hebben. Er doet trouwens een keur aan bekende gasten mee, variërend van Vince Gill, Patty Loveless, Buddy Miller en Rodney Crowell tot de bijna onvermijdelijke Jerry Douglas. Emmylou Harris heeft zich hier beperkt tot het schrijven van een lovende hoestekst. Het levert een cd op van hoge kwaliteit die, zeker na een aantal draaibeurten, de liefhebber veel te bieden heeft qua muzikale hoogstandjes in typische Lee-stijl. Hoogtepunten zijn wat mij betreft het volledig instrumentale Luxury Liner en het altijd dankbare coverobject If I Needed You van Townes Van Zandt. Maar ook Two More Bottles Of Wine mag er wezen.


 

JAMES HARMAN
LONESOME MOON TRANCE
Website : www.jamesharman.com
Email:james@jamesharman.com

Een blik op de cover zegt eigenlijk al genoeg. James Harman is niet direct de bluesman die bij mij op het netvlies staat. Nee, de in Alabama geboren en in Florida groot gebrachte Southern traditionalist straalt iets geheel anders uit. Onder het motto "Rhythm is the universal language" laat, mondharmonica goeroe, Harman horen dat blues weldegelijk een eigentijds geluid kan bevatten. Hoewel de thema’s over bedrog in "Double Hogback Growler" en mishandeling in "Lowdown Grown-up Jive" niet echt nieuw zijn vind ik het toch gedurfd om een deze tijd een nummer te schreven over zakkenvullende "Piecework Politicians". Muzikaal klinkt hij naar een gereïncarneerde Sonny Boy Williamson die bloedverwant is met Dr. John. Op de CD horen we ook slide gitarist Bob Margolin. Margolin wat ooit een van de mensen die Muddy Waters naar grote hoogte lieten stijgen met "Mannish Boy". Kortom James Harman’s tiende release op het in Burbank, California gevestigde Pacific Blues Recordings maakt blues weer leuk en vernieuwend en vooral ook aantrekkelijk voor een nieuwe bluesgeneratie, mocht die er nog niet zijn. En dat laatste is de laatste tijd meer uitzondering dan regel, luister zelf maar naar het slotakkoord "Lonesome Moon Trance".


 

PHIL CIRCLE
GUILTY
PHIL CIRCLE & RUBY HARRIS
Website : www.philcircle.com
Email : gbarecords@comcast.net

Als stichter van de kritisch toegejuichte rock-jazz-blues progressieve band Guilty en als een uiterst bezette solo muzikant, weet Phil Circle steeds in het nieuws te komen door zijn songwriting gericht naar de muziek van Chicago. Phil werkte ook onlangs met wereld's beroemde blues violist Ruby Harris voor het live album opgenomen in Chicago. Na Guilty albums, twee studio opnamen, twee live albums, het nieuwe solo projekt zonder titel,gewoon 'Phil Circle', en de "Live at the Gateway" CD met Ruby Harris, Phil Circle begint nu met productie van andere lokale muzikanten om hen te promoten langs zijn nieuwe organisatie Grassroots Music and Productions.
In zijn laatste album "Phil Circle" krijgen we andermaal een meesterstuk te horen, allemaal songs geschreven en gearrangeerd door Phil zelf vanaf 1990. Phil's meesterlijke gitaarspel en zijn warme, innemende en donkere stem laten je nooit onberoerd. Soms komt hij onvoorspelbaar uit de hoek zoals in "Sanctuary",nummer opgedragen aan zijn zoon Phillip en de afsluiter "Oak Hill" opgedragen aan zijn vader. "Halfway Down" waar een indringende bluesy sound je laat wegzweven in een bijna mystieke gedachte- en gevoelswereld. Pure blues krijg je dan weer in het begeesterende "Eagle Eye" en het meeslepende "Roger Charlie". Het juweeltje op dit album is ongetwijfeld het akoestische nummer "Until You Walk Again". Hartverscheurend mooi! Phil speelt en zingt zijn songs zoals hijzelf denkt dat ze horen te klinken… en dit is zijn sterkte. Hij laat je gedachten afdwalen naar de diepste pijnen binnenin je ziel. Je stelt jezelf bloot aan alle aanwezige emoties die op zijn beurt een helende kracht hebben… de kracht van de roots ! Zo draagt Phil er zonder enige twijfel toe bij dat onze waardevolle rootscultuur in de belangstelling blijft. Naar mijn idee is Phil Circle in zijn geheel uniek, hem imiteren zou gewoonweg zinloos zijn. Of anders gezegd: het zou hem oneer aandoen.


 

THE CAN KICKERS
MOUNTAIN DUDES
Website : www.cankickers.com
Cosmodemonic Telegraph

Met The Can Kickers kan ouderwetse folkmusic een heel tijdje vooruit. Dit jonge trio, uit de bergen van West-Virginia, bestaande uit Daniel Spurr (zang, gitaar en banjo), Dan Thompson (viool en harmonica) en Doug Schaefer (wasplank en drums) klinken als zij de beste tijd van hun leven hebben. Dertien liedjes telt hun derde-cd "Mountain Dudes", eigen materiaal aangevuld met enkele covers. Daniel Spurr heeft drie nummers neergepend en Thompson zorgde voor de opener "Dingus Day Polka". De appalachen zijn nooit ver weg bij The Can Cickers, die in folk en swing een tweede en derde inspiratiebron hebben gevonden. Zo fladderen gitaar, banjo - en viooltonen langs elkaar, met af en toe een prairie-harmonica en toch strak in de maat door de drums. Wat folk, of zeg maar 'old-time' muziek betreft klinken The Can Kickers als het soort materiaal dat u veel eerder in de stad op de straathoeken hoort. Daniel Spurr neemt trouwens vrijwel de meeste vocalen voor zijn rekening. Zijn stem is overtuigend en sterk, en brengt een mooie sfeer in de gospel van de wasplank,de banjo en de viool. Maar goed, The Can Kickers zijn dan ook nog een bandje in de groei, dat wel even een fraai album presenteert.


 

ROBERT RICHMOND
FORTUNE TELLER
Label : Two Good Reasons Music
www.twogoodreasons.com
info@twogoodreasons.com

 

"Fortune Teller" is een vier tracks tellend akoestisch voorsmaakje op Robert Richmond zijn te verschijnen full album "Sour Milk Moon", beiden voor Two Good Reasons Records. Richmond moet wel in een heel goed vel zitten, denk ik dan maar. Dit is wel niet altijd zo geweest, zijn vrouw is op ongelukkige wijze om het leven gekomen, hij heeft bovendien ook een ruim vijfentwintig jaar aanslepende drugverslaving moeten overwinnen en kampt tot overmaat van ramp al een poosje met de kwalijke effecten van de ziekte van Parkinson. De altijd maar weer verrassende songwriter, die in het verleden furore maakte omwille van zijn enorm zelf geschreven nummers, laat nu ook weer geen kans onbenut om de luisteraar te ontvoeren naar ondoorgrondelijke akoestische songs. Robert Richmond wordt daardoor dan ook vaak door critici zwaar onderschat. Op "Fortune Teller" treft u vele muzikale invloeden aan die variëren van Tom Waits tot, ja zelfs Steve Earle. Ik wil u wat daar tussenin zit besparen maar feit blijft overeind dat de muzikale ideeën van Richmond uniek in zijn soort zijn. Op deze korte introductie is vooral het laatste nummer van het schijfje, de radiohit "Fortune Teller", waarin Richmond bij monde van een oude en wijze Cherokee de toekomst van de indiaan van nu voorspelt. Veel geduld heeft u niet meer nodig om van de full CD "Sour Milk Moon" te kunnen genieten, deze week op de markt en volgende week kan u deze resencie lezen in Rootstime en kunnen we met de nodige nieuwschierigheid vooruit blikken.


 

ANGIE PALMER
ROAD
Website : www.angiepalmer.com
Email : angiepal@btinternet.com
Label : Akrasia Records
www.akrasia.co.uk

 

Op haar derde cd, "Road", weet de Engelse Angie Palmer, dadelijk mijn aandacht te trekken. Deze zeer getalenteerde singer-songwriter klinkt in de opener "Footprints In The Snow" als een reislustige en ondernemende dame, Na "Comin’ Home" houdt ook nummertje drie, "When You Call (For Lucia)", de aandacht stevig vast. De met Paul Mason samen geschreven songs maken van dit album een prima Americana schijfje, dat uitgebracht is op het label aKrasiarecords. Vooral omdat hoe verder de negen tracks tellende schijf vordert hoe meer Palmer probeert haar inspiratiebronnen in haar werk te laten doorklinken. Ze vereert songwriters als Joni Mitchell, Julie Miller en Gillian Welch, maar wie doet dat nu niet? De mooiste country bluegrass liedjes "The Ballad of Love and Strife", "Followed Down Sundown" en "Down the Street of the Cat Who Fished" staan helemaal aan het einde van dit album. Maar anderzijds brengt het "Road" wel tot een climax. Het zijn namelijk erg sterke storytelling songs die lang worden uitgesponnen zonder dat men de aandacht drijgt te verliezen, en dat vind ik knap gedaan. Verder heeft ze lang gezocht naar waar haar muzikale Roots eigenlijk lagen, op “Road” heeft ze dat gevonden, zegt ze daar zelf over. Mark Townson (James Taylor) speelt gitaar, Richard Curran (Bert Jansch) op viool en mandoline en Alan Gergson (Noel Gallagher) op hammond. Interessante setting, zeg dat wel! De verdere simpele samenstelling van de semi-akoestische instrumenten met ook nog eens Ollie Collins op fretless bass en Rebecca Mauder op cello geven "Road" een super warm gevoel mee. Al bij al dus opnieuw een hoogst charmant staalkaartje van Angie Palmer kunnen, waarvan in alle bescheidenheid een haast onweerstaanbare aantrekkingskracht uitgaat. Wie houdt van akoestisch singer-songwritermateriaal kan eigenlijk gewoon blind tot de aanschaf ervan overgaan.


 

KAY KAY AND THE RAYS
BIG BAD GIRL
Website : www.kaykaysblues.com
Email : bobtjr@yahoo.com
Label : Catfood Records

TOPCAT RECORDS

www.topcatrecords.com

Kay Kay and the Rays brengen West Texaanse blues met invloeden van soul, jazz, funk en roots-rock. Kay Kay Greenwade komt uit Odessa, West Texas, en begon op jeugdige leeftijd als gospelzangeres en in 1998 wordt ze aangestoken door het bluesvirus en was haar intreden in de groep meteen een feit. Twee jaar later volgt de eerste CD "Texas Justice", deze plaat waarvan soulman Johnny Rawls de productie in handen had, werd uitgeroepen tot het beste soulvolle album van het jaar 2002 door Blues Revue. Koko Taylor en Aretha Franklin zijn haar voorbeelden en dat is te horen op hun tweede album "Big Bad Girl" geproduceerd door veelvoudig Grammy en W.C.Handy award winner Jim Gaines. Geassisteerd door de crème de la crème van de West Texas bluesscene, laat ze in de twaalf stukken haar veelzijdigheid horen. De meeste nummers neigen meer naar de rhythm and blues kant, maar swingen als de neten. Alle nummers werden door Bob Trenchard neergepend en tonen een versmelting van rijk gevulde, pakkende teksten omgezet in beklemmende, troostrijke en verbitterde songs over het instandhouden van relaties en verloren liefdes. Haar soulkant wordt fraai uitgebeeld in deepsoulnummers, dit talent mag u zoeken in haar vroegere evangelische opleiding, lyrische welsprekendheid en vocale handigheid, gesteund door de breed opgezette muzikale expressiviteit van haar band, bestaande uit Texaanse muzikanten; met de award winnende gitarist Steve Lott, Andy Roman aan de sax, Bob Trenchard aan de bas en Dan Ferguson aan de keyboards. De drums werden afgewisseld door J.T.Paz en Toto Roman en tevens waren er gastoptredens van gitarist Robert La Croix en Robert Hinds aan de trompet. Niet voor niets werd ze een paar jaar geleden geëerd met een optreden in The House of Blues in Boston en behoort Kay Kay and the Rays in Texas tot de top van de bluesscene.


 

REGINA HEXAPHONE
THE BEAUTIFUL WORLD
Website :
www.reginahexaphone.com
Label : Erie Recordings

 

Uitnodigend en bedekt met pure schoonheid, het debuutalbum "The Beautiful World" van Regina Hexaphone is rijk aan prachtige melodieën die door Sara Bell's dromerige vocals worden geleid en ze laat er maar weinig twijfel over bestaan, waar haar muzikale voorkeur ligt. Het schijfje telt twaalf nummers waarvan sommige heel nieuw zijn, andere songs zijn opgeknapte versies van eerder opgenomen nummers, en meer is er echt niet nodig om deze uitzonderlijk begaafde artieste in de armen te sluiten. De band bestaat uit Sara Bell, Chris Clemmons, Jerry Kee, en Margaret White, maar vele gasten hebben hun steentje bijgedragen op "The Beautiful World" waaronder Nathan Brown, Ash Bowie, Anders Parker, Zeke Hutchins, Chris Eubank en Julie Oliver. Margaret White, wiens viool heel wat sonische kleur geeft op de nummers "Highway 65" en "40 Days" of de melancholische klanken van de nummers "Bright Falling Stars" en "Ethan's Dreams" laten u wegdromen en denken aan muziek van violist Warren Ellis. "Cicadas" heeft iets jazzy en zal zeker een plaats in uw hart openen samen met de folk getinte opener "The Seahorse and the Sand Dune". Mensen die kennis maken met Regina Hexaphone zullen hier zeker het nodige plezier aan beleven. Het heeft misschien wel zeven jaar gevergd voor de release van dit album, maar het zal voor de luisteraars geen tien minuten duren vooraleer ze door de verfijnde fascinatie van dit album verleid zullen worden. Wij kijken dan ook al volop uit naar de volgende CD, want ze zullen zeker uitgroeien tot één van de groten in dit genre


 

BUCKSKIN STALLION
BLUE RIBBON BUZZ
Website:
www.buckskinstallionmusic.org
Label : Big Bender Records

Voor Buckskin Stallion dienen we af te zakken naar Boulder in de Amerikaanse staat Colorado. Buckskin Stallion heeft zichzelf vernoemd naar Townes Van Zandts Buckskin Stallion Blues. Als je dit debuut album "Blue Ribbon Buzz" hebt gehoord, is het niet moeilijk andere invloeden aan te wijzen als Merle Haggard, Waylon Jennings, Woody Guthrie en Gram Parsons. De spilfiguur is zanger Troy Schoenfelder, die met elf eigen bijdragen ook het merendeel van de songs aandroeg, hij tapt uit verschillende muzikale vaatjes zoals country rock, alt. country en mountain music. Door deze aanstekelijke mix is "Blue Ribbon Buzz" een afwisselende plaat geworden. Zo horen we onder meer zydeco op "Christ On A Crutch" en blijkt daardoor zo'n zomerse accordeongestuurde roots rock, bluegrass op "Home In The Pines", gitaarrock op het knappe heartland "New Town", drinking songs tot pure country op "Writing On The Wall" en folk op de traditionals "Jack Of Diamonds" en "Pretty Peggy-O". Opvallendste liedjes van de plaat zijn wat mij betreft "W.W.W.D." oftewel "What Would Woody Guthrie Do?", speelse roots rock met een gastrol voor Vince Herman van Leftover Salmon Naast Schoenfelder bestaat Buckskin Stallion uit (steel) gitarist Lee Johnson, bassist James Young en drummer Andy Sweetser. Op vrijwel ieder nummer roept de band de hulp in van gastmuzikanten, die zonder uitzondering van hoog niveau zijn. Producer Greg Schochet excelleert op akoestische en elektrische gitaar. Verder horen we onder meer de keyboards van Eric Moon, de fiddle van Ben Lively, de pedal steel van Brett Billings en de Weissenborn van Sally Van Meter. "Blue Ribbon Buzz" is een onberispelijke altcountry-album, die niet voor niets genoemd is naar een biermerk. Want Buckskin Stallion lijkt een ideale festivalband die de boel zo halverwege de avond, als de vermoeidheid even toeslaat en de aandacht dreigt te verslappen, lekker op kan schudden.


 

KATE MAKI
CONFUSION UNLIMITED
Website : www.katemaki.com
Label : eigen beheer

Na Mary Margaret O'Hara, Lynn Miles, Kathleen Edwards en Sarah Harmer mogen we nu een nieuwe singer-songwriter Kati Maki begroeten en u heeft het al begrepen, zoals de andere dames, terug een nieuw talent uit Canada. Deze jonge lerares heeft schoolboeken en leerlingen verruild voor gitaar en podium. Ze debuteert met haar album "Confusion Unlimited", dat het midden houdt tussen een mini-cd en een volwaardige plaat. En dat zeg ik, omdat "Confusion Unlimited" niet vier of twaalf liedjes telt, maar negen, goed voor pakweg een half uurtje Americana. Een aangenaam half uurtje moet ik erbij zeggen. Met haar een weinig aan Lucinda Williams, Gillian Welch en Kathleen Edwards verwante alt.country-repertoire zal Maki als alles een beetje naar wens verloopt immers snel hoge ogen gaan gooien. Maki beschikt over een soepele ietwat lijzige stem, die zich beweegt ergens tussen O´Hara en Williams. Ze laat zich op haar eerste visitekaartje van meerdere kanten horen, samen met een legertje gastmuzikanten, onder wie Jim Bryson op gitaar en de zo nu en dan zacht huilende lap steel van Fred Guignion, de lekkere weidse orgelpartijen van Stephen Tatone en enkele vioolcameos van Sarah Ross aan toe en je bekomt negen van alt. country tot folkrock variërende juweeltjes. Maki kan overweg met introverte singer-songwritersstuff waarop ze te horen is met akoestische gitaar, maar net zo overtuigend klinkt ze met band. Op die momenten schuift haar sound meer op richting alt country, met de nadruk op country, inclusief catchy refreintjes. Hoogtepunten zijn de twee melancholische slepers als "Strangest Dream" en "Mid March Blues" of naar het wat speelsere "To Be Good". Maki laat zich horen als het leven, met deprimerende verhaaltjes over eenzaamheid en een relatie die op de klippen loopt en geluksmomenten en milde zelfspot die je doen glimlachen. Hier gaan we veel meer van horen, want dit is immers een ongelooflijk sterk debuut!


 

DAVID CHILDERS
AND THE MODERN DON JUANS
ROOM #23
Website : www.davidchilders.com
Label : Silver Meteor Records
Info : ramseurrecords@aol.com


David Childers behoort tot het selecte groepje van volstrekt ten onrechte vreselijk genegeerde singer-songwriters. Deze advocaat uit North Carolina levert met "Room #23 " zijn zesde plaat af en werd geproduceerd door Don Dixon. De plaat laat een heerlijke mix van countryrock, rockabilly en americana horen, waarbij Childers op voortreffelijke wijze begeleid wordt door zoon Robert Childers (drums) , Penn Dameron (bas), Eric Lovell (gitaar) en producer Don Dixon zelf (keyboard, back up vocals).In een begeleidend schrijven is te lezen dat bassist Penn Dameron (drukke werkzaamheden als rechter) en gitarist Eric Lovell (voor zichzelf begonnen) de band inmiddels hebben verlaten.Vanaf het beginnummer heb je direct in de gaten dat je met een topproductie te maken hebt. Bij het nader beluisteren schieten de namen van Billy Joe Shaver, Sleepy Labeef en Calvin Russell door mijn hoofd en als de band terugtreedt en David Childers meer akoestisch naar voren treedt worden herinneringen aan Steve Earle en Townes van Zandt naar boven gehaald. Met deze verwijzingen wordt niet gesuggereerd dat we met een kloon te maken hebben. IVan bij de samen met Jill Davis gepende opener “I Was The One” is dat trouwens ook meteen duidelijk. Da’s namelijk onweerstaanbare, tot meestampen uitnodigende roots rock zoals we die recentelijk bijvoorbeeld ook nog door Joe Fournier geserveerd kregen. Vervolgens is er het al even aanstekelijke “38th Street” dat in de één of andere berookte bar ver na middernacht het levenslicht lijkt te hebben gezien. Prima rootsy stuff! En dan is er het springerig twangende “Her Side Of The Story” over “haar” en over hoe ze enkel de narigheid uit hun verleden samen onthield: “All she remembers is the way I made her cry…”Titelnummer “Room #23 (Culpepper Virginia)” is pakkende, beklijvend opgebouwde roots rock en in “Hardwood Killing Floor” komt Childers uit de hoek als een country-uitvoering van Don Dixon. De mooiste nummers van de plaat vonden wij in het tweetal “The Prettiest Thing” en “Lucky Stranger”. Het ene een prachtige Americana love-gone-wrong-song, het andere het schitterende, verstilde slotakkoord van dit uitstekende album. Vooral “The Prettiest Thing” met opnieuw een instrumentale hoofdrol voor Eric Lovell waart al enkele dagen ononderbroken in ons hoofd rond. "Room #23" kan zich meten met het beste werk van bovenstaande coryfeeën en dit voortreffelijk album heeft hopelijk zijn naam in rootsland definitief gevestigd.


 

GHOSTHOUSE
DEVOTION
Website :www.samlapides.com
Label : Blue Rose
www.bluerose-records.com

 

Na een aantal minder geslaagde solo-cd's van Sam Lapides heeft de voormalige voorman van Ghosthouse het wijze besluit genomen om Ghosthouse weer nieuw leven in te blazen. Jaren terug kwam Sam in contact met Steve Wynn. En van het één kwam het ander, Wynn zou Lapides een flink zetje geven door een aantal nummers op de eerste CD van diens groep Ghosthouse te produceren. Nog eens twee platen later, het live-album “Everything Is Fine” en “Thing Called Life”. Lapides stortte zich vol overgave op een solo-carrière, die uiteindelijk wederom twee albums "Wake Up From The Wasteland" uit 1998 en "We’ve Walked These Streets" uit 2002, zou opleveren. Maar al snel ging hij vervolgens zijn band van Ghosthouse missen. En dus lag het voor de hand, dat hij zijn oude maats weer ging opzoeken. De oude line-up van de groep zou hij evenwel niet meer volledig samen krijgen.Met Kurt Kummerfeldt (bas), Chris Buessem (gitaar), Robin Berlijn (gitaar), John Nyboer (drums), Robert Lloyd (piano, orgel, accordeon) en Larry Goetz (o.m. gitaar en mandoline) werd vervolgens "Devotion" ingeblikt. Het resultaat mag er zijn. "Devotion" is een prima cd met muziek die direct refereert aan de Paisly Underground. "Devotion" doet denken aan de cd's die Green On Red en Dream Syndicate in een ver verleden maakten, maar vindt ook aansluiting bij de hedendaagse Americana. De knappe songs van Lapides geven "Devotion" haar meerwaarde. Een album dat in een productie van diezelfde Goetz is uitgegroeid tot een schoolvoorbeeld van een moderne rootsrockplaat. Bezielde zang, knappe composities en een voornamelijk gitaargeoriënteerd geluid maken dat "Devotion" zowel in de smaak zal vallen bij nostalgici met een stevige boon voor de gitaarbandjes van de vroege jaren tachtig als van rootsrockliefhebbers met een hart voor melodieuze hoogstandjes anno nu. Absolute prijsbeesten zijn het op subtiele accordeongolven voortdeinende "Tired Of Praying", een gedreven cover van Tears For Fears’ "Mad World" en het ergens tussen Grant Lee Buffalo en R.E.M. ten tijde van "Fables Of The Reconstruction" gestrande "Maybe Someday". Een blij weerzien is dit wat ons betreft dus alleszins! Toewijding, mooi motto. Toegewijd zijn aan mensen, dingen en plaatsen. Dat is de manier waarop Sam Lapides in het leven staat, begrijp ik uit de hoestekst. Maar het valt hem niet licht. Want toewijding is in een flits verdwenen en dan resten er alleen herinneringen. Met deze wetenschap verandert een eenvoudig liedje als "Golden Hair" in een pijnlijke getuigenis van een volwassen kerel die 's nachts droomt van de goudblonde haren die hij eens met zijn handen streelde. Vette kans dat de eigenaresse van al dit goud er vandoor is. Toch toegewijd blijven, nooit vergeten. Ghosthouse weet anno 2004 zowel de liefhebbers van gitaarmuziek als liefhebbers van Americana te bekoren en dat is knap.


 

THE PONES
DWELL
Website : www.thepones.com
Email : thepones@lylenet.org
Label : eigen beheer

 

Eersteling van viertal uit Charlotteville in Virginia met voornamelijk akoestisch gespeelde alt. country. Muzikaal gezien zit het goed in elkaar, met ruimte voor de akoestische gitaar, de fiddle, de mandoline en de slide-gitaar. Vreemd genoeg ontbreekt een drummer, maar dit valt nauwelijks op. Tekstueel heeft zanger en gitarist George Riser ook het één en ander in huis. Hij zingt ook ongeveer net zo als Kris Kristofferson, deze George Riser, liedjessmid van The Pones. Twee gitaren, soms met een uitbundig gehanteerde slide ("Chicken Shack"), bas, mandoline en fiddle. Het resultaat is meeslepend leuke, akoestische alt-country met invloeden van bluegrass en blues, plus een knipoog naar gospel ("Uzbekistan"). Eigenwijze mix, luister maar eens goed waar sommige instrumenten zitten, ik zou eigenlijk de faciliteiten in die "Broken Sun Studios" weleens willen zien! Ze hebben er een keurig verzorgd album van gemaakt, de aandachttrekkende, beetje enge coverfoto is waarschijnlijk van een professionele fotograaf, wie 'm mooi vindt mag het zeggen... De teksten, die zijn verpletterend goed Verder klinken de liedjes lekker eigenwijs en dat bevalt me wel. Ik draai het album drie keer achter elkaar en ik ontdek telkens meer creatief moois. George heeft blijkbaar iets met Mexico: "Well, I never said you were the answer but at least you're some place to go" en een paar songs verderop: "And they're singing hosanna so loud, that they just might hear them on the other side, Mexico is better than suicide". Realiteitszin en onderkoelde humor mag ik wel!


 

FRED EAGLESMITH & THE FLATHEAD NOODLERS
BALIN
Website : www. fredeaglesmith.com
info : Sawdust Promotions
sawdust@kwic.com

Het lijkt wel een ware Canadese invasie van Canadese singer-songwriters. Ze overspoelden de Europese CD markt met, zoals ik onlangs hoorde, Canadiana Roots Muziek. Ik zal een lijstje onthouden maar neem van mij maar aan dat ze op het moment ontelbaar zijn. En van de grondleggers van de Canadese Roots invasie is ongetwijfeld singer-songwriter Fred Eaglesmith. Fred trekt zich al zo'n twintig jaar van niemand iets aan en gaat onvermoeibaar verder met het uitbrengen van eigenzinnige albums. "Balin" is daarop beslist geen uitzondering. Zijn nieuwste release genaamd "Balin" moet gezien worden als een uitstapje naar de bluegrass en de roots van zijn eerdere studioplaten. Het totaal tripped down album, dat mij overigens direct deed denken aan de bekroonde speelfilmmuziek van "O Brother Where Are Thou", vind ik persoonlijk niet zijn sterkste release. Fred Eaglesmith wordt in de zeventien songs en één hidden track op "Balin" bijgestaan door The Flathead Noodlers, met vreemd genoeg dezelfde vertrouwde line-up als zijn vaste begeleidingsband, The Flying Squirrels: mandoline freak Willie P. Bennett, stand-up Darcy Yates, dobro picker Dan Walsh, John P. Allen, Roger Marin en banjo tokkelaar Craig Bignell. Wie ter vergelijking naar zijn vorige album "Falling Stars and Broken Hearts" luistert, hoort meteen een traditionelere aanpak op "Balin". Ik moet zeggen de loftrompet voor liedjes als "A Little Lost" en "Run-a-way Lane" en "John Deere B" die heerlijk voortkabbelen door de voortreffelijke muzikale begeleiding. Gelukkig valt er nog wel iets te lachen met het zwartgallige "I Shot Your Dog", waarin de typische plattelandshumor van Eaglesmith zit verwerkt. En met een song als "The Rocket", één van de vele sterke momenten hier, wordt pas goed duidelijk dat de unieke muziek van Fred Eaglesmith een genre op zich is.


 

ERIC FONTANA
HATS & SHOES
Label : Eigen Beheer
Email efontana@yahoo.com


Steeds vaker constateer ik dat Roots rock bandjes eigenzinnig teruggrijpen naar materiaal wat lijkt op legendarische rock bands uit de zeventiger en tachtiger jaren. Niets mis mee overigens, maar daar schuilt wel direct het gevaar dat je daarop ook juist word afgerekend. Met name de wat oudere luisteraar pleegt dit te doen. Kruip daarom even in de huid van deze solo singer-songwriter die nog steeds helemaal uit zijn dak kan gaan bij muziek afkomstig van Beck, Bruce Springsteen, Lucinda Williams, Tom Waits, The Beatles, Billy Joel, Aimee Mann en Elvis Costello. Ik denk daarmee ook meteen de spijker op s’en kop te slaan als ik luister naar de tweede CD "Hats & Shoes" van Eric Fontana. Een solo album mag haast gezegd worden want Fontana schreef en zong in zijn eentje alle songs op dit album en bespeelde daarbij terloops ook zo maar even tien verschillende instrumenten. Op deze gevarieerde plaat kan u dus elementen vinden uit rock, folk, country, americana, rhythm & blues tot zelfs Britpop toe. De mooiste momenten zijn wel het vurige "Lucky Dog", het rustige "Too Many Things To Hide", de klassieker "Sweet Jane" en het soulvolle "Lipton & Edie". Dit album "Hats & Shoes" heeft pop aroma met een humeurige smaak, waaraan ik in ieder geval een buitengewone lekkere nasmaak aan over heb gehouden.


 

THE KIERAN RIDGE BAND
Website : www.kridge.com

kieranridgeband@yahoo.com
Thanks to :Eddie Russell

Het is alweer bijna vakantie en Rootstime blijft maar ontdekken en ontdekken. Neem nu de muziek van The Kieran Ridge Band, ik had daar nog nooit eerder van gehoord. Ik weet waar het aan doet denken maar daar wil ik in de laatste zin van deze recensie nog op terugkomen. De band uit Boston is geformeerd rondom de grootste aankomende singer-songwriter talenten van het ogenblik en laat het beste uit genres als blues, country en klassieke rock & roll verenigd uitmonden in puntgave songs. Op dit titelloze album draait alles rond Kieran Ridge, die met zijn prachtige stem dewelke even doet denken aan Bob Dylan ook voor de productie zorgde. Verder bestaat de band uit Chris Coughlin (keyboard en zang), Carlos Gonzalez (gitaar), Jesse Perkins (bas) en Snyder (drums). Dit album bevat uitstekend materiaal, als er van dit album een hit getrokken zou moeten worden zou dat, naar mijn mening, het fraaie " Lonesome Traveler " of de afsluiter " Close Your Eyes " zijn. De verzameling songs tussen deze uitschieters moeten bijna niet onderdoen voor deze americana nummers, want ook in deze songs legt Kieran Ridge nog tien keer zijn songwriterziel bloot. Songs over onschuld en ervaring, goede en kwade dagen, het leven on the road en de liefde worden op zo’n soulvolle manier gebracht. O ja, voor ik het vergeet, tot slot die laatste zin. De muziek van The Kieran Ridge Band is Bold and Beautifull en daarmee zeg ik niets teveel.


 

W.C.SPENCER - The Bluescat
BLUES EXPLORER
Label : Catscan Records
Email : Catscan@qis.net

Het was lang wachten. Met al de nare gebeurtenissen in de wereld, de laatste tijd, denk je dat er wel wat stof is om tot Blues te verwerken. Niets is minder waar , het aanbod werd eerder klein en hield de tendens gaande van het afgelopen jaar. De distributie van kleindere labels wordt hier problematisch en men wendt zich best tot grotere distributeurs. W.C.Spencer? Who, the fuck is ....? Hij blijkt de trots van het label Catscan Records te zijn, waarop zijn pas verschenen en reeds zijn derde album "Blues Explorer" nieuwe bluesgebieden betreedt. Het is ook objectief en simpelweg een goeie bluesplaat geworden, gewoon zijn beste. Spencer word beschouwd als de beste ' one-man-band of all time ' . Hij beschikt namelijk over een alectroset drumkit, die Spencer toelaat in z’n eentje en gelijktijdig gitaar, basdrums en mondharmonica te spelen. Op zijn nieuwe plaat heeft hij zelf vijf nummers neergepend en acht covers van o.a. Big Maceo, Chester Burnett, Tommy Bankhead, Little Walter , Alexander (Papa) Lightfoot, Albert King en Big Bill Broonzy nieuw leven ingespoten. Alhoewel de CD slechts 38 minuten volmaakt , had ik dadelijk de neiging om een tweede beluistering te doen, hetgeen niet altijd lukt met heel veel andere CD's. Dat het zo verniewend is, trek ik in twijfel. maar dat het behoord tot een van de betere bluesproducten is wel zeker want luister dan maar even naar nummers zoals: " Key To The Highway ", " Kansas City "of " Worried Life Blues ". Deze nummers laten u genieten van een bluesman uit één stuk. En van genieten gesproken, So Long, door Spencer zelf geschreven als tribute aan Roy Buchanan en Danny Gatton is een waar meesterwerkje. Aanrader.


 

BILL HEARNE
FROM SANTA FE TO LAS CRUCES
Website : www.billandbonnie.com
Label : Big Hat Records

Bill Hearne is erin geslaagd na zijn prachtige album "Watching Life Through A Windshield" die hij samen in het jaar 2000 met zijn blinde echtgenote op de markt bracht, ons terug een plaat te serveren van formaat. Zijn nieuwe release "From Santa Fe To Las Cruces", ligt nu inmiddels alweer in de winkels. De uitTexas afkomstige country zanger-gitarist, is er weer in geslaagd een verzameling van heerlijke songs van niet zo de eerste de beste songwriters op een CD te krijgen. Op de CD vinden we zomaar songs van Greg Trooper, Delbert McClinton, Chris Hillman, Lyle Lovett, Lefty Frizzell, Ian Tyson, Guy Clark, Jerry Jeff Walker, Mel Tillis, Gordon Lightfoot, Mickey Newbury, en Bill Staines. Bill is steeds op al de nummers terug te vinden op akoestische gitaar, terwijl Don Richmond zijn Dobro kunsten nadrukkelijk laten horen op de versie van Guy Clarks "Magnolia Wind" en "Farther Down The Line" van Lyle Lovett. Buiten deze twee uitstekende nummers zijn het swingende "One More Time" geschreven door Mel Tillis en Delbert McClintons eigen versie van dat nummer bloedmooie "When Rita Leaves" hoogtepunten op deze plaat. Alle songwriters waarvan Bill Hearne hier deze songs vertolkt stonden in het verleden en staan trouwens nog steeds bekent om hun op waarheid berustende teksten. Ook nu weer leest u, tussen de regels van hun teksten door, hetgeen Bill bij de keuze van deze songs laat voelen dat ook hij op een uitstekende manier ons iets te vertellen heeft. Een goed in elkaar zittend album, wat zeker zijn weg naar de liefhebbers van country-western-blues wel weet te vinden.

 


 

JON LANGFORD
ALL THE FAME OF LOFTY DEEDS
Label :Bloodshot Records
www.bloodshotrecords.com

De Mekons, Pine Valley Cosmonauts, de Waco Brothers. Allemaal bands waarin Jon Langford actief is. Daarnaast brengt hij ook nog platen uit onder zijn eigen naam en maakt hij schilderijen. Met zo'n hoge productie kun je de man niet kwalijk nemen dat hij ook 'ns een minder geïnspireerde cd uitbrengt. Want "All the Fame of Lofty Deeds" klinkt toch vooral als een tussendoortje voor Langford. Maar wel een uiterst smakelijk tussendoortje. Gezellige nummers als 'Nashville Radio' en 'Constanz' worden afgewisseld met een zo'n typisch fel Langford-nummer als 'Last Fair Deal Gone Down'. Achter Langford treffen we de vaste Bloodshot-club aan, met Steve Goulding op drums en John Rice meesterlijk op allerhande snaren. Naast eigen werk waagt Langford zich aan een cover van Procul Harums 'Homburg', niet echt een nummer dat vaak gecoverd wordt. En 'Trouble in Mind' kennen we natuurlijk nog van "The Majesty of Bob Wills" van de Pine Valley Cosmonauts. "All the Fame of Lofty Deeds" is een leuke plaat van alleskunner Langford, maar we hebben hem wel eens beter gehoord.


 

JOSH RITTER
HELLO STARLING
Website : www.joshritter.com
Email:hellostarling@joshritter.com
Label : Setanta Records

Je hebt wel eens van die platen waar je bij de eerste tonen al denkt "ja, dit gaat heel erg goed worden." Het getokkel op de twee akkoorden van openingsnummer 'Bright Smile' is niets bijzonders aan, maar de liefde die het uitstraalt en opwekt is ongekend. Als Josh Ritter met zijn warme stem erin komt met "now my work is done, I feel I'm owed some joy" is de bevestiging van je gevoel daar: pure schoonheid die nooit zal vergaan. Wat volgt is een rit over een regenboog langs klassieke singer/songwriters als Nick Drake, Bob Dylan en Leonard Cohen. Josh Ritter vond, net als David Gay en Damien Rice voor hem, zijn eerste succes in Ierland. Daar werd in 2002 zijn tweede plaat "Golden Age of Radio" door zo'n beetje iedereen opgepikt en overladen met prijzen en hitnoteringen. Het kan niet anders of de rest van de wereld zal nu snel volgen met "Hello Starling". Een authentiek en eerlijk klinkend album. Opgenomen in 14 dagen ergens in een oude schuur in Frankrijk, ademt het vrijheid, melancholie en passie uit. De 26-jarige Amerikaan wordt zorgvuldig begeleid door ondermeer wat viool, accordeon, orgel en een schitterend klinkende Wurlitzer. Naast uitbundige nummers als 'Kathleen' en 'Snow Is Gone' draait het vooral om de spaarzame en intieme composities die dezelfde sfeer creëren als het werk van Norah Jones. Een populariteit van dezelfde proporties valt dan ook niet uit te sluiten, ook al is het hem daar niet om te doen, getuige de zin "I'm singing for the love of it - have mercy on the man who sings to be adored." Aanbeden worden zal hij wel gauw genoeg, want "Hello Starling" overstijgt elke focusgroep en gaat direct naar het hart.


 

PAUL BRILL
SISTERS
Website : www.paulbrill.com
Label : Scarlet Shame Records

Ik zou niet durven beweren dat alle nummers op deze cd even goed zijn, maar "Sisters" van Paul Brill is wel degelijk een ambitieuze cd waarmee de in New York woonachtige zanger en liedjesknutselaar een plaat heeft gemaakt die interessant genoeg is om niet aan voorbij te gaan. "Sisters" is ook geen overduidelijke americanaplaat, daarvoor zijn teveel trompetten en strijkinstrumentaria uit de kast gehaald om de boel op te vrolijken. Aan het meer dan voortreffelijke 'Macon' kunnen zodoende niet genoeg trombones, trompetten en saxofonen worden toegevoegd. Paul Brill is heerlijk scheutig met popinvloeden en het gebruik van niet alledaags muziekspeelgoed, waaronder een weemoedige accordeon in 'Spit and Spite' en een balalaika in een van de meer droevige nummers op het album, 'Something to Get Along'. In wezen roept de jonge singer-songwriter goede herinneringen op aan de dagen dat The Beach Boys hun surfplanken aan de muur hingen om alleen nog maar liedjes te schrijven. Op die zogeheten psychedelische elpees uit de jaren zeventig staan soms nummers die tegenwoordig het daglicht niet kunnen verdragen. Zo doordrenkt met LSD is "Sisters" van Paul Brill natuurlijk niet, maar de veelzijdigheid en grenzeloosheid in de liedjesstructuur zijn wel heel goed te rijmen met het latere werk van The Beatles en The Beach Boys. Daarnaast krijgen de elf liedjes op "Sisters "een americanatintje door het veelvuldige gejammer van een slidegitaar of pedalsteel en niet in de laatste plaats door de melancholie in de prachtige stem van hun maker.


 

QUIET LONER
SECRET RULER OF THE WORLD
Website : www.quietloner.com
Label : Circus 65 Records

Matt Hill is de man die door het leven gaat als Quiet Loner. Op "Secret Ruler of the World" brengt Hill americana gezien vanuit de Britse traditie van de singer-songwriter. Denk daarbij aan de rustige kant van bijvoorbeeld Elvis Costello, Richard Thompson of Paul Weller, maar dan aangekleed met pedalsteel, dobro en banjo. "Secret Ruler of the World" heeft meer te bieden dan stille en eenzame muziek. Zo zijn 'Real Romantic Soul' en 'Fraction of a Smile' lekkere uptempo nummers met mooi snarenspel. Maar de sfeer is over het algemeen ingetogen, waarbij naast Hills uitstekende stem ook de pedalsteel van Alan Cook en het pianospel van Mike Harries opvallen. Door het fluitspel krijgt een nummer als 'God Knows I'm Leaving' nog een extra Brits tintje. Het geheel wordt naar een hoger niveau getild als Matt Hill vocale assistentie krijgt van Sophia Marshall van labelgenoten The HaveNots. Leuke plaat, al zou Quiet Loner zijn tanden wel 'ns wat vaker mogen laten zien. Maar dat zal wel tegen de natuur van een Quiet Loner in gaan.


 

PATTI WITTEN
SYCAMORE TRYST
Website : www.pattiwitten.com



Countrydame Rosanne Cash schrijft heel lovend over de nochtans onbekende collega Patti Witten in de liner notes van haar twee langspeler "Sycamore Tryst", dus wie zijn wij dan om haar tegen te spreken? Sinds haar onopgemerkte debuut uit 1999, "Land of Souvenirs", en een miniplaat, "Prairie Doll", is Witten, wat heet, een professionele zangeres. Daarvoor maakte ze lange tijd als grafisch ontwerper en muzikante in diverse bands de straten en bars van haar woonplaats New York onveilig. Misschien wordt het een beetje een cliché in de wereld van country, maar ook zij ging voor "Sycamore Tryst" de bloederige strijd aan met Koning Alcohol, maar als we het persschrijven mogen geloven dan is ze nu weer helemaal clean, ja hoor. Let's get back to business, shall we?. Patti Witten beschikt niet meteen over de meest opvallende zangstem in de geschiedenis van de popmuziek, maar we hebben ook nooit beweerd dat het een vereiste voor een goede plaat. "Sycamore Tryst" is in de eerste plaats een verzameling van dertien volwassen en fraai uitgewerkte folkliedjes uit de grote stad. De sfeervolle liedjes vallen eenvoudig in het hoekje van potente folk en americana te duwen. De vergelijkingen met het latere werk van Emmylou Harris, Lucinda Williams en in mindere mate Joni Mitchell kloppen ook allemaal. We stranden echter telkens weer en spijtig genoeg op het ietwat vlakke stemgeluid van de Witten. "Sycamore Tryst" moet het hebben van de alleraardigste productie en een handvol uitschieters, waaronder opener 'What I Don't Tell You', het atmosferische 'Black Butterfly', de robuuste afsluiter 'You Can't' en misschien wel het zogenoemde prijsnummer van de cd, 'Goin' Back to Moline'


 

FLETCHER HARRINGTON
THE GHOST IN THE CHOIR
Website : www.lopie.com
Info : Lopie Productions
Email : howdy@lopie.com

 

Als aanvoerder van Cowboy Buddha maakte Fletcher Harrington al twee platen vol aangename rootspop zoals we die kennen van Uncle Tupelo en Camper Van Beethoven. Sinds 2001 maakt hij ook muziek onder zijn eigen naam. Hoewel deze niet al veel verschilt van het werk met zijn band, klinkt het logischerwijze wel persoonlijker en intiemer. Weinig elektrische en veel akoestische gitaren, veel downtempo en weinig rockers, en veel ruimte voor Harrington zelf. Teveel eigenlijk, want zijn stem kan niet voor de volle 45 minuten de aandacht vasthouden op "The Ghost in the Choir". Hij zit ergens tussen het hoge geluid van Neil Young en de articulatie van Warren Zevon in. De overtuigingskracht van deze mannen bezit hij niet en de eendimensionale liedjes helpen daar ook niet bij. Jammer is dan ook dat tijdens de duetten met Patti Pannell en Tanya Gallardo de vocalen van de vrouwen het in de mix moesten afleggen tegen de heer des huizes. Pas als er op 'Private Joke' een trompet voorbij tettert onstaat er iets moois, en samen met het aparte percussiewerk is er dan iets terug te horen van de avontuurlijke inslag die zijn bejubelde solodebuut "Eyes on Fire & Knuckles Sore" bezat. Voor de rest lijkt Harrington een stapje terug in conservatiever vaarwater te hebben gezet. De man mag dan altijd getooid gaan met een hoge cowboyhoed, muzikaal gezien komt hij deze keer niet boven de middelmaat uit.


 

LAURIE LEWIS & TOM ROZUM
GUEST HOUSE
Website : www.laurielewis.com
Email: laurie@laurielewis.com

Laurie Lewis is een gelauwerde bluegrass-artiest, niet uit het zuiden van de VS maar van de westkust. In het zachte klimaat van California studeerde ze hard op Bill Monroe, Hazel Dickens en Stanley Brothers. Tom Rozum is een bekwaam mandolinespeler en soloartiest die sinds 1986 regelmatig samen met Lewis optreedt en platen opneemt. "Guest House" is een degelijk werkje, waarop de twee hun stemmen fraai vermengen in een aantal eigen composities en enkele vertolkingen van andermans werk. Deze loepzuivere rootsplaat heeft als wel meer folk- en bluegrassplaten niet de snijdende urgentie die je misschien zou wensen, maar biedt wel een constante kwaliteit in een flink afwisselend repertoire. Zo vraagt het liefdesverdriet in Hazel Dickens' 'Scars From An Old Love' een andere concentratie van de luisteraar dan de opzwepende traditional 'Old Dan Tucker', die net zo goed van de Hackensaw Boys had kunnen zijn. Verder bezingt het tweetal regelmatig de metaforiek van het slagveld. Er zijn natuurlijk prachtige verhalen te vertellen over oude veldslagen in en buiten Amerika, waarvan de betekenis in 2004 nog even actueel is. Bovendien doet de mens doorgaans enthousiast aan de liefde en ook deze mondt zoals we weten uit in één groot slagveld. Met slachtoffers, verwondingen, littekens en dergelijke. Gevoegd bij de tijdloze muziek van zowel de opgefriste klassiekers als de eigen liedjes van Laura Lewis, klinkt "Guest House" als een wijs document.


 

TRES CHICAS
SWEETWATER
Website :www.treschicas.com
Email : treschicas04@yahoo.com
Label : Yep Roc

De damesgroep Tres Chicas bestaat uit Caitlin Cary van Whiskeytown, Lynn Blakey van Glory Fountain en Tonya Lamm van Hazeldine. De verschillende karakters van ons aller geliefde zangeressen worden samengebracht door producer Chris Stamey en een gezamenlijke fascinatie voor harmonieuze countrymuziek. Stamey, van wie we laatst zijn eveneens voortreffelijke popplaatje "Travels in the South" bespraken, slaagt niet er niet alleen in om de drie vrouwen in het gareel te houden, maar het lukt hem ook om de relaxte en authentieke countrygeest uit het verleden op te roepen. Zonder dat het meteen in een gladde of versufte bedoening resulteert heeft de man achter de knoppen de bevlogenheid en het welgemeende enthousiasme van het damestrio weten vorm te geven. Behalve het nodige eigen werk coveren de drie als eerbetoon enkele voor de hand liggende nummers van countrydiva's, waaronder 'Deep As Your Pocket' van Loretta Lynn en het treurende 'Am I Too Blue' van Lucinda Williams. Op "Sweetwater" sluiten de Tres Chicas af met een schitterende "spiritual" van grootheid George Jones, "Take the Devil Out of Me". We hadden ons geen mooier einde kunnen toewensen.


 

MICHAEL RENO HARRELL
CLOSER HOME
Website : www.michaelreno.com
Email : mike@michaelreno.com
Label : Running time Music
www.runningtimemusic.com

"Closer Home": een titel die zo uit het americana-lexicon is geplukt. Michael Reno Harrell -zijn lange grijze haren reiken bijna tot zijn .... schrijft cowboyliedjes volgens het boekje. Townes Van Zandt en Guy Clark zijn niet alleen streekgenoten, maar de oude Harrell laat op "Closer Home" overduidelijk horen dat hij de Texaanse songtraditie hoog in het vaandel draagt. Houten huisjes, kabbelende beekjes en natuurlijk heel veel verlaten snelwegen: de grijsaard roept met zijn rustgevende en verhalende kampvuurliedjes een exotisch beeld op van Amerika in maar liefst vijftien eigen liedjes. Een droomwereld die we kennen van soortgelijke verhalenvertellers en eentje die ook een droevige, melancholische kant heeft. Het blijft natuurlijk jammer dat Harrell zoveel leunt op het werk van anderen en niet veel persoonlijker wordt in zijn songs dan nodig is, maar voor wie zich graag begeeft op de vage grens tussen folk en country is "Closer Home" een heel fijne plaat die liefhebbers snel tevreden stelt. info : dddram@aol.com


 

LORETTA LYNN
VAN LEAR ROSE
Website: www.lorettalynn.com
Label : Interscope

Vooruit maar, het is een veelbeproefd recept: retehip artiest neemt al dan niet vergeten legende onder de hoede en bewerkstelligt dusdoende een glorieuze comeback. Bedreven mediamanipulator die hij is, had ik eerlijk gezegd mijn bedenkingen bij het nieuws dat Jack White zich in die hoedanigheid over countrylegende Loretta Lynn (70) had ontfermd. Ik vreesde een ietwat gemakzuchtig "verbluest" album, waar beide artiesten zo hun publicitaire voordeel mee kunnen doen, maar dat je over een halfjaar volkomen vergeten bent. Maar ik moet in het stof bijten, en ik doe het gaarne. Jack White zijn herkenbare stemoefeningen - hij lijkt uit zijn keel op de een of andere manier altijd hetzelfde geluid te willen halen als uit zijn gitaar - blijven beperkt tot de single 'Portland, Oregon' en dat is notabene een van de vele hoogtepunten op "Van Lear Rose". Op de rest van het album toont White gepaste eerbied voor Lynns grijze haren, en - belangrijker nog - haar kwaliteiten als zangeres en biografisch songschrijfster. Het resultaat is een huiveringwekkend spannend pingpongspel tussen country en blues, een meesterlijk liedjesalbum met Lynn als majestueus middelpunt en - als het recht zegeviert - een klassieker in wording. Al was het alleen al om de hoes.


 

BILL WYMAN'S RHYTHM KINGS
JUST FOR A THRILL
Website : www.billwyman.com
Info : admin@billwyman.com
Label : Roadrunner

Na dertig jaar achtereen 'Satisfaction' te hebben gespeeld met de Rolling Stones had Bill Wyman het wel gezien met Sir Mick en de zijnen. In 1992 verliet hij de Stones en ging verder met zijn eigen band, The Rhythm Kings. Inmiddels zijn we veertien jaar verder en is Bill Wyman toe aan zijn vijfde album, Just for a Thrill. Veel nieuws is er niet onder de zon. De hele cd staat vol met klassieke R&B in de richting van John Mayall en George Thorogood. Niet zonder succes wordt 'Taxman' van de Beatles gespeeld. En komt het gitaargeluid U bekend voor? Dat kan, Mark Knopfler speelt ook mee. Een beetje blues hier, wat jazz daar en een beetje soul erbij, dat is zo ongeveer wat er gebeurt. Natuurlijk, relevant is de muziek van Bill Wyman's Rhythm Kings niet meer. Het is een kwestie van graaien in een pot grote pot muzikale geschiedenis en destilleren wat je er van nodig hebt. Muzikaal lijkt het mij even saai als dertig jaar 'Satisfaction' te moeten spelen, maar wie ben ik om dat te zeggen. Bill Wyman speelt just for a thrill en daar maakt hij de nostalgische muziekliefhebber gelukkig mee. En dat is ook een prestatie.


 

JAMIE CULLUM
TWENTYSOMETHING
Website : www.jamiecullum.com
Label : Candid Records

Ga je te ver als je de 22-jarige Jamie Cullum vergelijkt met nog zo'n jong wonder, Joss Stone? We hebben in ieder geval te maken met een graadje hype minder. Maar wat Joss doet, klassiekers op een eigengereide manier coveren, dat doet Jamie ook, zij het op een ander terrein. Het jonge pianowondertje verzorgt met zijn aparte geraspte stemgeluid en jazzy lounge-interpretaties van klassieke soulnummers een prettige zondagmorgensfeer. Cullum brengt alles met de arrogante nonchalance van een Engels straatschoffie, de souplesse van een touwspringend afroamerikaans meisje uit Haarlem en de gratie van drie oude mannen in een rokerige pianobar in New Orleans. Het nummer 'What a Difference a Day Made' met het losse pianospel kabbelt lekker voort naast de fijne stem van Cullum. Wanneer even de blazers even mee gaan doen op 'These Are the Days' en Jamie heerlijk mee te-de-de-de't dan is goede zin niet ver meer weg. 'Singing in the Rain' en 'Twentysomething' versterken dat positieve gevoel van even lekker niks doen genieten. Met de cover van Jeff Buckley, 'Lover You Schould've Come over' begeeft hij zich op gevaarlijk gebied, lastig gebied ook. De emotie die Buckly zo'n nummer mee kan geven weet niemand te evenaren maar hij geeft er een lekkere jazzy schwung aan zonder te ver van het origineel af te wijken. Hendrix' 'Wind Cries Mary' is ook zo'n gevaarlijk nummer waar je makkelijk je vingers aan kan branden. Cullums versie is misschien iets minder overtuigend. Wel is het jammer dat zijn aangename versie van N.E.R.D's 'Frontin'' alleen op de Amerikaanse versie van het album staat. Maar als hij er nog iets meer jazz in gooit en dus iets avontuurlijker tewerk gaat dan zit het wel snor met deze knul.


 

GARY U.S. BONDS
BACK IN 20
Website : www.garyusbonds.com
Label : www.mc-records.com

 

" Back in 20 " is het nieuwe studioalbum van Gary U.S. Bonds in 20 jaar. Dit album heeft tal van 'special guests' als Bruce Springsteen, die hielp aan de opbouw van Gary¹s muzikale loopbaan in de jaren ' 80, door het schrijven en produceren van hits als "This Little Girl Is Mine", "Out of Work" and "Daddy's Come Home", maar tevens zijn er ook nog Southside Johnny, Dickey Betts en Phoebe Snow. "Back in 20",de titel zegt het zelf, hierin keert hij terug naar de roots van weleer, daarom vinden we de blues in al zijn glorie terug op dit pracht album, de blues was toch vaak het hoofdingrediënt in zijn repertoire gedurende vele jaren. Het album werd hoofdzakelijk opgenomen in Gary's New York home studio, samen met zijn vaste begeleidingsband, The Roadhouse Rockers. Bruce Springsteen speelt gitaar en geeft vocale ondersteuning op "Can't Teach an Old Dog New Tricks" waarop U ook Southside Johnny hoort op harmonica. Johnny zingt ook samen met Gary op de blues klassieker "Fannie Mae", op harmonica is hij ook nog terug te vinden op "Take Me Back." De Legendarische gitarist van The Allman Brothers Band, Dickey Betts laat zijn talenten zien op twee nummers : "She Just Wants to Dance" en "Bitch/Dumb Ass", welk ook het verschroeiende duet tussen Bonds and Phoebe Snow kenmerkt. Andere covers op deze plaat zijn Otis Redding's "I¹ve Got Dreams to Remember",Keb Mo's "She Just Wants to Dance" en "Every Time I Roll the Dice" een nummer dat maar pas verschenen is op een album van Delbert McClinton. De rest van de nummers zijn allemaal geschreven door Gary en zijn dochter en Laurie 'Li'l Mama' Anderson. Het is lang wachten geweest, maar Gary U.S. Bonds zorgt met deze opvolger toch weer voor één van de betere bluesplaten van het jaar.

 


 

NOAM WEINSTEIN
PROBABLY HUMAN
Website : www.enoam.com
Email :info@enoam.com

 

Geboren in 1977 in een kleine familie in Cambridge, Massachusetts, Noam begon al snel gitaar te spelen op de leeftijd van acht. Tijdens zijn hoge school is hij begonnen met het schrijven van wel originele songs en andere songwriters te begeleiden bij trefpunten zoals het The House of Blues, Club Passim, Scullers Jazz Club, and The Hard Rock Cafe. In de zomer van '99 ontmoet hij in New York City de drummer Rich Kulsar, een Amerikaan die Noam's visie over muziek maken wel zag zitten en ging dadelijk op zoek achter andere bandleden, Kyle Turner en Cary Brown, en zo kwam hun eerste release "Enough About You" tot stand. Sindsdien heeft Noam ook het genoegen van het werken met David Berger, Dave Richards, Jimi Zhivago, Greta Gertler, en Norah Jones, op verschillende locaties zoals in London, New York, Boston, enSan Francisco. Zijn tweede CD " Above the Music " kwam in april van 2002 op de markt. En nu twee jaar later laat Noam ons verrassen met het derde album " Probably Human ". Zoals we van Weinstein gewoon zijn bevat deze plaat veertien songs met mooie lyrische gedichten. Zijn songwriting is zeer subliem hetgeen blijkt uit de uit de structurele veranderingen in de nummers "Pushing Sixty" en "Shadows" of het excentrieke "Rosetta Stone ". Weinstein levert schilderachtige liefde in de kalme nummers "Satisfied" and "Changes ", in "I Can Hurt People" heeft hij het over de slechte betekenis van humor en grappig is hij wel in " Alien ". Weinstein's nieuwe band, Mike Piehl, Tyler Wood en Lou Ulrich komen zeer subtiel over, hetgeen tengoede komt aan zijn introspective songs die van het hart worden geschreven en die met originaliteit en soulfulness worden gezongen. Het is niet erg dat superstar Norah Jones als speciale gast niet voorkomt op dit album al zullen de fans van Norah zeker van dit materiaal houden!


 

KAT GOLDMAN
THE GREAT DISAPPEARING ACT
Website : www.katgoldman.com

Soms liggen de dingen die u zoekt juist onder uw neus. Dat is het geval met de origineel klinkende Kat Goldman uit Toronto. Het is afgezaagd om haar talenten te willen beschrijven, maar als ik andere zangeressen opnoem zoals Jane Siberry, Kate Bush, Shawn Colvin, Tori Amos of Suzanne Vega dan weet iedereen dat we haar genre van muziek moeten klasseren onder de noemer rock-pop-folk. Kwetsbaar en persoonlijk zijn de pientere lyrische gedichten op haar buitengewoon debuut " The Great Disappearing Act". Haar beste songs zijn de eenvoudigste, als de bedwelmende "Balloon" en het scherpe "Annabel". Een nummer als " La La La Paradise " heeft zoveel creativiteit waarmee ze zeker naar een groter publiek zal doorbreken. In feite, door deze CD wat meer te spelen komen deze parels van nummers wel op uwe persoonlijke ' playlist '. Het humoristische " Everyone’s Getting Married " laat zien dat Kat iedere muzikale situatie aankan. Het is een vrolijke plaat, maar voor het eind heeft deze talentvolle nieuwkomer je gegrepen, omdat ze groeit gedurende de rit die wat tekort is. Voor de liefhebbers van net een tikkeltje anders is Kat Goldman your lady.


 

THE WIYOS
PORCUPINE
Website : www.wiyos.com
Email: thewiyos@yahoo.com
Label: Truthface Records

The Wiyos maken muziek die u terug naar een vroegere tijd brengen, waar de swing en de stringband-muziek, toen in de belangstelling stonden. Tijdens hun korte tijd die ze nu samen zijn, heeft dit trio reeds een brede waaier van opmerkelijke optredens in clubs, concerthallen en festivals door heel het land afgewerkt. Zo konden zij het podium delen met MariaMuldaur, The Asylum Street Spankers, Tab Benoit, Del McCoury, Bob Margolin, Gary Primich, Duke Robillard, Robinella & the CC Stringband, The Howard Fishman Quartet en Paul Curreri. In de korte tijd dat The Wiyos niet aan optredens dachten, doken zij vorig jaar een paar weken de Disgraceland Studio's in Virginia binnen om daar de tracks vast te leggen voor hun debuut album, "Porcupine". Dit album is zowel een nauwkeurige opsomming van de songs van hun live optredens als van hun veelbelovende toekomst als songwriting. The Wiyos weten in hun muziek de geest van de jaren '20 en de jaren '30 te weerspiegelen, toen de zwarte en blanke muzikale tradities zich vaak mengden en er in het genre van muziek geen onderscheid werd gemaakt. Was het nu blues en country, ragtime en gospel of swing en hillbilly -muziek, het maakte allemaal niet veel uit. Hun muziek kan je best vergelijken met die van The Blue Ridge Mountains, met daarbij de invloeden van Django Reinhardt, Fats Waller, the Mills Brothers en Jelly Roll Morton, ondersteunend met de countryklanken van Gary Davis, Blind Blake, Sonny Terry of Doc Watson. Al met al is het een prachtig collectie songs geworden van een groep die door country-blues, ragtime, swing en 'old-time' americana te vermengen een genre voor zichzelf creëerde. Mooi debuut voor dit akoestisch trio,The Wiyos.


 

ROSS WILSON
COUNTRY & WILSON
Website : www.rosswilson.com.au
Thanks to : Eddie Russell

Om een situatie te krijgen waar Ross Wilson op "Country & Wilson" mee bezig is, moeten we even terug in de tijd. "Country & Wilson" moet u het grotere beeld geven, want het is feitelijk het derde deel van een trilogy van albums, waarin U de muziek kan horen dewelke deze legendarische artiest uit Australië heeft beïnvloed. Zoals de titel van dit album laat vermoeden, veel countrymuziek maar zeker ook Rock & Roll. "Rockabilly Women" is een swingend nummer dat evengoed op een rockalbum van Daddy Cool zou kunnen voorkomen. "(I Was On) MTV in the 80's" is een satire gericht aan de muziek industrie waarin Ross zijn eigen carrière wil opgeven door sterk uit te halen naar deze muziekwereld. De meest passionele song op dit album is "Nothin's Right Nothin's Wrong", "No Soul" is een gewaagd nummer waar hij onze collectieve wereld onder de loep neemt maar het openingsnummer "Some of these Blues" geeft het thema van dit album voor de rest wel aan. Zijn vriend Eris O'Brien hielp hem bij het schrijven van "Time Destroys(As Well as Heals)" en zijn andere 'buddy' Paul Kelly schreef samen met Ross het zo prachtige "It Matters To Me". "Country & Wilson"is de derde cd van Ross Wilson. Zijn vorige "Go Bongo Go Wild" en "The Best of Ross Wilson" wijken iets af van de laatste. Allereerst pende hij de liedjes allemaal zelf, op één nummer na (Like a Cross van Eris O' Brien). Bovendien bevat deze cd iets meer vuur waardoor het vanzelf ook een meer feestelijke plaat is geworden. Het kan per slot van rekening ook niet alle dagen oorlog zijn.


 

WANDA KING
FROM A BLUES POINT OF VIEW
Website: www.wandaking.com
Contact : WMK Music

Eén van de beter blues-cd's die laatst in mijn brievenbus gedropt werden, is afkomstig van Wanda King en ja de dochter van de master of the blues Freddie King. Meestal hebben we de laatste tijd te maken met 13-in-een-dozijn bluesalbums of gewoon ordinair platte bluesrock. Geef mij dan maar de Texas-blues van deze uit Dallas , afkomstige dame die momenteel schier elke nacht in een bluesclub terug te vinden is. De blues-cd van 2004 heeft ze welliswaar niet afgeleverd , maar toch staan hier knappe dingen op . Haar nieuw album " From a Blues Point of View" bevat negen songs, waarvan zeven nummers, zeker niet onaardige songs, door haarzelf geschreven. Het schitterende "Old Flame", het soulvolle "Fishing in My Pond", de rustige nummers "SOS" en "I Refuse to Play By Your Rules" en de traditionele texas-blues nummers " "Big Girl" en "Trying Not to Get Caught Up" tonen dat ze niet enkel mooie songs kan schrijven maar dat Wanda ook over een degelijke stem beschikt. De andere songs hier aanwezig, zijn met zorg uitgekozen covers van Johnny "Guitar" Watson,"Cuttin In" en haar vader's " She Put the Whammy on Me". Haar jazzy stem geluid komt mooi over door toedoen van haar begeleidingsband, bestaande uit Shawn Phares, Kenny Stern, Sonnie Collie en de talentrijke Robin 'Texas Slim' Sullivan en de gastmuzikanten Smokin' Joe Kubek en Tutu Jones voor het extra gitaarwerk. Leuk plaatje zondermeer.


 

DYSSELDONK
33 1/3
Website: www.dysseldonk.nl
Email : info@dysseldonk.nl
Label : www.inbetweens.com

Eric van Dijsseldonk kennen we al van de Eindhovense band The Smalltown Romeos, waarin hij de veelomvattende rol van zanger, liedjesschrijver, gitarist vervult en waarmee hij twee CD's opnam. Op het bijzonder knappe tweede album "Superfiction" werd de onweerstaanbare single "Superman Or Charlie Brown" uitgetrokken waardoor ze nu op een uitstekende reputatie kunnen genieten. De laatste tijd leverde hij als gastgitarist tal van bijdragen aan derden. Zoals een prachtige solo in "The Thrill Is Gone" van JW Roy's Kitchen Table Blues. Zijn eerste soloalbum, met de titel "33 1/3", dat vernoemd is naar het oude fenomeen LP, je weet wel die goede oude tijd met muziek van ... The Beatles, waarvoor hij steeds een voorliefde heeft gehad, is uitgebracht op het onvolprezen Inbetweens label. Deze CD bevat meestal akoestische songs waarin Dysseldonk laat zien dat hij buiten een fantastische songschrijver, een al even goede zanger is. Melancholie en verlangen liggen vrijwel voortdurend op vinkenslag. En mede dankzij de muzikale medewerking van Roel Spanjers ( Sunset Travelers) op piano en accordeon, Harmen de Bresser op contrabas, Gabriël Peeters die tevens de producer is van "33 1/3", Gijs Coolen op cello en Nicky Hustinx op percussie en drums gaat dat werkelijk geen moment vervelen. Ik hoor in "Bright & Blue" fraai cello-spel van Gijs Coolen, het nummer wordt tamelijk bescheiden gebracht maar wel op een manier die tot luisteren dwingt. "I'm a hopeless romantic, a melancholy fool", klinkt het in "A Piece Of You", misschien wel het hoogtepunt op het album, moet wel één van de allermooiste rootsliedjes zijn die ooit op Nederlandse bodem werden gemaakt.. "Almost Blew It All" doet een beetje aan JW Roy denken, niet vreemd, omdat ze veel met elkaar gewerkt hebben. Het album eindigt origineel en leuk met de stemmetjes en geluidjes van "Two Little Girls". "33 1/3" is in mijn ogen gewoon grote klasse en verdient eigenlijk om tot ver buiten de eigen landsgrenzen gehoord te worden, want Dysseldonk heeft met zijn melodieuze rootspopliedjes dit album laten uitgroeien tot een album van pakweg het kaliber van Crowded House.


 

CHRISTINE SANTELLI
Website : www.christinesantelli.com
Label : Rapid Records

Christine Santelli heeft haar bekendheid reeds plaatselijk en internationaal gemaakt. Zij heeft vijf albums tot dusver op haar eigen Rapid Records Label. Haar vorige en vierde CD "Season of a Child" werdt voltooid met producent "Popa Chubby" in februari 2002, en dit is nu reeds twee jaar geleden. Christine zong en speelde de blues reeds van de leeftijd van twaalf jaar. Zij swingde door haar universiteitsjaren door verscheidene originele Blues & R&B -bands te vormen alvorens Christine Santelli Band in 1990 tevormen. Na veel uitgebreid te reizen in heel de Noordoostelijke V.S., verhuisde de Christine Santelli Band naar New York City in 1992. Terug in de stad van geboorte starte ze in 1993 haar eigen label : Rapid Records. Het eerste album "24 Hours" werdt in dat zelfde jaar uit gebracht, gevolgd door "Moscow Live" en " Live in Paris at the Chesterfield Café" Christine heeft in Frankrijk gereist, Spanje, Zuid-Afrika, Zwitserland en Rusland. De laatste tien jaar leeft ze in Jersey City en runt tevens ook een Scotland Yard blues club in Hoboken. Het is niet voor niets dat Christine hierdan ondertussen een favoriet bluesvrouw geworden is, met als gevolg dat verscheidene clubs in Manhattan hun deuren moesten sluiten. Haar vijfde en laatst verschenen album, gewoon "Christine Santelli" bevat allemaal nummers door de dame zelf neergepend en brengt een mix van swing gaande van country-blues tot rock-blues, waarin invloeden terug tevinden zijn van Mavis Staples en Etta James. Christine Santelli beschikt over een hemelse en tevens krachtige stem waarbij ze heel wat van zichzelf in haar songs weet weer te geven. Haar album puilt dan ook uit van begenadigde zangpartijen, intrigerende gitaarsolo's, boeiend toetsenwerk en een ritmesectie die staat als een huis. Dit alles is op zijn beurt professioneel afgewerkt door Hugh Pool en ........"Dear Christine, I want to meet you"!


 

THE AVETT BROTHERS
MIGNONETTE
www.theavettbrothers.com
Label : Ramseur Records
Email : ramseurrecords@aol.com


The Avett Brothers is een trio uit Piedmont uit North Carolina en bestaat, zoals te verwachten valt, uit twee broertjes, Scott (zang, banjo, percussie) en Seth Avett (gitaar, piano, percussie), als ook Bob Crawford (bas, zang). De broerjes Scott en Avett maken samen muziek sinds 1998; Bob Crawford, op staande bas, voegde zich pas in 2002 aan het duo toe. Om de muziek van The Avett Brothers te omschrijven is het gemakkelijk om een vergelijking met The Hackensaw Boys te maken, met dit verschil dat het instrumentarium van The Avett Brothers zich voornamelijk beperkt tot akoestische gitaar, banjo en akoestische bas. Met bands als de eerder genoemde Hackensaw Boys en Old Crow Medecine Show hebben ze gemeen de ongemeen spannende samensmelting tussen old-time country, bluegrass, pop, folk, honky-tonk, rock 'n' roll en gospel en dat gespeeld met een duidelijke punk-attitude. Lijkt me een leuke band om live te zien, vanwege de energie die er van af lijkt te spatten. Jammer is dat ze dat 'live-gevoel' op "Mignonette", genoemd naar een 19e eeuws jacht dat schipbreuk voor de Afrikaanse kust en waarbij de overlevenden elkaar begonnen op te peuzelen, iets te veel doorvoeren: een betere selectie van het materiaal en wat minder flauwe dialogen tussen de nummers door, had dit album meer uitstraling gegeven. De muziekjes laten horen dat The Avett Brothers een typische liveband zijn. Het spelplezier druipt er vanaf, met als typische kenmerk de sterke samenzang van het akoestisch spelende trio. Vernieuwend kun je The Avett Brothers allerminst noemen, maar de enthousiaste manier waarop ze thema's als vlinders in de buik, reizen en verdriet brengen, rechtvaardigt beslist een plekje in Rootstime. En ik weet zeker: op het podium in je dorpskroeg zullen nummers als het prachtige en ingehouden "Swept Away" het nog beter doen dan in je koptelefoon, dat in verschillende versies op "Mignonette" voorkomt, met een mooie tweede stem van Bonnie Avett Rini op de zogenaamde "Sentimental Version".


 

THOMAS DENVER JONSSON
& THE SEPTEMBER SUNRISE
HOPE TO HER
Website : www.thomasdenver.com
Label : www.kiterecordings.com

Juichend zijn de recensies van de nieuwste Zweedse ontdekking Thomas Denver Jonsson. Deze vroege twintiger komt uit Zweden en laat bij de eerste beluistering al dadelijk een goede indruk na. Als ik de nieuwe CD " Hope to Her " beluister, hoor ik een muzikant met een - op z'n zachts gezegd - onvaste stem. Een stem die nog net niet uit de bocht schiet bij het grootste deel van de 'fluistersongs' waaruit "Hope To Her" bestaat en die dat wel doet als het tempo naar mid-tempo drijgt te gaan. Misschien is het aantrekkelijke van "Hope To Her" wel gelegen in het gegeven dat je af en toe denkt naar de jonge Neil Young te luisteren. Je vindt op deze plaat liedjes die dezelfde opbouw vertonen als Neil's akoestische werk, met dezelfde breaks en soortgelijke mondharmonica solo's. Toch nog even wat sterke momenten van deze plaat naar voren halen. Zo heb ik veel respect voor de kwetsbare momenten die Thomas Denver Jonsson hier heeft vastgelegd. Zo is het a capella-nummer "Pale" zeer gedurfd en indrukwekkend. Hebben "The I Kissed Her Softly" en "24 Seven" mooie verstilde momenten in zich en ook wel pakkende melodiëen - iets wat ik op een aantal andere nummers node mis - en geeft de bonustrack, de samen met Rosie Thomas en Damien Jurado gespeelde live-versie van opener "First in Line", goed de mogelijkheden van Thomas Denver Jonsson aan. Met dit album " Hope to Her " toont hij aan dat dit zeker het begin is en dat we nog meer mogen verwachten van dit aanstormend talent uit zweden.


 

JULIAN DAWSON
BEDROOM SUITE
Website : www.juliandawson.com

Om eerlijk te zijn heb ik geen idee waar Julian Dawson heen wil met die titel van zijn nieuwe plaat. Terwijl-'ie toch zo simpel is: Bedroom Suite. Het hoesje toont een getekend meneertje en mevrouwtje in huwelijkskledij omcirkeld door een hartje en hun twee fonkelende ringen prominent daaronder. Een van de eerste dingen die Dawson in openingssong 'Dreams Like Trains' zingt, is: "Four walls can be prison when it's hard to stay together." Je krijgt de indruk dat Dawson in een reeks losjes samenhangende songs Dieper Inzicht geeft in hoe relaties soms niet worden wat je tevoren dacht. Nuttig voor ons allen, nietwaar? Geen moment echter grijpt deze plaat je naar de strot of maakt die duidelijk hoe het allemaal precies zit. Sterker nog, het reutelt maar zo'n een beetje door met vooropgezette bedoelingen in mediocre liedjes die klinken als het slapste van Paul McCartney dat ook altijd zo knap in elkaar steekt, zeggen ze. Gaap. We komen nog even van de canapé als Dawson in 'Fast Cars and Rented Beds' over Gram Parsons zingt dat het zo erg is dat er een lichaam gestolen is en dat dit in Joshua Tree wordt vrijgelaten, maar ook dit komt weer tot ons in een kabbelend liedje dat je al vergeet terwijl het nog op staat. Aan het begin van het volgende nummer gaapt Dawson zelf duidelijk hoorbaar, dat is wel grappig. Het viel blijkbaar niet mee om wakker te blijven bij het maken van deze plaat. Een lichtpuntje alsjeblieft? Oké, één heel mooi liedje: 'Cold Hard Truth'. Niet van Dawson zelf, maar de titeltrack van de comebackplaat van superzanger George Jones enkele jaren geleden. Zelfs bij Dawson heeft dit tenminste nog enige vaart, al is er geen begin van een vergelijking met countrylegende Jones mogelijk. Bedroom Suite is slaapverwekkend. Morgen gezond weer op.


 

TARBOX RAMBLERS
A FIX BACK EAST
Website www.tarboxramblers.com
Email: info@tarboxramblers.com

Jim Morrison is niet dood. Tegenwoordig is hij de zanger van de Tarbox Ramblers en speelt vuige americana van het onzuiverste water. Fans van The Doors kunnen bij deze dus afhaken. De muziek van deze band heeft niets te maken met de door LSD-trips aangetaste fratsen van Morrison en de zijnen. De Tarbox Ramblers hebben niks op met de jaren '60 en nog minder met de hippie-idealen uit die tijd. Afgaande op de gotische americana is het vagevuur dichtbij en zullen we er allemaal in branden. A Fix Back East vindt zijn oorsprong in de vooroorlogse countryblues en wordt, net als bij genregenoten Sixteen Horsepower, sterk bepaald door bijbels doemdenken. Zanger-gitarist Michael Tarbox bespeelt de elektrische en akoestische gitaar en vuurt er veelvuldig de gemeenst klinkende salvo's mee af. Met een plompe bas, een krassende viool en een drummer die zijn bekkens is vergeten ontstaat er een geheel dat klinkt alsof het in de garage van een spookhuis is opgenomen. Naast de opgejaagde blues valt er meer te horen. Een aantal traditionals wordt onder handen genomen en de rustige nummers hebben een hypnotiserende uitwerking. Al met al is A Fix Back East een even verontrustend als groezelig werkstuk geworden. Michael Tarbox en zijn Ramblers zijn geen vrolijke jongens, maar musiceren kunnen ze wel. Op naar het vagevuur, zou ik zeggen.


 

WANDA JACKSON
HEART TROUBLE
Website www.wandajackson.com

 

Legendarische rockabillykoningin uit de fifties is terug met een kop als Mary Servaes en een cd die klinkt als een klok. Dat eerste is natuurlijk niet belangrijk, alleen wel onontkoombaar aangezien de diva ons van alle kanten van deze cd-package aanstaart met haar gegroefde gelaat, bijgetekende wenkbrauwen en onwaarschijnlijke haardos. Goddank zijn haar stembanden beter geconserveerd en daar moeten we het verder maar over hebben. Wanda Jackson start begin jaren vijftig als piepjong country and western-zangeresje uit Oklahoma. Hank Thompson neemt haar mee op tournee en met deze optredens verdient Jackson een platencontract. Medio jaren vijftig zit ze in de slipstream van Elvis Presley en Johnny Cash als ze met hen door het zuiden van de VS trekt voor concerten. De ontmoeting met Elvis zet haar op het spoor van rockabilly en rock-'n-roll. Jackson scoort grote hits en wordt het (enige) feminiene antwoord op Elvis. Als de rockabillyperiode voorbij lijkt, keert Jackson eenvoudigweg terug naar de traditionele countrymuziek. In de jaren zeventig zingt ze voornamelijk gospelmuziek en pas halverwege de jaren tachtig begint Jackson weer te rocken. Heart Trouble is het eerste plaatwerk van Jackson in bijna twee decennia. De plaat is een uitgekiend werkstuk waarmee grootmoeder ongetwijfeld allerlei prijzen in de wacht gaat slepen. Het concept is eenvoudig en beproefd: een mix van bekende oude nummers en nieuwe songs van bewezen songschrijvers en daarbij een lange rij van gastmuzikanten van faam. Toch gaat dit alles zelden vervelen, want Jackson is nog steeds een geweldige zangeres en een enorme persoonlijkheid. Zo groot dat zelfs karakters als The Cramps, Elvis Costello en Dave Alvin zich schikken in een dienende rol.


 

AMY FARRIS
ANYWAY
Website: www.amyfarris.com
Email: amy@amyfarris.com

Amy Farris: een paar weken geleden klopte ze met haar strijkstok op het kogelvrije raam van ons luxe hoofdkantoor in Amsterdam. De tengere verschijning in de ontvangsthal vroeg netjes of we alsjeblieft eens onze deskundige blik op haar debuut wilde werpen. Nou, eigenlijk hadden we het veel te druk met van alles en nog wat, maar omdat deze dame speciaal uit cowboystad Austin was overvlogen met een koffertje aan cd's en een stapel versgedrukte dollarbiljetten om onder onze neus te wrijven, besloten we toch maar eens voorzichtig te gaan luisteren dit schijfje. Anyway, zo heet de cd van Amy Farris, is geproduceerd door niemand minder dan Dave Alvin, ons zeker niet onbekend en een vaste klant op onze afdeling voor Cowboymuziek. We pakken voor het gemak nog even de biografie erbij en lezen dat Amy zowaar een muzikale ontdekking is van Alejandro Escovedo, ons ook al niet onbekend. Ook leuk om te weten: Amy Farris tourde met onder andere countrylegende Ray Price, Kelly Willis en Tish Hinojosa. Oké, genoeg geouwehoerd, laten we het eens over de muziek van mevrouw Farris gaan hebben. Anyway is een gevarieerde plaat, waarbij de fragiele en soms wat kinderlijke stem van Amy Farris een grote rol speelt. Verder is het misschien wel interessant om te vertellen dat ze heel handig is met violen. Zoals onze uiterst deskundige oren al constateerden, is Anyway een zéér afwisselde verzameling van elf liedjes. Het nummer 'Undecided' is traditionele maar wat klungelig uitgevoerde western swing. 'My Heart's Too Easy to Break' gaat de richting op van K.D. Lang en in 'Poor Girl' domineert zowaar een vrolijke kuntrymelodie. In het op één na laatste nummer van de cd hangt Amy Farris aan de bar. Klinkt allemaal leuk en aardig, maar op Anyway huppelt ze richtingloos door het Amerikaanse muzieklandschap dat men zich na afloop afvraagt wat nu eigenlijk allemaal is gepasseerd. Daar komt nog bij dat het iele stemmetje van Amy de nodige zeggingskracht mist. Kijk, 'Drivin' All Night Long' van Bruce Robison is een prachtig geschreven tekst en een heel knappe opener van het album, maar de bezieling ontbreekt volledig en de slappe begeleiding van Rick Shea op akoestische gitaar maakt dit alles ook moeizaam luisterbaar. Eerlijk gezegd denken we dat Amy Harris beter af is als zwijgzame violiste in de orkestbak van de Grand Ole Opry of een willekeurige stadsgehoorzaal. Anyway stijgt - helaas voor Amy - niet boven de aaibaarheidsfactor uit.


 

THE DIVINE COMEDY
ABSENT FRIENDS
Website: www.thedevinecomedy.com

De heer Neil Hannon ontsloeg zijn hele band om dan toch eindelijk de touwtjes in eigen handen te kunnen nemen. Na het bejubelde Regeneration is Absent Friends het eerste album waarop hij zich helemaal heeft kunnen uitleven. En dat doet de fragiele Ier dan ook op een haast uitzinnige manier. Nog meer dan ooit treedt Hannon in de voetsporen van Scott Walker met dit verschil: Walker was altijd een hopeloos romanticus en Hannon is een schaamteloos voyeur. Op Absent Friends barst het geheel in traditie van de groots gearrangeerde nummers en fris georkestreerde pop. Hoewel Hannon in hart en nieren een romanticus wil zijn, belet zijn wel erg ironische kijk op de wereld hem dit. De liedjes ('Absent Friends/Here's to Them') zijn vaak pijnlijk in al hun humor. Het knappe van Hannon is dat het hem gelukt is om over een tijdspanne van ruim twee jaar enkele schitterende pastiche-popsongs te schrijven, te arrangeren en te produceren. De kitsch en ironie druipen er aan alle kanten vanaf maar het wordt allemaal zo verleidelijk verpakt dat er wel genoten móet worden. Het hoogtepunt van het album is het dramatische en bijzonder mooi opgebouwde 'Our Mutual Friend' waarin verhaald wordt over een nieuwe liefde die betrapt wordt met de wederzijdse vriend die hen introduceerde ("No longer then is he our mutual friend"). Uiterst charmant is 'The Happy Goth' waarin een haast hilarisch donker onderwerp op een luchtige manier ten gehore wordt gebracht ("Well her clothes are blacker than the blackest cloth/And her face is whiter than the snows of Hoth/She wears Dr. Martens and a heavy cross/But on the inside she's a happy goth"). Humor is Hannons favoriete stijlfiguur zoals ook 'My Imaginary Friend' en de springerige single 'Come Home Billy Bird' laten horen. Op dergelijke momenten is Hannon gewoonweg geniaal. Hannon moet het weliswaar echt hebben van uptempo en bombastische nummers zoals onder andere het titelnummer, 'Come Home Billy Bird' en 'Our Mutual Friend'. Met nummers in de laagste versnelling - zoals 'Leaving Today' en 'The Wreck of the Beautiful' - verliest Absent Friends onnodig vaart en dwaalt de aandacht onverbiddelijk af. Absent Friends mist focus wanneer de snelheid wordt teruggenomen maar blijft desalniettemin door de kleine literaire beschouwingen en rijke orkestratie een genietbaar album van een rasverteller.


 

FAUN FABLES
FAMILY ALBUM
Website : www.faunfables.net

In het grote sprookjesbos val je van de ene verrassing in de andere. Temidden van idyllische landschappen huppelen gedaanten heen en weer die om de haverklap van uiterlijk veranderen. Niets is wat het lijkt. De tocht is vaak moeilijk en als je dan toch eindelijk de uitgang gevonden hebt, ben je blij. Nadien tracht je de herinneringen te bundelen maar vreemd genoeg kom je niet ver. De impressies zijn te vaag en worden gedomineerd door een theatrale stem die de schemerzone verkent tussen absurditeit en wansmaak. Welkom in de wondere wereld van Dawn "The Faun" McCarthy. Deze dame is met Family Album alvast aan haar derde album toe en ze maakt het de luisteraar niet gemakkelijk. Mevrouw blijkt namelijk van extremen te houden. Met als belangrijkste wapens haar stem en een voornamelijk akoestische instrumentarium creëert ze een sfeer die perfect zou passen in de beklemmend wereld van The Residents. De bezetting zorgt er tevens voor dat ze muzikaal in het vaarwater komt van troubadours zoals Devendra Banhart en Entrance maar ze gaat verder. Family Album klinkt haast even eclectisch als een doorsnee plaat van Ween maar helaas loopt het op dat punt vaak fout. Op 'Lucy Belle' worden akoestische gitaar en dubbele basdrum gecombineerd zodat het nummer een ongelofelijke dynamiek meekrijgt die erg absurd overkomt. Ook de kindergezangen die tijdens 'Nop of Time' weerklinken bevinden passen perfect in de vreemde wereld die Faun Fables evoceert. Tot zover loopt alles nog tamelijk goed dus maar als mevrouw op 'Higher' de operatoer opgaat begint de haren toch langzamerhand recht te staan. En zo gaat het nog een tijdje verder. Tijdens 'Carousel with Madonnas' dwalen de gedachten onvermijdelijk in de richting van Queen om even later weer naar Pizzicato Five gestuurd te worden ('Eternal'). En alsof dat nog niet genoeg geweest is, acht mevrouw het opportuun om ook nog even te jodelen op 'Mouse Song'. En daar is zelfs het sterkste zenuwgestel niet tegen opgewassen. En zo komt het dat je eigenlijk erg blij bent dat Dawn "The Faun" er na negenenvijftig minuten de brui aan geeft.


 

SARAH JANE MORRIS
LIVE IN MONTREAL
www.sarahjanemorris.com

 

Live-albums hebben meestal nauwelijks een toegevoegde waarde. Live in Montreal van Sarah Jane Morris is daarop helaas geen uitzondering. De Britse diva behaalde haar eerste succes aan de zij van Jimmy Somerville met de discohit 'Don't Leave Me This Way' van The Communards, maar haar solomateriaal is van een heel andere allure. Misschien is Sarah Jane Morris nog het beste te plaatsen in de categorie van zware shag rokende madammen met de blues, waar ook iemand als Beth Hart in te vinden is. Sarah Jane, ze is nog niet zo gemeen en vervaarlijk als enkele van de liedjestitels doen vermoeden, waaronder 'I Don't Wanna Know 'Bout Evil' en 'Mad Woman Blues'. Het tempo ligt meestal toch behoorlijk laag en de dankbetuigingen aan het adres van lang wijlen Janis Joplin liggen er weer eens heel dik bovenop in 'A Horse Named Janis Joplin' en 'Chelsea Hotel', een cover van een Leonard Cohen-song en zijn verhaal over de liefdesaffaire met de hippiekoningin. Morris leunt ook in weinig opzienbarende uitvoeringen van 'Into My Arms' van Nick Cave en 'Move on up' van Curtis Mayfield als een kroegtijgerin over de pianovleugel. Het is allemaal best aardige sfeermuziek voor laat op de avond, maar ook in dat genre zijn betere cd's verkrijgbaar.


 

CHRIS STAMEY
TRAVELS IN THE SOUTH
www.chrisstamey.com


Misschien reist u vaak ondergronds en kent u singer-songwriter Chris Stamey via The Sneakers en The dB's. Over het verleden gaan we verder niet veel vertellen, behalve dat The dB's met hun vrolijke gitaarpop op dezelfde lijn zaten als pakweg Big Star en R.E.M.. Chris Stamey zong met Peter Holsapple de sterren van de pophemel. Ze slaagden er echter niet helemaal in om hun artistieke kunsten naar commercieel succes te vertalen. Net als de bevriende Holsapple dobberde Stamey een hele poos in de marge met zijn soloplaten. Het meeste succes behaalde hij dan ook als producer voor onder meer Alejandro Escovedo, Yo La Tengo en Whiskeytown. De laatste groep brengt ons bij de nieuwe en langverwachte plaat van Chris Stamey, Travels in the South, waar op twee nummers zo goed een gastbijdrage te horen is van Ryan Adams als zanger en gitarist. Verder komen ook Tift Merritt, Ben Folds, Thad Cockrell en die andere sterspeler van Whiskeytown, Caitlin Cary, voorbij. Ondanks al die countryartiesten in de orkestpit is het vlekkeloos geproduceerde Travels in the South in de eerste plaats goed gevuld met verfrissende en energieke powerpopdeuntjes. De dromerigheid in sommige nummers als 'In Spanish Harlem' en 'There's a Love' is danken aan de invloed van The Beatles. Dat Stameys glorieuze comebackplaat Travels in the South vooral een liedjesplaat is, zorgt ervoor dat de twaalf tracks beter tot hun recht komen als ze afzonderlijk worden afgespeeld. Het is slechts een luistertip, want Chris Stamey weet verder precies hoe een liedje moet klinken.


 

PATTERSON HOOD
KILLERS AND STARS
Website www.pattersonhood.com

 

Een scheiding, ruzie met je band en je vrienden. Ellende alom. Dat overkwam Patterson Hood, zanger van de Drive-By Truckers, drie jaar geleden. Muziek maken is de beste therapie, moet hij gedacht hebben. Hij trok zich terug in een huisje en speelde in een eetkamer de misère van zich af, in het gezelschap van een hond die Loretta heet, volgens de aantekening op het cd-hoesje. In het begeleidende verhaaltje van Killers and Stars schrijft Hood dat hij na de opnames verder ging met optreden met de Drive-By Truckers en de opnames uit het oog verloor. Opnames bleven echter circuleren en de beste man besloot het plaatje maar eens uit te brengen. Onlangs kwam hij ze weer tegen en vond dat de tijd daar was om het uit te brengen. Hij besloot, zo schrijft hij, om het niet "verder af te maken" omdat het volgens hem "het beste werkt als een verslag van een rottige tijd." Een leuk verhaal tot dusver, maar klinkt het ook ergens naar? Ja en nee. Killers and Stars is een uitermate sympathiek lo-fi plaatje. Het is zogezegd in een paar dagen tijd opgenomen in een eetkamer en het resultaat an sich mag er best wezen. De akoestische liedjes zijn simpel, maar doeltreffend. Heel in de verte heeft het wel iets van de vroege Neil Young. Gitaar en zang, af en toe komt er een tweede stem bij en duikt er hier en daar een mandoline op. Het is allemaal niet vernieuwend of origineel, maar wel erg leuk. Tot dusver is er niets mis mee. Maar, gaandeweg bekruipt je steeds vaker een bepaalde gedachte. Wat als die beste Patterson nu eens wat langer in zijn eetkamertje was blijven zitten en iets meer aandacht aan de uitwerking had besteed? Een groot deel van de plaat klinkt namelijk niet af. Alsof hij vergeten is nog één keer naar een liedje te kijken, voordat hij het opnam. En dat is best jammer. Want nu is Killers and Stars een leuk plaatje, af en toe zelfs ontroerend. Als Hood de tijd had genomen om zijn liedjes nog één maal onder handen te nemen, was het echter een plaat geweest die de luisteraar bij de strot had gegrepen. Nu is het slechts een kneepje in het strotje.


 

Raul Malo, Pat Flynn, Rob Ickes, Dave Pomeroy
The Nashville Acoustic Sessions.
Label : www.cmhrecords.com

In afwachting van de vierde soloplaat van Mavericks-voorman Raul Malo is zojuist The Nashville Acoustic Sessions tot ons gekomen. Ter compensatie van de teleurstellende en recente Mavericks-popplaat zonder titel schuift Raul Malo voor de gelegenheid aan tafel bij de absolute top van de bluegrass-scene in Nashville, Pat Flynn (Bela Fleck), Rob Ickes (Patty Loveless) en Dave Pomeroy (Emmylou Harris, The Chieftains). Gekke dingen gebeuren er niet op The Nashville Acoustic Sessions. De plaat opent met 'Blue Bayou', een klassiek popnummer waarmee Roy Orbinson een hit scoorde. De dromerige melodie is op het blanke lijf geschreven voor de mooi zingerij van Raul Melo. In elk geval sluit het goed aan bij de daaropvolgende cover, 'Early Morning Rain' van kampvuurromanticus Gordon Lightfoot. Het kan natuurlijk niet altijd goed gaan: zo is 'You're Gonna Make Me Lonesome When You Go' een haastige Bob Dylan-adoptie met verdwaalde vrouwenzang. Bovendien is het niet heel moeilijk om het krakende origineel van 'Weary Blues from Waiting' door een drankzuchtige Hank Williams te verkiezen boven de opdofte uitvoering door Malo en zijn mannen. Halverwege de plaat is de vaart er nagenoeg uit na het instrumentale 'Waiting for a Train'. Tot aan de op één na laatste cover, Van Morrison's 'Bright Side of the Road', wordt de tijd gedood met wederom fraai gezongen maar spanningsloze uitvoeringen van Gram Parsons' 'Hot Burrito #1' en 'When I Stop Dreaming' van de voortreffelijke Louvin Brothers.


 

JAMES WILLIAM HINDLE
PROSPECT PARK
Label : Badman Recording

Een avondwandelingetje in een fijn park in Brooklyn, New York. Luisterend naar " Prospect Park " lijkt dit één van de vredigste dingen die een mens kan doen. In helemaal niks geeft James William Hindle je het idee dat je je in het drukke centrum van de wereld bevindt, waar iedereen wanhopig ' cool' probeert te blijven terwijl allerhande sirenes de godganse dag tegen de hoogbouw aan galmen en het gele gevaar van de taxi's je elk moment tegen het asfalt kan duwen. Dit is niet de perceptie van de dromerige Hindle, getuige zijn kabbelende singer-songwriter-achtige plaat uit en deels over Brooklyn. Weliswaar staan er twee lome tracks op die schatplichtig zijn aan de elektrische Neil Young, maar dan pakweg die van de 'Harvest'era. Elliot Smith en zelfs Simon and Garfunkel klinken nog duidelijker door in Hindles elf liedjes en met de laatsten maken we ons toch helemaal niet druk meer over 'cool' . Dat doet Hindle ook niet. De landerigheid van"Prospect Park" werkt bepaald aanstekelijk. Als je drie draaibeurten voorbij het oordeel 'saai' bent, krijg je het verdorie nog te pakken ook. Een plaat die niets van je wilt, die nergens heen gaat en die slechts een rimpeling in de stroom publicaties van de muziekpers zal zijn. Een verademing kortom.


 

SAM MYERS
COMING FROM THE OLD SCHOOL
Label : ELECTRO FI RECORDS
www.electrofi.com
info@electrofi.com

"Coming from the Old School" is het nieuwe solo album van Sam Myers in een vijftigjarigecarrière en brengt bluesmuziek die zeer rijkelijk en gevarieerd klinkt hetgeen we van deze legende hadden verwacht. Als de waarheid echt wordt verteld, dan komt Sam Myers uit de school die zij hebben neergehaald om de oudeschool terug op te bouwen, hetgeen zijn grote talent als bluesman van ' heart and soul ' weergeeft. De Mississippi Blues legende is waarschijnlijk het best gekend als de stuwkracht uit één van Amerka's bluesbands,"Anson Funderburgh and the Rockets". Sam deed in de jaren ' 50 ook optredens en studioopnames met Elmore James. Dat hij tevens een uitstekend songwriter is, bewijst zijn ' W.C. Handy Award for Blues Song of the Year 'die hij won met het nummer :"Changing Neighborhoods". Veel van zijn songs zijn gecoverd door andere groten in de blues, waaronder Robert Gray en Eric Clapton. Electro Fi Records is dan ook opgetogen met dit soloalbum Sam Myers met zijn dynamische stem en zijn gaaf harmonicawerk te herenigen met gitaar-grootheid Mel Brown waarmee hij als tiener heeft samen gewerkt in Jackson, Mississippi. Alhoewel er vele knappe bluesnummers aanwezig zijn, de hoogtepunten blijken de nummers die Sam zelf heeft neergepend zoals "I'm Tired of Your Jive", "I Got A Thing for the Voodoo Woman", "Waitin' on You Mama" en "After Hours When the Joint is Closed". Elf songs zijn door Sam geschreven, om verder nog een idee te geven van wat je kan verwachten, zijn er nog nummers van o.a. Rice Miller, Otis Spann en Robert Lockwood. Je kan coveren wat je wil, maar Myers doet het echt wel voorbeeldig. Je krijgt deze juweeltjes - enig in hun soort - op een presenteerblaadje voorgeschoteld wanneer je jezelf dit album "Coming from the Old School" aanschaft. Een aanrader van formaat!


 

JAMES SOLBERG
.......REAL TIME
Website :www.jamessolberg.com
Label : Blues Eclipse Records
www.BluesEclipseRecords.com


James Solberg Band is het best gekend als de begeleidingsband van Luther Allison in de afgelopen jaren, terwijl Solberg zelf al bijna drie decennia speelde met deze bluesman. Solberg en Allison hadden lang, een vriendschappelijke verhouding op muzikaal gebied en daarvoor gaan we terug naar de vroegejaren '70. Samen hebben ze vele nummers geschreven maar aangezien Luther een goed gedeelte van elk jaar in Europa optredens deed, reiste Solberg met zijn band onder zijn eigen naam wanneer Allison niet in de buurt was. In de jaren '90, bracht James Solberg verscheidene albums onder zijn eigen naam op de markt, steeds werd er door de critici met veel lof geschreven over deze bluesman, waardoor hij later tot tweemaal toe de W.C. Handy Award heeft gewonnen. Het talent van Solberg is breed. Naast zijn vurig gitaarspel, zijn geweldig schrijftalent heeft hij CD's voor vele bands geproduceerd. Blues Eclipse Records heeft nu het vijfde album van James Solberg uitgebracht, en is daar zeer fier op gezien het ook gaat over de eerste release van dit label en meteen een schot in de roos. James is ondertussen ook een van die grote bluesgrootheden geworden omwille van zijn soulvol, angstaanjagend en intensief gitaarspel. Zijn stem is vol van emotie en kan vaak zeer krachtig uit de hoek komen. Dit album "Real Time" is daarom ook een must voor iedere bluesliefhebber. Hoogtepunten zijn "It's Alright",de opener van deze plaat vol van menselijke emoties, op titelsong "Real Time" vertelt hij over de dagelijkse nood om meer ' Real Time With you Baby ' te hebben. "I Like Lovin 'you" en "Secondhand Smoke" zijn ook zo bluesy, de verscheidenheid van materiaal maakt deze nummers zo sterk. Echte Solberg'blues zijn " Ever seen a Rainbow" waarin hij voortdurend de verrassingen van het leven onderzoekt en "Gotta Play the Blues" als afsluiter, waarin hij een persoonlijke verklaring geeft betreffende de blues vandaag. De blues betekent voor mij een lange weg naar zelfkennis en daarom is "Real Time" een heerlijke stopplaats.


 

BIG DEZ
SAIL ON BLUES
Website : www.bigdez.com
Email :big_dez@hotmail.com

"Sail on Blues", eerste album van Big Dez die steeds tussen Chicago, Amsterdam, Parijs en Austin reist is een parel van Texaanse blues. Songwriter Phil Fernandez, zanger/gitarist van zijn band heeft hier op onze stranden acht nummers neergepend voor zijn nieuwe plaat. Texas Blues, daar weet hij alles van daar hij lang op tour is geweest met Tracy Conover in de Verenigde Staten. Hij heeft eveneens optredens gedaan met Uncle John Turner (ex Johnny Winter) een echte legende aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Uncle John doet trouwens nog een gastoptreden op het nummer "The Come Back". Daarbuiten is er nog een waslijst aan gasten zoals Tom Robinson (tenor sax), Suzanna Remeny (backing vocals), Gerard Roumagne (bas), Ephrain Owens (Trompet), Tomas Ramirez (alto sax) en Phil Poitevin. Een mooie bende die ons steeds laten trillen!!! We vinden er een ballade, wat funk, een bluesshuffle, wat soul, wat honky tonk en dit alles maakt die Texaanse muziek uiterst dynamisch. Phil 'Big Dez' Fernandez speelt met veel gevoel gitaar en zingt met zo´n overtuiging dat het me raakt. Zijn stem is opvallend en heeft een snel herkenbare klankkleur waarin regelmatig de kopstem te horen is. Je hoort tijdens het luisteren dat hij de kracht helemaal onderuit z´n tenen haalt. De songs bevatten goede arrangementen voor de blazers en de keyboards, tevens de drums (Vincent Daune) en de bas (Lamine Guerfi) voelen de nummers goed aan. Een echt meesterwerk! De traditionele Texaanse blues en alle creativiteit en trucks op de gitaar die Big Dez uit de kast haalt is de ideale afdronk van deze cd. Met andere woorden… smullen geblazen. Een goede cd met strakke blazers. Ik ben benieuwd naar het vervolg na deze eerste kennismaking.


 

MARION JAMES
ESSENCE
Label : Soul Food Records
www.soulfoodrecords.com
soulfoodrecords@hotmail.com

Geboren in Nashville, Tennessee, Marion James groeide in een familie met een liefde voor muziek. Haar moeder speelde piano in de kerk, haar zuster zong gospelsongs voor de Claire Ward Singers, haar oom speelde gitaar en banjo, en verscheidene van haar neven waren professionele musici. Als de meeste grote R&B zangers, kan men de muzikale achtergrond van Marion gaan zoeken in de kerk. Als kind, kwam de eerste ervaring van James met bluesmuziek uit het shows van vaudeville, naar optredens gaan van lokale musici of het luisteren naar de verzameling platen van haar moeder van 78s. Tijdens de vroege jaren '60, reisde ze met een band en dit in gezelschap van gitarist Jimi Hendrix, en bassist Billy Cox. Hun optredens sprak wel het grote publiek van het Zuiden aan. Marion bleef tot het midden van de jaren '80 optredens doen en ze 'Keep the blues alive' maar toen besliste zij om een lange onderbreking te nemen. In de vroege jaren '90, Marion ontmoette gitarist Casey Lutton. Zij begon met zijn groep, The Hypnotics, te musiceren. Verscheidene later jaren, zij en deze funky band namen hun eerste album voor het Italiaanse label, Appaloosa Records. Sedertdien heeft Marion optredens gedaan met Rufus Thomas, Clarence "Gatemouth" Brown, Chuck Willis en vele anderen! Het nieuwe album "Essence" is een mix van blues,soul en jazz en dit samen met de fijnste muzikanten van Nashville. Legendarische jazzpianist, Beegie Adair, en haar trio begeleidt Marion op zes van de twaalf songs. In de vocale stijl van Marion zijn er invloeden zoals van Billie Holiday, Ruth Brown, en Etta James. De muzikanten zoals Reese Wynans (Double Trouble), gitarist Jack Pearson (The Allman Brothers Band), bassist Bob Babbitt (Motown sessie muzikant) en drummer Chucki Burke (Willie Dixon,Issac Hayes) weten de muziek zo prachtig over te brengen dat U steeds op het randje van uw zetel zit of er af springt ! Van het funky "Tables" tot de zijdeachtige ballade "Let's straighten it out", Marion James legt haar ziel in iedere track met volle overtuiging, hetgeen enkel een echte veteraan kan uitvoeren. Met haar nieuw album in hand, Nashville's 'Queen of the Blues' zal binnenkort te zien zijn op alle grote podia,en dat mag wel na het afleveren van dit mooie album " Essence"


 

HOSTY DUO
Website : www.hosty.com
Email:Hosty@cox.net

Toen ik deze cd in de lader stopte had ik maar één doel voor ogen en dit was me inleven in de tijd van de pioniers van het hic hop geluiden en dit is met brio geslaagd, met de nieuwe CD van het Hosty Duo had ik meteen het country-bluesgevoel te pakken. Reeds met de opener " Cryn Won't Help You " tot de lange afsluiter " The Balled of Ol Blue" laat gitaar guru Michael S. Hosty zich uitstekend kwijt van zijn vocale talenten. Achtien nummers heeft Michael Hosty neergepend, want met songwriting daar heeft hij geen enkele moeite mee. “Loving You" is zo'n hoogtepunt op deze plaat waarin de combinatie van heuphop en landelijke blues een pronkstuk maken in deze verzameling songs van deze uit Oklahoma komende liedjesschrijver. Een lekker wegjengelende gitaar, aanstekelijk harmonicawerk en gedreven zang – deze plaat heeft in mijn ogen alles wat je van een goede roots-bluesplaat verwachten mag. Ze opzetten betekent zoveel als de zomer al een beetje inluiden…


 

ZOE SPEAKS
BIRDS FLY SOUTH
Website : www.zoespeaks.com
www.cdbaby.com

Het duo Zoe Speaks, gehuisvest in het gebergte van Oost Kentucky bestaat uit Mitch Barrett en Carla Gover. Hun laatste album bevat meestal traditionele ballades en eigentijdse akoestische songs. Hun muziek is doorweekt van de mooie geluiden van de Appalachian muziek, ook andere invloeden zijn aanwezig, toch proberen zij hun muziek onveranderlijk te houden. Of zij als duo spelen of met de band, de vocale harmonie is de voornaamste eigenschap van hun geluid. Zij begeleiden zich op gitaar, clawhammer banjo en dulcimer. Bruce Molsky (die ook CD produceerde) voegt fiddle en gitaarwerk eraan toe. Andere muzikanten zijn Owen Reynolds, Greg Martin (van Kentucky Headhunters), Mike Compton (van de Band van Nashville Bluegrass), en Skip Cleavinger. Alle nummers werden door Mitch en Carla geschreven behalve de twee tracks " Just a Rose will do" en "Family Reunion" werden door het grootmoeder van Carla neergepend. "Shady Grove" is een herschreven nummer en vertelt het verhaal van een raar koppel in een onverdraagzame stad. Mitch zingt een odel aan alle meisjes die werken in truckstops op "Viola", en Carla vertelt het verhaal van een aangenomen meisje dat naar haar roots zoekt in het nummer " One Small Bird". Traditionele songs zoals "Barbry Ellen", "Retterdyne" en "Pretty Little Darlin" laten "Birds Fly South" toch weer tot grote hoogte stijgen, omwille van de mix van americana, folk en hun eigentijdse Appalachian muziek. En dan heb ik het niet eens gehad over het prima verzorgde en patent waardige digi pack waarin de nieuwe Zoe Speaks tot u zou moeten komen.


 

BRIAN JOENS
HOLLYWOODLAND
Website : www.brianjoens.com
Email : bjoens@longlines.com
Label : Spinout
www.spinoutrecords.com

Dit is er één die wat ons betreft thuishoort in het rijtje Slaid Cleaves of Rod Picott. Dezelfde rasperige stem, dezelfde schrijverskwaliteiten, dezelfde vastberadenheid, kortom dezelfde dosis niet te miskennen talent! Het zou ons dan ook helemaal niet verbazen, mocht Brian Joens binnen de kortste keren uitgroeien tot één van de absolute toppers binnen het americanagenre. "Hollywoodland" is zijn vierde CD uit het jaar 2002 . En je mag het met een gerust hart van ons aannemen, deze plaat heeft echt alles om snel veel zieltjes voor zich te winnen! Singer/songwriter Brian Joens heeft zich met dit album "Hollywoodland" op het label Spinout Records wel degelijk in de kijker geplaatst. Geproduceerd door Bernie Larsen (David Lindley, Melissa Etheridge ) die ook bas en elektrische gitaar speelt, Peter Atanasoff en Carla Olsen word hier meteen een heel stevig fundament gelegd aan een plaat die barst van melancholie en harmonieuse vocalen. De in Iowa geboren Brian heeft veel ondersteuning van multi-instrumentalist Bernie Larsen op gitaar, bas en de toetsen.Vergeefs zal je hier wachten op ook maar één moment van zwakte. Van "Craw" tot het afsluitende "Madsen Surge" volgt enkel en alleen nog superieur materiaal, getuigend van een ongelooflijke instrumentbeheersing en een al even indrukwekkend schrijftalent.
Noteer dus maar in koeien van letters: Brian Jones en laat uw vijfde album maar snel verschijnen !


 

LYNDA KAY & the LICKITY SPLITS
COWGIRL!
Website : www.lyndakay.com
Email :lyndakay@lyndakay.com
Label : Firelight Records

‘I’m a pistol cockin’, guitar rockin’, sweet talkin’ doll.’ Op openings- en titelnummer Cowgirl! maken Lynda Kay & the Lickity Splits meteen duidelijk wat voor vlees we hier in de kuip hebben. Geen juffrouw om zonder handschoenen aan te pakken, deze Texaanse. De stem van Lynda Kay is zoet en breekbaar zoals suikerriet. Songwriter Lynda Kay, die nu in Los Angelos leeft is zeer trots op haar nieuwe album " Cowgirl!" die ze samen met haar zeven leden van haar band, The Lickity Spits, op het label Firelight Records heeft uitgebracht. Haar country-stijl van muziek word vaak vergeleken met grote namen zoals : Johnny Cash, Janis Joplin, Elvis, Dusty Springfield en Patsy Cline. Zoals wel vaker blijkt ook onder deze ruwe bolster een blanke pit schuil te gaan. Want Cowgirl! druipt van de vette countrysoul, die je niet echt verwacht van een artiest uit Texas. De titelsong is een autobiografisch verhaal over de opvoeding van Lynda Kay door haar super, correcte vader, en hoe dat dit haar karakter maakte van wie ze vandaag is. "Cowgirl!" is momenteel op de radio in Nederland, Duitsland, België, Engeland, Italië, Ierland, Japan, en verscheidene radiostations in Texas, Californië, Pennsylvania en Kentucky. De meeste songs op dit album zijn geschreven door Lynda Kay en Nick "The Brick". Zoals het van dampende blazers voorziene "Move On", en het luie "Gimme Love". Het broeierige "The Game" met een geweldige gitaarsolo doet dan weer aan Bobbie Gentry denken. In "Pick Me Up" gaan alle remmen los, en lijkt de boel over de top te gaan. Maar wat dondert dat, het swingt als de laatste trein naar Memphis! Op "Angel Of The Night" bewijst ze ook een akoestische ballad aan te kunnen. Verder horen we nog de traditional "Deep Ellum" met heerlijke barrelhouse piano, en het verstopte "Broken Hearted Blues", een cover van Lil Johnson, een blueszangeres uit het begin van de vorige eeuw die veel seks in haar teksten deed. Lynda maakt ons horendool met haar funky countrysoul. Soul , ja "Cowgirl!" swingt en heupwiegt dat het geen aard heeft . We hebben deze CD al een paar keer gedraaid en telkens weer zet het mijn stramme lichaam in beweging. Om gek van te worden


 

LOUIS!
A CLOSE WATCH
Website : www.songwriters-united.tk
Label : CoraZong
www.corazong.com

LOUIS! is Louis van Empel, singer & songwriter, gitaarspeler en vroegere voorman van The Little Louis Blues Band. Deze Brabander, uit het Nederlandse Brabant dan wel te verstaan, waar hij ook geboren is in dit zuidelijke deel van Holland, maakt ook deel uit van het collectief Songwriters-United, een samenwerking met andere zeer getalenteerde Nederlandse singer-songwriters, met name BJ Baartmans, Eric Devries en Eric van Dysseldonck. Met The Little Louis Blues Band oogste deze groep veel succes, in het bijzonder op festivals,maar Louis wist dat hij meer in zijn mars had, en zeker in het bijzonder als songwriter en daarom werd zijn Blues Band opgedoekt en LOUIS! was geboren. LOUIS! solo of in band laat Louis van Empel toe om zijn eigen muziek te ontwikkelen. Het opnemen van een brede waaier van stijlen en invloeden zoals : folk, americana, country, jazz, latin, roots, Tom Waits, Tom Petty, Neil Young, Johnny Cash, Morfine, Steve Earle, Randy Newman en Mississippi John Hurt zijn samen een uniek mengsel tot het maken van de LOUIS! muziek. "A Close Watch" is zijn debuut voor het CoraZong-label. De plaat werd opgenomen tijdens de hete zomer van 2003 in het Hofnar Theater in Valkenswaard. Daarbij bijgestaan door Rinus Groeneveld (tenor sax), Roel Spanjers (toetsen en accordeon), Thijs Verwer (drums), Geurt Engelsman (productie en bas), Arend Bouwmeester (tenor sax) en Willem Theus (accordeon en harmonium) laat Louis Van Empel ons genieten van zijn liedjes met steeds een folky of rootsy karakter. Hoogtepunten zijn o.a. "Modern Life Drag" waarin we de jazz van New Orleans herbeleven en het rootsy "Close My Skin". Andere nummers als "Lay Me Low" en "River Of Thoughts", waar steeds het blaaswerk stevig van de partij is brengen een mix van blues, jazz en country op zijn best en laten U denken aan het verre zuiden , maar in dit geval het zuiden van Holland.


 

SAUCE BOSS
COME AND GET IT !
Website : www.sauceboss.com
Email : info@sauceboss.com
Label : Burning Disk Records
Thanks to : Eddie Russell

"Come and Get It" is het nieuwe album van Sauce Boss en brengt stijlen van gumbo tot rootsy-muziek of beter americana op zijn grootst. Sauce Boss laat U op deze plaat een mengeling horen van blues met country, voeg daarbij een snuifje latijn toe en een greep uit de rhythmische wereldklanken, samen met wat rap en bewerk dit met een aangepaste begeleiding en u heeft een unieke en smaakvolle schotel. De instrumentale versie van " Four Letter World " is zeer mooi, ook de opener " The Gumbo Song" brengt de wereldgemeenschap dichter bij elkaar met dit prachtige ' World Beat '-nummer. Steeds mogen we rekenen op bluestonen in een Sauce Boss CD. "Going Back to Florida","Little Miss Heartbreak" en "I Broke My Heart" zijn nummers waarin S.B. laat horen dat hij zeer bedreven is met de slide gitaar en maken van dit album dan ook de hoogtepunten. Mooi om te weten is dat dit laatste nummer wel een grote betekenis heeft voor de Boss. Tijdens de opnames van deze CD in de Panda Studios in Clearwater , Florida, greeg Sauce Boss plots een hartaanval. Na zes weken, waarin hij tevens een bypass operatie onderging, was hij terug in de studio om dit fijne album " Come and Get It" af te werken. Sauce Boss of beter gekend als Bill Wharton is een zeer begaafd slide gitaarspeler en weet zijn blues zo te combineren met een hete saus van goede vibes in een grote pot gumbo.


 

CHARLIE MUSSELWHITE
SANCTUARY
website : www.charlie-musselwhite.com
Label :Realworld
www.realworldrecords.com
info : betsie@crowsfeet.biz

De ongeveer veertig jarige Charlie Musselwhite bereikt, door veel bluesmuziek te maken en door zijn reizen in de wereld om iedereen zijn verhalen te laten horen, een overweldigende partij aan ervaring. Dit album is dan ook het resultaat van alles waar hij de laatste jaren heeft beleefd. Met behulp van een uitstekende band zette Charlie Musselwhite zijn ervaringen op muziek. Dit nieuwe album "Sanctuary" bevat ook een aantal coversongs van andere bekende muzikanten. De context van deze songs ligt in de zelfde lijn zoals de originelen van Charlie Musselwhite. De donkere klanken, het vrij langzame en het intrigerende aan deze plaat maken van Charlie Musselwhite meer dan een zanger of een beter storyteller, dan een harpspeler. Door zijn bekendheid als harmonicaspeler, al gebruikt hij dit instrument wel vaak, daarom is dit niet alleen een harmonicaCD geworden. Er wordt op dit album veel gezongen, tevens is er ruimte voor de band om ons hun materiaal te laten horen. "Homeless Child" door Ben Harper geschreven en "My road lies in Darkness" een originele Musselwhite zijn beiden opgebouwd rond een standaardbluesthema, evenals het door Randy Newman geschreven "Burn down the Cornfield", tonen een grote band die het muzikaal zeer waard zijn ernaar te luisteren. "Train to Nowhere" is een song die hier met een trage stem wordt gezongen, gesteund met de hulp van de vrienden van Charlie, The Blind Boys of Alabama. "Shootin ' for the Moon" door Sonny Landreth neergepend is één van de tracks, gespeeld in de stijl van Charlie Musselwhite, een compleet verschillend geluid, het klinkt veel donkerder dan de versie van Sonny, hoofdzakelijk wegens de lage stem van Charlie en dat een deel van gitaar van de originele song hier gespeeld wordt door het harmonica. "Snake Song" van Townes Van Zandt en "The Neighborhood" van Charlie Sexton zijn twee covers, waar beide songwriters hun talent laten kennen, hetgeen Charlie op een zeer voortreffelijke manier over ons heen laat komen. "Alicia", van Eddie Harris, is een andere mooie langzame blues met een melancholische harmonica als ondertoon. " Sanctuary" is een Breuer/Telson compositie met alle arrangementen van Musselwhite is meer een song waarin hij zelf zoekt naar zijn eigen persoon, hetgeen van deze song dan ook een klassieker maakt. "I had Trouble", één song met de hulp van de stemmen van The Blind Boys of Alabama, is meer een tempo nummer en nodigt uit om uw problemen weg te swingen. En waarom niet, wanneer een zanger over zijn ellende zingt, de luisteraar zou eveneens blij met hem kunnen zijn en dit tonen door te dansen op de muziek. Zoals ook in de vroegere tijd van de bluesmuziek werd gedaan, nodigt deze muziek tot dansen. Dit album " Sanctuary" heeft een verscheidenheid van muzikale invloeden, en zal daarom ook een breder publiek aanspreken dan de echte bluesfanaten die Musselwhite al lang volgen.


 

DRUCE & JONES
SONGS FROM THE SILVER BAND ROOM
Webwite :www.emilydruce.co.uk
www.jones-guitars.co.uk
Label : Dusty Records
Thanks to :Pat Tynan Media

Emily Druce heeft tot nu twee solo albums op haar naam, dewelke uitstralen omwille van haar drie grote talenten : traditionele songwriting, handig gitaarspel en haar karaktervol zangtalent. Ze is zeker momenteel één van jongste nieuwe talenten van de Britse akoustische blues scène, en nu heeft ze samen met haar bluesmaatje Steve Jones het nieuwe album : "Songs from the Silver Band Room" . Emily haar eerste ontmoeting met Steve was in het najaar van 2000 op het Burnley Blues Festival. Op korte tijd voelden dat ze veel muzikale invloeden met elkaar deelden, dat beiden op het laatste van vorig jaar samen songs penden, zodat optredens in de beste bluesfestivals als Sidmouth, Towersey and Colne niet konden uitblijven. Het was ook tijdens de periode van Sidmouth dat besloten werd om een plaat op te nemen op een mooie lokatie, hetgeen dan ook gebeurde in een lokale Silver Band ruimte in Huddersfield - Vandaar de titel ...De muziek is goed gespeelde, tamelijk traditionele blues met hier en daar een beetje country. Het is Emily's zingende voordracht van de teksten over de blues : dat maakt het bijzonder! Geen afgepaste zinnetjes, maar veel lange regels die ook nog eens onevenwichtig opgebouwd zijn. Ze komt er glorieus mee weg! Met welke woorden beschrijf ik Emily's stem het best? Een alt met rijke klankkleur en groot bereik, een geheel eigen geluid. Ze doet soms even aan Helen Watson denken, maar ook doen de emotionele uitbarstingen dan weer gaan in de richting van Jo -Ann Kelly. Steve Jones kwaliteit is fijnzinnig bluescountrygitaarspel koppelen aan poetische teksten. En dat levert keurige liedjes op volgens vaste stramienen. De meeste stukken zijn bluesy maar ik hoor ook wat invloeden uit de traditionele folk, de geïmproviseerde solo's zijn uiterst boeiend. Emily and Steve brengen dan topmuzikanten in 'the room' hetgeen een mooi effect geeft op dit album zoals Chris Smyth op dobro en lap steel, Charlie Giordano op piano (op twee tracks waaronder het sublieme Still Called It Home ), en tevens ook nog andere Yorkshire muzikanten. Emily brengt ook covers van Memphis Minnie, Champion Jack Dupree and Lightnin' Hopkins. Maar de zelf gepende songs van Emily en Steve mogen zeker niet onderschat worden - Same Air, Bits Of Time, When I See You There en Line Of Fire vertonen zo'n diepte dat niet altijd aanwezig is in dit genre van muziek. Samen zorgen ze voor een smeuiige vette, stuwende sound, die af en toe plaats maakt voor frivolere covers met meer tempo, wat me laat besluiten , "Songs from the Silver Band Room" is een professioneel uitgevoerd album voor alle country-blues liefhebbers.


 

DENISON WITMER
PHILADELPHIA SONGS
Website : www.denisonwitmer.com
Label : Bad Taste Records
www.badtasterecords.se

Een goed liedje moet ook alleen gezongen met een gitaar op de knie overeind blijven. En andersom dan? Als je mooie, verstilde liedjes gaat aankleden, blijven die dan van hoge kwaliteit? Ja, toch wel, moet ik zeggen na beluistering van de 27- jarige Denison Witmer derde album "Philadelphia Songs". Als U nog nooit over de in Philadelphia gevestigde singer-songwriter Denison Witmer heeft gehoord, hij was eerst ontdekt door Don Peris van The Innocence Mission een band die zijn sporen zoekt in folkgerichte muzikanten zoals : Jackson Browne, Nick Drake en Elliott Smith. Je zult je oren af en toe niet geloven op dit meesterwerk met akoustische rock muziek. "I Won't Let You Down" klinkt heerlijk opgeruimd en brengt de boodschap dat er steeds een straal van hoop is in ons leven. "24 Turned 25", is vervolgens één van de mooiste nummers van de plaat hetgeen men niet kan vinden op albums van Dashboard Confessional. Nogal wat songs draaien daarbij rond de liefde in al haar mogelijke facetten. " Leaving Philadelphia" bijvoorbeeld is gewoon een lieflijk overkomend niemendalletje van een liefdesliedje en doet me even denken aan een betere song van Don Mc Lean. Op "Philadelphia Songs" laat Witmer zich kennen als een kundig observator van de goede en slechte kanten van het leven. Zijn impressies laat hij achter in 9 songs, waarbij hij grotendeels klinkt als een jonge Neil Finn, maar wel eentje die ambient en slow-core tot kunst heeft verheven. Melodieus klinkt het echter wel en op voornoemde liedjes, "24 Turned 25" en "Leaving Philadelpha" zouden zo meekunnen in een tienerfilm over een gebroken relatie. Afsluitend met een piano begeleidend nummer "Saint Cecilia" verduidelijkt Witmer nog even zijn droom om een tijdloos liedje te schrijven. Witmer heeft een bijzonder droevige stem om naar te luisteren, veerkrachtig, zuiver en een beetje fluisterend. In zijn pakkende liedjes zingt hij over verloren vriendschap, droevige dingen, maar vooral over de liefde. Het jaar is nog maar bijna half, maar "Philadelphia Songs" gaat meedingen naar mijn favoriete platen van het jaar, jammer is wel dat dit album met maar ruim 31 minuten door het leven moet gaan.


 

MARY PRANKSTER
LEMONADE : LIVE
Website : www.maryprankster.com
Label : Palace Coup Records
Thanks to : Eddie Russell

"Lemonade: Live" nieuwe album van Mary Prankster brengt country muziek gericht naar : "welcome to my late-twenties." Zoals zovelen is dit album ook een soort of 'greatest hits' geworden. Zeven van de songs op de CD zijn van Prankster's haar vorige drie albums, drie songs werden eerder nog niet opgenomen. Voor een eerste kennis making met Mary Prankster is " Lemonade: Live " misschien niet de beste kennismaking, maar het is zeker een must voor de fans die buiten haar studioalbums : Blue Skies Forever, Roulette Girl en Tell Your Friends nu haar live-cd kunnen aanschaffen. "Lemonade" is opgenomen gedurend een ongelooflijk full-band acoustic "Swang" set in de alombekende 9:30 Club te Washington in de maand mei van dit jaar; samen met grote talenten van muzikanten als de pianist Cliff Retallick, dubbel bas speler Andy Mabe en drummer percussionist Terry Klawthen dit samen met een toffe bende gasten. Het resultaat is zeer aantrekkelijk, een album waarop Mary Prankster op een aanstekelijke manier akoustische folk combineert met hedendaagse country.

 


 

 

KEVIN AYERS
STILL LIFE WITH GUITAR
Label : MARKET SQUARE MUSIC
www.marketsquarerecords.co.uk
Thanks to : PAT TYNAN MEDIA

Insiders weten waar we het over hebben als we gaan schrijven over Kevin Ayers, maar er zijn er nog genoeg die het niet weten. Hoogste tijd voor een korte introductie dus. Ayers starte in 1964 in de groep Wilde Flowers om dan drie jaar later zelf de groep Soft Machine op te richten, na een goed jaar heeft hij het voor gezien en begint solo in 1969. In dat zelfde jaar maakt Kevin zijn debuut soloalbum "Joy of a Toy". In 1992 verscheen "Still Life With Guitar" De CD werd direct op gepikt door leden van de Radio 1 van Engeland tijdens een live sessie; en werd zelfs, door enkele van hen, tot CD van het jaar uitgeroepen. Voor het Engelse marketsquarerecords reden genoeg om heuse compilatie op de markt te brengen van deze cult rocker. De release, juist tien jaar later,heeft dezelfde naam meegekregen,maar daarbuiten drie fantastische bonus tracks bestaande uit twee alternatieve versies van " I Don't Depend on you" en "Don't Blame Them" en als laatste een nog niet uitgebracht nummer :"Running In The Human Race". Wat direct opvalt is het feit dat deze tracks zorgvuldig zijn gekozen hierdoor krijgt de CD toch een eigen sfeer. Het klinkt allemaal, en hoe kan het ook anders, zeer professioneel en je voelt je al bij één enkele luisterbeurt helemaal thuis bij deze compilatie. Kevin Ayers heeft ook een melodieuze en unieke stem. Bij mij sloegen de stoppen pas echt door bij het robuuste maar o zo catchy "Ghost Train". Met deze release "Still Life with Guitar" bewijst Ayers dat hij zijn indrukwekkend prachtige, melancholieke stem nog helemaal bezit. Misschien nog niet helemaal zo virtuoos als zijn latere werk. Het is mooi om je te realiseren waar iets aan doet denken, want op sommige ideetjes en melodielijnen heeft hij duidelijk later voortgeborduurd. Aan het boekje is ook de nodige aandacht besteed, met uitgebreide liner-notes, de teksten en het fotomateriaal. Een betere kennismaking kan ik me niet voorstelling.


 

STEVE TILSTON
SUCH & SUCH
Website: www.steve-tilston.co.uk
Label : MARKET SQUARE MUSIC
Thanks to : PAT TYNAN MEDIA

Steve Tilston kan schouder naast schouder staan als folk-singer/songwriter/gitarist in de wereld. De schrijver van de klassiekers : "The Slip Jigs and Reels", "The Naked Highwayman", en "Here's to Tom Paine" heeft een nieuw album op het label Market Square Records. Geboren in Liverpool en opgegroeid in de Midlands, Steve heeft steeds en dit van reeds de jaren zeventig prachtige albums op de markt gebracht. In het verleden was hij als gitarist samen 'on the road' met Ballet Rambert, als een lid van de groep, Ship of Fools, met John Renbourn en meer recent met WAZ! In de Britse akoustische gitaar scène is Tilson een graag gezien muzikant. Veel van zijn liedjes zijn opgenomen door : Fairport Convention, Dolores Keane, The House Band, Peter Bellamy, North Cregg, Bob Fox en vele anderen. De nieuwe CD "Such & Such" van Steve Tilson is een folkrootsplaat van vertrouwde klasse geworden met dertien uitgesponnen liedjes. De geest van Loose Shoes, zijn band uit de tachtiger jaren, is nog altijd hoorbaar bij Tilson, zonder dat hij blijft steken in de goede oude tijd. Met zijn vaardige gitaarpel en compositorisch talent is hij in staat decennia na decennia binnen te stappen met een fris geluid. Ook nu weer. Maar er is meer, die schurende stem die heerlijk loom en diep doordringt in de fantastische melodieën. Luister bijvoorbeeld eens naar de bluesy 'Road tunes' zoals "I need a cup of Coffee" en " Rolling down this roman Road "; tevens ook het super instrumentale "Totterdown" met zijn jazzy-folk-fusion samba vibe. Wat een vreugde zit er in zijn liedjes opgesloten en hoe aanstekelijk dat werkt op Andy Sheppard (sax), Maartin Allcock (bass), Anna Ryder (keyboards) and Roy Dodds (drums), zijn vaste begeleiders. "Such & Such" is daarmee een staalkaart van talent geworden met een stijl die kan omschreven worden als muziek gaande van traditionele folk tot cool jazz en van samba tot singalong. Steve Tilson is net als generatiegenoot Richard Tompson één van de ware survivors. En ook hij is nog lang niet klaar met de muze!


 

MATT & SHANNON HEATON
DEARGA
Label : www.eatsrecords.com
Email: info@eatstrecords.com

Introverte traditionele muziek met een bizarre Ierse rand, zo kunnen we het nieuwe album "Dearga" van Matt & Shannon Heaton omschrijven. Shannon Heaton beschikt over een vaardig fluitpel en compositorisch talent waardoor ze in staat is decennia na decennia binnen te stappen met een fris geluid. Matt Heaton desolate huilerige stem past wonderwel bij zijn voorzichtige gitaartonen, een ontluikende dobro en af en toe een weirde gitaartoon. De relatie tussen Shannon en Matt is zeer helder hetgeen uit hun samenwerking blijkt. Wat een vreugde zit er in zijn liedjes opgesloten en hoe aanstekelijk dat werkt op zijn gastmuzikanten ( Hanneke Cassel, Aoife Clancy, George Keith en Eric Merrill ). Zo glij je van liedje naar liedje, van hoogtepunt naar hoogtepunt. Alle composities en arrangementen zijn door het echtpaar Heaton gedaan op uit zondering van "Only for barney" door Josephine Keegan en " The Road To Garrison" door Maurice Lennon. De dertien liedjes waarin ze elkaar regelmatig prachtig vocaal ondersteunen met hun prachtige stemmen, zetten de singer-songwriters die hun kennis hebben opgedaan in sessies in Chicago, Boston en County Clare, zichzelf helemaal in de schijnwerpers met een muzikaal rijke mix van Celtic en Ierse traditionele muziek. Na enkele luisterbeurten dringt "Dearga" zich zelfs aan je op, zodat na twee dagen auto-cd-genot concludeert hier met een klein meesterwerk van doen te hebben.

 


 

LUCY KAPLANSKY
THE RED THREAD
Label : Red House Records
Website :www.redhouserecords.com
Thanks to : Pat Tynan Media


De titel van Lucy Kaplansky’s zopas verschenen vijfde album, verwijst naar een oud Chinees geloof en om dit uit te leggen even een verhaaltje vertellen. In China geloven mensen dat kinderen bij de geboorte via rode draden contact leggen met mensen die belangrijk zullen zijn in hun leven. De draden worden beproefd tijdens lifetime, maar zullen nimmer verbroken worden. Zo moet er vanaf de geboorte van Molly Fuxiang een link zijn geweest met Lucy Kaplansky en haar echtgenoot: een tijdje terug reisden ze naar China om hun dochtertje te adopteren. "The Red Thread" zoals haar nieuwe cd heet, staat helemaal in het teken van het grote geluk dat ze momenteel beleeft. Zie haar stralen op de hoes. Precies zo gelukzalig klinkt haar nieuwe muziek. Alles is compleet anders nu haar dochtertje Molly Fuxiang er is, horen we haar zingen op de opener "I Had Something" (met Richard Shindell) . Een boodschap die de min of meer herhaalt op "This Is Home" (met Gorka), met Kaplansky intens tevreden als moeder. Zes songs heeft ze samen met haar wederhelft Rick Litvin gepend; deze liedjes zijn dan ook op dit album "The Red Thread” een duidelijke reflectie van Kaplansky’s geestesleven van de voorbije twee jaar. In liedjes als het met John Gorka gebrachte “Line In The Sand” of het ingetogen “Land Of The Living” spreekt ze zonder schroom over de fatale klap die haar land op moreel vlak werd toegediend en over de zinloosheid van geweld. Dit is geen country, dit is geen rock, maar verfijnde rootsmuziek, ofwel Americana. Zoals enkele vrouwen die momenteel beproeven. Dan doel ik op Eliza Gilkyson en Lynn Miles. Kaplansky sluit mooi aan met haar beste plaat ooit mede dankzij de inbreng van muzikanten als Richard Shindell, Jon Herrington en John Gorka. Je zou het een conceptplaat kunnen noemen over hoop. Luister maar eens naar "Land Of The Living" en "Brooklyn Train", prima gepende sfeerschetsen over New York na negen november. In het verlengde daarvan horen we een vredesboodschap op" Line In The Sand", over het geweld in het Midden Oosten, ofwel over de scheidslijn tussen de Palestijnen en Israël. Kaplansky had eigenlijk te weinig materiaal voor een nieuw album. Daarom voegde ze een stel ijzersterke covers toe zoals de Buddy Miller-Jim Lauderdale-compositie "Hole In My Head" en het folkrockertje "Off And Running" van James McMurtry en gebracht met collega Eliza Gilkyson. Haar trefzekere pen, die hemelse stem en tonnen goede smaak volstaan ruimschoots om van dit album een meer dan aangenaam schijfje te maken.