ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008

JANUARI 2009 - FEBRUARI 2009 - MAART 2009

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

JASON RICCI & NEW BLOOD - DONE WITH THE DEVIL

MARC BROUSSARD - KEEP COMING BACK

KING CLARENTZ - DAY OF THE SUPERMODEL

AD VANDERVEEN - FAITHFUL TO LOVE

JOSH WEINSTEIN - LOVE & ALCOHOL

NICK LOWE - QUIET PLEASE... THE NEW BEST OF NICK LOWE

CANDY DULFER - FUNKED UP CHILLED OUT

STEVE BAKER & DICK BIRD - KING KAZOO

THE BLIND BOYS OF ALABAMA - LIVE IN NEW ORLEANS (DVD)

JON SNODGRASS - VISITOR’S BAND

LOWLANDS - THE LAST CALL


 

 

JASON RICCI & NEW BLOOD
DONE WITH THE DEVIL
Website
VIDEO 1 VIDEO 2
Label: Eclecto Groove
Distr: Coast To Coast

 

 

Met zijn eersteling voor het Eclecto Groove label scoorde Jason Ricci, de nieuwste bluesharp sensatie uit Maine, al direct voluit. Hij is een jongen die alle pogingen om zijn muziek een label op te plakken volledig ontloopt. Hij bracht een gay punk injectie in de blueswereld met zijn strakke jeugdige bluessound, en gaat nog een stap verder op deze nieuwste cd. Was "Rocket Number 9" al een frisse vernieuwende release tussen het blues harmonica aanbod, deze zo mogelijk nog wat meer. Jason ziet er niet alleen uit als een punkrocker, met die ingesteldheid brengt hij ook zijn muziek, stel je Little Walter of Sonny Boy voor op speed, maar soms is het evenzeer jazz, en zijn Eric Dolphy of Roland Kirk zijn raakpunten. Het klinkt misschien wat cliché, maar ik meen het als ik zeg dat als er iemand op het gebied van bluesharp de grenzen wat verlegt, het zeker Jason Ricci is. We hadden het allemaal al wel eens gehoord, wel wat Jason doet niet. Wat John Popper, Harper en Sugar Blue met hun sound doen, de vermenging van blues, jazz met improvisatie en snelheid, doet Jason nog even beter en origineler en meer vuur. In "Broken Toy" brengt hij zelfs wat Tom Waits invloeden binnen, waarna hij midden in het nummer een van de meest explosieve langzame mondharmonica solo’s die ik ooit hoorde op ons los laat. Helemaal de punktour gaat het op in "I Turned Into A Martian", een nummer best te omschrijven als Johnny Rotten meets John Popper. De sterke gitarist Shawn Starski neemt op deze cd nu ook de microfoon ter hand in één song en doet dat prima. Jason gebruikt het hele arsenaal, van diatonic over chromatic tot bas- en polyphonische harmonica’s en dat in evenveel stijlen, zoals vernoemd: jazz, punk, natuurlijk pure blues, maar ook wat Latin en Afrikaans getinte dingen, zoals het lange, jazzy "Afro Blue". Net als op zijn voorganger kan Jason ook hier zijn bewondering voor het werk van Sun Ra niet verbergen, hij coverde voorheen "Rocket Nr 9" dat zijn titel leende aan het debuut op Eclecto Groove, en nu verwijst hij in zijn afsluiter "Enlightenment" duidelijk naar de man. De cd bevat verder maar één andere cover "As Long As I Have You" van Willie Dixon. Jason Ricci bewijst met deze "Done With The Devil" dat hij een man is die vanaf nu zijn plaats in de blueswereld standvast ingenomen heeft! (RON)

JASON RICCI & NEW BLOOD ON TOUR

 

02/05/09: Ospel, Holland - Moulin Blues Festival
06/06/09: Oss, Holland - De Groene Engell
11/06/09: Mol, Belgium - Meulenberg
12/06/09: Hengelo, NL - Metropool
13/06/09: Charleroi, Belgium - Nuit De Blues Festival
14/06/09: Antwerp, Belgium - Crossroads Cafe
16/O6/09: Brussels, Belgium - GC Nekkersdal

 


 

MARC BROUSSARD
KEEP COMING BACK
Website Myspace
Label: Go! Entertainment / Atlantic
Distr.: Rough Trade
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

 

Marc Broussard werd geboren op 14 januari 1982 in Carencro in de Amerikaanse staat Louisiana. Hij is de zoon van Ted Broussard, gitarist bij de legendarische Boogie Kings. Muziek werd hem dus met de paplepel ingegoten. Hij debuteerde op 20-jarige leeftijd met "Momentary Setback" en met de opvolger "Carencro" (2004) refereert hij naar zijn geboorteplaats in Louisiana. Je hoort op deze plaat wel duidelijk waar Marc vandaan komt door de country invloeden die eveneens het album sieren. De tracks zijn een mix funk, blues, R&B, rock en pop verweven tot een opgewekt en dynamisch geheel. Rustige nummers wisselen elkaar af met nummers waarop je zou willen dansen. Ondanks lovende kritieken in eigen land, kregen deze twee albums bij ons geen officiële release. Zijn muzikale stijl wordt beïnvloedt door soulzanger Otis Redding. Met het coveralbum "S.O.S.: Save Our Soul" (2007), een album vol met mooie soulliedjes, beleefde Broussard vorig jaar ook in ons land een bescheiden doorbraak, maar daarentegen was zijn optreden op Blues Peer, één van de hoogtepunten. Na de re-release van "Carencro" krijgen we nu dan echt nieuw werk voorgeschoteld van deze over een geweldige stem beschikkende jongeman. En wat voor een plaat! Waar "S.O.S.: Save Our Soul" vooral bestond uit ‘minder bekende’ soul covers uit de kluizen van de labels Stax en Motown, komt Broussard nu met nieuw materiaal op cd: "Keep Coming Back" met een mix van uptempo en ‘sit back and relax’ nummers in zijn eigen stijl: "Bayou-soul" - een mix van soul en blues, met stevige wortels in het Zuiden van de VS. Daarbij schreef hij zelf alle songs en komen zijn vocalen nog beter uit de verf. Vanaf de allereerste tonen knalt "Keep Coming Back" uit de speakers, en dit met het sterk door Dr John en the Neville Brothers beinvloedde titeltrack. Met het Temptations-achtige "Power’s in the People" tot het verstilde akoestische nummer "Going Home" bewijst Broussard dat hij een meester is in het vertolken van bijna alle stijlen die geworteld zijn in het diepe zuiden van de Verenigde Staten. Eén van de pareltjes op deze cd: is het nummer "Evil Thing". Een echt ‘crescendo’ nummer waar de soulstem van Broussard het beste op uit komt. Daarnaast geven nummers als "Why Should She Wait", met vocale hulp van Sara Bareilles en "When It’s Good" met hier de backing vocals van Leann Rimes aan, dat we nog heel veel van deze artiest kunnen verwachten. "Keep Coming Back" is zonder twijfel Broussard’s beste tot nu toe.


 

 

KING CLARENTZ
DAY OF THE SUPERMODEL
Label: Super Sweet Records
CDBaby VIDEO

 

 

Onlangs was hij in Utrecht nog de ‘talk of the town’, althans bij de bezoekende blueslovers in Blue Highways, maar zijn eerste album op Hightone dateert al van 1999. ‘Day Of The Supermodel’ kwam uit in 2008 op het label Super Sweet Records, opgericht in 2006 om muzikanten de kans te geven zich fulltime te lanceren. Negen jaar lagen daartussen, maar naast muzikant/bluesman is King Clarentz of Clarence Brewer uit Springfield, Missouri nog beeldend kunstenaar, schilder, filmacteur en entertainer. Lange tijd hield hij zich op in de San Francisco Bay Area en in 2000 stond hij nog op de affiche van de Blues Estafette in Nederland. Zijn observatiegeest scherpte zich al die jaren aan. Zijn satirische humor en politiek bewustzijn vinden nu een kanaal in zijn teksten, zoals ook in de songs op dit album. Daarin drijft hij de spot met de politiek, met glamourtoestanden en de risico’s die de samenleving bedreigen. Hij zingt de teksten met een rauwe stem en geselt zijn gitaar alsof T-Model Ford en Son House hem zijn muzieknoten willen afsnoepen. Zijn repetitieve wijze van gitaar spelen op zijn ‘Sears & Roebuck Silvertone’ genereert een felheid die niet moet onderdoen voor de eerste baanbrekende blueslegendes. Maar zelf omhult hij de Mississippi blues met een eigensoortige spooky wolvenhuid, beklad met de graffiti van zijn politiek activisme. Drummer Bobby Lloyd Hicks, trouwe metgezel, en bassist Andrew Ribotto geven extra voodoosfeer mee aan dit album. Op enkele na zijn de meeste songs door de King zelf geschreven. Met zijn scheurende gitaar en gruizige stem zet hij de aanval in op de machthebbers, de uitwassen van de consumptiemaatschappij, drank, seks, zelfmoord en verdoemenis. Op ‘Supermodel’ en ‘Rim O’The Koochie’ hoor je invloeden van John Lee Hooker. Persoonlijk geraakte ik in de ban van zijn ‘Lonesome Ghost’, bezwerend en dramatisch gezongen en van het obsessieve ‘Down On The Burying Ground’. In het crazy ‘Hurricane Party’ beeldt zijn compositie de macabere dans uit van de niet geëvacueerden die naar het strand trekken om zich daar in het oog van de storm uit te leven. Zijn bluessongs zou je kunnen omschrijven als hangarblues. Elk moment kan er een vliegtuig de lucht komen splijten opgeroepen door de energie van zijn gitaarspel. Het ingesloten boekje, een Comic/strip getekend door Aaron Farmer, maar geesteskind van Clarentz, roept trouwens diezelfde sfeer op, want een radioactief supermodel, met verblijfplaats in 29 Palms in Californië, komt daarin aangevlogen om de aanstormende komeet te verpulveren alzo de mensheid reddend van totale ondergang. Het ‘New Gop’ nummer, bijtende kritiek op de Republikeinen, gebruikt aanverwante symboliek. Met weirdo King Clarentz kan je van een revelatie spreken en hij heeft blijkbaar heel wat in zijn mars. Je zou denken dat hij met stem en gitaar de strijd aanbindt met aarde en planeten. Hij beeldt het uit zowel in zijn staalsculpturen als in zijn hoogst persoonlijke blues. En al is deze van het wilde rudimentaire soort, het blijft op en top virtuoze blues gepuurd uit het chaotisch krachtveld van de nieuwe beschaving. (Marcie)


 

AD VANDERVEEN
FAITHFUL TO LOVE
Website Myspace Contact
Label : Sonic Rendezvous

 

 

Ad Vanderveen heeft een 100 procent Nederlands klinkende naam en hij werd in 1956 ook met die nationaliteit geboren in Hilversum. Maar zijn muzikale ontwikkeling gebeurde deels in Canada waar zowat de helft van zijn familie woont. Zijn vlekkeloze uitspraak van de Engelse taal is derhalve een eerste opvallende prestatie te noemen. Zijn bekendheid als singer-songwriter in het Americana- en folkgenre begon in de beginjaren ’90 toen hij solo ging optreden nadat hij vele jaren in diverse groepjes had meegespeeld. Sindsdien heeft hij al een indrukwekkend lijstje van meer dan 15 soloplaten op zijn naam gezet. Daarnaast werkte hij mee aan een lange serie projecten met enkele grote en gevestigde namen in de muziekindustrie zoals Flaco Jimenez, Al Perkins, Iain Matthews en Al Kooper. Op zijn nieuwste plaat “Faithful To Love” - die amper één jaar later volgt op zijn recentste dubbelalbum “Still Now” - laat hij zich van zijn akoestische zijde horen en wordt hij vocaal in heel wat nummers ondersteund door zijn vaste partner Kersten de Ligny, die ook gitaar speelt. De derde muzikant die aan dit specifieke project meewerkte is violist en mandolinespeler Jim Morrison. Deze cd is een vrij sober en intiem werkje geworden met elf nummers waaronder twee coversongs: “All My Money On You” van Diana Jones en “Houses By The Field” van collega singer-songwriter John Gorka. Vintage Ad Vanderveen is wat de luisteraar en fan kan verwachten van dit album dat ook enkele toekomstige klassiekers uit de setlist van deze zanger bevat. Zo voorspellen wij een mooie toekomst voor de songs “Faithful To Love”, “Bottom Drops Out”, “Lose The Sorrow” en “Wannabe”. Stuk voor stuk melancholische en emotioneel poëtische liedjes die in het hart van elke luisteraar wel een gevoelig plekje zullen weten te beroeren. “Faithful To Love” zal wellicht geen gouden plaat worden maar het album hoort eigenlijk wel thuis in de verzameling van elke rechtgeaarde muziekliefhebber. Dat Ad Vanderveen meermaals reflecties aan James Taylor oproept is enkel een verademing te noemen in deze hectische tijden. (valsam)


 

 

JOSH WEINSTEIN
LOVE & ALCOHOL
Website Myspace CDBaby

 

 

Niet gemakkelijk om de songs van singer-songwriter Josh Weinstein te beschrijven. De New Yorker heeft er een handje van weg om blues, folk en jazz in bizarre melodische schriftuur te laten opgaan. Zijn levensloop of reislust is navenant. Hij groeide op in Poughkeepsie. Het zou een van zijn songtitels kunnen zijn en ook niet misstaan naast een titel als ‘Fuck Is Fuck’. Zijn zwerftochten van New York naar Colorado, Californië, Washington, Maine en terug naar New York roepen spontaan het beeld op van de rusteloze Kerouac en Neal Cassady. Ergens leunen zijn songteksten ook aan bij de stedelijke chaos, zoals geregistreerd tijdens zijn passage doorheen Amerika. In al die jaren kwam Weinstein aan de kost als barman, opvoeder, copywriter, jazzpianist, compositieschrijver, enz. Alle ervaringen vonden vroeg of laat wel een plekje in Josh’ songs, die zich situeren in de schemerzone tussen highway blues en skyline jazz waar alles door elkaar loopt. Josh heeft een rijke fantasie en speelt met emoties, kleuren, geuren en klanken. Zowel Paul Auster, Rimbaud, John Fante als Shopenhauer zouden zijn literaire inspiratoren kunnen zijn. Wat zijn muzikale invloeden betreft gok ik op Tom Waits, Duke Ellington, Dr. John. En ‘Little Sue (Is Only Susan Now)’ lijkt zo weggelopen uit een Randy Newman album. Zelf speelt Weinstein al even inventief op de pianotoetsen als Randy. Na ‘Petty Alchemy’ uit 2003 en ‘Brooklyn Is Sinking’ uit 2006 duikt deze ‘Love & Alcohol’ opnieuw in nachtelijke atmosferen, tekenend voor een pianist die vaak in bars en clubs inspiratie vond. Met een grootmoeder celliste en een folky moeder in de sixties kan je verwachten dat de telg ook muzikaal aan de slag gaat. Het meeste wat Josh neerschreef evoceert de sfeer van slapeloze nachtelijke uurtjes, gekaderd in een elektro-akoestische setting waar songs blijkbaar geen begin kennen en als waakdromen in elkaar overgaan. Muzikale medestanders in dit suggestief wereldje zijn bassist Paul Ossola en drummer John Bollinger plus orgelist, cellist, violisten, trompettist en nog vele anderen. Ook de aanvullende klankenimprovisatie uit het rariteitenkabinet maakt wezenlijk deel uit van de sound. De stem met pianospel van Josh is het verwarmend bindmiddel dat je inkapselt of meevoert naar mysterieuze plaatsen. ‘Every New York’ is zijn persoonlijke visie op de metropool en ‘She Rolls Jaunty’ is zo melancholisch als een saloon in New Orleans waar de pianist alleen achterbleef. Weinstein’s muziek is warm en cool tegelijk. ‘Tennessee’ met het gezamenlijk koorrefrein en de trombone zweemt naar satire. Voor de songs van Weinstein blijft het zoeken naar een passende omschrijving. Lyrische popfunk, metafysische bluespunk of benevelde slowjazz komen amper in de buurt. In Weinstein’s complexe brein huizen vele muziekjes, allen even geïnspireerd en boeiend. (Marcie)


 

 

NICK LOWE
QUIET PLEASE... THE NEW BEST OF NICK LOWE
Website
VIDEO 1 VIDEO 2
Label: Proper Records Distr.: Rough Trade

 

 

Nicholas Drain Lowe aka Nick Lowe is op 24 maart van dit jaar 60 jaar geworden, een mooi moment om uitgebreid terug te blikken op een imposante loopbaan want al meer dan 40 jaar is hij in de muziekscène bekend als bassist, producer en singer-songwriter. De Brit begon in de country- en bluesgroep Brinsley Schwarz waarmee hij de prachtsong "What's So Funny 'Bout Peace, Love And Understanding" de geschiedenis inzong en Elvis Costello een wereldhit bezorgde in 1979. Daarna vormde hij samen met Dave Edmunds de groep Rockpile en produceerde hij o.a. The Damned en Elvis Costello (de elpees "My Aim Is True" / "This Year's Model" en "Armed Forces"). Zelf belandde Nick Lowe ook ooit in de hitparade met "I Knew The Bride When She Used To Rock 'n' Roll". In 1985 bracht hij de CD "The Rose Of England" uit die uitgroeide tot een must-have voor alle liefhebbers van goede songs en goede muziek. In 1979 trouwde hij met Carlene Carter, dochter van June Carter en stiefdochter van Johnny Cash, maar dat huwelijk hield maar enkele jaren stand. Samen met John Hiatt, Ry Cooder en Jim Keltner maakte hij ook kortstondig deel uit van de projectgroep Little Village. Van de laatste tien jaar blijft voorganger "The Convincer" uit 2001 zijn beste, scherpste en veelzijdigste plaat. Voor het terugblikken op zijn imposante loopbaan werd ditmaal gekozen voor 2 cd’s, goed voor niet minder dan 49 tracks. Handig, zo’n vakman die z’n hele carrière lang vrijwel altijd liedjes in drie minuten een kop en staart geeft. Deze songs bieden een voorbeeldig chronologisch overzicht, en dit van de nadagen van de band Brinsley Schwarz tot en met "At My Age" komen alle cd’s (zoals "The Impossible Bird", 1994 en "Dig My Mood", 1998) uit de tussenliggende 33 jaar aan bod. Zijn laatste studioalbum "At My Age" liet horen dat hij nog steeds een begenadigd liedjesschrijver is die de calypsoswing en mariachestrompetten stiekem weet te vermengen met alt.countryliedjes met een knipoog naar tijden dat er nog écht goede zangers à la Frank Sinatra waren. Klassieke Lowe-songs uit deze plaat "I Trained Her To Love Me" en "Hope For Us All" sluiten dan ook deze dubbelaar af. Sommigen vinden mogelijk de jonge Lowe onderbedeeld. Ten onrechte, want de Engelsman is nu eenmaal in de loop van de tijd alleen maar beter geworden. Wie slim is kiest overigens de ’limited’ versie van deze "Quiet Please - The New Best of ...", met een dvd met oude video’s en vooral een heerlijk relaxed live-uurtje.

Ry Cooder & Nick Lowe met Flaco Jimenez en Joachim Cooder

Het concert van Ry Cooder, die samen met accordeonmeester Flaco Jimenez en de Britse rocker Nick Lowe op tournee gaat, op 21 juni in de Antwerpse Elizabethzaal, is uitverkocht. Daarom werd een tweede concert ingelast, daags nadien op maandag 22 juni, maar dan in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten.

 


 

CANDY DULFER
FUNKED UP CHILLED OUT
Website Myspace
Label : Heads Up
Distr. : CODAEX

 

In september viert Candy Dulfer het verwerven van een nieuwe voordeur met haar 40e verjaardag. Als dochter van de legendarische Nederlandse saxofonist Hans Dulfer begon ze al op 11-jarige leeftijd samen op te treden met haar vader, vlotjes los blazend op hetzelfde instrument voor mensen met een grote longinhoud. Haar prestaties gingen niet onopgemerkt voorbij want grote namen als Madonna, Prince, Dave Stewart en Van ‘The Man’ Morrison nodigden haar graag in hun opnamestudio uit voor het inblazen van menig partijtje sax op hun platen. Eind 1989 scoorde ze zelfs een nummer 1-hit met het instrumentale werkje “Lily Was Here”, het titelnummer op de soundtrack van de Nederlandse speelfilm “De Kassière”. Het debuutalbum “Saxuality” uit 1990 verkocht meer dan één miljoen keer en de opvolgers “Sax-A-Go-Go” uit 1993 en “Big Girl” uit 1995 deden het al even goed. Haar platenlabel ‘Heads Up’ is wereldwijd gerenommeerd als één der beste jazzlabels. Zij zijn nu ook verantwoordelijk voor het uitbrengen van het nieuwste dubbelalbum van Candy Dulfer “Funked Up Chilled Out”. Met de titel van deze dubbelaar wordt al meteen aangegeven wat de luisteraar mag verwachten: één cd met twaalf nummers in een opzwepend ritme, funky soul en swingende R&B-nummers die vooral op de dansvloer voor de nodige fun zullen zorgen en één tweede cd met tien chill-out nummers, relaxte loungemuziek voor de meer intieme en nachtelijke uurtjes. De songs werden samen door Candy Dulfer en Thomas Bank geschreven en een uitgebreid lijstje topmuzikanten in de jazz- en soulwereld droegen hun steentje bij aan de opnamen in de studio. Als er al wat gezongen wordt op de nummers is dat door zanger en muzikant Pieter Monzon, in dit jazzwereldje beter bekend als Pete Philly. Deze dubbele opvolger voor haar 2007-album “Candy Store” is een aanrader voor de danser in u die als het wat later wordt ook de loverboy of lovergirl in zich naar boven wil laten komen. Wij staan alvast niet in voor de gevolgen van deze zonder officiële waarschuwing op het hoesje verschenen sax/sexplaat. (valsam)


 

STEVE BAKER & DICK BIRD
KING KAZOO
Myspace
Label: Acoustic Music Records
VIDEO 1 VIDEO 2

 

 

Doorheen alle jaren als bluesbroeders ups and downs doorworstelen, blijvend stand houden en als duo weer samensmelten, dat kan alleen de liefde voor de muziek bewerken. Bij Londenaars Steve Baker en Dick Bird is dat hun voorkeur voor de akoestische blues, al speelden zij in het verleden ook in bluesrockbandjes. Toch Steve Baker die o.m. in de jugband ‘Have Mercy’ speelde, in de rockband ‘Tough Enough’ en nadien met gitarist/songwriter Chris Jones een duo vormde waarmee hij jarenlang toerde. Daaraan kwam een einde met Jones’ overlijden in 2005. Nu is Baker terug verenigd met zijn oude bluesmaat via een gezamenlijk debuutalbum, opgenomen in de V76 Studio in Hamburg, waar Steve Baker nu woont. Op dit album brengen zij als het ware dat andere bluesstel, Sleepy John Estes en Hammie Nixon, in herinnering, die zich ook jarenlang verbonden wisten door hun bluesy vriendschapsband. Steve Baker die harmonica speelt is dan wel geen Hammie, maar de gedrevenheid waarmee hij op zijn mondharp of kazoo blaast is van gelijkaardig niveau, innovatief en geperfectioneerd. Dick Bird zingt en zijn virtuoos ‘fingerpickend’ gitaarspel vult mooi aan alsof hij enkele workshops in Piedmont stijl doorliep. In ‘Glad I Got You’, geschreven door Baker, valt zijn verfijnd gitaarspel op. ‘King Kazoo’ van hun beider hand, lijkt dan weer geschreven met het oog op het nakend barbecuefeestje en Henry Heggen met jug maakt de ‘fun’ compleet. In ‘Fishing Blues’ bespeur je de originele spirit van de ‘old’ blues, nog steeds een tijdloze wreed wijze bluesklassieker. Af en toe zorgt hun blues ervoor dat ‘pretty women jump and shout’. Ook van hun helden Tampa Red, Mississippi John Hurt en Washboard Sam spelen zij covers met mooi evenwicht tussen het eigen materiaal en covers. In hun samenspel en eigen ‘Slow Down’ vertolking hoor je het respect voor de oorspronkelijke bluespioniers. Steve Baker is met zijn Hohner Marine Band Deluxe en diverse harmonica’s wel wat luxueuzer uitgerust. Steve Baker schreef trouwens menig instructieboek over de gedifferentieerde speelkunst op bluesharp. Bovendien krijgen zij ook ondersteuning van percussionist Martin Röttger. Aan het einde van dit album met countryblues, rags en hillbilly sluit het duo subliem af met het nog immer troostgevende ‘Great Dreams From Heaven’ van Joseph Spence. In één van Baker’s nummers komt de zin voor: ‘you got to know a winner when it’s in your hand’. Dit album is zeker een troef die zij om het even waar mogen uitspelen. (Marcie)


 

 

 

THE BLIND BOYS OF ALABAMA
LIVE IN NEW ORLEANS (DVD)
Website Myspace
Label: Time Life Entertainment
Distr.: Rough Trade VIDEO

 

 

 

The Blind Boys Of Alabama (oorspronkelijk The Five Blind Boys Of Alabama) werd 70 jaar geleden opgericht op een blindenschool in het straatarme Alabama. De heren zijn inmiddels op hoge leeftijd, maar versleten zijn ze allerminst. Sterker nog, de afgelopen jaren maakte de band misschien wel haar beste platen met het samen met Ben Harper gemaakte "There Will Be A Light" in 2004 als onbetwist hoogtepunt. Ook de eind januari 2008 verschenen "Down In New Orleans" is een hele overtuigende plaat waarin naast gospel en soul ook rock en bluesriffs niet geschuwd worden. De tournee die volgde is naar deze CD genoemd en leidt langs tientallen plaatsen in de VS en Europa. Zo speelden ze in de zomer van datzelfde jaar in New Orleans in de Crescent City club Tipitina's voor een uitverkocht concert. Dit optreden is opgenomen en nu uitgebracht op DVD.

 

Al in 1939 richtten (de in maart 2005 op 75-jarige leeftijd overleden) George Scott (nu vervangen door Billy Bowers) samen met de nog steeds actieve Jimmy Carter (ooit actief bij The blind Boys of Missipippi) en Clarence Fountain (in verband met diabetes vorig jaar gestopt met optredens, Ben Moore vervangt hem na ervaring opgedaan te hebben bij onder meer Otis Redding en James Brown) de Blind Boys of Alabama op in het Alabama Institute for the Negro Blind. De blinde gospelzangers braken in de jaren 40 in de VS door. Ze werden een vaste waarde in het gospelcircuit. In totaal werden er meer dan zestig platen gemaakt. De laatste decennia kregen ze een bredere erkenning. De groep werkte onder anderen samen met Lou Reed, Ben Harper en Ibrahim Ferrer. Ze zijn dan ook een van de grote namen in de Amerikaanse gospel muziek en hun live shows trekken nog steeds duizenden mensen. Hun meest recente albums zijn uitgebracht op het Real World label van Peter Gabriel. The Blind Boys hebben ook een vocale bijdrage geleverd aan Gabriels eigen albums. Ze zingen recht uit het hart, vanuit hun hele wezen en het diepst van hun ziel. En ook voor niet-kerkgangers klinkt hun gezang alsof je in het paradijs beland bent. Ze begonnen als echte die hard gospel singers, maar tegenwoordig nemen ze ook songs op van Tom Waits, Prince en Peter Gabriel. Van 2002 tot en met 2005 won de band jaarlijks de beroemde Grammy Award voor "The best Traditional Soul Gospel Album". The Blind Boys of Alabama werden in 2002 opgenomen in de beroemde Gospel Music Hall of Fame.

Voor "Down In New Orleans" bleven de Blind Boys voor de afwisseling eens niet in het eigen Alabama, maar togen ze naar het nog lang niet in oude glorie herstelde New Orleans. Om hier vervolgens een prachtig muzikaal eerbetoon te brengen aan deze unieke stad. Voor de gelegenheid werd de vooral met gospel en soul-invloeden doorspekte muziek van The Blind Boys Of Alabama door grootheden uit de lokale muziekscène voorzien van een stevige New Orleans Rhythm & Blues injectie. Het blijkt een combinatie die fantastisch uitpakt, hetgeen we nu ook kunnen zeggen van hun nieuwste concertregistratie, een DVD met diverse gastbijdragen, waaronder die van Susan Tedeschi, Dr. John, Preservation Hall Jazz Band, Henry Butler en Marva Wright. "Live In New Orleans" bevat tijdloze klassiekers uit hun vier winnende Grammy Award-albums zoals "Amazing Grace" en "People Get Ready". Natuurlijk vinden we onder de 16 tracks, een aantal songs uit hun laatste album "Down In New Orleans" met als hoogtepunten "Free at Last" en "Down by the Riverside". Alles is heel professioneel gedaan: we horen arrangementen op niveau, en zangers en muzikanten die hun vak kennen. The Blind Boys blijven gewoon de grenzen opzoeken van het genre dat ze mee hebben groot gemaakt. Ze leveren avontuurlijke gospel af die ook voor niet-gelovigen of mensen van half hun leeftijd de moeite meer dan waard is.


Beschrijving:

1. Amazing grace
2. Spirit in the sky
3. Down in the holy
4. People get ready - Susan Tedeschi
5. Free at last - Susan Tedeschi
6. How I got over - Marva Wright
7. Make a better world - Dr. John
8. You better mind - Preservation Hall Jazz Band
9. Bourbon St. Parade - Preservation Hall Jazz Band
10. Uncloudy day - Preservation Hall Jazz Band
11. You got to move - Henry Butler
12. If I could help somebody - Henry Butler
13. Down by the riverside
14. Look where he brought me from
15. Someone watching over me
16. I'll fly away - Marva Wright
17. The making of "Down in the New Orleans"
18. Free at last (Music Video)


 

JON SNODGRASS
VISITOR’S BAND
Website
Label : Suburban Home Records
Distr. : Sonic Rendezevous

 

 

Jon Snodgrass was samen met Chad Price het stichtende lid van de Amerikaanse alt-countryformatie ‘Drag The River’. Toen die groep eind 2007 besloot om een wat langere rustpauze in te lassen legde Jon Snodgrass zich toe op het schrijven van nieuwe nummers voor zijn eerste soloplaat die nu onder de titel “Visitor’s Band” is verschenen. De verschillende opnamesessies met een hele reeks gastmuzikanten gebeurden op diverse locaties zoals Kansas City, Rhode Island, Denver en in zijn eigen thuisstudio. De cd-titel werd gekozen omwille van de grote diversiteit aan muzikanten die er op meespeelden. Het album bestaat uit tien tracks en een elfde track die eigenlijk opnieuw de vorige tien nummers omvat maar dan opgenomen in een alternatieve en akoestische versie. Dat hadden we nog nooit eerder gezien en is dus een unieke aanpak. Muzikaal horen we een afwisseling van rootsrock met een scherp kantje en gevoelige ballads. Anders dan bij ‘Drag The River’ waar Chad Price de vocalen voor zijn rekening neemt moet Jon Snodgrass hier zelf plaatsnemen achter de microfoon. En dat doet hij met bravour via zijn typische wat hese en nasale stem waarmee hij in de eerste song “Brave With Strangers” al meteen de juiste toon weet te zetten. “Thru The Fan” bevestigt de ingezette muzikale richting en klinkt eerder wat akoestisch met mandoline als het belangrijkste instrument. “Remember My Name”, “Fast In Last” en “Not That Rad” zijn stevige gitaarrockers die aan de jonge Springsteen herinneren. Toch gaat onze voorkeur uit naar de tragere en wat triest in ‘Wilco’-stijl gebrachte ballads zoals “Finally”, “Fast One Sloe” en “Murderfield” waarin de vocale capaciteiten van Jon Snodgrass volgens ons het best tot hun recht komen. Hij biedt wat troost in moeilijke tijden voor de luisteraars die met depressieve neigingen rondlopen. Zoals je elders kan lezen blijft de bijdrage van Jon Snodgrass aan het finale album van ‘Drag The River’ nog altijd groot maar met “Visitor’s Band” toont hij aan dat hij solo ook probleemloos verder kan timmeren aan zijn muzikale loopbaan. (valsam)


 

 

LOWLANDS
THE LAST CALL
Website Myspace
CDBaby

 

 

Niet vanzelfsprekend dat je al met een debuutalbum kan scoren, maar singer-songwriter Edward Abbiati uit Pavia, Italië, weet niet alleen hoe songteksten te schrijven, maar ook hoe deze melodisch te laten vervloeien: sereen, pakkend, wild, reflectief of hartverscheurend. Als een Italiaanse Bruce Springsteen, maar Brit van geboorte, duikt hij in het hart van de alt-country, met de flair van een ras Amerikaan. Als je ‘Leaving NYC’ beluistert zou je hem tussen de Americana van componerende Amerikanen zoeken. Diverse kosmopolitische invloeden duiken in zijn songteksten op. Bovendien lijken literatuur en beeldkunst hem nogal te inspireren. Zowel de verweesde toestanden van Cesare Pavese als deze van Edward Hopper vind je terug in zijn verhalende en beeldrijke songteksten. Zijn zang doet dan weer denken aan Mike Scott, The Walkabouts, Kris Kristofferson, Grant McLennan of Tom Evans, allemaal mannelijke vertolkers met gevoelvolle stem. Met veel warmte en inleving maakt hij onder meer van ‘Like A Rose’ een echt pareltje. De harmonica van Richard Hunter intensifieert de vereenzaming en de droefheid om stukgeslagen dromen. Ook de gevoelsfeer in ‘In Between’ verraadt Edward’s melancholische aard, die harmonisch gedijt tussen de dode bladeren en de schaduwen van het verleden. Hier is het de vioolbegeleiding van Chiara Giacobbe die de melancholie verzwaart. De geesten lijken de zanger soms te achtervolgen zowel in zijn gemoedstoestanden als in zijn landschappen. Zielspijnen en verlatenheid spelen hierbij een betekenisvolle rol alsof hij als individu de weg is kwijt geraakt in de moderne tijdsgeest. Soms lijkt hij zich in de songs te ontladen en worden zowel ‘Friday Night’ als de ‘Ghost In This Town’ meegesleurd in een woestere gevoelsstroom. Mike Brenner met lapsteel of pedalsteel en Simone Fratti met bas voegen kracht toe of benadrukken de hartzeer. Maar nog meerdere muzikanten dragen ertoe bij om van dit album een gevarieerd stemmingsalbum te maken. Ook zus Louise Abbiati komt een enkele keer delicaat backend meezingen. Hierdoor krijgen de ‘Lowlands’ van de songschrijver een eigen horizon die zowel de vorm kan aannemen van een woestijn, een zee, een oever of een hectische stad. Dit alles in twaalf zelfgeschreven songs te kunnen evoceren, wijst niet alleen op een groot schrijvers- en compositietalent maar ook op een ontluikende kunstenaarsziel. (Marcie)