JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008
MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008 - AUGUSTUS 2008 - SEPTEMBER 2008
EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!
JAMES HUNTER - THE HARD WAY
THE PLASTIC PALS - GOOD KARMA CAFE
HOLMES - BASEMENT TAPES
MARK CLOUTIER - 6 STRINGS OF PASSION
THE INCREDIBLE BLUES PUPPIES - IN THE DOGHOUSE
STACIE ROSE - SHOTGUN DAISY
PLANET FULL OF BLUES - SAME
ALAN JAMES - BACK ALLEY BLUES
JOHN MAYALL AND THE BLUESBREAKERS - IN THE PALACE OF THE KING
RORY BLOCK - BLUES WALKIN' LIKE A MAN - A TRIBUTE TO SON HOUSE

JAMES
HUNTER
THE HARD WAY
Website Myspace
Label: Hear Music / GO Records
Distr.: Universal Music
VIDEO 1 VIDEO
2
Hoe
belangrijk is de cover van een cd hoesje? Wat denkt de potentiële klant
die een man met een Gibson gitaar op één been ziet staan op een
zolder van een statig herenhuis? Een nieuwe gitarist! Of leest hij de sticker
op het doosje met Van Morrison’s aanbeveling en legt hem vervolgens terug?
Als je niet beter zou weten dan zou je denken dat dit een album is uit lang
vervlogen tijden. Maar dat is het niet: het is een geniaal retro album.
James Hunter werd geboren op 2 oktober 1962 in Colchester (Essex), Engeland.
Hij komt al op jonge leeftijd in aanraking met muziek omdat zijn grootouders
een oude grammofoon hebben staan. Daarop draait hij 78-toeren platen van o.a.
Jackie Wilson, Sam Cooke en Bobby Bland. Door Van Morrison word James Hunter
bestempeld als een zeer getalenteerde zanger, gitarist en songwriter met "Eén
van de beste stemmen en best bewaarde geheimen in de Britse R&B en Soul".
Zijn muziek heeft een rijk, klassiek soulgeluid en zijn stem behelst een scala
aan emoties. Aan het begin van de jaren negentig wordt Van Morrison aangehouden
door een fan bij een Londense krantenkiosk. Deze fan vertelt hem over de beste
onbekende soulzanger die hij ooit heeft gehoord: James Hunter. Van Morrison
gaat naar Hunter luisteren en nodigt hem meteen uit deel te gaan uitmaken van
zijn achtergrondkoor, waardoor James een aantal jaren met veel plezier op tour
gaat met Van the Man. James, die al samen werkte met o.a. John Lee Hooker en
Georgie Fame, gaf in maart 2003 een optreden tijdens een privé-feestje.
Hierbij was ook labeleigenaar van Go Records England aanwezig. Hij was perplex
dat James en zijn 4 mansband nog geen contract hadden. In samenwerking met het
Amerikaans Rounder label werd het album "People Gonna Talk" (2006)
uiteindelijk in zowel Europa als de US uitgebracht. Het album wordt een groot
succes en Hunter sleept zelfs een Grammy Award voor Best Traditional Blues Album
in de wacht. In 1996 en 2001 heeft Hunter ook twee soloalbums uitgebracht, maar
deze zorgen niet voor de grote doorbraak die de zanger verdient. Hunter geeft
je het gevoel dat je zijn muziek al kent, maar is tegelijkertijd vernieuwend.
Zo ook op zijn nieuwe album "The Hard Way" waarop James heeft samengewerkt
met producer Liam Watson van The White Stripes en ons behoorlijk op het verkeerde
been zet. Wederom blijkt dat zijn nieuwste plaat vol staat met fraai opgenomen,
zwoele, soms jazzy relaxte soul- en reggaenummers. CD is mono opgenomen met
het geluid compact hoog in het midden, waardoor deze opname bijna ouderwets
te noemen is. Hulp kreeg hij van Allen Toussaint, die te horen is op de titeltrack
en enkele pianopartijen voor zijn rekening neemt; en ook van de wat minder bekende
Jimmy Thomas, om de soul groove in de muziek te verankeren. Dat hij daar goed
in geslaagd is mag hij voor een deel toeschrijven aan de Toe Rag Studio in Londen,
waar het toverwoord "analoog" is en waar een Studer A-80 de opnames
op een 8 sporen band zet. The Kills, The White Stripes, The Zutons, om een paar
moderne jongens te noemen gingen Hunter voor in deze analoge rariteit in onze
vanzelfsprekende digitale wereld. De studio is volledig gespecialiseerd in het
maken van authentiek klinkende opnames, met gebruikmaking van echo kamers en
een heuse tape echo; sinds kort vastgelegd met de beroemde EMI mixing tafel
"Redd-17" uit de Abbey Road studio. De songs van deze "The Hard
Way" hebben aanstekelijke en inventieve teksten, waarvoor hij zijn inspiratie
uit het dagelijks leven haalt en dit komt tot uiting in de passie en betrokkenheid
in de twaalf songs op deze plaat. Dit in combinatie met een rijke instrumentale
sound en een stem die krachtiger en genuanceerder klinkt dan ooit tevoren, maakt
deze CD tot een prachtig album, waarin de verrassingen voornamelijk liggen in
de kleine details van de orkestraties, zoals de blazers, die in bijna elk nummer
wel ergens opduiken, de gestopte trompet in "Til The End", de echo
in "Class Act" en de tokkelende violen in "Carina", de eerste
single van dit album. Enerzijds is het geluid verfijnder geworden, maar anderzijds
klinkt het juist ook ruiger en wilder dan het vorige album. Ik zou zeggen, ga
zeker zaterdag 18 okt. naar zijn optreden kijken in de AB in Brussel en moest
dit niet lukken sleep de stereo naar buiten en maar er een feestje van, het
is daarbij niet enkel een feestplaat, gewoon een wereldplaat die zich met het
allerbeste in dit genre kan meten.
JAMES HUNTER live zien kan:
zaterdag, 18 okt 2008, 20:00
AB, Brussel

THE
PLASTIC PALS
GOOD KARMA CAFE
Website Myspace
Contact
Label : Polythene Records
Distr.: Hemifran CD-Baby
“Good
Karma Café” is een café dat echt heeft bestaan in McComb
in het Zuiden van Mississippi. Het was een ontmoetingsplaats voor de liefhebbers
van goed bier, goed eten en goede muziek. Er traden bijna dagelijks muzikanten
op zonder daarvoor een vergoeding te krijgen. Enkel lekker eten uit de keuken
en het vrijwillig met een hoed bijeengescharrelde geld van de toehoorders was
de enige beloning voor de optredende bands. In december 2006 moest het café
echter onherroepelijk dicht omdat de eigenaars van het gebouw het wilden afbreken
om op diezelfde plaats een medisch centrum te laten bouwen. De Zweedse muzikant
Hakan Soold frequenteerde het café in die tijd ook regelmatig en had
aan uitbater Jeff Cazanov beloofd dat hij een liedje over zijn café zou
schrijven. Toen de zaak voorgoed dicht moest, zei Jeff dat Hakan die song toch
moest afwerken als definitief eerbetoon voor die plaats die zovele jaren een
veilige haven voor al die muzikanten was geweest. Zo geschiedde: het liedje
staat nu als track nummer 6 op de gelijkgetitelde cd van The Plastic Pals, de
groep die Hakan Soold in het Zweedse Stockholm had gevormd met zijn vrienden
Olov Öqvist, Anders Sahlin en Bengt Alm. Voor de opnamen van deze plaat
kon de groep een beroep doen op de legendarische pianist en organist Chris Cacavas
die vroeger het mooie weer maakte bij ‘Green On Red’. The Plastics
Pals spelen vooral swingende gitaarrock op “Good Karma Café”
en songs als “Here Comes The Sun”, “”The Best Kept Secret”,
“Shadow Of A Dream”, “There’s Wind On The Moon”
en afsluiter “Let’s Pretend This Isn’t True” zijn complexloze
rocksongs die gebracht worden in een stijl die we kennen van o.a. Steve Wynn,
Chris Spedding of The Flamin’ Groovies. Rechttoe-rechtaan rock ‘n’
roll die soms aanleunt bij de New Yorkse punksound uit de seventies, zoals in
de songs “She’s Going Back” (ook de eerste single uit deze
cd) en “Suicide Bomber”. Fun bezorgen is de allereerste bekommernis
van The Plastic Pals. Enkel in “Long And Lonely” en in de mooie
titeltrack “Good Karma Café” wordt de speed of sound serieus
teruggenomen. “Good Karma Café” is de eerste full-cd van
deze Zweedse formatie en volgt op een eerder uitgegeven ep met de titel “The
Band That’s Fun To Be With” uit 2006.
(valsam)

HOLMES
BASEMENT TAPES
Website Myspace
Contact
Label : Groove Gravy Records
Distr. : Hemifran
Zijn
website heet “sweetholmes” en dat is precies wat Roy Shakked - de
man die achter dit pseudoniem schuilgaat - beoogt te bewijzen op dit ep-tje
“Basement Tapes”. We verdenken deze jongeman er dan ook van dat
hij een zachtaardig mens is die heel graag zou willen doorbreken met zijn muziek
en daar zijn leven rond zou willen bouwen. Als zanger, liedjesschrijver en producer
van zijn platen is de kans behoorlijk groot dat hij daar ook in zal slagen.
Zijn carrière in de muziekbusiness startte toen hij tijdens zijn studieperiode
bijkluste als barpianist in Boston. Nu woont en werkt hij in Los Angeles waar
hij een overgrote deel van zijn dagen doorbrengt in zijn eigen studio. “Basement
Tapes” is een daar opgenomen verzameling van amper vijf liedjes die echter
stuk voor stuk in een totaal verschillende songstijl gebracht worden. Op zijn
vorige full-cd “Stop Go” die ongeveer anderhalf jaar geleden verscheen
deed hij dat ook al met twaalf zeer gevarieerde tracks. In het eerste liedje
“Go Computer” heeft hij dit stukje elektronica toch behoorlijk gebruikt
om de muziek te creëren. Het is een zeer hoekige song die ons even aan
David Byrne en Talking Heads doet denken. Vele van zijn muzikale werkjes belanden
in de tv-studios als geluidsfragmenten in tv-series als “The OC”
of “Sex And The City”. Wedden dat dit ook zal gebeuren met de tweede
track van deze ep. “Prove Me Wrong Again (slow take)” is uitermate
geschikt en wellicht zelfs ontworpen als achtergrondmuziekje bij een scène
waarin een relatie wordt stopgezet. De pedal steel in dit liedje treurt alleen
al genoeg om de zakdoeken bij de kijkers te doen bovenhalen. Al het voorgaande
is evenzo van toepassing voor track nummer 3 “Gone”, een honky tonk
pianosong waarin wij Ben Folds menen terug te horen. Dan volgt een track die
wellicht het meest in de schijnwerpers van de recenserende pers zal belanden.
“Let’s Dance” is namelijk een sterk vertraagde cover van de
monsterhit van David Bowie. Waar Bowie mikte op de dansvloer met zijn versie
probeert Holmes met een donkere interpretatie eerder op de emoties van de luisteraar
te spelen. Maar geen zorgen: de afsluiter van deze ep “Not A Political
Song” is een huppelende popsong in sixties-Beatlesstijl over het gelukkige
moment waarop Amerika zijn huidige president voorgoed mag uitwuiven. “Basement
Tapes” is een leuk tussendoortje in afwachting van zijn nieuwe full-cd
die we in januari 2009 in de bus hopen te krijgen. Rootstime zal u op de hoogte
houden. (valsam)

MARK
CLOUTIER
6 STRINGS OF PASSION
Website CDBaby
Label : Blues Lion Records
Mark Cloutier is een bluesrock
gitarist uit New York. Hij draait al 18 jaar mee in het New Yorkse bluesscène.
Oorspronkelijk als gitarist bij de band Dirty Pool, later met zijn eigen band
en recent ook met Double Barrel Blues Band. ‘6 Strings Of Passion’
is zijn tweede album onder eigen naam. De cd bevat 13 instrumentale nummers,
allemaal van eigen makelij. Buiten enkele nummers van 4 minuten zijn de meeste
nummers zeer compact gehouden met een gemiddelde duur van 2min30. Dit maakt
het geheel verteerbaarder, want er wordt geen noot gezongen op dit album. Men
heeft geprobeerd om variatie in de nummers te brengen. Soms gaat hij hard te
keer op zijn gitaar en soms verkiest hij het subtielere werk. Door bij alle
nummers distortion te gebruiken, blijven ze in dezelfde klankkleur, ook bij
de rustige passages. Zijn gitaarsound is duidelijk beïnvloed door Jimi
Hendrix en Stevie Ray Vaughan. Dat Mark Cloutier gitaar kan spelen is duidelijk.
Hij werd in 1997 uitgeroepen tot beste gitarist in The Central New York Blues
Magazine. Ondertussen zijn wij 11 jaar verder en zijn skills zijn nog verbeterd.
‘6 Strings Of Passion’ kan beschouwd worden als een staalkaart van
wat de man in huis heeft. Maar het is geen gemakkelijk luistervoer voor de meeste
muziekliefhebbers. Het is stevige kost voor bluesrock adepten die het hardere
werk niet schuwen. Had hij beroep gedaan op een zanger dan had hij zeker nog
een ruimer publiek kunnen bereiken met dit album. Technisch zit zijn muziek
knap in elkaar, ze staat bol van hoogstaande solo’s en tempowisselingen.
Met deze cd wilde Mark zijn passie voor zijn Fender Strat uitdrukken. Daarin
is hij zeker geslaagd. Voor mij is het een visitekaartje geworden om ook zijn
werk in band met een zanger, zoals in Double Barrel Blues Band, te willen ontdekken.
Bootsy Lester

THE
INCREDIBLE BLUES PUPPIES
IN THE DOGHOUSE
Website
Myspace
Label: Note Music
VIDEO 1 VIDEO
2
DIt
is een band die blues brengt naar mijn hart. Blues die onder meer herinnert
aan J.Geils Band of The Nighthawks in hun gloriedagen. Toch komen ze uit een
gans andere hoek, dit is geen Amerikaanse band, maar het zijn Britten, jongens
die hun sporen verdienden in andere bluesbands en nu hun krachten bundelen op
deze "In The Doghouse", hun voorganger "Puppy Fat" hebben
we nooit kunnen beluisteren, maar deze bevalt ons uitermate. Deze jongens zijn
dan ook niet de eerste de besten: Alan Glen speelde ooit in de Yardbirds en
daarna in Nine Below Zero als leadzanger mondharmonicaspeler en gitarist, verder
hebben we gitarist en zanger John O'Reilly die in Big Town Playboys, bij Sugar
Blue en Blues Engineers speelde net als bassist Costa Tancredi, de tweede Blues
Engineer, terwijl Dino Coccia, de drummer bij de Barcodes vandaan kwam. Nieuw
bandlid Bob Hadrell was ooit bij Jimmy Dawkins en Billy Swan. De grote kracht
achter deze groep is natuurlijk Alan Glen, die met zijn vlotte, swingende en
krachtvolle harmonicaspel Little Walter, Magic Dick en Sonny Boy Williamson
in een persoon verzamelt. Nummers als Eddie Boyd's "Too Bad" en de
instrumentale "Zip Your Lip" demonstreren dit volop. De cd opent met
"Tuff Days" een sterke song die net als "Hungry Man" de
Chicago sound van Muddy Waters terug oproept. Drie zangers is de band rijk,
wat zorgt voor een heel afwisselende songkeuze. Het meer unplugged gespeelde
"Away From Here" met zijn fijne slidetonen is een buitenbeentje tussen
de meer stevigere bluesnummers als het Bo Diddley geïnspireerde "Shiverin'
In My Shoes" en de titelsong "In The Doghouse" waarvoor Little
Walter's muziek model stond. Het vrolijk klinkende ouderwetse "Don't Keep
Me Waiting" met jew-harp en kazoo is even een nostalgische noot. Een professioneel
gebrachte, wel geoliede bluesplaat, niets vernieuwend of aparts, maar sterk
gebracht en daarom een plezier om te draaien, deze Puppies.
(RON)

STACIE
ROSE
SHOTGUN DAISY
Website Myspace
Label : Enchanted Records
Distr. : Hemifran CD-Baby
Stacie
Rose is een jongedame uit Rutherford, New Jersey die met het album “Shotgun
Daisy” al aan haar derde full-cd toe is. Anders dan bij voorgangers “This
is Mine” uit 2002 en “Shadow And Splendor” uit 2005 heeft
zij voor deze plaat gekozen voor een meer persoonlijke inbreng in de songteksten.
Qua muziekstijl wordt er op “Shotgun Daisy” een mix gebracht van
pop, soul en rock met catchy riffs. Voor dit nieuwe album kon zij rekenen op
de steun van andere artiesten zoals Shawn Mullins, Steve Conte en Jack Petruzelli.
Voor het productiewerk kreeg ze een exquise duo zover om deze job voor haar
te klaren: Jeff Allen die eerder werkte met o.a. Roseanne Cash en Avril Lavigne
en Robert L. Smith die vroeger voor Rickie Lee Jones en voor David Bowie producties
heeft gedaan. De sound van Stacie Rose wordt in de pers vergeleken met Aimee
Mann, Sheryl Crow, Jewel en Shawn Colvin. Vocaal is dit zeker terecht maar de
liedjes op dit album hebben toch vooral een heel eigen geluid en tonen aan dat
Stacie Rose vooral een goede songwriter is. De moderne popsound die ze in haar
liedjes hanteert is waar de actuele muziekbusiness naar vraagt en deze songs
zullen dus regelmatig op de radio te beluisteren vallen. De rocksong “Find
Your Way” en “Love Saves” zijn liedjes met groot hitpotentieel
en het album bevat ook enkele tracks die getuigen van een volwassen popgeluid
zoals bijvoorbeeld in “Run Out” dat ze in duet brengt met Shawn
Mullins en in het knap uitgewerkte liedje “Mr. & Mrs. Happily Ever
After”. De cd-titel “Shotgun Daisy” is een bijnaam die haar
muzikanten haar gegeven hebben en verwijst naar haar gedrevenheid om zoveel
mogelijk dingen tegelijk te willen doen. In de twaalf liedjes op dit album toont
Stacie Rose dat ze een muzikale kameleon is en er in slaagt om een reeks diverse
onderwerpen te selecteren om een liedje over te schrijven. Van zichzelf zegt
ze dat ze soms gewoon op straat in haar telefoon een melodie inzingt op het
antwoordapparaat, kwestie van de basis voor een nieuw liedje niet te vergeten.
Zo ontstonden songs als “Hope” en “Wreck At Best”. In
de jazzy cd-afsluiter “Worry Free” is ze tekstueel zeer autobiografisch
en beschrijft ze met welk gemoed ze liefst zelf door het leven wil gaan: zorgeloos
en vrij van problemen. Sfeervolle soulballads worden tenslotte nog geserveerd
in “December” en in “Ever Again”. Zoals je kan merken
is “Shotgun Daisy” een belangrijke stap in de muzikale carrière
die Stacie Rose voor ogen heeft. Vastberaden als ze is zal zij er dan ook probleemloos
in slagen om een vaste naam in de moderne popmuziek te worden.
(valsam)

PLANET
FULL OF BLUES
SAME
Website Contact
CDBaby
Planet
Full Of Blues ontstond toen Johnny Ray Light en Brock Howe uit Virginia elkaar
ontmoeten en besloten samen een bluesband op te richten. Met hulp van bassist
James Albright, blazers Erick Stark (trompet) en Richard Yeager (sax) en toetsenman
Paul Draper en percussionist Larry Gann kwam die er en besloten werd de band
te noemen naar een van Johnny's songs "Planet Full Of Blues." Johnny
Ray schrijft alle songs, speelt gitaar en neemt de lead vocals op zich, terwijl
drummer Howe voor de backing vocals zorgt.Hun sound situeert zich in het bluesrock
genre, met wat soulinvloeden aangebracht door de blazers. Het meest van al doet
hun muziek me denken an Blood, Sweat & Tears, vooral door het vrijwel identieke
stemgeluid van Johnny Ray Light en de vocalist van hogervernoemde band, David
Clayton Thomas. Voeg daarbij die blazers en je krijgt helemaal die sound. een
aantal songs, zoals het langzame "Coming From A Friend" zijn boeiend,
maar spijtig genoeg slagen de meeste songs er echter niet in de aandacht echt
vast te houden en blijft de band steken in de middelmaat. Er wordt behoorlijk
gemusiceerd, maar de vonk springt zelden over. De cd telt geen echte dieptepunten,
maar evenmin hoogtepunten. Ze hadden het moeten weten, want als je je groep
"Planet Full Of Blues" noemt, zeg je al dat je een van de velen bent,
en de concurrentie is bikkelhard. Dan is "gewoon goed" niet meer goed
genoeg. Live zullen ze met hun zevenen waarschijnlijk wel een mooie show bieden,
op deze cd echter kunnen ze me niet volledig overtuigen.
(RON)

ALAN
JAMES
BACK ALLEY BLUES
Website Myspace
Contact
CDBaby VIDEO
1 VIDEO
2
Deze
51 jarige gitaarslinger woont in de vallei van de Verde in Arizona. Na talloze
pogingen om getekend te raken bij een aantal platenfirma’s, gaf hij het
zoeken op en deed waartoe velen zich ondertussen genoodzaakt voelen. Hij bracht
twee cd's uit in eigen beheer. Deze "Back Alley Blues" en een akoestische
plaat "Open Road". Hij nam het complete proces op zich, vanaf het
schrijven van de songs tot het verdelen van het kant en klare product en natuurlijk
alle stappen er tussen in. Als je het resultaat hoort begrijp je niet waarom
artiesten als Alan James geen kansen meer krijgen, want dit is geen amateurisme,
dit is vakwerk. De muziek van Alan is knap, als gitarist is hij van alle markten
thuis, al heeft alles een sterke bluesy inslag. Het resultaat is een zeer afwisselende
cd, met de nadruk op het gitaarwerk van Alan, waarbij de slide een groot onderdeel
vormt. Hij beheerst zijn vak totaal, Soms met latin klanken die herinneren aan
Carlos Santana, zoals in het vlotte instrumentale "Take Three" of
"Fly Away". Daarnaast krijgen we ook de pure blues in slide stijl
zoals in opener "Open Road" en mijn lievelingstrack hier, de afsluiter
"Ode To Lightnin", een ode aan zijn vriend Danny Rhodes die overleed
tijdens de productie, zijn bijnaam was "Lightnin". Maar ook lekkere
Southern rock, waar de slide herinnert aan Duane Allman of Les Dudek zit erbij,
zoals in "You Da Loudest Thang" of zelfs pure rockabilly met "Dance
Dance Dance". Je hoort het al, met Alan James kan je alle kanten uit. Wat
echter belangrijker is, Alan James Hutchinson, want dat is zijn volledige naam,
doet dit alles professioneel en met het gemak zoals enkel de groten dat kunnen.
Een afwisselende cd die pure blues mengt met aanverwante genres, en waar we
met plezier naar geluisterd hebben.
(RON)

JOHN
MAYALL AND
THE BLUESBREAKERS
IN THE PALACE OF THE KING
Website : www.johnmayall.com
feedback@johnmayall.com
Label : Eagle records
www.eagle-rock.com
Distr.: PIAS / www.pias.be
E-CARDS
BIO:
Op 29 november 1933 wordt in Macclesfield bij Manchester John Mayall geboren. Hij is één van de mensen die de bluesmuziek in de jaren zestig immens populair maakt. Hij richt de band John Mayall & The Bluesbreakers op, die later de meest invloedrijke blues-rockband wordt. Hierin spelen muzikanten als Eric Clapton, Jack Bruce, Peter Green en Mick Taylor. John Mayall kan uitstekend piano en orgel spelen. Ook zijn spel op bluesharp wordt geroemd. Zijn liefde voor de blues en de jazz krijgt hij door het beluisteren van zijn vaders platen. Een bluesman waardoor hij geïnspireerd raakt, is J.B. Lenoir. Zijn eerste band heet The Hounds of Sound. Hiervan is het repertoire geleidelijk van jazz naar blues verschoven. De stem van John Mayall heeft een wat nasale klank en geen groot bereik. Toch zegt men vaak dat hij wel zeggingskracht heeft en goed bij zijn composities past. Wel staat hij bekend als een wat autoritaire bandleider. Hij zou in het busje op de weg terug van een optreden wel eens bandleden opdracht geven een gitaarversterker op schoot te nemen, zodat hij zelf languit kan liggen. Opvallend hierbij is dat het verloop in zijn band zeer groot is. Op veel van de oude albums van John Mayall staan, naar eigen zeggen, nummers gewijd aan zijn toenmalige vriendin Christine Perfect. Het gaat onder andere om "Little Girl", "Key to Love" en "You Don't Love Me".
IN
THE PALACE OF THE KING
John Mayall is een levende legende. Vooral levend dan, gezien zijn niet te stuiten
tournees en releases. Met sinds midjaren '60 tientallen lp's en cd's, tot en
met die heuse 'novelty' hit in '69: het onweerstaanbaar vrolijkmakende "Room
To Move". Zijn Bluesbreakers golden altijd al - zeker live - als één
der meest gerenommeerde blues-leerscholen: helden als o.a. Eric Clapton, Peter
Green, Mick Fleetwood, Mick Taylor, Peter Green, Jack Bruce, Walter Trout en
John McVie. En ondertussen verhuisde deze veelzijdige Brit naar Californië,
van waaruit hij sinds midden jaren '80 steeds weer met nieuwe getalenteerde
Bluesbreakers de wereld rondtrekt. Al die jaren dat John al aan de weg timmert
met zijn Bluesbreakers heeft zijn muziek nog niet ingeboet aan overtuigingskracht.
Dit ondanks het feit dat de bezetting in de loop der jaren al vele malen is
veranderd. De Britse bluesgigant is mede bekend geworden door het feit dat hij
een goed oor had voor jong talent. Oneindig is de rij Britse bluesmuzikanten
die in zijn band tot volle wasdom kwamen. Eric Clapton was ongetwijfeld het
belangrijkste talent dat in het team van Mayall kon rijpen. Onder de vaderlijke
hoede van Mayall ontwikkelde Clapton zijn kennis van de blues en verbeterde
zijn techniek. Hoewel "John Mayall´s Bluesbrakers with Eric Clapton"
uit 1966 het hoogtepunt was uit zijn discografie, zorgde de Britse bluesveteraan
de voorbije jaren voor een continue stroom goede bluesrock platen met "Road
Dogs" (2005) en de verzamelaar "Essentially" (2006), een 5 CD
boxje, - beiden op Eagle Records - als voorlopige eindpunt. Zijn nieuwste plaat
"In The Palace Of The King" staat in het teken van diens liefde voor
de muziek van de reeds in 1976 gestorven bluesman Freddie King. Op zijn eerste
platen stonden vaak King-covers, als "Hideaway" met weergaloos gitaarspel
van Clapton, "The Stumble" en "Someday After A While (You're
Be Sorry)" - beiden op "A Hard Road", toen de latere Fleetwood
Mac Peter Green nog gitarist was, en "Driving Sideways" met Stones-gitarist
Mick Taylor. Maar ook op dit nieuwe album hebben de nummers in een of andere
vorm een relatie met Freddie King. De meeste zijn door hem zelf gespeeld natuurlijk
maar in een nummer als "King Of The Kings" steekt Mayall zijn bewondering
zeker niet onder stoelen of banken. Als gast mag Robben Ford overigens nog opdraaien
in zijn eigen "Cannonball Shuffle" en dat nummer krijgt daardoor gelijk
een wat rauwer randje. Naar eigen zeggen heeft Mayall met zijn huidige Bluesbreakers
de beste versie om zich heen verzameld, hetgeen ik wel kan beamen als ik zijn
huidige gitaarheld Buddy Whittington aan het werk hoor, voeg daarbij een vette
blazerssectie, en zo hebben we terug een typisch Mayallplaat, misschien op sommige
momenten net iets te netjes maar muzikaal staat de plaat fier rechtop. Lekkere
nummers met prettige muzikale omlijsting maakt dat "In The Palace Of The
King" weer regelmatig een rondje zal maken in mijn speler. John Mayall
mag dan in de eerste plaats een songwriter en bandleider zijn, als performer
wist de multi-instrumentalist altijd te overtuigen. Deze 74-jarige bluesman
bewijst dat er ook blanken zijn die fijne bluesalbums kunnen maken, als "In
The Palace Of The King", een passend eerbetoon van de ene legende aan de
andere.
John Mayall LIVE
ZONDAG 12 OKTOBER 2008, AB Brussel

RORY
BLOCK
BLUES WALKIN' LIKE A MAN - A TRIBUTE TO SON HOUSE
Website Label: Stony
Plain records Distr.: Munich
Wat
een rare carrière heeft Rory Block (1949) toch. Vanaf 1976 bouwt ze in
de Verenigde Staten een enorme live-reputatie op als vertolker van de akoestische
Delta-blues, maar weet ze in Europa geen potten te breken. Vervolgens wordt
er in 1987 een succesvolle verzamelaar "Best Blues And Originals",
uitgebracht die wereldwijd wordt genegeerd, maar juist hier in de Lage Landen
twee enorme hits oplevert, nl. "Lovin' Whiskey" en "Gypsie Boy",
waarna Rory Block weer gewoon in de anonimiteit verdween. Onder de ruim 20 cd’s
die ze sinds 1976 heeft uitgebracht zitten een aantal klassiekers, maar de afgelopen
jaren viel eigenlijk iedere nieuwe cd van Rory Block vies tegen. Tot de overstap
naar een nieuw label, het blueslabel Telarc, waar Rory Block een creatieve impuls
kreeg met de prachtige albums "Last Fair Deal" (2004) en "From
The Dust" (2005). Na deze albums te hebben uitgebracht bij Telarc, had
Block onderdak gevonden bij het Ryko label en zo verscheen in 2006 het album
"The Lady And Mr. Johnson". Dit waren drie albums meteen in de goede
richting: akoestische Delta-blues in zijn puurste vorm. Rory Block vindt haar
inspiratie in de countryblues uit de eerste helft van de vorige eeuw. Nu geldt
dat voor meer muzikanten in deze tijd, maar weinigen grijpen zo rechtstreeks
terug op deze bij uitstek zwarte muziek als deze blanke muzikante. Niet alleen
zijn haar eigen songs doordrenkt van de blues, ook vertolkt zij op elk album
wel een song van Robert Johnson, Son House of Charlie Patton. Zo helpt zij een
even belangrijke als mooie muzikale traditie te conserveren en in ere te houden.
Dit was reden genoeg om een album uit te brengen met werk van blueslegende Robert
Johnson. En dit moet haar goed gedaan hebben want haar nieuwste album "Blues
Walkin' Like A Man" is ook een tribuut, met daarop weergaloze vertolkingen
van legendarische Son House-songs.
Son
House kan wellicht worden beschouwd als de krachtigste Delta bluesman. Hij was
misschien technisch niet zo ontwikkeld als zijn leerling Robert Johnson, maar
zijn gitaarspel had een rauw kantje en ook zijn stem en teksten waren sterk.
Tijdens een ruzie schoot Son House in 1928 een man dood. Hiervoor werd hij veroordeeld
tot een verblijf in de beruchte Parchman Farm. Maar binnen twee jaar werd hij
weer vrijgelaten toen de zaak nogmaals werd beoordeeld en toen bleek dat Son
uit zelfverdediging had geschoten. De rechter adviseerde hem de omgeving van
Clarksdale te verlaten. In Robinsonville werd hij steeds lastiggevallen door
een jongeman, die hem steeds maar vroeg hem gitaar te leren spelen. Af en toe
kreeg deze jongeman Son's gitaar te pakken en begon er, tegen de zin van Son,
op te spelen en hij stuurde hem steeds weg. Enkele jaren later kwamen zij deze
jonge muzikant weer tegen en deze bleek een fabelachtige techniek te hebben
ontwikkeld. De naam van deze gitarist was Robert Johnson. Rory Block was 15
jaar toen ze Son House ontmoette, zij groeide toen in de 60er jaren op in de
legendarische wijk Greenwich Village (NY). Rory raakte toen al verslingerd aan
de blues, maakte zich een eigen opmerkelijke gitaartechniek aan en groeide uit
tot één van de grootste live en akoestische bluesartiesten. Met
"Blues Walkin' Like A Man: A Tribute To Son House" wil ze dus wederom
een hulde aan haar inspiratie brengen, hetgeen ze ook met verve doet. Dit is
een buitengewone opname. Alleen Block, haar stem en haar gitaar zorgen voor
een enerverende rit, enkel bijgestaan op drie tracks door Block's vriend, Lovin'
Spoonful frontman John Sebastian, op harmonica. Hoewel de schijnwerper voor
het ego goed kan zijn, laat het de muzikant ook alleen en naakt. Van de openingssong
"My Black Mama" tot aan "I Want To Go Home On The Morning Train",
het enige dat dit album onthult is dat Block één van de beste
vrouwelijke Delta Blues ’slide gitaar’ speelster is. Zij zuigt je
in haar wereld van de Delta Blues doordat zij emoties kan overbrengen als geen
ander. Tijdens het beluisteren van deze plaat kunnen wij maar enkele albums
opnoemen welke eenzelfde emotionele eerlijkheid bezitten als deze, en dan denken
we meteen aan haar voorganger: "The Lady And Mr. Johnson". Lied na
lied trekt zij ons binnen en houdt ons in de palm van haar hand; we luisteren
zorgvuldig wanneer zij haar vingers laat dansen op de snaren van haar gitaar.
Daarbij ontfermt zich hier over dertien House klassiekers zoals "Death
Letter", "Preachin' Blues" en "Grinnin' In Your Face"
en vertolkt deze met een bezieling die niet onder doet voor haar grote voorgangers.
De overige liedjes steunen louter op haar soulvolle zang en zeer vaardige (slide-)gitaarspel.
Haar uitvoeringen blijven dicht bij hun originelen, maar dat maakt "Blues
Walkin' Like A Man: A Tribute To Son House" zeker niet tot een overbodige
plaat. Kortweg: "Blues Walkin' Like A Man: A Tribute To Son House"
is wederom het hoogtepunt van jaren de Delta Blues Mississippi te spelen, de
muziek die voor haar een obsessie is sinds een dag in het jaar 1965 dat zij
Son House ontmoette. Er zijn maar weinig muzikanten welke dergelijke muziek
authentiek en tegelijk origineel kunnen brengen, maar Block lukt het. In haar
handen is de muziek van House geen stoffige, te zien en aan te raken museumstuk,
maar muziek dat leeft. Block zingt met haar rauwe stemgeluid liedjes die zich
in je hersenen kronkelen waar zij een emotionele resonantie teweegbrengen. Zij
is gewoon één van de beste akoestische vandaag nog levend zijnde
spelers van de Mississipi Delta Blues en dit album is een perfecte showcase
voor dat talent.
Track Listings
1. My Black Mama
2. Downhearted Blues
3. Preachin' Blues
4. Jinx Blues
5. Dry Spell Blues
6. Shetland Pony Blues
7. Death Letter
8. County Farm Blues
9. Grinnin' in Your Face
10. Low Down Dirty Dog Blues
11. Depot Blues
12. Government Fleet Blues
13. I Want to Go Home on the Morning Train