ARCHIEF

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008

MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008 - AUGUSTUS 2008 - SEPTEMBER 2008


EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!


SUGAR RAY AND THE BLUETONES - MY LIFE, MY FRIENDS, MY MUSIC

THE ROWDY PRAIRIE DOGS - THE REVENGE OF THE ROWDY PRAIRIE DOGS

BACKYARD TIRE FIRE - THE PLACES WE LIVED

EHREN EBBAGE - TEN CENT SOUVENIR

J.R. SHORE - AN IMPECCABLE SHINE

NEW GUITAR SUMMIT - SHIVERS

BOTTLENECK JOHN’S DELTA TRIO - FIRST TAKES - ACOUSTIC BLUES & SPIRITUALS

JOSH HARTY - THREE DAY NOTICE - A LONG LIST OF LIES

STEVE WINWOOD - NINE LIVES

LIZ MANDEVILLE - RED TOP


 

 

 

 

SUGAR RAY AND THE BLUETONES
MY LIFE, MY FRIENDS, MY MUSIC
Label :Severn Records
Distr.: Rounder Europe / Munich Records

 

Als jongeman raakte Sugar Ray Norcia geïnteresseerd in de zwarte roots muziek met Big Walter Horton als zijn grote voorbeeld. In 1978 ontstond de eerste versie van The Bluetones met in de gelederen o.a. gitarist Ronnie Earl en Michel 'Mudcat' Ward als bassist. In die tijd begeleidden zij aan de oostkust grootheden als Otis Rush, Big Joe Turner en natuurlijk zijn grote held Big Walter Horton. Twaalf jaar duurde de samenwerking tussen Ray en Ronnie. Het leverde slechts twee albums op : "Don't Stand In My Way" en "Knockout", al mag het toevallig geregistreerde optreden met Big Walter Horton natuurlijk niet onvermeld blijven. In 1998 bracht hij op Telarc Records "SuperHarps" uit met harmonicavirtuozen James Cotton, Charlie Musselwhite, en Billy Branch. Deze CD werd genomineerd voor een Grammy Award in de Best Traditional Blues categorie. In het najaar van 1991 werd Sugar Ray gevraagd om bij het populaire Roomful of Blues te komen zingen. Hiermee reisde hij uitputtend, met meer dan tweehonderd optredens per jaar en kreeg hij belangrijke onderscheidingen. Met Roomful of Blues nam hij meerder albums op, waarop ook eigen composities zijn terug te vinden. Bovendien vroegen bekende collega's onder wie Michelle Willson en Otis Grand hem mee te werken aan hun albums. Na zeven jaar Roomful keerde Sugar Ray uiteindelijk terug naar de roots: de harmonica blues. Het eerste album in een nieuwe bezetting, "Rockin'Sugar Daddy" (2001) op Severn behaalde primaverkoopcijfers, gevolgd door "Hands Across The Table" waarop hij nog steeds vergezeld wordt door basveteraan Michael "Mudcat" Ward, die zijn carrière begon met Walter Horton en albums heeft opgenomen met o.a. Hubert Sumlin, Ronnie Earl, Ron Levy, John Brim, James Cotton, Jerry Portnoy, Charlie Musselwhite, Otis Grand, Paul Oscher, en Sleepy La Beef, om er maar een paar te noemen. Op het nieuwe album "My Live, My Friends, My Music", nu reeds het vierde voor Severn Records, bestaat de bezetting nog steeds uit de vertrouwde ritmetandem: naast Michael "Mudcat" Ward, Neil Couvin (drums) en Anthony Geraci (piano). De 'special guests' zijn niet minder als de gitaristen Duke Robillard (op 8 tracks) en "Monster" Mike Welch (op 7 tracks) en de blazers Carl Querfurth (trombone), Doug 'Mr. Low' James (baritone en tenor sax), Greg Piccolo (tenor sax) en Bob Enos (trompet), maar beter bekend als The Providence Horns. "My Live, My Friends, My Music" ligt in het verlengde van "Hands Across The Table", al brengt de meer big band sound op deze plaat me meer Ray's grote release uit 1998, "Sweet & Swingin" op Bullseye Blues terug in herinnering. De vele stijlen op "My Live, My Friends, My Music" maken deze cd bijzonder spannend. Zo begint de CD al swingend met de rockende shuffle "Oh Babe" van Louis Prima. "Little Green Frog" met het prachtige blazerswerk doet me denken aan Commander Cody, gevolg door "I Want to be With You", een heerlijke ballade gebracht in Ray's vertrouwde croonersstijl. Zo ook "You Better Change Your Ways" waarin Ray vocaal zeer mooi uit de hoek komt, gevolgd door "Money Taking Mama", waar nu harmonica en piano op de voorgrond komen. U heeft het wel begrepen, we zijn vijf nummers ver, één derde van deze plaat, nummers waarbij Sugar Ray aantoont dat hij het mondharmonica even virtoos kan bespelen als Toots Thielemans en wat een stem! De andere nummers zijn eveneens geënt op Chicago blues, maar andere gaan dan weer meer in de richting van de Texaanse blues. Luister ook even verder naar de pianoblues in "Do You Remember?", "Oh, Oh, Oh Pretty Baby" en "No Sorrow No More", alle drie met dat heerlijke smoelschuivertje, naast het meer romantische "My Last Affair" met het jazzy snarenwerk van Duke Robillard. Ja dit is klasse!


SUGAR RAY NORCIA & The Bluetones (USA)
featuring:
MONSTER MIKE WELCH
zaal "De Korenbloem" Kerkplein 12, 9750 Zingem
zaterdag 25 oktober 2008, aanvang 21u


 

 

 

THE ROWDY PRAIRIE DOGS
THE REVENGE OF THE ROWDY PRAIRIE DOGS
Website Myspace Contact
Label : PopBomb Records CD-Baby
Distr. : Pete Knapp - Shut Eye Records & Agency

 

Vanuit Madison, Wisconsin bereikte ons de debuutplaat van een groep genaamd “The Rowdy Prairie Dogs”. Wat dieper graafwerk leert ons dat de stuwende kracht achter deze Americana formatie singer-songwriter Robert J. Conaway is. Het album “The Revenge Of The Rowdy Prairie Dogs” is een verzameling countryrockers en sentimentele ballads over het leven, de liefde en over de eeuwige zoektocht naar geluk. Zoals het past voor countryrock worden de songs opgebouwd rond stevige, catchy riffs en sterke melodieën, goed zangwerk en de onontbeerlijke gitaren en pedal steelklanken. De groep wordt door vijf muzikanten gevormd, zijnde Robert J. Conaway, gitarist Tom Dehlinger, gitarist Michael Tully, basist Joe McCloskey en drummer Mauro Magellan. Robert J. heeft vele jaren het mooie weer gemaakt bij de groep “Happy Trails” waarmee hij doorheen de meeste Amerikaanse staten is getrokken om in diverse clubs op te treden. Hij schrijft liedjes met de regelmaat van een klok en bezingt daarin de meest uiteenlopende onderwerpen. Vorig jaar werd Robert J. getroffen door een hartaanval die hem deed inzien dat hij op een wat meer gecontroleerde wijze met zijn leven diende om te springen. Anderzijds leerde hij uit die gebeurtenis ook dat de waarden van het leven het hoogste goed is dat de mens kan koesteren. En hij vond er tegelijkertijd ook de inspiratie in om levensliedjes met een goed verhaal te schrijven. Naast deze “Rowdy Prairie Dogs”-plaat verscheen er nog een andere cd van zijn hand onder de titel “A Beautiful Blur”. De tien liedjes die hij voor “The Revenge Of The Rowdy Prairie Dogs” heeft geschreven zijn gebaseerd op een uitgebreide mix van muziekgenres als country, blues, rock, honky-tonk, R&B en soul. Onze favoriete tracks op dit album zijn het Dylanesque “Rebel Domino”, het Tom Petty en Springsteen-achtige “Home Movies”, het door in Louisiana-stijl gespeelde cajunaccordeon gedreven nummer “Loved Like That” en de countrydeun “Tumbleweeds On Main Street”. Het is echter de veelvuldig van pedal steel voorziene countryballad “No More Tears” die van ons de gouden medaille krijgt terwijl zilver is weggelegd voor de cd-afsluiter “One More Gambling Man”, een Willie Nelson-geïnspireerde ballad. “The Revenge Of The Rowdy Prairie Dogs” is een plaat die countryrockliefhebbers een aangename tijd kan helpen doorbrengen.
(valsam)


 

 

 

 

BACKYARD TIRE FIRE
THE PLACES WE LIVED
Website Myspace
Label: Hyena Records
Distr.: Bertus
VIDEO 1 VIDEO 2


Backyard Tire Fire verkende met albums als hun vorige zeer goed ontvangen "Vagabonds and Hooligans" (2007) de grenzen van de Americana. De band uit Bloomington, Illinois wist alternatieve rock invloeden toe te voegen aan zijn mix van folk, pop en alt-country. In feite een zeldzame combinatie van piano gedreven rock en smeulende gitaren. Met die opmerkelijke, maar volstrekt logisch klinkende muziek wist Backyard Tire Fire de luisteraar voortdurend op het verkeerde been te zetten. Ook met "The Places We Lived" slagen de heren er weer in je goed te verwarren. Op "The Places We Lived" laat Backyard Tire Fire soms ontspannen klinkende alt.country horen, maar meestal horen we aanstekelijke indie-rock die bands als Wilco of Tom Petty and The Heartbrakers in gedachten roept. Tom Petty die zowat de inspiratiebron voor de groep moet geweest zijn, getuige de opener op hun vorige album. "The Places We Lived" bevestigt dat Ed Anderson, liedjesschrijver, zanger en gitarist van de band bijzonder goed in zijn vel zit. De plaat klinkt bijzonder toegankelijk en er wordt keurig binnen de kaders van de rock en country gekleurd. Saai is dat allerminst. Een stijlbreuk is de plaat niet, maar "The Places We Lived" verschilt zeker op bepaalde punten van voorganger. De muziek waaiert meer uit en is diverser. Af en toe groezelig rockend en met prachtig gitaarwerk, zoals in de openende titeltrack, "How In The Hell Did You Get Back Here?" en "Welcome To The Factory", de meer gitaar gedreven songs die zowat hun handelsmerk zijn. Dan weer vreemd, minimalistisch zoals in het afsluitende "Home Today", een song die aanzet om een traan weg te pinken. Ook zijn er de door piano voortgestuwde nummers, "Everybody's Down" en "One Wrong Turn", ballads met een meer donkere kant. Ondanks de enorme diversiteit blijft "The Places We Lived" één geheel. En wat voor een geheel, want de nummers nestelen zich binnen de kortste keren muurvast in je hoofd. Bovendien volgen nummers zelden de koers die je aanvankelijk verwacht en schieten ze vaak een volledig andere kant op. Het zegt veel over het talent en vakmanschap van Ed Anderson, zijn broer Matt (bas) en Tim Kramp (drums). De spanning en gekte van de vorige platen zijn niet verdwenen, maar gewoon wat subtieler in het geheel opgenomen. Het resultaat is rijk, breekbaar en wondermooi.


 

 

 

EHREN EBBAGE
TEN CENT SOUVENIR
Website Myspace CD-Baby

 

Zingen over alle emoties die in het dagelijkse leven van de mens opduiken. Dat is de levenstaak die Ehren Ebbage uit Eugene, Oregon zich heeft toegeëigend. Teksten met een zinvolle betekenis op melodieuze muziek gezet is wat je kan beluisteren op de debuutplaat “Ten Cent Souvenir” van deze artiest die reeds enkele jaren meedraait in de muziekscène, o.a. als begeleider van Justin King en door zijn aandeel in de groep The Dimes. Met akoestische gitaarklanken in zowat elk nummer zijn de twaalf nummers op dit album eerder luisterliedjes maar dan van het betere soort. Niet in het minst omdat er over elke song een mooi sausje bredere instrumentatie gegoten werd. Qua stemtimbre doet Ehren Ebbage me denken aan onze eigen Admiral Freebee. In de rockgetinte songs op dit album is dat nog nadrukkelijker zo dan in de ballads. De liedjes zijn vlot in het gehoor liggende en daardoor gemakkelijk verteerbare, moderne popsongs. De titeltrack “Ten Cent Souvenir” waarmee de cd begint is zo’n hitparadesong en ook nummer twee uit de tracklist “The Way She Does It” weet ons meteen aangenaam te bekoren. Ook in het liedje “I’m Not Sorry” kan ik die vergelijking met Admiral Freebee niet uit mijn hoofd zetten. Het album is voorzien van een hedendaagse mix en de algemene productie door vriend Zac Rae is van een hoge kwaliteit. Niet alle liedjes zijn echter even sterk waardoor deze cd bij mij waarschijnlijk eerder opnieuw zal bovengehaald worden om af en toe eens een track uit te selecteren, eerder dan de plaat helemaal te laten lopen. Songs als “Not The Same” en “Earthquakes” geven de indruk dat ze wat te snel aan deze plaat werden toegevoegd om het schijfje vol te krijgen. Die songs had hij wellicht beter nog wat laten rijpen vooraleer ze op cd te zetten. Maar Ehren Ebbage verdient toch een behoorlijke portie krediet omwille van zijn duidelijk aanwezige songschrijverstalent. Zijn kleurrijke verhalen over uit het dagelijkse leven gegrepen gebeurtenissen worden op basis van zorgvuldig geselecteerde woorden in haast dichterlijke vorm verteld. Dit album bestaat uit liedjes die sterk afwijken van het werk dat Ebbage normaliter aflevert met zijn groep ‘The Dimes’. Het lijkt ons een goede keuze geweest te zijn om die songs via een soloplaat te lanceren. Enkele liedjes die ons meteen konden bekoren waren het epische “Bottlerocket” dat we al op de wat eerder verschenen gelijknamige ep mochten aanhoren, het enkel op akoestische gitaar gebrachte Milow-achtige “Bury That Feeling”, het sober gebrachte maar emotioneel behoorlijk geladen nummer “Let’s Go” en het intrigerende verhaal in de song “Snakes”. Al bij al is “Ten Cent Souvenir” misschien nog niet echt memorabel te noemen maar toch zegt iets in ons dat deze Ehren Ebbage nog meer knappe songs in zijn mars heeft. Wordt weldra allicht vervolgd. Wij houden u dan zeker op de hoogte van nieuw werk.
(valsam)


 

 

 

J.R. SHORE
AN IMPECCABLE SHINE
Website Myspace Contact
CD-Baby

 

J.R. (Jared) Shore is een singer-songwriter uit Calgary, Alberta in Canada. Hij heeft reeds een paar decennia achter zich liggen als groepslid van bands als ‘Hiway 2’, ‘Panama Red’ en ‘Sgt. Singalong And The Military’. Obscure bands die nooit echt uit de schaduw konden treden. Of hij daar als solo-artiest zal in gaan slagen valt nog te bezien. De capaciteiten om eigen liedjes te schrijven bezit deze sympathieke Canadese bard alvast. Zijn stijl is vergelijkbaar met performers als Tom Waits, Leonard Cohen en Randy Newman. Op zijn eerste soloplaat “An Impeccable Shine” begint hij met een half gezongen-half vertelde song “The Grandest View” die meteen de toetsing aan deze drie grote namen verrechtvaardigt. De volgende song “Pretty Penny” is echter een snelle rocker waarin hij eerder gelijkenissen vertoont met Tom Petty of Gram Parsons. De titeltrack “An Impeccable Shine” is een lazy en jazzy schuiver met heerlijke tromboneklanken en dito vocaal werk. J.R. Shore kon tijdens zijn muzikale carrière al fier terugblikken op enkele waarderingen voor zijn songsmidkunst van de vakpers via prijzen voor ‘beste song van een nieuwkomer’ en voor ‘beste song over Alberta’. Zijn solo-loopbaan begon in 1997 na een jamsessie in Edmonton waarbij hij ontdekte dat het verzinnen van teksten en het componeren van muziek hem vrij vlot afging. Qua stem kan je hem niet bij de groten der aarde rangschikken maar dat relativeert hijzelf al meer dan voldoende in zijn bij de cd gevoegde biografie. Toch denken we dat hij moeiteloos een publiek gedurende een optreden kan entertainen met zijn originele rootsmuziek. In “The Alberta Rag” deinst hij niet terug om een erg knappe instrumentale ragtime-song te spelen met leuke honky-tonkpiano en evenzo leuke trompet. Het nummer klinkt daardoor erg fiftiesachtig en bevestigt zijn originele en vaak nostalgische muzikale selectie voor de tracks op dit album. Probleemloos schakelt J.R. Shore daarna over op een mooi verhalende ballade in “The Ballad of Jesus Rodriguez” waarin het aandeel ‘spoken word’ weer groot is en de harmony vocals van zangeres Jan McKittrick een pluim verdienen. Dit geldt eveneens voor de twee duetten met dezelfde zangeres op deze plaat: het erg mooie “Run To Reno” en de klasserijke ballad “Southward” waarin we voor even flarden van Gram Parsons & Emmylou Harris uit vervlogen tijden menen te herkennen. Dit zijn voor ons de absolute hoogtepunten van de cd. Dan moeten we ook nog verwijzen naar de heerlijke bluegrass en country in de fiddle-song “Knockin’ On My Door”. De grote diversiteit in de dertien liedjes op “An Impeccable Shine” is de grootste verdienste van J.R. Shore. Het is een eerlijke reflectie van een muzikant op zijn door de jaren heen opgebouwde muzikale invloeden. Respectvol slaagt hij er in om in deze stijlen zijn eigenhandig geschreven liedjes een plaats te geven. Wij houden tot nader order nog steeds van platen die uitstralen dat de muzikant met grote omzichtigheid weet om te springen met zijn eerbetoon aan zijn muzikale voorbeelden. En J.R. Shore verdient dan ook vooral daarom ons respect. We hopen dat zijn debuutplaat de nodige respons van het muziekminnende publiek mag krijgen wat hem moet toelaten een even mooie opvolger te maken.
(valsam)


 

 

 

NEW GUITAR SUMMIT
SHIVERS
Label : Stony Plain Records
Distr.: Munich Records

 

Voor een tweede keer werden drie stergitaristen bij elkaar geroepen voor een nieuwe Guitar Summit. Jay Geils zullen de meeste muziekliefhebbers wel kennen van de J. Geils Band. Begin jaren 80 hadden zij verschillende hits zoals ‘Love Stinks’, ‘Freeze Frame’ en ‘Centerfold’. Minder gekend bij het grote publiek is zijn periode vòòr zijn commercieel succes. Jerome Geils richtte reeds in 1967 de J.Geils Band op. In de jaren 70 waren zij één van de meest succesvolle touringbands die een mix van blues en rock’n roll brachten. Pas in de jaren 80 werd J. Giels een rockicoon. In 1985 splitte de band en veranderde J. Geils zijn naam naar Jay Geils. Hij zette zijn muzikale carrière op een lager pitje. Pas in 2003 bracht hij zijn eerste solo album ‘Jay Geils Plays Jazz’ uit. In diverse interviews vertelde hij dat jazz reeds in de jaren 60 zijn passie was, maar dat hij toevallig in een (blues)rockband terecht kwam. De nu 62 jarige rockster heeft zijn jeans en lederen jacket en voorprogramma’s van the Rolling Stones en the Allman Brothers in grote stadions vervangen door een maatpak en kleine jazzclubs. Gerry Beaudoin is waarschijnlijk de minst bekende van de 3 gitaristen. Zijn naam klinkt Frans, maar hij is net zoals de andere gitaristen van New England. Hij is de meest onderlegde gitarist van de drie. Binnen jazzmiddens heeft hij al een grote reputatie opgebouwd. Zijn workshops worden gewaardeerd door professionele muzikanten. Hij is tevens professor in de muziek. Duke Robillard is één van de meest succesvolle hedendaagse bluesgitaristen, met een verleden in Roomfull Of Blues en The Fabulous Thunderbirds. Zijn solo albums zijn meestal bluesalbums, maar de link naar swingjazz is zelden ver weg. Op ‘Shivers’ staan 11 nummers waarvan er 9 instrumentaal zijn. De door Randy Bachman heel laidback gezongen nummers ‘Your Mind Is On Vacation’ en ‘Everybody’s Crying Mercy’ zijn als derde en zevende nummer geplaatst, om het instrumentale gedeelte te doorbreken. De instrumentals zijn up-tempo en stralen vrolijkheid uit. Op deze plaat is moeilijk te horen welke gitarist aan het soleren is. Op de eerdere soortgelijke plaat ‘The Duke meets the Earl’ zijn de gitaarsolo’s van Duke Robillard en Ronnie Earl makkelijker uit elkaar te houden. Maar het is duidelijk dat er op zeer hoog niveau gemusiceerd wordt op deze schijf. Ze barst van knappe inventieve solo’s die clean zijn gebracht. Het is de cleane sound van gitaren en typische, vaak contraritmische jazzdrums die deze plaat onder jazz doen catalogeren. Wie houdt van Philip Catherine, maar dan iets swingender gebracht heeft met dit meesterwerkje een vette kluif.
Bootsy Lester


 

 

 

 

BOTTLENECK JOHN’S DELTA TRIO
FIRST TAKES - ACOUSTIC BLUES & SPIRITUALS
Website Myspace VIDEO 1 VIDEO 2

 

De Zweed Bottleneck John, of Johan Eliasson, heeft een voorliefde voor old time blues, al begon hij aanvankelijk zoals zovele anderen in een elektrisch bluesrockbandje. Maar de akoestische Delta countryblues met slidegitaar of Resonator bekeerde hem en sindsdien treedt hij op als Bottleneck John, solo of met occasionele kompanen zoals Stefan Swén en Lars Åstrand. Hij toerde zowat overal rond in Scandinavië, Europa of Amerika en in 2006 stond hij op het Arkansas Blues & Heritage Festival in Helena. Toen hij in de Mississippi Delta optrad was het hem te moede alsof hij thuiskwam. Ergens kan je daar inkomen als je zijn ongepolijste blues en Spirituals beluistert. Met veel overgave en rokerige stem zingt hij elf songs, allemaal ‘First Takes’. Zijn voorliefde gaat uit naar de bluespioniers Robert Johnson, Son House en Muddy Waters. Maar ook ‘Water Under The Bridge’ van tijdgenoot Eric Bibb, inmiddels ook landgenoot, werd in het repertoire opgenomen. Op ‘Sitting On Top of the World’ begeleidt violist Lars haast sacraal de songtekst van mijmerende John. Het trio voelt elkaar goed aan. Duizendpoot John zingt, speelt op één van zijn akoestische of Resonatorgitaren en varieert met mandoline, banjo, banjolin en kazoo. Stefan Swén blaast met veel gevoel op zijn mondharmonica en als Lars met zijn viool of mandoline bijspringt is de Delta Deal jaren 1920 –’40 rond. Op ‘Preachin’ the Blues’ wekken de MojoBox en de harmonica die sfeer op die nostalgisch maakt naar een tijd waarin vocale of instrumentale expressie primeerde, al zijn sommige van John’s instrumenten wel gemoderniseerd. Ook de Spirituals komen fris over. Blijkbaar kan religie toch stand houden in deze 21ste eeuw. Wie zei ook alweer dat je geen Afro-Amerikaan uit Mississippi moet zijn om de Heer aan te roepen wanneer het water aan je lippen staat. Vooral de traditional ‘Didn’t My Lord Deliver Daniel’ wekt ontroering op door die resonerende weerklank alsof Blind Willie Johnson’s silhouet zich even tegen de Kerkmuur aftekent. Ergens vertelde Bottleneck John dat zijn oudste bespeelbare gitaar dateert van 1840/’50. Dan weet je dat je met een freak te doen hebt. Maar wel met een van het ontwapende soort, want de liefde voor de spirituele Delta blues doordrenkt elk nummer.
Marcie


 

 

JOSH HARTY
THREE DAY NOTICE & A LONG LIST OF LIES
Website Myspace
Label : Magnolia Recording Company
CDBaby1 CDBaby2 VIDEO 1 VIDEO 2

 

Josh Harty kreeg de muziek als het ware met de paplepel naar binnen. Al op zesjarige leeftijd stak hij een gitaar onder de arm en nam zijn fiere vader hem mee om zoons speelkunsten te laten bewonderen in Fargo, North Dakota. Thuis hoorde hij zowel de muziek van Led Zeppelin door huis galmen als oude country – twang en in zijn muziek herken je invloeden van country, blues en gospel. In 2003 kreeg zijn debuutalbum “Three Day Notice” niets dan lovende kritieken . Zijn talent bleef niet onopgemerkt en hij mocht shows openen voor grote sterren zoals B.B. King, Robert Cray en Iris Dement . Dit album is een mix van mooi verhalende singer-songwritermomenten zoals de instrumentaal prachtig opgebouwde, melancholische ballade “What About You”,waar hij zo eerlijk is al zijn fouten toe te geven, maar dit ook verwacht van zijn geliefde. Intrigerend tokkelend gitaarspel, een slepende vioolsolo, opgevuld met keyboardklanken en een solerende Spaanse gitaar voert de emotionaliteit en het onbegrip ten top. In “Minna Millar”, een vrouw die een belangrijke rol heeft gespeeld in Harty’s jeugd, somt hij met enkel vrolijk, uptempo gitaarspel, gepassioneerd haar levenslessen voor ons op. “500 Miles” tuint ons met een Townes Van Zandt gitaartokkel en zijn zeemzoete stem nog verder van huis door het desolate Americana landschap. Smarten en hartenpijnen lenen zich steeds voor een goed bluesmoment. Zo heeft Harty het ook begrepen en in de trage 12 bar blues “What AmI Gonna Do” laat hij snedig de slide over zijn Dobro schuiven. Helaas kan dit zijn liefdesverdriet niet verbannen. “Nobody Knows You (when you’re down and out), kreeg bekendheid door Eric Clapton, maar het rokerige jazzclubeffect en de overtuigingskracht ligt bij Harty zeker zo hoog. Even klasrijk geeft hij de juiste countrytoets aan de gospel van “I ‘m Gonna Have A Little Talk”. Een zeer sterk debuut en vijf jaar later mogen we een tweede pareltje van Josh Harty beluisteren “A Long List Of Lies”. Harty liet ons een hele tijd wachten op de opvolger voor zijn eerste succes, maar het loonde de moeite. De plaat is qua productie en klankmix tot in de puntjes afgewerkt en klinkt heel volwassen. Harty heeft duidelijk zijn pijlen gericht op de country en americana charts en geloof me, dat zal lukken. Denk maar niet dat enkel producten uit Austin en Nashville hiervoor in aanmerking komen. Harty opereert ondertussen vanuit Madison, Wisconsin. Het album speelt honderd procent in op de twee van Harty’s grootste talenten : zijn prachtig baritonstemgeluid, dat ons doet denken aan Chris Isaak en zijn virtuoos spel op akoestische gitaar. De plaat opent met een mooi stukje chickenpicking in “December” dat, openend met dominante percussie en bas, een mooie opbouw naar een roestige Texas boogie krijgt met zijn huilende en vervormde slidegitaarstoten. Een zeer hitgevoelig en radiovriendelijk nummer is de tot meezingen uitnodigende countryrocker “Witch Way I Go”, een met handgeklap begeleid vrolijk nummer dat Hootie And The Blowfish naar de kroon steekt. In “Long Time Coming Down” neemt hij, op de tonen van een Tony Joe White gitaarshuffle, de moeilijke beslissing zijn geduld en hoop op een relatie niet langer op de proef te stellen en de bladzijde om te slaan. Relaties en zieleroerselen op kop op een rustig voortkabbelende Mark Knopfler sound in “You & I “. De meesterlijke en bliksemsnelle, bijna flamenco gitaartokkel luidt het begin in van het folkie “Time”, dat de loper uitrolt voor de melancholische akoestische gitaarballade “Phone Lines”, over dingen die beter niet via de telefoon besproken worden. De meest aangrijpende song uit het album, de countryballade “Home” , heeft Josh Harty ons als afsluiter gereserveerd. Met een doordringende zang en tekst beschrijft hij het gemis van een geliefde en de eenzaamheid die hem parten speelt. Een als een gebroken hart kloppende basdrum en de in de verte klinkende pedalsteel beklemtonen nog meer deze emoties. Josh Harty is een kunstenaar met klanken en emoties en kan dit alles nog in een poëtisch geheel gieten. Voeg hierbij nog zijn meesterlijk gitaarspel en zijn warm, doordringend stemgeluid en je hebt hier te maken met een artiest met topkwaliteiten. Een keuze maken tussen de twee albums is geen gemakkelijke opdracht, want het zijn beide pareltjes en geven een volledig beeld van zijn kunnen. Waarom dan niet gaan voor de twee ?
Blowfish


 

 

STEVE WINWOOD
NINE LIVES
Website
Label: SONY/BMG
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Zo eens om de vijf jaar levert Steve Winwood de laatste twee decennia een nieuw album af. Echte wereldwijde successen als ten tijde van "Back In The Highlife" (1986) boekt Winwood er niet mee, maar zijn trouwe schare fans wordt nooit teleurgesteld. Winwood is vanaf zijn 15e lid van the Spencer Davis Group, met hits als "Keep On Runnin'", "Gimme Some Lovin'" en "I'm a Man". Tussendoor is hij een veelgevraagd sessiemuzikant en is hij o.a. te horen als gitarist op het klassieke Jimi Hendrix-album 'Electric Ladyland'. In 1967 start hij samen met Chris Wood, Jim Capaldi en Dave Mason de groep Traffic. Vanaf 1969 maakt Steve deel uit van de groep Blind Faith samen met Eric Clapton en Ginger Baker. Vervolgens bestaat Traffic weer korte tijd en wordt het prachtige album "John Barleycorn Must Die" uitgebracht. Na een betrekkelijk rustige periode verschijnt in 1977 Winwood eerste soloalbum. Gevolgd door zijn magistrale album "Arc Of A Diver" (1980), "Talking Back To The Night" (1982), "Back In The High Life" (1986), "Roll With It" (1988), "Refugees of The Heart" (1990), "Junction Seven" (1997) en "About Time" (2003). Op deze voorganger, het opvallend kale "About Time" waren de synthesizers verdwenen en speelde het vertrouwde orgelgeluid de hoofdrol. Meer een terugkeer naar de basis dus hetgeen ook goed bleek in de songkeuze, want de sterke Zuid-Amerikaanse ritmes klinken in een aantal nummers, als "Cigano" en "Somingo Morning" zowaar Traffic door. Na deze plaat deed Winwood vooral waar hij zelf zin in had, waaronder een reeks concerten met zijn oude maatje Eric Clapton. Die is ook van de partij is op "Dirty City", de eerste single van zijn nieuwste album "Nine Lives", waarop hij de sound van zijn voorganger grotendeels voortzet. Veel Hammond B-3 en gitaar, maar er is ook ruimte voor breder gearrangeerde songs met percussie en blazers. "Nine Lives" begint fraai en introspectief met het broeierige "I’m Not Drowning", en ontwikkeld zich tot een afwisselend album met fraaie teksten met als hoogtepunt "At Times We Do Forget". De latininvloeden die Winwood ook ten tijde van Traffic veelvuldig gebruikte, zijn weer duidelijker hoorbaar, als in "Raging Sea" met die lekkere groove-rock. Maar ook "We're All Looking" is Winwood ten voeten uit met zijn fantastische en uit duizenden herkenbare stem. Winwood is pas 60 jaar geworden en zit dus al 45 jaar als muzikant in het vak. "Nine Lives" is dan ook de prachtige vertaling van zijn 9e solo album. Negen levens en nog steeds alive and kickin'! Klassiek, soul, rock, blues, world music, noem het op, hij haalt werkelijk alles uit de kast. Soms klinkt het heel eigentijds, dan weer heerlijk ouderwets, maar het is altijd van hoog niveau. Prima plaat van deze veteraan dus!


STEVE WINWOOD LIVE
vrijdag, 17 okt 2008, AB - Brussel


 

 

 

LIZ MANDEVILLE
RED TOP
Website Myspace Contact
Info : Blind Raccoon
Label: Earwig Records
Distr.: Parsifal

 

Na haar 2 maal live aan het werk te hebben gezien en een intiem gesprek deze zomer mag het wel duidelijk wezen dat ik meer dan nieuwsgierig was naar deze nieuwe CD van Liz Mandeville. Ze had er natuurlijk al wat over laten vallen tijdens ons gesprek en dat had mijn verlangen ernaar enkel nog meer aangewakkerd. Geopend wordt er met het titelnummer ‘Red Top’, een rasechte swinger zoals ze dat alleen maar kunnen aan de westkust. Maar Liz Mandeville zou Liz Mandeville niet zijn als ze niet laat horen van meer bluesstijlen te hebben gesnoept. En als ik jullie dan ook nog mag verklappen dat ze elke aangebrachte stijl beheerst als de beste weet je al dat we hier te maken hebben met een rasartieste. Luister anders maar eens naar het subtiele maar strakke ‘Dog No More’. Dat ze ook niet vies is van wat humor in haar songs bewijst ze op het nummer ‘Spanky Butt’, een nummer dat tijdens optredens visueel voor nog meer humor zorgt. Verder ook een pluim voor de blazerssectie bestaande uit Rodney Brown (tenorsax), Peter Bartels (trompet) en Johnny Showtime (trombone). Maar Liz doet op deze CD ook nog beroep op heel wat andere prominente muzikanten uit Chicago, enkele namen zijn Eddy Shaw (tenorsax), Allen Batts (piano en Hammond) en het Black Roses Gospel Koor. In elke song die Liz brengt herken je als luisteraar wel iets van jezelf of een gebeurtenis in je eigen omgeving en het is net dàt wat haar songs die extra sterkte geven. Liz Mandeville is een dame die weet wat ze wil en ook perfect weet hoe haar ideeën over te brengen op andere muzikanten, zoiets mag wel duidelijk wezen door het luisteren naar de 15 eigen geschreven songs op deze Red Top CD. Hoe kan je anders songs als ‘Rub My Belly’ en Scratch The Kitty’ zo vastleggen dat het klinkt alsof je terug in de tijd wordt getransporteert? Neen neen, deze CD staat vol met klasse songs, van Chicago blues, via soul tot up-tempo rockers met hier en daar veel ruimte voor het koperwerk. Maar de gitaar en piano worden zeer zeker niet in de schaduw gezet, m.a.w. alle ingrediënten van de blues zijn aanwezig. Met deze cd ben ik er zeker van dat de grotere podia in België en omstreken ook lonken en ik hoop dan ook haar vlug weer live aan het werk te zien.
Blueswalker