ARCHIEF

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008

MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008 - AUGUSTUS 2008 - SEPTEMBER 2008


EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!


JOHNNY B AND THE GOODES - HAVE MERCY

MIKE GARNER - CAD’S ALLEY

HENRIK FREISHLADER BAND - THE BLUES GETS CLOSER LIVE

JUBAL KANE - THE EMPTY GLASS

MARC JEFFARES - GHOST IN MY BONES

GERAINT WATKINS - IN A BAD MOOD

JIM WHITE - A FUNNY LITTLE CROSS TO BEAR

AL DeLONER - MOUNTAINS ON THE MOON

JEFF ZIMA - KIDNEY STEW

BRANDON SCOTT SELLNER - WRONGS TO RIGHTS


 

 

JOHNNY B AND THE GOODES
HAVE MERCY
Website
Label: Big Mo Records CDBaby

 

 

Deze uit Charlottesville in Virginia afkomstige "harper" is een volgeling van de grote Chicago blowers en krijgt op zijn hoesnota’s lof toegewaaid van bekende collega’s als Rick Estrin van de (vroegere) Little Charlie & The Nightcats en Rod Piazza. Niet de minsten natuurlijk als het op het bespelen van de bluesharp aankomt. Johnny B is dan ook niet zomaar één van de vele mondharmonicaspelers die het bluesfirmament rijk is. Zijn volle, diepe en vooral warme toon pakt je in, dit is vakwerk. Vooral in "Blue Lights" een van Little Walter's meesterwerkjes weet hij op Chromatic harp die zwoele warme sfeer te creëren. Van de ene Walter naar de andere: Big Walter Horton's "Hard Headed Woman" wordt even effectief neergezet, met weer die mooie romige klank, Johnny B is een meester op zijn instrument. Overbekend is natuurlijk "Nine Below Zero" van Sonny Boy Williamson, maar Johnny weet dit mooi te omzeilen door de song wat rockend te brengen, zodat het een compleet andere versie is geworden. Deze wandelende Hohner promotieman covert verder nog een aantal standaards op professionele wijze zoals Muddy's "Honey Bee", Little Walters" It's Too Late Brother" en "Mellow Down Easy", maar ook zijn eigen composities, zoals "Mood Tuesday" (met Spaanse gitaar in de intro) en "I'm Lonesome" mogen er best zijn, al speelt de blues op beide nummers niet de hoofdrol. "Mood Tuesday" is een jazzy zigeunerswing en "I'm Lonesome" is eerder rock dan blues. "Have Mercy" bevat veel bekende covers, steeds riskant, maar een meester als Johnny B weet door zijn sterke uitvoeringen dit eerder in zijn voordeel om te buigen. Al bij al een puike bluesrelease. (RON)

 


 

 

 

MIKE GARNER
CAD’S ALLEY
Website Myspace CDBaby
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Jaren geleden omarmde Mike Garner de blues toen hij nog in het zuiden van Engeland woonde. Als kind was hij gefascineerd door de boogie-woogie piano die hij op de radio hoorde. Later greep de akoestische pré-war blues hem aan en werd hij meegesleurd in de kolkstroom van de Britse Blues Boom. In Londen zag hij vele van zijn helden Live optreden. Dit alles maakte zo’n indruk dat hij zelf covers begon te spelen van Delta en Chicago bluesklassiekers. Inmiddels groeide hij uit tot een multi-instrumentalist en uitstekende slidegitarist wat je ook op dit vijfde album kan horen. In Jimi Hendrix ‘Two Trains Running’ komt dit bijvoorbeeld tot zijn volle recht. Op vier nummers na zijn echter alle songs door hemzelf geschreven. Daarin hoor je nogal Pacific eilandinvloeden, gevolg van zijn jarenlang verblijf in de Zuid Pacific. His 5th CD, Cad's Alley, was released in January 2007.Slidegitaar, ukelele, wasbord, mandoline, contrabas en harmonica creëren tezamen een zuiders eilandsfeertje, al is Mike Garner inmiddels Nieuw Zeeland burger. Hij kwam daar in 1988 terecht en bleef er hangen. Van daaruit toerde hij solo of met zijn ‘The Blues Healers’ band in Nieuw Zeeland, Australië en Europa. Later werd dat de ‘Steppin’ Out’ band. In 1993 verscheen ook zijn eerste soloalbum. Momenteel woont hij in Rotorua en laat het landschap van vulkanen en bergmeren op zich inwerken. Maar voor alles blijft hij de bluesman die nooit los kwam van de bluesy invloeden uit zijn jeugd. Ook dat hoor je wanneer je bijvoorbeeld zijn bewerking van de traditional ‘Billy The Kid’ beluistert, gemoderniseerd met djembe, of zijn eigen ‘Pay Your Dues’ met trompet en trombone die de New Orleans spirit wakker maakt. In zijn bekroonde song ‘Louisiana Hurricane’, - derde prijs internationale songcompetitie in Nashville uitgereikt -, vat hij binnen het raamwerk van één song de geschiedenis van de armere bewoners samen, hoe burgers daar door ordediensten, politie, priesters en lakse overheden bejegend werden. Zijn harmonicabegeleiding en de percussie geven er een rebelse ondertoon aan. Hetzelfde met ‘Tsunami’ waar overheen een bittere rouwsluier hangt. Doorheen andere zoals ‘My Baby’ en Billy Myles ‘Have You Ever Loved A Woman’ met mandoline waaien exotische Pacific briesjes, zeker als Warren Houston met drums, djembe en wasbord meer ruimte krijgt. Op één song speelt ook Mike’s zoon Paul mee, die in Engeland achter bleef. En ik kon bijzonder zijn ‘Leaving Blues’ waarderen waarop gastpianiste Jan Preston de harmonicaspelende ‘Travelling Man’ swingend begeleidt bij zijn geboekte vlucht. Originaliteit is een troef, waaraan Garner duidelijk geen gebrek heeft. De zanger/gitarist vermengt verschillende invloeden met een alerte blik op wat zijn medemens overkomt. Zijn aanklacht in ‘What Were You Doing’ had niet scherper kunnen zijn. Deze ‘Cad’s Alley’ zal niet rap vervelen, want al kan je het niet direct fusie- of wereldblues noemen, noch Americana, intrinsiek blijft het blues omwille van de authentieke spirit en de vulkanische gevoelsstroom die een uitweg zoekt via de songritmes en zijn Beltona gitaren.
Marcie


HENRIK FREISHLADER BAND
THE BLUES GETS CLOSER LIVE
Website Myspace
Label: Pepper Cake
Distr: ZYX VIDEO 1 VIDEO 2


Pepper Cake, het label voor het betere blues gitaarwerk, verwent ons de laatste tijd. Op korte tijd kwamen enkele prachtige releases onze richting uit. Na de Duitse Timo Gross en Mighty Orq uit de States, is het weer de beurt aan een gitaar meester uit Duitsland. Henrik Freischlader, van wie we de twee vorige cd's hier reeds bespraken, brengt zo maar even een "triple" live uit. "The Blues", tevens de titelsong van zijn debuut opent het concert, een bluesy popsong, die direct laat horen dat Henrik niet alleen als gitarist zijn mannetje kan staan, maar eveneens op vocaal gebied zijn troeven heeft. "Dissapointed Women" legt wel even de nadruk op gitaarwerk à la SRV, maar het sterke "Too Cool For Me", nog steeds één van mijn lievelingssongs zet ook zijn stem in de schijnwerpers. Een song waarin stijl elementen van zowel Cream als Hendrix elkaar ontmoeten. Het herkenningsapplaus bij de intro van "Nothin' To Lose", een wat funky nummer verraadt al dat de fans er gek op zijn. Het net geen tien minuten lange "Dirty Lowdown And Bad" geeft Henrik ruimschoots de tijd om nogmaals zijn pyrotechnische gitaartechnieken te demonstreren. Als afsluiter van dit eerste deel van het drieluik doet hij er nog een schepje bovenop en krijgen we 14 minuten pure gitaarblues, stijltje "Red House". Time flies when you're having fun, zegt men wel eens! Deel twee dan, zweverige mysterieuze intro bij de "HFB Ouverture" die (na zes volle minuten) overgaat naar "I loved Another Woman" bekend van Peter Green en Gay Moore, en weer eens blijkt hoe onverslijtbaar deze song is, zoals trouwens het merendeel van Greens oeuvre. Drummer Dirk Sengotta bejubelde ik reeds toen ik hem hoorde op de debuutcd, maar drumsolo's zijn een euvel waarmee we bij de meeste live cd's niet omheen kunnen. Live nog de moeite, op cd is het echter skippen geblazen, zeker als er 7 minuten naar geluisterd moet worden. De lekkere shuffle "Let The Good Times Roll" doet dit echter vlug vergeten en "Lonely World", een ingetogen song die zo naast het betere werk van net vernoemde Peter Green mag plaatsnemen, is werkelijk subliem. Henrik sluit het concert dat in maart van dit jaar opgenomen werd in Wuppertal af met een Hendrix medley van "Fire" en "Voodoo Child". Maar er is meer, een derde cd met "Live Bootlegs", opnames van concerten uit 2007 en 2006, laat de pret nog even verder duren. De geluidskwaliteit is wat minder en enkele nummers komen opnieuw terug in andere versies, maar we willen nog even de sterke bluesnummers "You" en "When I First Saw You" vermelden. Na "The Blues" en zijn opvolger "Get Closer" is deze "The Blues Gets Closer - Live", een derde maal een schot in de roos voor deze Duitse gitaar virtuoos. Zeker een aanrader voor fans van het betere bluesrock werk, genre Stevie Ray en Hendrix, maar ons spraken vooral de gevoeligere songs in de vroegere Fleetwood Mac stijl en de funky nummers aan.
(RON)


 

 

JUBAL KANE
THE EMPTY GLASS
Website Myspace CDBaby
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

We waren al wild enthousiast van hun debuut "Live Blues" en hun opvolger "Flying High", maar deze dubbele live registratie "The Empty Glass" is het helemaal. Vanaf de eerste tonen van de Allman Brothers hit "You Don't Love Me" weet je: we zijn vertrokken voor meer dan twee uur stomende blues. Allman Brothers meet Red Devils zou een mooie omschrijving kunnen zijn die je een idee geeft van de sound die deze biker boys genereren. Otis Thomas, de gitarist, maar vooral harpspeler Ace Andersen drukken zwaar hun stempel op het groepsgeluid. Ace is zo te horen een volgeling van Lester Butler en dat hoor je in nummers als Buddy Guy's "Damn Right I Got The Blues" "Scratch My Back" en vooral natuurlijk in "Automatic". Helemaal uit de bol gaat Ace in "This Harp" een nummer waar zelfs Magic Dick's "Whammer Jammer" niet aan kan tippen. Erg mooi is ook "Scratch My Back" gezongen door de Bullet mike, wat dat vette geluid oplevert waar ik zo van hou. De songs zoals "Polk Salad Annie" en "Take Me To The River worden door hun bluesbewerking gans andere songs. De cd is opgenomen zonder overdubs of pro-tools, alles is 100% live zoals het gespeeld werd, hetgeen een spontaan en energiek geluid geeft. De tweede schijf begint ook al dadelijk stevig met een van sterke bluesharpriffs voorziene versie van "Not Fade Away". De ZZ Top richting gaat het uit in "Pitt Bull". Maar echt op zijn best zijn de heren, en dan vooral Ace, in "I Love My Baby" een langzame blues met furieuze harp uitspattingen en een snedige gitaarsolo van Otis Thomas. "Red House" doet dit wat verder nog eens dunnetjes over. Dit zijn het soort nummers waar je live cd's voor koopt! Prachtig! Om af te sluiten gaat het helemaal de Lester Butler toer op, want zowel "Reefer Headed Woman" als zijn eigen "Automatic" lijken zo weggewandeld uit "King King" of "13". De Muddy Waters cover "Mojo Working" lijkt als afsluiter maar één doel te hebben, het publiek helemaal gek maken en inpakken, wat naar mijn idee volledig gelukt is. Jubal Kane live zien, het lijkt me wel een belevenis!
(RON)


 

 

 

MARC JEFFARES
GHOST IN MY BONES
Myspace CDBaby

 

Men vertelt dat de natuurlijke omgeving waarin iemand opgroeit diens karakter en verbeelding kan bepalen. In uitbreiding ook iemands talenten en muzikale groei. Marc Jeffares is geboren in de streek van de onherbergzame kusten en reuzenwouden in het uiterst Noorden van Californië, concreet in Humboldt County. Later verhuisde hij naar Colorado en verder naar Tennessee waar hij momenteel in Knoxville halt houdt. Wat dit geboorteland, wegtrekken, reizen en ergens aankomen voor songwriter Marc Jeffares betekende zal nog moeten blijken. Maar in dit debuutalbum hoor je alvast naast ontzag voor het onmetelijke en ongrijpbare ook echo’s van ontheemd zijn, desolaatheid, verstoorde dromen en enige zwaarmoedigheid. Als muzikale invloeden noemt hij Neil Young, Warren Zevon, Tom Waits, Hank Williams en Kris Kristofferson, allemaal briljante verhalenvertellers die hun muziek af en toe somber laten klinken omdat zij niet blind zijn voor wat er rond hen gebeurt. In het gevoelvolle ‘The Murdering Frost’ heeft Jeffares zelf oog voor de geknakte dromen van deelpachters in het Midwesten. Ook Bob Dylan was voor hem een rolmodel. Marc’s licht nasale stem lijkt trouwens op die van zijn idool. Vooral in ‘Alyssa’s Kitchen’ komt dat meedogende zangtimbre door waar piano en viool melancholisch bij het looser’s thema aanhaken. Hetzelfde in ‘Fighting Off a Nightmare’ met naast viool de cello van Anne Hurley, nostalgisch begeleidend. In tien songs bezingt en schildert Marc aardse thema’s zoals natuurrampen, nachtmerries, verstedelijking naast eigen verheven gevoelstemmingen. Sommige songs zijn ritmisch, andere slepend of narratief. ‘Standard Prison Blues’ zou van Bruce Springsteen kunnen zijn. Singer-songwriter Marc Jeffares wisselt lyrisch af met prozaïsch en wordt uitstekend vergezeld door bevlogen muzikanten. Krista Detor zingt soms etherisch op de achtergrond mee en speelt piano. Rick Hackler duwt met banjo en dobro enkele songs zachtjes richting Americana. Jason Wilber, ook gitarist in de John Prine Band, staat terzijde met akoestische en elektrische gitaar. Voor hen is muziek duidelijk een allernoodzakelijkste expressievorm en voor Jeffares is het blijkbaar als een levensadem. Vermoedelijk zal het bij Jeffares niet bij dit debuutalbum blijven, zoals de gevoelsschrijver zich gedreven voelt om reële en imaginaire herinneringen aan landschappen, figuren en gebeurtenissen in sfeervolle muzikaliteit om te zetten.
Marcie


 

 

 

 

GERAINT WATKINS
IN A BAD MOOD
Website Myspace
Label: Goldtop Recordings / IODA
Distr.: Suburban

 

Met een tevreden glimlach zit Geraint Watkins op de cover van nieuwste cd, "In A Bad Mood", al laat deze titel het tegenovergestelde veronderstellen. Of is het stiekem toch een knipoog van deze semi-legendarische sessieman? Zijn trouwe fans weten dat deze entertainer pur sang zijn shows met muzikale knipogen doorspekt en dat deze optredens zowel kippenvel als schaterlachen kan veroorzaken. Hiervan waren we zelf getuige in het CC van Hasselt toen hij daar in 2004 het voorprogramma deed voor Nick Lowe, maar ook zijn vorige plaat "Dial 'W' for Watkins" kwam presenteren. Voor wie Geraint Watkins nog niet kent is er nu zijn derde album, "In A Bad Mood", en meteen een prima introductie voor deze sympathieke vijftiger die sinds begin jaren 90 als keyboardist in Nick Lowe’s band te zien en te horen is. Op de twaalf composities klinkt Watkins helemaal in zijn element, dat wil zeggen: soms alleen, maar meestal met de groep van diezelfde Nick Lowe, die hier ook als gitarist figureert, als bijvoorbeeld in zijn zelfgepende "Heart Of The City", dat samen met het nummer "At Last", de enige covers vertegenwoordigen, waarin hij samen met zijn eigen tien songs de grenzen tussen folk, country, jazz en blues blijft verkennen. De in South Wales geboren Watkins excelleert in prachtige folksongs, simpele liedjes waar een grote hang naar het verleden uit spreekt. Alsof de tijd heeft stilgestaan bespeelt hij zijn akoestische piano en de glasheldere productie laat elk kraakje horen. Ook Watkins stem snijdt als een mes door je ziel. Een ouderwets vibrerende stem die soms voor spookachtige momenten zorgt en misschien wel tot de verrassendste van de laatste jaren gerekend mag worden. Met een bewonderenswaardige controle beheerst hij zijn diepe bariton stem en straalt daarmee een serene rust uit die we nog zelden tegenkomen. Twaalf nummers lang bewandelt Watkins platgetreden paden, terwijl het lijkt alsof niemand hem is voorgegaan. De singer-songwriter met trombone-, trompet- en clarinetbegeleiding is present op het jazzy "Fools Like Me", Katherine Johnstone levert vocale bijdrage op "My Love" en Georgie Fame wordt gesalueerd in "Bourgeoise", een lekker up-tempo calypso nummer. Maar aan andere ‘bekende’ medewerkers trouwens geen gebrek, maar ja, wat wil je ook als je meer dan dertig jaren actief bent en met supersterren als Van Morrison, Mark Knopfler, Paul McCartney en Nick Lowe kon toeren en opnames doen. Aan respect van deze en andere collega's heeft Watkins dus zeker geen gebrek. "In A Bad Mood" is een intrigerende plaat. De teksten blijven boeien door de prachtige klanken die ze voortbrengen en omdat je geen flauw idee hebt in welke tijd of context je ze zou moeten plaatsen. Zoals ook de melodieën ongrijpbaar zijn. Hoe vaak je de nummers ook hoort, kennen doe je ze nooit en zo laat het album je niet los. De fascinatie voor dit meesterwerk zal dan ook zeker niet vergaan nadat we het prominent in onze jaarlijsten hebben gezet. Van klassiekers als "Champion", "Chagrin", "Unto You" of het catchy "Easy to Say" ...."Bon Temp Rouler" zullen we nooit afscheid nemen. Die tevreden glimlach valt dus geenszins te verwarren met valse bescheidenheid…hooguit met een knipoog!


 

 

JIM WHITE
A FUNNY LITTLE CROSS TO BEAR
Website Myspace
Label: Luaka Bop Distr.: Bertus

 

Je kan de Amerikaanse singer-songwriter Jim White langzaamaan een legendarische figuur gaan noemen. Zijn muzikale carrière ging de voorbije decennia door vrij woelige wateren tot David Byrne hem opviste en hem aanbood om zijn muziek uit brengen op diens Luaka Bop-platenlabel. Zijn recentste full-cd’s waren “Drill A Hole In That Substrate And Tell Me What You See”, de film-soundtrack “Searching for the Wrong-Eyed Jesus” en het onvolprezen “Transnormal Skiperoo” uit 2007. We zagen de man een vijftal jaar geleden nog optreden in het voorprogramma van zijn platenbaas David Byrne in de AB in Brussel en zijn zangstijl en innemende persoonlijkheid blijven kleven in ons geheugen. Daarom waren we dan ook blij toen we een mini-album van Jim White in de bus kregen. “A Funny Little Cross To Bear” is een tussendoortje in de aanloop naar een volgende volwaardige cd. Deze ep is een weergave van een live optreden en heeft ook de grappige tussen-de-songs-door-praatjes die we van Jim White kennen onverbloemd geregistreerd. Tegelijkertijd geven de zes tracks ook een accurate bloemlezing uit het songboek van deze man. Zo is “Stranger Candy” een mysterieuze sfeersong, “Jailbird” een bijna tranerige countryballad, “Counting Numbers In this Air” een funky gitaarsong en “Alabama Chrome” een mooi bluesy nummer. “Jim 3:16” is een song waarin grapjas Jim White ons zijn ongekende en eerder verrassende definitie voor een bar meegeeft als ‘een kerk waar bier geserveerd wordt’. Het afsluitende nummer “Plywood Superman” tenslotte is een ludieke opsomming van alle minder goede tot slechte karaktereigenschappen van deze auteur van het nummer. Muzikaal construeert Jim White zijn persoonlijke teksten in songs die als basis een soort van intimistische countryfolk hebben waarmee hij als geen ander zijn weg weet te banen en zijn publiek kan boeien. “A Funny Little Cross To Bear” is een veelbelovende voorbode van zijn eerstvolgende cd.
(valsam)


 

AL DeLONER
MOUNTAINS ON THE MOON
Website Myspace Contact
Label : ZYX Music

 

De Noorse zanger en multi-instrumentalist Al DeLoner - wiens echte naam Atle Byström is - passeerde vorig jaar reeds bij Rootstime met zijn cd “Volume 3”. Deze schitterende muzikant heeft alles om het internationaal waar te maken: mooie liedjes, een prachtige stem, melodieuze muziek en een resem goede vrienden in de muziekwereld. Zo droeg hij zelf eerder al zijn steentje bij aan cd’s van o.a. Walkabouts, Chirs Eckman, Nikki Sudden enTerry Lee Hale. Gedurende tien jaar was hij ook de stuwende kracht achter de Noorse popgroep ‘Midnight Choir’ naast zanger Paal Flaata. Zijn eerste soloplaat “The Mess Age Of Joy” uit 2004 plaatste Al DeLoner meteen in de actualiteit en de volgende cd’s “Flora In The Darkroom” en “Volume 3” bevestigden alleen maar al het goede dat we eerder van hem hoorden. Toch is het onze mening dat met deze vierde cd “Mountains On The Moon” de langverwachte internationale doorbraak voor Al DeLoner een feit zal worden. Deze sfeervolle plaat zal ongetwijfeld in menig 2008-jaarlijstje voor gaan komen. De plaat werd opgenomen in 4 landen (USA, Duitsland, Noorwegen en Slovenië) en bevat naast een reeks nieuwe songs ook herbewerkingen van liedjes die DeLoner destijds geschreven heeft voor ‘Midnight Choir’. Zo herkennen we “Long Time Ago”, “Mercy Of Maria”, “The Ballad Of Emma DeLoner” en “Painting By Matisse” hier opnieuw als ijzersterke songs die probleemloos de tand des tijds hebben doorstaan. Piano- en gitaarballades zijn een sterk punt in het repertoire van Al DeLoner maar evengoed is hij virtuoos in genres als jazz, blues en soulmuziek. Gastartiesten op “Mountains On The Moon” zijn Walkabouts-vrienden - en jarenlang producer voor DeLoner - Chris Eckman en zangeres Carla Torgerson, die op deze cd een schitterend duet neerzet in de beklijvende song “Over The Ocean”. Al DeLoner is een artiest die zijn uitverkoren patroon star blijft volgen, onafhankelijk van de trends in de muziek en van de stromingen die elkaar zo snel afwisselen in de hitparades. Passionele, emotionele, melancholische en eerlijke liedjes vormen de basis van zijn werk en uiteindelijk zal dit hem ook de verdiende erkenning opleveren. “Mountains On The Moon” is een verzameling stillevens met duistere overpeinzingen over de betekenis van het leven en de liefde, tijdens wisselende gemoedstoestanden geschreven ergens zijdelings aan een Noorse fjord. Voor de snelle beslissers is er nog een bonus-cd bij deze plaat gevoegd met daarop 8 songs die al dateren uit 2003 en voor deze release in een akoestische versie opgenomen werden.
(valsam)


 

 

JEFF ZIMA
KIDNEY STEW
Website VIDEO

 

Op hoeveel festivalpodia zou Jeff Zima, nieuwe Fransman, al niet hebben gestaan, hoeveel songs gespeeld en hoe vaak het enthousiast applaus in ontvangst hebben genomen. Zanger/gitarist Jeff Zima zal het zelf wel niet bijgehouden hebben. Omstreeks 1990 reisde hij van New Orleans naar Frankrijk, waar hij zich uiteindelijk settelde en inmiddels de Franse nationaliteit kreeg. In ons land stond hij vorige jaren nog in Hamme en Mol geafficheerd, een graag geziene gast omwille van zijn élan, drive en ‘foot-stompin’ blues. Meestal bestaat zijn gevarieerde Set uit Jump, Ragtime, Mambo, Boogie, New Orleans jazz, slijkblues en stoofsoul. Je kan er allerlei gekke namen voor verzinnen, maar feit is dat er altijd wel iets onvoorspelbaars opduikt. Als je ooit straatzanger was op de verspreide wegen in Mississippi, Arkansas en Tennessee, dan heb je ook geleerd hoe je publiek te verrassen. In dit nu al vijfde soloalbum is het improvisatiegehalte evenzo verzekerd, want de vijf muzikanten speelden voordien nooit samen. In april 2007 ontmoetten zij elkaar in Toulouse in de studio van ‘soundwizard’ Jeannot en na de soundcheck lanceerden zij zich in het gezamenlijk musiceren waarbij zij allen hun eigen karakteristiek inbrachten. Bij drummer Simon Boyer was dat zijn humor en zijn swingend of extatisch drumspel met af en toe zijwegentjes naar boogie/jazz. Bij Parijzenaar Youssef Remadna is dat zijn hartstochtelijk dan weer subtiel harmonicaspel. In ‘I’d Rather Drink Muddy Water’ zingt hij niet alleen soulvol maar blaast alle gevoelige toonaarden waar deze slepende song om vraagt. Contrabassist Fred Jouglas met die virtuoze slapping techniek op de snaren, maakt van ‘Kidney Stew’ een topnummer. Tenslotte heb je nog pianist Mike Lattrell die blijkbaar niet weet waarop eerst aan te vallen, de piano of Hammond. Op ‘Mess Around’ van Ahmet Ertegun en het magistrale ‘Just Like A Woman’ geeft hij zijn energiek temperament de vrije teugel en als ‘The Marching Saints’ binnenkomen stort hij zich triomfantelijk op zijn Hammond. Iemand die jarenlang met Popa Chubby en Bill Perry getoerd heeft kan gewoon alle stijlen aan. Jeff Zima met zijn eigen mix van house-rocking blues en alles wat hij tussen New Orleans en Chicago ooit oppikte, beleeft duidelijk plezier aan dit muzikaal waagstuk om zonder repetitie, arrangementen of benauwende begrenzing, zich spontaan in dit kwintet uit te leven. Soundtechnicus Jeannot hield het geheel in de gaten, Jeff Zima demonstreerde begin of einde van de song en onderwijl mochten de muzikanten op hun gevoel afgaan. In de tijdspanne van 12 uur werden 42 take’s opgenomen, waartussen Zima achteraf vrijelijk kon kiezen. De helft zijn eigen nummers en vooral ‘8the Ave.Swing’, ‘Guitar King’ en ‘Diamond Time’ razen voort als boogie op speed. Covers van Willie Dixon, Eddie Vinson en traditionals gaan daarin op als grijze tussen witte wolven. Over alle muzikanten afzonderlijk is wel een hoofdstuk te schrijven. Wat zij echter gemeen hebben is dat opbruisend ‘fun’ gevoel dat de kop opsteekt wanneer men zielsgenoten bespeurt. Dan je intuïtie mogen volgen zonder daarbij elkaar uit het oog te verliezen is als een huwelijksfeest waarbij Jeff Zima de ceremoniemeester is.
Marcie


 

 

 

BRANDON SCOTT SELLNER
WRONGS TO RIGHTS
Website Myspace Contact
VIDEO 1 VIDEO 2


 

Hij werd geboren in een klein slaperig stadje dat zijn naam alleszins niet gestolen heeft, Sleepy Eye in Minnesota, maar je zou verwachten dat hij het levenslicht zag in een van de juke joints of bluesclubs in Austin. Zijn muziek klinkt als een kruising van Stevie Ray Vaughan, John Mayer en Jonny Lang. Nauwelijks 24 is hij, maar toch speelt hij reeds 7 jaar gitaar. Ondertussen opende hij reeds voor groten als Walter Trout en Black Arkansas. Pas sinds kort verhuisde hij naar River Falls in de staat Wisconsin en is momenteel al druk bezig met opnames voor een opvolger en voor het re-releasen van zijn titelloze debuut. Een druk baasje dus. Wat dadelijk opvalt als je de cd in de speler mikt is inderdaad de sterke gelijkenis met Stevie Ray’s sound. Zeker in de openingssong en tevens titelnummer "Wrongs To Rights" is dit zo. Want niet alleen het gitaarspel, maar tevens de stem komt erg dicht in de buurt. In de meer rustigere songs van deze overigens korte cd (7 songs) gaat het dan zoals ik reeds zei de richting uit die we kennen van John Mayer of Jonny Lang, vooral de knappe song "Fly On" is zo een nummer dat zich begeeft op de zone tussen pop en blues, de blues van de 21st eeuw. Of het funky “Long Gone” en de shuffle “Sure Gonna Fall” allebei songs waar Brandon zijn ultra sterke gitaarwerk kan demonstreren. Want dat blijft natuurlijk de blikvanger van deze cd:” Wrongs To Rights” is en blijft op de eerste plaats een gitaarplaat met sterke bluesrock inslag. Spijtig genoeg met slecht zeven songs van om en bij de drie minuten, wat kort. Maar vermits er toch nog twee releases voor dit jaar gepland zijn, kunnen wij hem moeilijk van luiheid beschuldigen. Laat ze maar komen Brandon! (RON)